Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Maliebaan-Roode Wald te Angeren
Status: onherroepelijk
Plan identificatie: NL.IMRO.1705.45-OH01

Artikel 5 Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep aan huis, met een maximum van 45 m²;  
  2. tuinen;
  3. toegangsweg en parkeervoorzieningen;
  4. waterpartijen;
  5. duikers.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
  1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ worden gebouwd;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd;
  3. ter plaatse van de aanduiding ‘twee aaneen’ is het tevens toegestaan een twee-onder-één-kap woning te bouwen;
  4. de dakhelling van woningen mag niet minder 30° en niet meer dan 60° bedragen;
  5. splitsing van een bouwperceel ten behoeve van nieuwbouw van een woning is niet toegestaan. Hier geldt de situatie op het moment van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan als uitgangspunt;
  6. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt:
    1. bij vrijstaande woningen minimaal 3 m aan beide zijden;
    2. bij twee-aaneengebouwde woningen 3 m aan één zijde;
  7. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ (m) met deze aanduiding is aangeduid.
5.2.2 Bijgebouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels:
  1. bijgebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ en ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ worden gebouwd;
  2. de minimale afstand tot de voorgevellijn bedraagt 3 m;
  3. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal 40 m2 ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’, met dien verstande dat:
    1. bij bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 500 m2 de maximum gezamenlijke oppervlakte van 40 m2 mag worden vermeerderd met 10% van het oppervlakte van het bouwperceel boven de 500 m2 tot een maximum van 80 m2;
    2. minimaal 50% ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ onbebouwd dient te blijven;
    3. ondergrondse bouwwerken en overkappingen buiten de aanduiding 'bouwvlak' en buiten de aanduiding ‘bijgebouwen’ niet meegerekend worden bij de bepaling van het gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen;
  4. de goothoogte voor met het hoofdgebouw verbonden bijgebouwen mag niet hoger zijn dan de eerste volledige bouwlaag boven het peil;
  5. de bouwhoogte voor met het hoofdgebouw verbonden bijgebouwen bedraagt maximaal 5,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte minimaal 1,5 m onder de nok van het hoofdgebouw gelegen dient te zijn. Doorgetrokken schuintes zijn wel toegestaan;
  6. de maximale goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt 3,5 m en de maximale bouwhoogte bedraagt 5,5 m.
5.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vóór (het verlengde van) de voorgevel van de  woning mag niet meer bedragen dan 1 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van pergola's maximaal 3 m mag bedragen; 
  2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van pergola's en speelvoorzieningen maximaal 3 m mag bedragen.
5.2.4 Overkappingen
Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3 m bedragen;
  2. het bebouwde oppervlakte mag niet meer dan 20 m2 bedragen;
  3. het bebouwingspercentage van het gehele perceel mag niet meer bedragen dan 50%, met dien verstande dat het hoofdgebouw niet meegerekend wordt;
  4. de overschrijding van de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1,5 m.
5.3 Algemene bepalingen m.b.t. ondergrondse werken
5.3.1 Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van ondergrondse bouwwerken
5.4.1 Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van bevoegd gezag ondergrondse bouwwerken te bouwen. Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels:
  1. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil, vermeerderd met 15 m2 ten behoeve van lichttoetreding;
  2. in aanvulling op het bepaalde in artikel 5 lid 4.1 sub a is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden:
    1. het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van minimaal 1 m van de bouwperceelgrens;
    2. de maximale hoogte van de zwembadrand bedraagt 0,5 m boven peil;
  3. randvoorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding zijn buiten de aanduiding 'bouwvlak' toegestaan;
  4. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 m onder peil, met dien verstande dat een randvoorziening ten behoeve van de waterhuishouding (bergbassins) tot maximaal 6 m onder peil gebouwd mag worden.
5.4.2 Uitzondering
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5 lid 4.1 sub d voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken en een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m onder peil toestaan onder voorwaarde dat de waterhuishouding niet wordt verstoord.
5.5 Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
  1. het wonen in vrijstaande bijgebouwen;
  2. kamerbewoning;
  3. seksinrichtingen.