| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1701.527TAMHooiweg-0002 |
Dit TAM-IMRO omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de nieuwbouw van koloniewoningen aan de Hooiweg en wordt als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22z) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Westerveld. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties.
De in deze wijziging uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22z van het omgevingsplan van de gemeente Westerveld. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage [22z] gelezen worden.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk. Daarnaast geldt dat bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de aanvrager dient te motiveren waarom hij/zij van oordeel is dat wordt voldaan aan de beoordelingsregels.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in:
zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord met identificatienummer NL.IMRO.1701.527TAMHooiweg-0002 van de gemeente Westerveld;
het omgevingsplan van de gemeente Westerveld;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie;
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren;
waarden die aan een gebied zijn toegekend vanwege de kennis en wetenschap van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. Bij toetsing aan de archeologische waarden zal telkens het RAAP-rapport 2021 het toetsingskader zijn;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
een kleinschalige aan de woonfunctie ondergeschikte accommodatie voor recreatief nachtverblijf en ontbijt;
het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen;
een beperkt kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
een beperkt kwetsbare locatie als bedoeld in bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
het door de Ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij besluit van 6 november 2009 als beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord aangewezen gebied;
een opzichzelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist, tenzij in de regels anders is bepaald;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
de grens van een bouwvlak;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
grasland, akkerbouw- en tuinbouwgronden, die bedrijfsmatig, dan wel hobbymatig in gebruik zijn;
de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving;
een gebouw, of een gedeelte daarvan dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
een zelfstandig(e), dan wel samenwonend persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree;
een dak met een zekere helling;
een kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
een kwetsbare locatie als bedoeld in bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
de cultuurhistorische en de visuele waarden van het landschap. Bij de afweging van het begrip landschappelijke waarden zal het Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld steeds onderdeel van het toetsingskader zijn;
een dak bestaande uit één hellend dakvlak;
de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied (bij de afweging van het begrip natuurlijke waarden zal het onderdeel natuur dat geregeld is bij of krachtens de Omgevingswet steeds onderdeel van het toetsingskader zijn);
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden, dan wel met ten hoogste één wand;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding;
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Functionele ondergeschiktheid is niet vereist;
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de feitelijke indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt;
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
een zeer kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedruk, voor zover hiervan niet is afgeweken in lid 5.1 tot en met lid 5.6.
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Agrarisch.
Binnen de als Agrarisch aangewezen locaties zijn uitsluitend de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met daaraan ondergeschikt:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, gelden tevens de volgende bouwregels zoals opgenomen in dit lid 6.3.
Binnen de als Agrarisch aangewezen gronden en bouwwerken mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Binnen de als Agrarisch aangewezen gronden en bouwwerken zijn de volgende bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van toepassing:
Het is verboden binnen de als Agrarisch aangewezen gronden en bouwwerken te gebruiken voor:
Het is verboden op gronden ter plaatse van de locatie 'overige zone - spuitvrije zone' gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Bedrijf - Nutsvoorziening.
Binnen de als Bedrijf - Nutsvoorziening aangewezen locaties zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met de daarbijbehorende
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, gelden tevens de volgende bouwregels zoals opgenomen in dit lid 7.3.
Binnen de als Bedrijf - Nutsvoorziening aangewezen gronden en bouwwerken zijn de volgende bouwregels voor gebouwen en overkappingen van toepassing:
Binnen de als Bedrijf - Nutsvoorziening aangewezen gronden en bouwwerken bedraagt de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten hoogste 2,00 m.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Bos.
Binnen de als Bos aangewezen locaties zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met de daarbij behorende:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, gelden tevens de volgende bouwregels zoals opgenomen in dit lid 8.3.
Binnen de als Bos aangewezen gronden en bouwwerken mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Binnen de als Bos aangewezen gronden en bouwwerken zijn de volgende bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde van toepassing:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Tuin.
Binnen de als Tuin aangewezen locaties zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, gelden tevens de volgende bouwregels zoals opgenomen in dit lid 9.3.
Binnen de als Tuin aangewezen gronden en bouwwerken mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Binnen de als Tuin aangewezen gronden en bouwwerken bedraagt de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten hoogste 1,00 m.
Het is verboden binnen de als Tuin aangewezen gronden en bouwwerken te gebruiken voor het parkeren of het repareren van motorvoertuigen voor de voorgevel of het verlengde daarvan van een woning.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Verkeer - Onverhard.
Binnen de als Verkeer - Onverhard aangewezen locaties zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met daarbij behorende:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, gelden tevens de volgende bouwregels zoals opgenomen in dit lid 10.3.
Binnen de als Verkeer - Onverhard aangewezen gronden en bouwwerken mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Binnen de als Verkeer - Onverhard aangewezen gronden en bouwwerken bedraagt de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten hoogste 8,00 m.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Wonen - Koloniewoning.
Binnen de als Wonen - Koloniewoning aangewezen locaties zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, gelden tevens de volgende bouwregels zoals opgenomen in dit lid 11.3.
Binnen de als Wonen - Koloniewoning aangewezen gronden en bouwwerken zijn de volgende bouwregels voor koloniewoningen van toepassing:
Binnen de als Wonen - Koloniewoning aangewezen gronden en bouwwerken zijn de volgende bouwregels voor bijgebouwen van toepassing:
Binnen de als Wonen - Koloniewoning aangewezen gronden en bouwwerken zijn de volgende bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde van toepassing:
Aan huis verbonden beroep als bedoeld in lid 11.2 sub a is toegestaan als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Leiding - Gas.
Binnen de als Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor een ondergrondse leiding voor het transport van aardgas en de daarbijbehorende veiligheidszone en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functie(s) mag met inachtneming van de voor de betrokken functie(s) geldende (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
Binnen de als Leiding - Gas aangewezen gronden en bouwwerken mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve de ondergrondse leiding voor het transport van aardgas worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 3,00 m.
In aanvulling op 22.29 wordt de omgevingsvergunning ook verleend op de locatie Leiding - Gas als de bouwactiviteit betrekking heeft op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan bedoeld in sublid 12.3.1 ten behoeve van de andere daar voorkomende functies, mits:
Het is verboden binnen de als Leiding - Gas aangewezen gronden en bouwwerken te gebruiken voor het permanent opslaan van goederen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken als beperkt kwetsbaar gebouw en locatie, kwetsbaar gebouw en locatie en zeer kwetsbaar gebouw ter plaatse van de locatie Leiding - Gas.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 12.5.2 wordt verleend als:
Het is verboden op of in de voor Leiding - Gas aangewezen gronden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of van werkzaamheden uit te voeren:
De vergunningplicht in artikel 12.6 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.6 wordt verleend als:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie.
De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden.
Het uitvoeren van bodemingrepen over een oppervlakte van meer dan 70 m2 en op een grotere diepte dan 30 cm is uitsluitend toegestaan indien de bodemingreep wordt begeleid door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders te stellen kwalificaties.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 2.
De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden.
Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 0,30 m wordt geroerd, met uitzondering van:
In aanvulling op 22.29 wordt de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in zoverre in afwijking van 14.3 ook verleend als de bodem wordt geroerd over een oppervlakte van 1.000 m2 of groter, en dieper dan 0,3 indien:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het gebied Waarde - Archeologie 2 wordt in het geval de aanvraag betrekking heeft op het geval bedoeld in 14.4 in aanvulling op artikel 22.35 door de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Het is verboden op of in de voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of van werkzaamheden uit te voeren:
De vergunningplicht bedoeld in lid 14.7 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.7 sub a wordt verleend als:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 14.7 wordt overlegd:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Cultuurhistorie.
Het is verboden op of in de voor Waarde - Cultuurhistorie aangewezen gronden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of van werkzaamheden uit te voeren:
De vergunningplicht bedoeld in lid 15.3 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.3 wordt in het geval deze betrekking heeft op het rooien van laanbeplanting het volgende vergunningvoorschrift verbonden:
Het is verboden op of in de voor Waarde - Cultuurhistorie aangewezen gronden zonder omgevingsvergunning hoofdgebouwen of delen daarvan, voor zover deze geen rijks- dan wel provinciaal monument betreffen, te slopen.
De vergunningplicht bedoeld in lid 15.7 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.7 sub a wordt verleend als:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 22.26 wordt in aanvulling op 22.29 en in afwijking van 15.10 ook verleend als:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt in zoverre in afwijking van de overige bouwregels in het plan ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de bebouwingskarakteristiek van de straat en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken voor zover het gaat om:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen te gebruiken voor bed and breakfast.