direct naar inhoud van Artikel 3 Agrarisch
Plan: Buitengebied, Leertendijk ong. Den Ham
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1700.BPBG2009PH0022-VAS1

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1

De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een grondgebonden agrarisch bedrijf;
  • b. detailhandel in ter plaatse vervaardigde producten;
  • c. recreatie in de vorm van:
    • 1. educatie c.q. voorlichting binnen het bouwvlak;
    • 2. extensief recreatief medegebruik;
  • d. ondersteunende horeca binnen het bouwvlak ten behoeve van recreatie, zoals een terras;
  • e. watergangen ten behoeve van de waterhuishouding;

tevens zijn deze gronden bestemd voor:

  • f. windmolens;
  • g. het vasthouden, bergen en afvoeren van water voor bestaande watergangen;

met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen en erven.

3.1.2

Maximaal 200 m2 van de gronden als bedoeld in artikel 3.1.1 mag worden gebruikt ten behoeve van ondersteunende horeca, met dien verstande dat:

  • a. maximaal 100 m2 binnen gebouwen is toegestaan;
  • b. maximaal 100 m2 buiten gebouwen is toegestaan;
3.1.3

Maximaal 100 m2 van de gronden als bedoeld in artikel 3.1.1 mag worden gebruikt ten behoeve van de verkoop van ter plaatse vervaardigde producten.

3.2 Bouwregels

Uitsluitend de volgende bebouwing is toegestaan:

  • a. binnen het bouwvlak:
    • 1. bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, met een maximale bouwhoogte van 12 m en een maximale goothoogte van 5,5 m;
    • 2. bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronder sleufsilo's en mestopslagplaatsen, met een maximale bouwhoogte van 7 m;
    • 3. windmolens en antennemasten met een maximale hoogte van 15 m;
  • b. buiten het bouwvlak, bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronder terreinomheiningen met een maximale hoogte van 2 m, met dien verstande dat op gronden gelegen buiten het bouwperceel geen sleufsilo's en mestopslagplaatsen mogen worden opgericht.
3.3 Wijzigingsbevoegdheid
3.3.1

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen voor wat betreft het wijzigen van de begrenzingen van het agrarische bouwperceel, mits:

  • a. de wijziging noodzakelijk is in het kader van een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf;
  • b. het bouwperceel hierdoor geen groter aaneengesloten oppervlak krijgt dan 1,5 ha voor alle agrarische bedrijven niet zijnde intensieve veehouderijbedrijven.
3.3.2

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van het toestaan van extensieve veehouderij met dien verstande dat:

  • a. extensieve veehouderij uitsluitend is toegestaan binnen het bouwvlak;
  • b. het vloeroppervlak ten behoeve van extensieve veehouderij niet meer mag bedragen dan 250 m²;
  • c. uit onderzoek moet blijken dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de natuurwaarden van het omliggend gebied;
  • d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van overige in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
3.3.3

Alvorens een wijzigingsbesluit te nemen dienen burgemeester en wethouders aan te tonen dat:

  • a. de waarden en functies alsmede de belangen van de gebruikers en/of eigenaren van de nabijgelegen gronden en agrarische bedrijven niet onevenredig worden geschaad;
  • b. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het aanwezige woon- en leefklimaat;
  • c. het plan uitvoerbaar is, waaronder begrepen de milieutechnische toelaatbaarheid en de landschappelijke inpasbaarheid.
3.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen:

  • a. een gebruik voor doeleinden van handel en/of nijverheid, anders dan de agrarische handel overeenkomstig de bestemming;
  • b. een gebruik voor doeleinden van verblijfsrecreatie en actieve recreatie in de vorm van het crossen met motorvoertuigen en het beoefenen van de modelvliegtuigsport;
  • c. een gebruik van de onbebouwde grond als stort- en/of opslagplaats van grond, vuilnis, afvalstoffen en/of al dan niet aan het gebruik onttrokken goederen en materialen, anders dan als opslag ten behoeve van het normale gebruik, zoals mestopslag en kuilvoeropslag op het agrarisch bouwperceel;
  • d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.