| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Zandsestraat Bemmel |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1705.331-VG01 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Bemmel, Zandsestraat en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22f] van het omgevingsplan van de gemeente Lingewaard. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22f] van het omgevingsplan van de gemeente Lingewaard. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22f]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22f]' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage II van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit omgevingsplan, tenzij daarvan in artikel 2 wordt afgeweken;
Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Zandsestraat Bemmel met identificatienummer NL.IMRO.1705.331-VG01 van de gemeente Lingewaard met de daarbij behorende geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels;
Het omgevingsplan van de gemeente Lingewaard;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning;
een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren;
onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College van de Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB), beschikkend over een certificaat ex artikel 5.1 en artikel 5.2 Erfgoedwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten;
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen;
het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten;
handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf;
de vloer van een gebouw, niet zijnde een keldervloer, op het peilniveau;
een bijzondere woonvorm waarbij boven dan wel beneden en of naast elkaar gesitueerde woningen in maximaal twee bouwlagen met kap zijn gebouwd, waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau gewaarborgd is niet zijnde een appartementencomplex;
het door de bewoner van de woning beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebieden, alsmede kappers, schoonheidssalonnen, hondentrimsalonnen en pedicures, die door hun beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten;
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheid;
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
de grens van een bouwvlak;
een begane grond of hoger gelegen verdieping, waarbij ruimten in de kap zonder zelfstandige functie niet worden meegerekend;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
de grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
vormen van recreatie, die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
een bijgebouw in één bouwlaag aan de voor- en/of zijgevel van een woning;
die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën, survivaltochten en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte;
een functie geeft aan voor welk doel of welke doeleinden de als zodanig op de kaart aangegeven gronden worden gebruikt;
de grens van een functievlak;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijgebouw verbonden is aan een ander hoofdgebouw en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse bouwperceelgrens wordt gebouwd;
boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is, niet zijnde een beneden-bovenwoning;
woningen, scholen, crèches, kinderopvangplaatsen, zorginstellingen en hiermee vergelijkbare functies met bijbehorende erven en buitenspeelruimten;
een agrarisch bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waarbij de productie in kassen plaatsvindt;
een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Afhankelijkheid van de grond kent hierbij de volgende aspecten: voedervoorziening, mestafzet of het bieden van een natuurlijk substraat voor plantaardige teelten. Grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: grondgebonden veehouderij, akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn geplant;
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functies van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is;
één persoon of een vaste groep van meerdere personen tussen wie een band bestaat die enkel het gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen. Tevens moet er sprake zijn van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid;
een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf waarin het houden van vee of pluimvee de hoofdzaak is. Onder intensieve veehouderijen worden tevens pelsdierhouderijen verstaan;
het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat dit slechts toegestaan is in het hoofdgebouw, dan wel in met het hoofdgebouw verbonden bijgebouwen en dat woningsplitsing en/of kamerbewoning niet toegestaan is;
woonvorm waarbij sprake is van woonruimte waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij keuken, toilet, badkamer en douche als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt;
een gebouw waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander licht doorlatend materiaal ten behoeve van het kweken van vruchten, bloemen en/of planten, zoals een schuurkas en een permanente boog-/tunnelkas;
een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven peil;
het houden van een kampeerterrein voor ten hoogste 25 kampeermiddelen, met dien verstande dat buiten het kampeerseizoen geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn;
de aan een gebied aanwezige en toegekende waarden, gekenmerkt door het waarneembare -al dan niet begroeide- deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur;
huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij 186 punten op grond van de waardering van de kwaliteit als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (€ 1.184,82, prijspeil 2025), waarbij de instandhouding voor de in artikel 4 van de 'Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Lingewaard 2023' (zoals deze luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan) omschreven doelgroep voor ten minste 15 jaar is verzekerd;
een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat;
de agrarische bedrijfsvoering die niet geheel of hoofdzakelijk van de open grond als agrarisch productiemiddel afhankelijk is, maar waarvan de productie geheel of overwegend in gebouwen plaatsvindt, zoals varkens-, kalver- of pluimveefokkerij, eendenmesterij of -fokkerij, champignonkwekerij, viskwekerij en pot- en containerteelt;
werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden te komen; hieronder vallen niet de incidentele ingrepen in bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie of werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde;
voorziening ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;
omgevingsplanactiviteit bestaande uit:
onder peil;
een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk, zoals een balustrade, dakkapel of dakopbouw, met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak;
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
een bouwwerk met een open constructie zonder eigen wanden;
hierbij wordt een onderscheid gemaakt in:
die vormen van recreatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik;
faciliteiten ten behoeve van recreatief gebruik;
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
voorzieningen, anders dan een kas, die door grondgebonden agrarische bedrijven toegepast worden om de teelt van fruit, bomen, groente of potplanten te bevorderen en te beschermen. Teeltondersteunende voorzieningen worden onderscheiden in hoge open teeltondersteunende voorzieningen, hoge gesloten teeltondersteunende voorzieningen en lage gesloten teeltondersteunende voorzieningen. Daarnaast wordt hierin een onderscheid gemaakt in permanente teeltondersteunende voorzieningen en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, waarbij als tijdelijk de periode van 15 maart tot 15 november geldt:
een werk of bouwwerk voorzien van een bedekking van lichtdoorlatend materiaal en dienend tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen;
een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen;
de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw, indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel;
de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen;
een bijgebouw, dat fysiek geheel los staat van enig ander gebouw, dan wel slechts met een ander gebouw verbonden is door een bouwwerk geen gebouw zijnde, zoals een overkapping of pergola;
een woning waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd;
doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.;
indien en voorzover in deze voorschriften wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald;
het gehuisvest zijn in een woning/wooneenheid;
een complex van ruimten, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 4.1 tot en met 4.6.
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. De oppervlakte van zwembaden wordt niet meegerekend bij het bepalen van het bebouwingspercentage;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden:
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.
Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Agrarisch - De Woerdt'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch - De Woerdt' heeft de volgende functies:
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingsvoorzieningen, parkeervoorzieningen binnen het bouwvlak, groenvoorzieningen, tuinen en erven.
Het bouwen van gebouwen en overkappingen is niet toegestaan.
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen, gelden de volgende regels:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning open teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak te bouwen.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7.4.1 wordt alleen verleend als:
Paardenbakken zijn zonder omgevingsvergunning niet toegestaan.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7.4.1 wordt alleen verleend als:
Evenementen zijn zonder omgevingsvergunning niet toegestaan.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7.4.5 wordt alleen verleend als:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning chemische gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, met dien verstande dat onder chemische gewasbeschermingsmiddelen geen biologische gewasbeschermingsmiddelen worden begrepen.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7.4.7 wordt alleen verleend als het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat of van het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies.
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Agrarisch met waarden - Dijkzone'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch met waarden - Dijkzone' heeft de volgende functies:
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingsvoorzieningen, parkeervoorzieningen binnen het bouwvlak, groenvoorzieningen, tuinen en erven en overeenkomstig de in artikel 8.3 opgenomen nadere detaillering van de doeleinden.
Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze functie.
Het bouwen van gebouwen en overkappingen is niet toegestaan.
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een schuilstal te bouwen.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 8.5.1 wordt alleen verleend als:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning chemische gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, met dien verstande dat onder chemische gewasbeschermingsmiddelen geen biologische gewasbeschermingsmiddelen worden begrepen.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 8.5.3 wordt alleen verleend als het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat of van het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies.
Tot gebruik, strijdig met dit artikel, wordt in ieder geval gerekend:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Groen'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Groen' heeft de volgende functies:
met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
In aanvulling op artikel 22.29 gelden de volgende regels voor het bouwen van gebouwen:
In aanvulling op artikel 22.29 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een jongerenontmoetingsplaats te realiseren.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 9.4.1 wordt alleen verleend als:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een hondenuitlaatplaats te realiseren.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 9.4.3 wordt alleen verleend als:
Tot gebruik, strijdig met dit artikel, wordt in ieder geval gerekend:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Verkeer'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Verkeer' heeft de volgende functies:
met bijbehorende gebouwen, waaronder de bestaande nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen.
Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van de functie, alsmede gebouwen ten dienste van openbare nutsvoorzieningen.
Gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen dienen aan het volgende te voldoen:
In aanvulling op artikel 22.29 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'.
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor aanleg en instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding en uitsluitend in het bestaande type met de bestaande hoeveelheid kV's.
Al hetgeen in deze regels omtrent de ondergeschikte functies binnen het gebied met de functie 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' is toegestaan, is uitsluitend toelaatbaar indien het voor zover zulks, gehoord de beheerder van de hoogspanningsverbinding, verenigbaar is met het belang van de leiding(en).
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouwen zijnde te realiseren met bouwhoogte van meer dan 2 m.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 11.4.1 wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Leiding - Riool'.
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een riooltransportleiding.
Al hetgeen in deze regels omtrent de ondergeschikte functies binnen het gebied met de functie 'Leiding - Riool' is toegestaan, is uitsluitend toelaatbaar indien het voor zover zulks, gehoord de leidingbeheerder, verenigbaar is met het belang van de leiding.
In afwijking van het bepaalde bij de andere functies mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze functie.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouwen zijnde te realiseren.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 12.4.1 wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 4'.
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem.
Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in artikel 13.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag bouwwerken te bouwen groter dan 200 m2.
Het in artikel 13.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing, indien:
Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport of andere beschikbare informatie als bedoeld in artikel 13.3.3 blijkt dat:
In de situatie als bedoeld in artikel 13.3.4, onderdeel b, kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden:
Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport of andere beschikbare informatie als bedoeld in artikel 13.2.2 blijkt dat:
Het bevoegd gezag kan de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waterstaat - Waterkering'.
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor het onderhoud en instandhouding van dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering.
Al hetgeen in deze regels omtrent de ondergeschikte functies binnen het gebied met de functie 'Waterstaat - Waterkering' is toegestaan, is uitsluitend toelaatbaar indien het voor zover zulks, gehoord de beheerder van de waterkering, verenigbaar is met het belang van de waterkering.
In afwijking van het bepaalde bij de andere functies mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze functie.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouwen zijnde te realiseren.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 14.4.1 wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Wonen'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies:
met de daarbij behorende:
In aanvulling op artikel 22.29 gelden de volgende regels voor het bouwen van hoofdgebouwen:
In aanvulling op en in afwijking van artikel 22.29 en 22.36 gelden de volgende regels voor bijgebouwen:
In aanvulling op artikel 22.29 gelden de volgende regels voor het bouwen van erkers op de gronden, die niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' of ter plaatse van de aanduiding 'erf':
In aanvulling op en/of in afwijking van artikel 22.29 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende regels:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning aan huis gebonden bedrijfsmatige activiteiten in een hoofd- of bijgebouw uit te oefenen.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 15.4.1 wordt alleen verleend als:
Tot gebruik, strijdig met dit artikel, wordt in ieder geval gerekend:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Woongebied'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Woongebied' heeft de volgende functies:
met de daarbij behorende:
Een gebouw moet (qua typologie, vormgeving en uiterlijk) voldoen aan een goede beeldkwaliteit. Of hiervan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de 'Beleidsregel Beeldkwaliteit Zandsestraat Bemmel'.
In aanvulling op artikel 22.29 gelden de volgende regels voor het bouwen van hoofdgebouwen:
In aanvulling op en in afwijking van artikel 22.29 en 22.36 gelden de volgende regels voor bijgebouwen:
In aanvulling op artikel 22.29 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende regels:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bij vrijstaande woningen, en twee-aaneengebouwde woningen één zijde van een hoofdgebouw op een kleinere afstand van de zijdelingse perceelsgrens te realiseren dan 3 m.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 16.4.1 wordt alleen verleend als: de nieuwe afstand van het hoofdgebouw tot de perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning aan huis gebonden bedrijfsmatige activiteiten in een hoofd- of bijgebouw uit te oefenen.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 16.4.3 wordt alleen verleend als:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning meer dan 146 woningen binnen de locatie 'Woongebied' te realiseren, waarbij het aantal hoofdgebouwen binnen een bouwvlak niet meer bedraagt dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 16.4.5 wordt alleen verleend als:
Tot gebruik, strijdig met dit artikel, wordt in ieder geval gerekend:
Het aantal woningen binnen de locatie 'Woongebied' mag niet meer bedragen dan 146.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - langdurig verblijf' is langdurig menselijk verblijf niet toegestaan, anders dan voor aanleg, onderhoud en instandhouding.
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Binnen het plangebied moet ten minste 1.549 m3 aan waterberging worden gerealiseerd en in stand gehouden.
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels:
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in artikel 18.4.1 en 18.4.2 uitsluitend van toepassing indien, het geschiedt op dezelfde plaats.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning ondergrondse bouwwerken te bouwen met een ondergrondse bouwdiepte van meer dan 3,5 m.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 18.5.1 wordt alleen verleend als:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een waterberging te realiseren met een lagere capaciteit dan 1549 m3.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 18.5.3 wordt alleen verleend als:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning af te wijken van in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 18.5.5 wordt alleen verleend als:
De voor 'vrijwaringszone - dijk' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de beschermingszone van de waterkering, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
De hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 3 m.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouwen zijnde hoger dan 3 m te bouwen.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 19.1.3 wordt alleen verleend als advies is verkregen van de beheerder van de beschermingszone van de waterkering.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 20.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 20.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Artikel 20.2.1 is niet van toepassing op het gebruik: