Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Maliebaan-Roode Wald te Angeren
Status: onherroepelijk
Plan identificatie: NL.IMRO.1705.45-OH01

Artikel 3 Groen - Waterberging

3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Groen - Waterberging’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. groenvoorzieningen;
  2. bermen en beplanting;
  3. paden;
  4. nutsvoorzieningen;
  5. kunstwerken;
  6. waterlopen en waterpartijen;
  7. duikers;
  8. in- en uitritten. 
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  1. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 m;
  3. de maximale oppervlakte van nutsvoorzieningen bedraagt 25 m2.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
  1. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 m bedragen, met uitzondering van kunstwerken;
  2. in afwijking van het bepaalde artikel 3.2.2 sub a mag de hoogte van lichtmasten maximaal 8 m bedragen.
3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.3.1 Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
  1. het kappen, rooien dan wel het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtopstanden beogen dan wel tot gevolg kunnen hebben;
  2. het aanleggen van oppervlakte verhardingen;
  3. het dempen, graven, vergraven, verleggen, afdammen of herprofileren van waterlopen, watergangen en/of waterpartijen;
  4. het afgraven, egaliseren en/of ophogen van gronden.
3.3.2 Uitzonderingen
Het onder artikel 3.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
  1. die het normale beheer of onderhoud betreffen;
  2. die reeds in uitvoering zijn of aanwezig zijn op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht verkrijgt;
  3. die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning;
  4. die de aanleg van natuurvriendelijke oevers betreffen.
3.3.3 Afweging
De onder artikel 3.3.1 bedoelde werken of werkzaamheden zijn toelaatbaar, indien en voorzover:
  1. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de natuurwaarden, landschappelijke- en/of cultuurwaarden van de gronden;
  2. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en -kwantiteit.
3.3.4 Advies waterbeheerder
Het bevoegd gezag verleent de in artikel 3.3.1 bedoelde vergunning voor het dempen, graven, vergraven, verleggen, afdammen of herprofileren van waterlopen, watergangen en/of waterpartijen niet alvorens bij de waterbeheerder advies is ingewonnen omtrent de vraag of door de ingreep het waterhuishoudkundig belang niet onevenredig wordt aangetast alsmede omtrent eventueel aan de vergunning te verbinden voorwaarden.