| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, bodemkwaliteitskaart |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1705.337-VG01 |
De kwaliteit van de bodem is bepalend voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Binnen de gemeente Lingewaard wordt de bodem intensief benut voor wonen, werken en groen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het belangrijk dat nieuwe functies worden gerealiseerd op een bodem die daarvoor geschikt is of geschikt wordt gemaakt. De Omgevingswet biedt ruimte om hiervoor gemeentelijke regels te stellen, aanvullend op de landelijke kaders uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Met voorliggend TAM-omgevingsplan worden deze lokale regels vastgelegd voor het beheergebied van de gemeente Lingewaard. De regeling sluit aan op bestaand beleid inzake bodembeheer en de Gelderse voorbeeldregels. Hiermee zorgt het plan voor duidelijkheid over sanering, hergebruik van grond en bescherming van bodemgevoelige functies. Zo blijft de bodemkwaliteit in Lingewaard op een gewaarborgd en wordt gewerkt aan een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving.
Het plangebied van dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, bodemkwaliteitskaart omvat het gehele beheergebied van de gemeente Lingewaard.
Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 stilgestaan bij het beleid. Hoofdstuk 3 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In hoofdstuk 4 wordt toegelicht hoe de juridische regeling in elkaar steekt.
Voor het beheergebied van de Milieusamenwerking Regio Arnhem (waaronder de gemeente Lingewaard valt) is de Nota bodembeheer MRA vastgesteld (opgenomen in bijlage 1). Deze nota vormt samen met de bodemkwaliteitskaart het beleidskader voor het duurzaam en verantwoord omgaan met grond en baggerspecie. De nota geeft invulling aan het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en beschrijft onder welke voorwaarden hergebruik van grond binnen de regio milieuhygiënisch verantwoord kan plaatsvinden. Daarmee wordt beoogd verspreiding van verontreinigingen te voorkomen, het gebruik van primaire grondstoffen te beperken en kosten te besparen.
Planspecifiek
De bodemkwaliteitskaart, die de bodemkwaliteit van het gebied vastlegt, wordt via dit omgevingsplan planologisch geborgd. Daarmee wordt verzekerd dat grondverzet en bodemtoepassingen plaatsvinden conform de vastgestelde kwaliteitsklassen, waarmee de bodemkwaliteit behouden blijft en wordt voldaan aan het stand-stillbeginsel.
Inspraak
Het organiseren van inspraak is, gezien het doel en de inhoud van het TAM-omgevingsplan, niet nodig.
Overleg
Gezien het doel en de inhoud van het plan is het niet nodig het TAM-omgevingsplan voor te leggen aan vooroverlegpartners.
Zienswijzen
Het ontwerpplan heeft met ingang van 31 december 2025 gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen naar voren gekomen. Het plan is daarmee ongewijzigd vastgesteld.
Met het TAM-omgevingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het plan leidt daarom ook niet tot kosten en kan dus als economisch uitvoerbaar geacht worden. Het is om die reden ook niet noodzakelijk om een exploitatieplan of een overeenkomst over kostenverhaal op te stellen.
Deze wijziging van het omgevingsplan betreft een aanvullende regeling op de beheersverordeningen die in verschillende delen van de gemeente gelden. Omdat onder de Omgevingswet die per 01-01-2024 in werking is getreden geen beheersverordeningen meer kunnen worden vastgesteld is voorliggend plan vormgegeven als een TAM-Omgevingsplan.
De regels in dit plan zijn onderverdeeld in een preambule en drie hoofdstukken.
In de preambule is aangegeven op welke manier het TAM-omgevingsplan gelezen moet worden. Hierin wordt behandeld hoe het TAM-omgevingsplan zich verhoudt tot en integreert met de rest van het omgevingsplan.
In het artikel over het toepassingsbereik wordt geregeld welke regels van toepassing zijn op de plangebied van het TAM-omgevingsplan. Omdat met onderhavig plan enkel een regeling met betrekking tot bodembeheer wordt toegevoegd, zijn in het Toepassingsbereik geen regelingen opgenomen die onderliggende regelingen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan doen vervallen. De regels met betrekking bodembeheer gelden voor de op de verbeelding bij dit plan aangegeven gronden. Omdat in onderliggende plannen geen regelingen zijn opgenomen met betrekking tot dit thema, ontstaan er in beginsel geen inconsistenties en overlap tussen regelingen.
De gebruiksregels regelen de toepassingen met betrekking tot bodemvreemd materiaal en terugsaneerwaarde voor de verschillende functieklassen.
In hoofdstuk 3 zijn de overgangsregels met betrekking tot gebruik opgenomen.
De voorliggende TAM-omgevingsplan ziet uitsluitend op het wijzigen en/of toevoegen van de regels inzake het geldende beleid omtrent bodembeheer. Op de verbeelding zijn daarom enkel de planbegrenzing en verschillende bodemfuncties (als functieaanduidingen) opgenomen. Dit betreft: