direct naar inhoud van Regels
Plan: Schoolstraat 12, 13 & 14 Vroomshoop
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1700.201504BPVHPH-vas2

Regels

Behorende bij Bestemmingsplan “Schoolstraat 12, 13 & 14 Vroomshoop”

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan:

Het bestemmingsplan Schoolstraat 12, 13 & 14 Vroomshoop met identificatienummer NL.IMRO.1700.201504BPVHPH-vas2 van de gemeente Twenterand.

1.2 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);

1.3 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regelgeving regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 een aannemingsbedrijf van sloop-, bouw- en infrawerken:

een bedrijf waarvan de activiteiten bestaan uit:

  • 1. het stallen, onderhouden, proefdraaien, reinigen, logistiek gereed maken van machines, voer- /vaartuigen, werktuigen, materieel, gereedschappen, hulpmiddelen, opslagvoorzieningen, containers, units, apparatuur en installaties die elders gebruikt worden bij de uitvoering van sloop- , bouw- en infrastructurele projecten;
  • 2. de op- en overslag van producten, materieel, grond- en hulpstoffen die gebruikt worden bij de uitvoering van sloop-, bouw- en infrastructurele projecten;
  • 3. het innemen, op- en overslaan en uitsorteren van grondstoffen die direct gerelateerd zijn aan een aannemingsbedrijf van sloop-, bouw- en infrawerken zoals granulaten, zand, grind, grond en (secundaire) bouwstoffen waaronder hout (-vezels/snippers), steen e.d.;
  • 4. het innemen, op- en overslaan en uitsorteren van bouw- en sloopafval en snoeihout dat incidenteel

en in beperkte mate voorkomt in bouw- en sloopafval;

  • 5. het innemen en/of gesorteerd op- en overslaan van de volgende gevaarlijke afvalstoffen:
    • a. klein chemisch afval en klein gevaarlijk afval tot maximaal 10 ton in een opslagvoorziening conform de Publicatie Gevaarlijke Stoffen 15;
    • b. verpakt asbest tot maximaal 30 ton;
    • c. gevaarlijke afvalstoffen die incidenteel en in beperkte mate voorkomen in bouw- en sloopafval.
  • 6. het exploiteren van een openbare weegbrug;
  • 7. het houden van kantoor en bieden van facilitaire ondersteunende voorzieningen ten behoeve van de uitvoering van bovenstaande activiteiten (waaronder kantine, toiletten, douches, magazijn, verlichting e.d.)
1.6 afvalstoffen:

afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 lid 1 van de Wet milieubeheer;

1.7 bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde;

1.8 bedrijfswoning:

Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, die een functionele binding heeft met het bedrijf. Hiervan is sprake als deze persoon minimaal 36 uur per week bij dat bedrijf werkzaam is en zijn of haar hoofdinkomen uit het bedrijf genereert;

1.9 bestaande afstand:

de afstand die bestond op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, met uitzondering van (het deel van) de bouwwerken die niet legaal gebouwd zijn.

1.10 bestaand bebouwingspercentage:

het percentage van het bouwperceel dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd en dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, met uitzondering van (het deel van) de bouwwerken die niet legaal gebouwd zijn;

1.11 bestaand bouwwerk

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor het bouwen, met uitzondering van (het deel van) de bouwwerken die niet legaal gebouwd zijn.

1.12 bestaand gebouw

een gebouw dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor het bouwen;

1.13 bestaand gebruik

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, met uitzondering van het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling(en) van dat plan.

1.14 bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

1.15 bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.16 Bevi-inrichting:

een inrichting als bedoeld in artikel 2 van het Besluit externe veiligheid;

1.17 Bewerken / verwerken:

het aan een afvalstof verrichten van mechanische of chemische handelingen in een installatie, waardoor die afvalstof qua samenstelling of emissie verandert. Hieronder valt in ieder geval breken en zeven.

1.18 bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.19 bouw- en sloopafval:

sorteerbare afvalstoffen afkomstig van bouw- en sloopwerken. Hieronder worden de volgende afvalstoffen verstaan: hout A, B of B-massief, kunststoffen (folie, PVC, etc), mineralen, gips, zand, steen, ferrometalen, niet-ferrometalen, papier en karton, puin, asfaltpuin,freesasfalt. Incidenteel en in beperkte mate kunnen daarin andere afvalstoffen aanwezig zijn zoals grof huishoudelijk afval, huisraad/inboedel,, bruin-en witgoed;

1.20 bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

1.21 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.22 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel;

1.23 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde zijn toegelaten;

1.24 bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.25 detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.26 dierlijke afvalstoffen:

afval van dierlijke oorsprong;

1.27 gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.28 gevaarlijke afvalstoffen:

afvalstoffen die in de Europese afvalstoffenlijst (EURAL) zijn aangemerkt als 'gevaarlijk' . "

1.29 gevoelige gebouwen:

woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van die gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;

1.30 hout:

massief hout, geverfd hout, hardboard, zachtboard, niet zijnde snoeihout of hout dat asbest of andere gevaarlijke stoffen bevat;

1.31 huishoudelijke afvalstoffen:

huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 lid 1 van de Wet milieubeheer;

1.32 groenvoorzieningen:

onbebouwd gebied, bestaande uit grasvelden, (opgaande) beplantingen, waterpartijen, speelvoorzieningen en voetpaden;

1.33 inrichting:

een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 lid 4 van de Wet milieubeheer;

1.34 kunstwerk:

een bouwwerk geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een voortbrengsel van de beeldende kunsten, danwel een daarmee gelijk te stellen voorziening;

1.35 meststoffen:

meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Meststoffenwet;

1.36 opslag:

Het bewaren / tijdelijk in bezit hebben van (afval)stoffen zonder dat deze een be-verwerkingshandeling ondergaan. Het uitsorteren van verontreinigingen en het opbulken maken onderdeel uit van opslag;

1.37 overslag:

opslag van (afval)stoffen voor de duur zoals genoemd in onderstaande tabel inclusief de daarbij behorende handelingen zoals (be)laden, lossen, overladen, hevelen en dergelijke met behulp van bijvoorbeeld wielladers, kranen, transportbanden, leidingen. Het uitsorteren van verontreinigingen en het opbulken maken onderdeel uit van overslag.

Onder overslag valt eveneens

  • 8. het kortdurend stallen van containers (met inhoud)
  • 9. het overbrengen van stoffen vanaf een opberg- of transportmiddel in een ander (meestal) groter opberg- of transportmiddel,
  • 10. het stallen van met stoffen geladen voertuigen,
Afvalstof   Maximum verblijfstijd bij overslag  
Verpakte gevaarlijke afvalstoffen   2 x 24 uur  
Overige afvalstoffen   7 x 24 uur  

Bij een langere verblijfstijd is sprake van opslag;

1.38 peil:
  • a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang plus 0,25 m;
  • b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
  • c. voor een ander bouwwerk: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw.
1.39 prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

1.40 radioactieve stoffen:

stoffen zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Kernenergiewet;

1.41 reclame:

iedere openbare aanprijzing van goederen, diensten, of denkbeelden (tezamen: producten). Onder reclame wordt mede verstaan het vragen van diensten;

1.42 seksshop:

detailhandel in overwegend erotische artikelen waaronder mede begrepen een videotheek waar overwegend erotische films worden verhuurd;

1.43 teerhoudend asfalt:

asfalt waarbij de concentratie aan PAK10 gelijk dan wel groter is dan 75 mg/kg droge stof.

1.44 uitsorteren:

het scheiden van incidenteel voorkomende verontreinigingen uit een vrijwel schone materiaalstroom of uit een mengsel van vrijwel schone materiaalstromen. Uitsorteren is een vorm van opslag of overslag.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen zoals dakkapellen en wolfseinden en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen;

2.2 de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen, exclusief de inhoud van kelders voor zover deze zijn gelegen onder een gebouw en deze van buiten niet toegankelijk zijn;

2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.5 de afstand tot de perceelgrens:

vanaf enig punt van een bouwwerk tot de perceelgrens.

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de plaatsing van gebouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilaster, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven zoals genoemd in de in Bijlage 1 opgenomen en bij deze regels behorende Staat van bedrijven onder de categorieën
    I. 1 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf, categorie 1 bedrijf'
    II. 1 en 2 ter plaatse van het resterende deel van de gronden met de bestemming 'bedrijf';
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aannemingsbedrijf van sloop-, bouw- en infrawerken' een aannemingsbedrijf van sloop-, bouw- en infrawerken
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'zelfstandig kantoor' een zelfstandig kantoor;

met de daarbij behorende:

  • d. gebouwen;
  • e. bouwwerken geen gebouw zijnde met dien verstande dat een weegbrug alleen is toegestaan op de locatie met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – positie weegbrug”;
  • f. groenvoorzieningen;
  • g. geluidswerende voorzieningen;
  • h. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • i. verkeer- en parkeervoorzieningen met dien verstande dat de ontsluiting van het plangebied uitsluitend plaatsvindt ter plaatse van de “specifieke vorm van bedrijf - in- en uitrit”;
  • j. nutsvoorzieningen
  • k. terreininrichting zoals verlichting, omheining, verharding, laadpalen voor elektrische voertuigen e.d.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen

Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan;
  • c. de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding aangegeven hoogtematen;
  • d. 100% van een bouwvlak mag worden bebouwd;
  • e. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel, indien een geringere afstand aanwezig is, de afstand zoals die bestond op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan met dien verstande dat aan de oostelijke en meest zuidelijke perceelgrens tot op de perceelgrens gebouwd mag worden.

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:

  • a. binnen het bouwvlak mag de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedragen.
  • b. buiten het bouwvlak mag de bouwhoogte niet meer dan 4 m bedragen, met dien verstande dat:
    • 1. de hoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan aangegeven op de verbeelding
    • 2. keerwanden tbv stort- en/of opslagvakken mogen tot op de perceelgrens worden gebouwd tot een maximale hoogte zoals aangegeven op de verbeelding;
    • 3. de hoogte van geluidswerende voorziening mag niet meer bedragen dan aangegeven op de verbeelding;
    • 4. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;
    • 5. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 m bedragen;
    • 6. de hoogte van reclame objecten mag ten hoogste 6 meter bedragen;
    • 7. de hoogte van lichtmasten mag ten hoogste 12 meter bedragen.
3.3 Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Algemeen
  • a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming.
  • b. Onder strijdig gebruik met de bestemming 'Bedrijf' wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor:
    • 1. Bevi-inrichtingen;
    • 2. Zelfstandige kantoren, met uitzondering ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven aanduiding “zelfstandig kantoor”;
    • 3. Detailhandel met dien verstande dat het verhandelen van grondstoffen die direct gerelateerd zijn aan het aannemingsbedrijf van sloop-, bouw- en infrawerken, niet wordt meegerekend;
    • 4. Wonen;
    • 5. Prostitutie;
    • 6. Het be- en verwerken van afvalstoffen;
    • 7. Het innemen, op- en overslaan en sorteren van gevaarlijke afvalstoffen met uitzondering van de in artikel 1.5 genoemde gevaarlijke afvalstoffen en hoeveelheden;
    • 8. Het innemen, op- en overslaan en sorteren van radioactieve stoffen;
    • 9. Het innemen, op- en overslaan en sorteren van dierlijke afvalstoffen;
    • 10. Het innemen, op- en overslaan en sorteren van meststoffen;
    • 11. Het innemen, op en overslaan en sorteren van slib;
    • 12. Het innemen, op en overslaan en sorteren van geurende en rottende afvalstoffen;
    • 13. Het innemen, op en overslaan en sorteren van explosieven;
    • 14. De op- en overslag van stoffen en (gestapeld) materieel die hoger is dan 6 meter.
  • c. Onder strijdig gebruik met de bestemming 'Bedrijf' wordt in ieder geval aangemerkt het gebruik waarbij de geluidproductie van de inrichting tot gevolg heeft dat de in de onderstaande tabel aangegeven waarden worden overschreden.
Tabel 2.17a  
    07:00–19:00 uur   19:00–23:00 uur   23:00–07:00 uur  
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen   50 dB(A)   45 dB(A)   40 dB(A)  
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen   70 dB(A)   65 dB(A)   60 dB(A)  

 

(LAmax) = maximaal geluidsniveau;  maximaal geluidsniveau gemeten in de meterstand «F» of «fast», als vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai;

(LAr,LT) = Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau:  het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai;

  • d. Onder strijdig gebruik met de bestemming 'Bedrijf' wordt aangemerkt de op- en overslag en/of het uitsorteren van meer dan 49 ton afvalstoffen per dag.
3.3.2

Op het op de verbeelding aangegeven gearceerde gebied, ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf uitgesloten - rijden met rupsmaterieel en opslag containers” is rijden met zware rupsvoertuigen en opslag van containers niet toegestaan.

3.3.3

Op het op de verbeelding aangegeven gebied, ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf uitgesloten - gebruik als toegangsweg” is het gebruik als toegangsweg naar het achterterrein niet toegestaan, behoudens calamiteiten.

3.3.4

Op het buitenterrein, behoudens het op de verbeelding aangegeven gebied, ter plaatse van de aanduiding “opslag”, is op- overslag en uitsorteren niet toegestaan.

3.3.5

Op het buitenterrein is op- en/of overslag en/of uitsorteren van stuifgevoelige (afval)stoffen in de klasse S4 en S5, niet toegestaan bij lokaal gemeten windsnelheden vanaf windkracht 8.

3.3.6

Indien het gebruik van terreinverlichting een zodanige hoeveelheid strooilicht naar de directe omgeving verspreidt, dat de relevante richtlijnen voor lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (Algemene richtlijn betreffende lichthinder, deel 2 Terreinverlichting HI-102) worden overschreden, dan is het gebruik in strijd met het bestemmingsplan.

3.4 Voorwaardelijke verplichtingen
3.4.1 realisatie bebouwing
  • a. Indien de bebouwing, zoals opgenomen in de aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen behorende bij de coördinatieregeling van dit bestemmingsplan, niet binnen 1,5 jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning is gerealiseerd en na realisatie in stand wordt gehouden is het gebruik van het bedrijfsterrein, strijdig met het bestemmingsplan.
  • b. Indien de nieuwe weegbrug niet binnen 1,5 jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning behorende bij de coördinatieregeling van dit bestemmingsplan, is gerealiseerd en in gebruik is genomen en het gebruik van de oude weegbrug, direct na de realisatie van de nieuwe, is gestaakt en gestaakt wordt gehouden, dan is het gebruik van het bedrijfsterrein in strijd met het bestemmingsplan.

3.4.2 realisatie beplanting
  • a. Indien de blokkenwanden langs de noordelijke, zuidelijke en oostelijke erfgrenzen aan de niet naar het bedrijfsterrein gekeerde zijde, niet binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan en van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de blokkenwanden, wordt voorzien van een groenblijvende klimop, beplanting welke ten minste 1x per jaar wordt onderhouden en in stand wordt gehouden, is het gebruik van het bedrijfsterrein in strijd met het bestemmingsplan.   
3.5 Afwijken van de gebruiksregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1, onder a, en worden toegestaan dat tevens bedrijven worden toegelaten die niet zijn genoemd in de Staat van bedrijven, of die volgens de bij deze regels behorende Staat van bedrijven van één categorie hoger zijn voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de reeds toegelaten categorie, met dien verstande dat de functies en activiteiten als genoemd in 3.3.1, onder b, sub 1 tot en met 14 niet zijn toegestaan.

Artikel 4 Verkeersdoeleinden

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeersdoeleinden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bewegend en stilstaand verkeer en de daarbij behorende voorzieningen;
  • b. parkeervoorzieningen;
  • c. voorzieningen ten behoeve van duurzaam bodem- en waterbeheer;
  • d.  voorzieningen ten behoeve van nutsvoorzieningen;
  • e. groenvoorzieningen;
  • f. geluidwerende voorzieningen;
  • g. parkeren en stallen van verkeersmiddelen.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen

Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd.

4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van het volgende: 

  • a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen 3 meter.
4.3 Specifieke gebruiksregels

Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming.

Artikel 5 Algemene aanduidingsregels

5.1 Milieuzone - intrekgebied

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - intrekgebied' geldt dat deze gronden zijn aangewezen voor de bescherming en het veiligstellen van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening.

5.1.1 Specifieke gebruiksregels

Onder verboden gebruik wordt verstaan een gebruik van de onbebouwde grond en de opstallen op een zodanige wijze, dat daardoor de kwaliteit van de bodem en de kwaliteit van het (grond)water in gevaar kan komen. Hieronder wordt in ieder geval niet begrepen:

  • a. het gebruik door de in de bestemmingsomschrijving toegestane bedrijvigheid voor zover dat bodembeschermingsmaatregelen heeft getroffen op grond van een beoordeling conform de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming waarmee een verwaarloosbaar bodemrisico is bereikt.
  • b. activiteiten / bedrijvigheid genoemd in bijlage 1 van de regels
5.1.2 Afwijken van de bouw- en gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.1.1, mits vooraf advies wordt ingewonnen bij de provincie Overijssel, voor het bouwen en/of een verruiming van het toegestane gebruik, mits de risico's op de verontreiniging van het grondwater niet worden vergroot en de grondwaterkwaliteit niet vermindert.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van dit plan.

Artikel 8 Overige regels

8.1 Parkeergelegenheid
  • a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat, gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's en/of vrachtauto's op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw behoort.
  • b. voldoende betekent dat ten minste wordt voorzien in het aantal parkeerplaatsen overeenkomstig een berekening van de parkeerbehoefte op basis van de kencijfers uit CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'.
  • c. De onder b bedoelde ruimte voor het parkeren en stallen van auto's en vrachtauto's moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's en op gangbare vrachtauto's.
8.2 Laden en lossen
  • a. Met betrekking tot het gebruik van in dit plan begrepen gronden en bouwwerken is het verboden om buiten het plangebied te laden en te lossen.
8.3 Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het eerste lid:

  • a. indien het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit;

of

  • b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte kan worden voorzien.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 9 Overgangsrecht

9.1 Overgangsrecht bouwwerken
9.1.1 Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
9.1.2 Uitzondering overgangsrecht bouwwerken

Lid 9.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.2 Overgangsrecht gebruik
9.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

9.2.2 Verandering strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

9.2.3 Hervatting beëindigd gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 9.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

9.2.4 Uitzondering overgangsrecht gebruik

Lid 9.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder mede begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 10 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan Schoolstraat 12, 13 & 14 Vroomshoop.