direct naar inhoud van 6.4 Wijzigingen waterhuishoudkundige situatie
Plan: Buitengebied - Landinrichting Wetering-Oost
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1708.BGBWeteringOost-VA01

6.4 Wijzigingen waterhuishoudkundige situatie

Het gebied Wetering Oost zal worden ingericht als natuurgebied met als nevenfunctie waterberging. In totaal zal 167 ha natte natuur (open water, moeras, half natuurlijk grasland) worden gevormd met de mogelijkheid van bruto 1,6 miljoen m3 (nood)waterberging. Op waterhuishoudkundig gebied zullen de volgende maatregelen worden genomen:

  • Aanleg droge bufferstrook (antimuggen) aan de westzijde van het plangebied met een brede diepe buffersloot.
  • Het moeras krijgt een flexibel peilbeheer, waarbij zo min mogelijk water wordt ingelaten of uitgemalen.
  • Tijdens waterberging wordt het peil in het bergingsgebied opgezet tot max. NAP -0.63 m.
  • De A.F. Stroinkweg/Koningin Julianaweg wordt tussen de aansluiting op de weg Wetering Oost en de kruising van de externe kade ter hoogte van het Woldlakebos opgehoogd. Bij de kruising van de watergang bij het Woldlakebos wordt een brug gemaakt in de stijl van de huidige bruggen (brug Vloddervaart).
  • Rondom het dynamisch moeras worden boezemkades aangelegd. De kades krijgen een hoogte van NAP +0,1 m en een talud van 1:3.
  • Rondom het gehele gebied worden kades aangelegd. De externe kades rondom het gebied krijgen een bovenbreedte van 5 meter.
  • Het hele gebied ten noorden van de A.F. Stroinkweg wordt met een lager peil voorzien. Dankzij dit peil is dit gebied geschikt voor dotterhooibloemhooiland. Dit gebied wordt verder geoptimaliseerd om effecten op de Stobberibben verder te reduceren. Als in de toekomst blijkt dat een laag geisoleerd peilgebiedje voor de Stobberibben niet meer nodig is, dan kan dit peil alsnog worden opgezet naar moeraspeil.
  • In het westen van het gebied, in de bufferstrook, wordt een brede buffersloot gegraven om negatieve effecten (verandering van de grondwaterstand) ter plaatse van de weg en woningen/erven te voorkomen. De sloot wordt door de veenlaag heen gegraven. Hierdoor is beschoeiing of een minder steil talud noodzakelijk. Aangezien er voldoende ruimte is en de aanleg van beschoeiing duurder is dan de aanleg van een talud, wordt ervoor gekozen om een talud van 1:4 aan te brengen. Deze buffersloot ligt tussen de boezemkade (van het kanaal Wetering) en de peilscheiding (van de nieuwe natuur en de noodwaterberging) en behoudt tijdens waterberging zijn functie (kwelsloot). Het peil in de buffersloot is indicatief vastgesteld op NAP -2,1 m (zowel zomerpeil als winterpeil), gelijk aan het gemiddelde van de huidige gemeten grondwaterstanden ter plaatse. De buffersloot voert af via een stuw met duiker onder de Ir. Luteijnweg naar de hoofdwatergang langs deze weg. De buffersloot zal met een syphon onder de inlaatconstructie ten behoeve van de waterberging geleid worden. Bij de in dit plan gehanteerde waterpeilen in de buffersloot is in principe geen inlaat nodig.
  • Aan de oostzijde wordt een verbindingssloot in Woldlakebos aangelegd, met waterpeil NAP -2,5 m, bodembreedte 0,5 meter, talud 1:1 en bodemdiepte NAP -3,0 m.
  • De waterinlaat voor het dynamisch moeras kan plaatsvinden vanuit het kanaal Wetering (bij de inlaat voor waterberging). Uitlaat vindt plaats via een uitlaat aan de zuidzijde op de hoofdwatergang langs de Ir. Luteijnweg.
  • Voor de in- en uitlaat van water tijdens waterberging zijn verschillende kunstwerken noodzakelijk.