Artikel 1 Begrippen
1.1 plan:
het bestemmingsplan Terra Nova met identificatienummer NL.IMRO.1696.BP2800ternova2015-va01 van de gemeente Wijdemeren;
1.2 bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
1.3 aanduiding:
een geometrisch
bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge
de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het
bebouwen van deze gronden;
1.4 aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5 aan huis gebonden beroep:
een beroep of het
beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridische,
medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk
te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daar
bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden
uitgeoefend;
1.6 aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten:
het verlenen van
diensten, het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of
overwegend door middel van handwerk uit te oefenen), het verstrekken
van logies en ontbijt (bed and breakfast) waarvan de aard, omvang en
uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in de woning met behoud van
de woonfunctie ter plaatse kan worden uitgeoefend;
1.7 afhankelijke woonruimte:
een bijbehorend
bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en
waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg
gevestigd is;
1.8 bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.9 bebouwingspercentage:
het percentage van de oppervlakte van een bouwvlak, dat mag worden bebouwd;
1.10 bedrijf:
een onderneming
waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en
verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van
diensten, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als
niet zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop
c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde
goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de
uitgeoefende handelingen;
1.11 bedrijfsmatige activiteiten:
bedrijfsmatige
activiteiten - geen dienstverlening zijnde - en ambachtelijke
verzorgende bedrijvigheden, geheel of overwegend door middel van
handwerk;
1.12 bedrijfsmatige exploitatie:
een bedrijf,
stichting of andere rechtspersoon met een economische activiteit,
waaronder ook beheersactiviteiten dienen te worden verstaan, al dan
niet gericht op het maken van winst;
1.13 beroepsmatige activiteit:
een beroep, of
beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch,
medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee
gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning
en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen
worden uitgevoerd;
1.14 beschoeiing:
een constructie
die wordt gebruikt voor de bescherming van een oever of waterkant tegen
afkalven, golfkrachten en andere invloeden;
1.15 bestaande bouwwerken
bestaand ten
tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp, dan
wel mogen worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde
vergunning;
1.16 bestaand gebruik
bestaand ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan;
1.17 bestaande goothoogte/bouwhoogte:
de goothoogte/bouwhoogte die bestaat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;
1.18 bestaande oppervlakte:
de oppervlakte die bestaat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;
1.19 bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak;
1.20 bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.21 bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van
een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel
bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en
met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
1.22 bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
1.23 bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
1.24 bouwlaag:
een doorlopend
gedeelte van een gebouw dat door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende
vloeren of balklagen is begrensd, dat met inbegrip van kelderlagen,
onderbouw en kapverdiepingen;
1.25 bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop, ingevolge de regels, een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.26 bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel;
1.27 bouwvlak:
elke constructie
van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij
direct hetzij indirect, met de grond is verbonden, hetzij direct of
indirect steun vindt in of op de grond;
1.28 bouwwerk:
elke constructie
van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij
direct hetzij indirect, met de grond is verbonden, hetzij direct of
indirect steun vindt in of op de grond;
1.29 cultuurhistorische waarden:
de aan een
bouwwerk, gebied of landschapselement toegekende waarde in verband met
ouderdom, gaafheid, zeldzaamheid en herkenbaarheid vanuit historisch
oogpunt;
1.30 erf:
de oppervlakte van het bouwperceel, uitgezonderd de oppervlakte van het hoofdgebouw;
1.31 extensieve recreatie:
die vormen van
openluchtrecreatie, waarbij vooral het landschap of bepaalde aspecten
daarvan worden beleefd, zoals wandelen en fietsen, waarbij relatief
weinig recreanten aanwezig zijn per oppervlakte-eenheid en die
plaatsvinden in een gebied zonder recreatievoorzieningen;
1.32 gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.33 hoofdgebouw:
een gebouw, dat
op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen
dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te
merken;
1.34 kampeermiddelen:
tenten,
tentwagens, kampeerauto’s of caravans; enige andere onderkomens
of enige andere voertuigen of gewezen voertuigen of gedeelten daarvan,
voor zover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze
onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of
opgericht, dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief
nachtverblijf;
1.35 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen:
voorzieningen ten
behoeve van activiteiten zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen,
kanoën en natuurobservatie in de vorm van aanlegsteigers,
picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken en
daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
1.36 landschappelijke waarde:
de aan een gebied
toegekende waarde, wat betreft het waarneembare deel van het
aardoppervlak, welke waarde wordt bepaald door de herkenbaarheid en
identiteit van de onderlinge samenhang en beïnvloeding van
niet-levende en levende natuur;
1.37 maaiveld:
de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft;
1.38 mantelzorg:
het bieden van
zorg aan eenieder die aantoonbaar hulpbehoevend is op het fysieke,
psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten
organisatorisch verband;
1.39 natuurlijke waarden:
de aan een gebied
toegekende waarden in verband met de geologische, geomorfologische,
bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in
onderlinge samenhang, voorkomende in dat gebied;
1.40 nutsvoorziening:
voorzieningen ten
behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes,
gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties,
gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse)
afvalinzameling, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie;
1.41 oeverlijn:
scheiding tussen land en water;
1.42 onderkomens:
voor verblijf
geschikte – al dan niet aan hun bestemming onttrokken - voer-,
vaar- en vliegtuigen, arken, caravans, living vans alsook tenten;
1.43 peil:
- voor bouwwerken waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
- in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;
1.44 pleziervaartuig:
elk vaartuig dat
uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor enige vorm van
pleziervaart, waterrecreatie of watersport met uitzondering van een
zeilplank;
1.45 prostitutie:
het bedrijfsmatig
– of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt –
gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een
vaartuig, verrichten van seksuele handelingen met een ander, nader te
onderscheiden in:
- raamprostitutie: prostitutie waarbij de seksueel-erotische dienstverlening zichtbaar vanaf de openbare weg wordt aangeboden;
- bordeelprostitutie:
prostitutie waarbij de seksueel-erotische dienstverlening in een
besloten daarvoor ingerichte of bedoelde ruimte wordt aangeboden;
1.46 seksinrichting:
de voor het
publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de
omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden
verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden;
onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een
prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een
seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub, al dan niet
in combinatie met elkaar;
1.47 steiger:
bouwwerk in het water, bedoeld als aanlegplaats voor vaartuigen;
1.48 tuin:
Gedeelte van het erf dat geheel of gedeeltelijk is ingericht met gazons, planten en/of bomen;
1.49 tuinmeubilair:
voorzieningen ten
behoeve van particuliere tuinen in de vorm van meubilair,
verlichtingsvoorzieningen, parasols, speelhuisjes, zandbakken,
schommels, en daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
1.50 voorgevel:
de gevel van een woning die naar aard en oriëntatie als belangrijkste beeldbepalende gevel kan worden aangemerkt;
1.51 waterpeil:
de hoogte van het water;
1.52 woning:
een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden.
Artikel 2 Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1 de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.2 de goothoogte van een bouwwerk:
- vanaf het peil
tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord,
of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
- voor bouwwerken
boven of in water: vanaf het waterpeil tot aan de bovenkant van de
goot, dan wel de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te
stellen constructiedeel;
2.3 de inhoud van een bouwwerk:
tussen de
onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels
(en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en
dakkapellen;
2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het
(water)peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een
bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte
bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee
gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.5 de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de
buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren,
neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte
bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.6 de oppervlakte van een overkapping:
tussen de
buitenzijden van de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke
scheidsmuren en/of tussen de verticale projectie van de buitenste maten
van het bouwwerk;
2.7 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de gemeenschappelijke scheidingsmuren.
2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Buitenplaats
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Buitenplaats' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- de
instandhouding en het beheer van de cultuurhistorisch waardevolle
bouwwerken in de vorm van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en
bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
- de
instandhouding en het beheer van de landschaps-, cultuurhistorische en
natuurwaarden in de vorm van waterpartijen, tuinen, parken, bossen,
paden en lanen;
- wonen met aan-huis-verbonden beroepen of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – 1’ uitsluitend een thee- of tuinkoepel;
- extensieve dagrecreatie;
- bij deze
bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, moestuinen,
(ontsluitings)wegen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen,
ijskelders, waterhuishoudkundige voorzieningen, kademuren, water en
bijbehorende bruggen.
3.2 Bouwregels
Ter plaatse van
de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd
ten behoeve van de bestemming met inachtneming van de volgende regels:
3.2.1 Gebouwen
- gebouwen worden enkel binnen het bouwvlak gebouwd;
- het gezamenlijke
oppervlakte aan bebouwing, incl. bijbehorende bouwwerken en
overkappingen, bedraagt niet meer dan het bebouwingspercentage
opgenomen op de verbeelding;
- indien geen bebouwingspercentage is opgenomen mag het volledige bouwvlak worden bebouwd;
- ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' is ten hoogste de aangegeven goot- en bouwhoogte toegestaan;
- het aantal
woningen bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal
wooneenheden' ten hoogste het aantal aangegeven woningen;
- indien geen aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' zijn enkel bijbehorende bouwwerken bij de woning toegestaan;
- in aanvulling op
artikel 3 lid 2.1 sub f is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke
vorm van recreatie – 1’ uitsluitend een thee- of
tuinkoepel toegestaan;
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
- de bouwhoogte voor beschoeiingen mag, gemeten ten opzichte van het waterpeil ter plaatse, niet meer bedragen dan 1 meter;
- de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter;
- de bouwhoogte voor antenne-installaties op gebouwen, niet zijnde schotelantennes mag niet meer bedragen dan 5 meter;
- de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter.
3.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag
kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde
in artikel 3 lid 1 voor de maximale goot- en bouwhoogte, onder
voorwaarden dat:
- afwijken uitsluitend binnen de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’ is toegestaan
- de maximale goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 10 respectievelijk 16 meter;
- afwijken enkel mogelijk is ter plaatse van de aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden’;
- naar oordeel van het college de afwijking landschappelijk en stedenbouwkundig gewenst is;
- naar oordeel van het college de afwijking ecologisch inpasbaar is;
- ten aanzien van
de aspecten genoemd in artikel 3 lid 3 sub c en sub d dient advies te
worden gevraagd aan een terzake deskundige.
3.4 Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Algemeen
Als gebruik in strijd met de bestemming, geldt in ieder geval het gebruik van de in artikel 3 lid 1 bedoelde gronden voor:
- bewoning van bijbehorende bouwwerken;
3.4.2 Aan-huis-verbonden beroepen of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
In een woning zijn een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige activiteiten toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- de
aan-huis-verbonden beroeps- of kleinschalige bedrijfsmatige
activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen
daaraan ondergeschikt te zijn in die zin dat de woonfunctie de primaire
functie dient te blijven. Dit betekent dat niet meer dan 30% van het
vloeroppervlak van de woning, inclusief aan- en uitbouwen ten behoeve
van het aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige
activiteiten mag worden gebruikt;
- de activiteiten
mogen geen hinder opleveren voor de woonsituatie. Dit betekent dat in
geval van bedrijfsactiviteiten uitsluitend bedrijfsactiviteiten zijn
toegestaan in categorie 1 van de van deze regels deel uitmakende Staat
van Bedrijfsactiviteiten;
- de activiteiten
mogen zowel naar de aard als ten aanzien van de visuele aspecten ervan
geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving;
- de activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen;
- de activiteiten
mogen geen nadelige invloed hebben op de normale verkeersafwikkeling en
geen onevenredige parkeerdruk veroorzaken.
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.5.1 Verbod
Het is verboden
zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,
geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het ontginnen, ophogen, afgraven, bodemverhogen en egaliseren van gronden;
- het dempen, graven, afdammen, vergroten of herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater;
- het aanbrengen van opgaande beplantingen;
- het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplantingen;
- het aanleggen van verharde en halfverharde wandel- en fietspaden en overige verhardingen;
- het aanbrengen
van boven- of ondergrondse transport-, energie- of
telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies of
apparatuur.
3.5.2 Uitzondering
Het in artikel 6 lid 5.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
- het normale onderhoud betreffen;
- reeds in uitvoering zijn op het tijdstip dat dit plan rechtskracht krijgt;
- reeds mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende vergunning.
3.5.3 Toetsing
De in artikel 3
lid 5 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen
onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke
en/of cultuurhistorische waarden.
Artikel 4 Natuur
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurlijke en/of landschappelijke waarden;
- bos en andere houtopstanden;
- water, sloten, kreken en daarmee gelijk te stellen waterlopen;
- beschoeiingen;
- het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden;
- uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'steiger': een steiger;
- uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – 2’: een botenhuis;
4.2 Bouwregels
Ter plaatse van
de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd
ten behoeve van de bestemming met inachtneming van de volgende regels:
4.2.1 Gebouwen
- het bouwen van gebouwen is niet toegestaan;
- in afwijking van
het gestelde in artikel 4.2 lid 1 sub a is uitsluitend binnen de
aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – 2’ een
botenhuis toegestaan;
- de oppervlakte van een botenhuis mag niet meer dan 30 m2 bedragen;
- de goot- en bouwhoogte van een botenhuis mag niet meer bedragen dan respectievelijk 2,75 m en 5 m.
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- uitsluitend binnen de aanduiding ‘steiger’ is een steiger toegestaan;
- de bouwhoogte
van steigers en beschoeiingen mag, gemeten ten opzichte van het
waterpeil ter plaatse, niet meer bedragen dan 1 meter;
- de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter.
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.3.1 Verbod
Het is verboden
zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken,
geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het ontginnen, ophogen, afgraven, bodemverhogen en egaliseren van gronden;
- het dempen, graven, afdammen, vergroten of herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater;
- het aanbrengen van opgaande beplantingen;
- het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplantingen;
- het aanleggen van verharde en halfverharde wandel- en fietspaden en overige verhardingen;
- het aanbrengen
van boven- of ondergrondse transport-, energie- of
telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies of
apparatuur.
4.3.2 Uitzondering
Het in artikel 4 lid 3.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
- het normale onderhoud betreffen;
- reeds in uitvoering zijn op het tijdstip dat dit plan rechtskracht krijgt;
- reeds mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende vergunning.
4.3.3 Toetsing
De in artikel 4.3
genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen
onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en/of
landschappelijke waarden.
3 Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal
in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan
uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling
van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6 Algemene bouwregels
6.1 Ondergronds bouwen
Bouwen van geheel
of gedeeltelijk beneden het maaiveld gelegen ruimten is, behoudens de
gronden die zijn aangewezen voor ‘Natuur’, toegestaan met
inachtneming van de volgende bepalingen:
- het bouwen van
ondergrondse ruimten is uitsluitend toelaatbaar onder woningen of onder
bijbehorende bouwwerken behorende bij woningen;
- het bouwen van
bedoelde ruimten is uitsluitend toegestaan indien de bijhorende
voorzieningen voor licht- en luchttoetreding en toegangen zijn
gesitueerd aan de van de weg afgekeerde zijden van het gebouw;
- voorzieningen
voor licht- en luchttoetreding voor ondergrondse ruimten zijn aan de
niet van de weg afgekeerde zijde(n) van het gebouw binnen een strook
van 1 m vanuit de bovengrondse voorgevel toegestaan, tot maximaal 25%
van de breedte van de desbetreffende gevel.
6.2 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening
De voorschriften
van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van
stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het bepaalde in de
Woningwet buiten toepassing behoudens ten aanzien van de volgende
onderwerpen:
- de richtlijnen voor het verlenen van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen;
- de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer;
- de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;
- de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden;
- de ruimte tussen bouwwerken.
6.3 Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing
van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte
bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen,
ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels,
uitbouwen, balkons, erkers en overstekende daken buiten beschouwing
gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet
meer dan 1,5 m bedraagt.
6.4 Parkeren
Een
omgevingsvergunning voor het oprichten van gebouwen en bouwwerken kan
alleen worden verleend indien in, op of onder het gebouw van het
onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende
parkeergelegenheid kan worden voorzien, één en ander
conform de parkeernormen zoals opgenomen in het gemeentelijke
parkeerbeleid (Beleidsregel parkeernormen gemeente Wijdemeren).
Artikel 7 Algemene gebruiksregels
7.1 Verbod
Het is verboden
de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende
opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel
of op een wijze strijdig met deze bestemming.
7.2 Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
- opslag van goederen ter plaatse van niet-bebouwde gronden;
- paardenbakken;
- seksinrichtingen.
7.3 Parkeren
Er dient te
worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, één en
ander conform de parkeernomen zoals opgenomen in het gemeentelijk
parkeerbeleid (Beleidsregel parkeernormen gemeente Wijdemeren).
7.4 Afwijken van gebruiksregels
Het bevoegd gezag
kan afwijken van het bepaalde in artikel 7 lid 1, indien strikte
toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest
doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt
gerechtvaardigd.
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels
8.1 Algemeen
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan, indien het betreft:
- het oprichten
van bouwwerken, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes,
bemalingsinrichtingen, gasdrukregel- en meetstations, telefooncellen,
wachthuisjes voor verkeersdiensten, schuilgelegenheden en
schaftlokalen, mits de inhoud van elk van deze gebouwtjes niet meer zal
bedragen dan 50 m³ en de bouwhoogte ervan niet meer zal bedragen
dan 3 meter;
- het overschrijden van de bepalingen inzake goothoogte, bouwhoogte, percentage en oppervlakte van gebouwen met niet meer dan 10%;
- het overschrijden van de bepalingen inzake de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met niet meer dan 20%;
- het
overschrijden van de in de planregels genoemde maximum bouwhoogte ten
behoeve van lift- en trappenhuizen, centrale verwarmings- en
ventilatie-installaties, antennes, lichtkappen, schoorstenen en torens
van gebouwen, mits de hoogte met niet meer dan 5 meter wordt
overschreden;
- geringe
afwijkingen van de bepalingen opgenomen in deze planregels inzake de
afmetingen van woningen, alsmede de afmetingen van de bij de woningen
toegestane bijbehorende bouwwerken, voor zover zulks in het belang van
een goede huisvesting van minder valide personen noodzakelijk is en
geen ontheffing van de desbetreffende bepalingen van het plan kan
worden verleend op basis van het bepaalde onder sub b van dit artikel;
- geringe
overschrijdingen van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen,
indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft en de overschrijding
ten opzichte van hetgeen is aangeduid niet meer bedraagt dan 2 meter.
8.2 Bed & Breakfast
Het bevoegd gezag
kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan ten
behoeve van een bed & breakfast, mits:
- het gebruik als bed & breakfast ondergeschikt blijft aan de woonfunctie;
- de houder van de bed & breakfast de hoofdbewoner is;
- maximaal 50% tot
een maximum van 60 m² van het vloeroppervlak van de woning met
inbegrip van de gerealiseerde bijbehorende bouwwerken mag worden
gebruikt ten behoeve van bed & breakfast;
- er geen zelfstandige woonruimte ontstaat in bijbehorende bouwwerken;
- er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- ten hoogste acht slaapplaatsen ten behoeve van bed & breakfast worden gebruikt;
- er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein (minimaal 1 parkeerplaats per verhuurbare ruimte).
8.3 Mantelzorg
8.3.1 Omgevingsvergunning om af te wijken
Het bevoegd gezag
kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan en
toestaan dat een (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk gebruikt wordt als
afhankelijke woonruimte voor mantelzorg, met dien verstande dat:
- een dergelijke woning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg;
- er geen
onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen,
waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
- de afhankelijke
woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken
wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m2;
8.3.2 Voorwaarden omgevingsvergunning
Een
omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8 lid 3.1 kan niet worden
verleend, indien de bouw- en gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen
percelen in onevenredige mate worden beperkt en/of indien ter plaatste
aanwezige waarden op onevenredige wijze worden of kunnen worden
aangetast.
Artikel 9 Overige regels
9.1 Verwijzing naar andere regelgeving
Indien en voor
zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene
maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere
(wettelijke) regeling, dan geldt deze wet, algemene maatregel van
bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals
die luidt dan wel van kracht is op het moment van de tervisielegging
van het ontwerp van dit plan.
9.2 Bestaande maten
- Indien maten van
bestaande bouwwerken meer bedragen dan ingevolge de bepalingen van
hoofdstuk 2 toelaatbaar is, mogen deze maten als maximaal toelaatbaar
worden aangehouden, maar niet verder worden vergroot.
- In het geval van
(her)bouw van gebouwen is het bepaalde in lid a uitsluitend van
toepassing indien sprake is van (her)bouw op dezelfde plaats.
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 10 Overgangsrecht
10.1 Overgangsrecht bouwwerken
-
Een bouwwerk
dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan
aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een
omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits
deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot
- 1gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
- na het
teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of
veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen
wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet
gegaan.
- Het bevoegd
gezag kan eenmalig in afwijking van artikel 10 lid 1 sub a een
omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een
bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
- Artikel 10 lid 1
sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het
tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder
omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan,
daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2 Overgangsrecht gebruik
- Het gebruik van
grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding
van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
- Het is verboden
het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 10
lid 2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat
plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar
aard en omvang wordt verkleind.
- Indien het
gebruik, bedoeld in artikel 10 lid 2 sub a, na het tijdstip van
inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar
wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of
te laten hervatten.
- Artikel 10 lid 2
sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met
het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de
overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Terra Nova’ van de gemeente Wijdemeren.