| Plan: | Veerweg 159-173 Kamperland |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | wijzigingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1695.WPVeerweg159173Kld-VA01 |
Aan de Oosthavendijk in Kamperland, ten oosten van Veerweg 157, ligt een onbebouwd stuk grond. Op de locatie geldt het bestemmingsplan Bebouwde kom Kamperland 2016, waarin de betreffende locatie reeds is bestemd tot 'Wonen'. De gronden zijn daarnaast aangeduid als 'recreatie', 'specifieke vorm van wonen - 1', 'aaneengebouwd', 'gestapeld', 'maximum aantal wooneenheden: 4' en maximum bouwhoogte: 11 m, maximum goothoogte: 7 m'.
In de regels van het bestemmingsplan is de aanduiding 'gestapeld' niet juridisch verankerd. Het gevolg daarvan is dat de aanduiding 'gestapeld' geen juridische status heeft. Ter plaatse geldt dus, qua toegestane woningtypologie, alleen de aanduiding 'aaneengebouwd'. Deze aanduiding is wel geborgd.
In het bestemmingsplan Bebouwde kom Kamperland 2016 is tevens een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de toegestane woningtypologie aan te passen. Deze wijzigingsbevoegdheid (artikel 20.6.1) biedt de mogelijkheid om de omissie in het plan te herstellen en alsnog de aanduiding 'gestapeld' aan de gronden toe te kennen.
Met dit wijzigingsplan wordt toepassing gegeven aan de genoemde wijzigingsbevoegdheid voor uitsluitend de gronden zoals afgebeeld in figuur 1.1
Figuur 1.1: indicatieve begrenzing plangebied wijzigingsbevoegdheid
Met dit plan wijzigen gedeeltelijk de juridisch-planologische kaders, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan Bebouwde kom Kamperland 2016. Op dit moment is de regeling van toepassing die is vastgelegd in de planregels en op de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan. Met het vaststellen van dit wijzigingsplan wordt de aanduiding 'gestapeld' juridisch verankerd in de regels. Voor de rest van de regels wordt verwezen naar het bestemmingsplan Bebouwde kom Kamperland 2016 en de regels van dit wijzigingsplan. De rest van de regels voor de bestemming Wonen zijn conform het vigerend bestemmingsplan bebouwde Kom Kamperland 2016 overgenomen in dit plan. De bepalingen uit hoofdstuk 1 en hoofdstuk 3 van de regels van het vigerende plan blijven onverkort van toepassing.
Voor dit wijzigingsplan maken we gebruik van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 20.6.1 van het vigerende bestemmingsplan. In die wijzigingsbevoegdheid is vastgelegd dat het bevoegd gezag het plan kan wijzigen ten behoeve van het realiseren van een ander woningtype. Hieraan is een aantal specifieke regels verbonden. In hoofdstuk 3 van deze toelichting wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan deze specifieke regels.
Het plangebied ligt in het zuidelijk deel van de kern Kamperland, gelegen in de gemeente Noord-Beveland. De noordkant van het plangebied wordt begrensd door woonpercelen aan de Dwarsstraat. Aan de westzijde van het plangebied ligt een cafetaria. Ten zuiden van het plangebied ligt de Oosthavendijk en ten oosten een appartementencomplex. Het plangebied beperkt zich uitsluitend tot het bouwvlak op het perceel De overige gronden gronden op het perceel blijven ongewijzigd.
In dit wijzigingsplan komen de volgende aspecten aan de orde:
Het plangebied heeft in de huidige situatie geen functie. Er staat geen bebouwing op het perceel. Figuur 2.1 laat de huidige situatie binnen het plangebied zien. Er ligt wel een initiatief om de gronden te ontwikkelen.
Figuur 2.1: Zicht op het plangebied vanaf de Oosthavendijk
De beoogde ontwikkeling in het plangebied betreft de bouw van een appartementengebouw met daarin 8 wooneenheden. Tenminste 4 van die wooneenheden mogen slechts als recreatiewoning worden gebruikt. De bouw van de gestapelde woningen is onder het vigerende plan niet direct mogelijk. Met het wijzigingsplan wordt deze mogelijkheid aan het plan toegevoegd.
Het realiseren van recreatiewoningen is in het vigerende plan reeds mogelijk via een binnenplanse afwijking. Deze afwijking blijft benodigd. Met het wijzigingsplan verandert die methodiek niet.
In figuur 2.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan Bebouwde kom Kamperland 2016 weergegeven. Het plangebied ligt in de bestemming 'Wonen' (geel vlak). De regels van artikel 20 zijn op deze gronden van toepassing. Binnen dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen (artikel 20.6.1). Met het toepassen van die wijzigingsbevoegdheid op het bouwvlak wordt de regeling ter plaatse aangepast.
Figuur 2.2: Uitsnede van het bestemmingsplan Bebouwde kom Kamperland 2016
Om de wijzigingsbevoegdheid te kunnen toepassen, zal ten minste aan de wijzigingsvoorwaarden uit het bestemmingsplan moeten worden voldaan. Daarnaast kunnen ook andere eisen of voorwaarden van belang zijn, bijvoorbeeld als er nieuw planologisch beleid of nieuwe wet- en regelgeving is vastgesteld. In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan. In tabel 1 zijn de wijzigingsvoorwaarden vermeld en is de beoogde ontwikkeling aan de betreffende bepalingen getoetst.
Tabel 1: Toetsing aan de wijzigingsvoorwaarden uit artikel 20.6.1
|
Criterium
Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen door bouwaanduidingen 'aaneengebouwd', 'twee-aaneen' en 'vrijstaand' te wijzigen, met dien verstande dat: |
Toetsing Op de gronden van dit wijzigingsplan wordt de aanduiding 'gestapeld' toegevoegd zowel op de verbeelding als in de regels. |
|
| a. | de samenstelling van de woningvoorraad in Kamperland niet onevenredig wordt verstoord; | Het aantal woningen wordt niet vermeerderd ten opzichte van het toegestaan aantal woningen in het vigerende bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zijn 4 woningen toegestaan. Via een afwijking, die gekoppeld is aan de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1', is het mogelijk dit aantal te vergroten naar 8 indien ten minste 4 woningen als recreatiewoningen worden gebruikt. Van deze afwijking zal gebruik worden gemaakt. Er vindt geen verstoring plaats van de woningvoorraad. |
| b. | een eventuele toename van het aantal woningen past in het woningbouwprogramma; | Niet van toepassing, want het toegestane aantal woningen wordt niet aangepast. Overigens past het plan in het actuele woningbouwprogramma. |
| c. | de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; | Met dit wijzigingsplan wordt slechts de aanduiding 'gs' verankerd in de regels. De aanduiding was reeds op de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen. Met dit wijzigingsplan wordt de maatvoering niet gewijzigd. Er vindt derhalve geen aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. |
| d. | dit passend is in het straat- en bebouwingsbeeld; | De maximale bouwmogelijkheden blijven gelijk. Er is daarom geen reden deze afweging te maken. |
| e. | er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein is. | Er is voldoende parkeerruimte op de bouwlocatie. Dit kan worden gerealiseerd op de onderste bouwlaag onder de appartementen, zoals in het bouwplan ook is voorzien. Er zijn 8 appartementen voorzien, en er zijn 16 parkeerplaatsen gepland |
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (Novi) is een van de kerninstrumenten van de nieuwe Omgevingswet die het Rijk na inwerkingtreding van die wet (naar verwachting in 2022) gaat gebruiken. De Novi bevat het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving en is onder andere de opvolger van de SVIR. In de zomer van 2019 is het ontwerp van de Novi gepubliceerd. Dat ontwerp is van 20 augustus 2019 tot en met 30 september 2019 ter inzage gelegd. Op 11 september 2020 is de Novi vastgesteld door de ministers die verantwoordelijk zijn voor de Novi. Na vaststelling van de Novi is deze in het najaar van 2020 in werking getreden.
Op basis van deze prioriteiten worden door het Rijk en de decentrale overheden beleidskeuzes gemaakt. Een van de afwegingsprincipes bij het maken van die keuzes is dat de kenmerken en identiteit van een gebied centraal staan. Werken met de Omgevingswet (en dus met de Novi) vraagt ook om een overheid die samenwerkt met de samenleving, de opgaven centraal stelt, gebiedsgericht werkt en permanent en adaptief bezig is met opgaven in de fysieke leefomgeving.
De ontwikkelingen die met het wijzigingsplan 'Veerweg 159-173 Kamperland' worden mogelijk gemaakt, zijn niet expliciet genoemd in de Novi of in de bijbehorende uitvoeringsagenda.
Conclusie
De Nationale Omgevingsvisie vormt geen belemmering voor onderhavig wijzigingsplan.
Ladder voor duurzame verstedelijking
De SVIR introduceert de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’, die op 1 oktober 2012 aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is toegevoegd en op 1 juli 2017 een aantal wijzigingen heeft ondergaan. Het doel van deze ladder is een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkeling standaard te motiveren met behulp van de Ladder.
In het artikel 3.1.6. lid 2 Bro (Besluit ruimtelijke ordening) staan stappen van de Ladder voor Duurzame verstedelijking als volgt beschreven:
Aan de uitgangspunten uit de duurzaamheidsladder wordt op de volgende wijze voldaan:
Conclusie
Het aantal woningen wordt niet vermeerderd ten opzichte van het maximaal aantal woningen dat in het bouwvlak is toegestaan.Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat de duurzaamheidsladder geen beperking is voor de ontwikkeling die met het dit wijzigingsplan mogelijk wordt gemaakt.
Omgevingsplan Zeeland 2012 - 2018
Het omgevingsplan geeft de provinciale visie op Zeeland en waar de komende jaren door de Provincie op wordt ingezet. Kort samengevat wordt er middels het omgevingsplan ingezet op ruimte voor economische ontwikkeling, een gezonde en veilige woonomgeving en goede kwaliteit van bodem, water, natuur en landschap. Voor wat betreft detailhandel en de voorzieningenstructuur wordt het vigerende beleidskader grotendeels gecontinueerd.
Conclusie
Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het provinciaal beleid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
Verordening Ruimte
Bij de vaststelling van het omgevingsplan is besloten een select aantal provinciale belangen (onderdelen uit het omgevingsplan) te regelen in de Verordening ruimte van de Provincie Zeeland. Het betreft een aantal concreet geformuleerde provinciale beleidsdoelen waarvoor, met het oog op het gewicht dat vanuit het provinciaal belang daaraan wordt toegekend en met het oog op een goede ruimtelijke ordening, regeling bij verordening noodzakelijk wordt geacht (en niet de inzet van lichtere instrumenten). Op grond van de Wro dient een gemeentebestuur bij het vaststellen van een ruimtelijk plan de algemene regels van de Verordening Ruimte van de Provincie Zeeland in acht te nemen.
Op grond van de verordening ruimte wordt geconcludeerd dat er geen beperking is voor onderhavige ontwikkeling.
Conclusie
Het provinciaal beleid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Toekomstvisie Noord-Beveland 2030
In 2018 is gestart met het opstellen van de 'Toekomstvisie Noord-Beveland 2030'. De visie geeft antwoord op de vragen: Waar staat Noord-Beveland voor? En waar gaat Noord-Beveland voor? De Toekomstvisie is het kompas dat de koers aangeeft en dat de basis vormt voor verder beleid.
Samen met de bewoners van Noord-Beveland is een proces doorlopen waarin verschillende toekomstscenario's zijn afgewogen en de ambities voor Noord-Beveland tot stand zijn gebracht. In beginsel zijn er vier scenario's beschreven, waar uiteindelijk de voorkeur werd gegeven aan het uitwerken van het scenario "Eiland van inspiratie en initiatief" aangevuld met aspecten uit het scenario "Eiland van rust en ruimte". Het droombeeld van Noord-Beveland voor de komende jaren zijn 6 bruisende hechte gemeenschappen binnen de gemeente Noord-Beveland, waar:
Dit droomscenario leidt tot de kernambitie dat Noord-Beveland in 2030 bruist en leeft dankzij de divers samengestelde bevolking, de innovatieve en ondernemende inwoners en ondernemers en het toerisme, en dat tegelijkertijd de rust, de natuur en het weidse landschap behouden worden. Om dit te bereiken zijn er 4 ambities opgesteld voor Noord-Beveland:
Deze ambities worden in vervolgtrajecten uitgewerkt in een omgevingsvisie, in aansluiting op de vereisten uit de Omgevingswet die in 2022 naar verwachting in werking zal treden.
Conclusie
Dit bestemmingsplan is in lijn met de toekomstverwachtingen van burgers in de gemeente Noord-Beveland.
Rondom Kamperland
In 2008 is voor de gehele gemeente Noord-Beveland de Structuurvisie Noord-Beveland 2008 vastgesteld, waarin de ontwikkelingsrichting voor Noord-Beveland voor zowel de korte, middellange als lange termijn wordt geschetst. Eén van de actiepunten voortvloeiend uit de Structuurvisie Noord-Beveland 2008 is dat er voor diverse kernen een nadere visie wordt uitgewerkt die de koers en maatregelen per kern schetst. Hieruit voortvloeiend zijn de dorpsraad Kamperland (Dorak), de Ondernemersvereniging Kamperland (OVK) en de gemeente bezig gegaan met het plan ‘Rondom Kamperland’.
Figuur 4.1: 'Fictief' toekomstbeeld: projectie van projecten in bestaande situatie
In figuur 4.1 is het plangebied afgebeeld als een mogelijke locatie voor woningbouw. Dit maakt het plan in lijn met het gemeentelijk beleid.
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling, die met dit wijzigingsplan mogelijk wordt gemaakt, is in lijn met het beleid uit 'Rondom Kamperland'.
In het kader van het moederplan (bestemmingsplan Bebouwde kom Kamperland 2016) zijn alle noodzakelijke gebiedsonderzoeken uitgevoerd. Voor het grootste deel zijn deze onderzoeken ook van toepassing op het onderhavige wijzigingsplan. Van een aantal relevante onderzoeksaspecten is geanalyseerd of en hoe een actualisatie benodigd is. Er zijn geen nieuwe onderzoeken uitgevoerd maar de analyses van deze aspecten zijn geactualiseerd.
Kader
In het kader van dit wijzigingsplan dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de voorgenomen bestemming/functie. In het belang van de bescherming van het milieu zijn regels gesteld in de Wet bodembescherming. Deze wet is van toepassing op ruimtelijke plannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken.
Analyse
De gronden zijn reeds bestemd voor wonen. Dit wijzigingsplan veranderd niets aan de functies die op de gronden zijn toegestaan. Daarmee is de kwaliteit van de bodem geschikt voor de functie die in dit wijzigingsplan aan de gronden is toegekend. Bij de aanvraag omgevingsvergunning dient wel een actueel bodemrapport te worden overlegd.
Kader
De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden (dit laatste is niet van toepassing op het plangebied). Vanuit de Wnb is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied (zorgplicht).
Analyse
Ter voorbereiding op het bestemmingsplan is een natuurtoets uitgevoerd. De aanwezige en potentiële natuurwaarden werden niet onevenredig verstoord met het bestemmingsplan.
De wijziging die wordt doorgevoerd in het plan met onderhavig besluit veranderd niets aan die conclusie. Wel geldt vanuit de zorgplicht dat werkzaamheden buiten het broedseizoen moeten worden uitgevoerd en als tijdens de werkzaamheden soorten worden aangetroffen dit gemeld moet worden, alsmede dat daar toepasselijke maatregelen op getroffen worden.
Kader
Bij elke ruimtelijke ontwikkeling dient onderzocht te worden of er ook waterbelangen in het geding zijn. De watertoets heeft tot doel om te komen tot een goed functionerend en beheersbaar ontwerp van de waterhuishouding en riolering van het plangebied, aansluitend op het vigerende beleid van het Rijk, de provincie, het waterschap en de gemeente. Daarom worden de randvoorwaarden en uitgangspunten in het ontwerp vroegtijdig uitgewerkt en kunnen eventuele kansen of knelpunten worden gesignaleerd.
Analyse
Een dergelijke watertoets is uitgevoerd in voorbereiding op het bestemmingsplan. Met deze wijziging worden de bouwmogelijkheden niet vergroot ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan. Het bouwvlak blijft immers ongewijzigd. Op 7 september 2020 heeft het Waterschap een specifieke watervergunning verleend voor het bouwen op deze locatie. Daaruit blijkt dat de belangen van de waterkering niet onevenredig worden geschaad.
Kader
Bij een ruimtelijk besluit moet beoordeeld worden of en in hoeverre geluidgevoelige functies met een geluidbelasting geconfronteerd worden als gevolg van industrielawaai, verkeerslawaai (spoor, weg, luchtvaart) of bedrijven op grond van de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer/Activiteitenbesluit.
Analyse
Een dergelijk onderzoek is uitgevoerd bij de voorbereiding van het bestemmingsplan. De wijziging van het bestemmingsplan heeft niet tot gevolg dat woningen dichter bij een weg of andere geluidbron kunnen worden gebouwd of dat op een andere beoordelingshoogte woonruimten kunnen worden gerealiseerd. Daarmee heeft het wijzigingsplan geen beperkingen vanwege geluid en is een actualisatie van het onderzoek niet nodig.
Bij het voorbereiden van een ruimtelijk besluit moet een analyse externe veiligheid worden uitgevoerd. Deze analyse heeft plaatsgevonden. De toevoeging van de mogelijkheid om op de gronden ook gestapelde bouw te realiseren veranderd niets aan de conclusie van dit uitgevoerde onderzoek.
De analyse voor archeologie en cultuurhistorie dat is uitgevoerd bij de voorbereiding van het bestemmingsplan bebouwde Kom Kamperland 2016 is ook op dit wijzigingsplan van toepassing. Het bouwvlak blijft ongewijzigd. De consequentie van archeologie op het initiatief blijft daarmee ook ongewijzigd. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' conform in dit wijzigingsplan is opgenomen.
Algemeen
Het plangebied betreft het bouwvlak op het nog onbebouwde kavel naast Veerweg 157. Middels het wijzigingsplan wordt de aanduiding 'gestapeld' juridisch verankerd in de regels. Voor het overige wordt de regeling uit het vigerende plan aangehouden.
Uit de toetsing is gebleken dat het plan voldoet aan de wijzigingsvoorwaarden uit het bestemmingsplan Bebouwde kom Kamperland 2016 van de gemeente Noord-Beveland.
Toelichting verbeelding
De verbeelding zal ter plaatse nauwelijks veranderen. De bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen uit het bestemmingsplan 'Bebouwde kom Kamperland 2016' worden in dit wijzigingsplan overgenomen. De enige aanpassing is de aanduiding 'aaneengebouwd' deze aanduiding verdwijnt van de verbeelding. Alleen de aanduiding 'gestapeld' blijft als woningtypologie gehandhaafd. desondanks blijft de mogelijkheid om aaneengebouwde woningen te realiseren in stand via de regels.
Toelichting regels
De regels zijn integraal overgenomen. Om de omissie op te lossen wordt aan de regels wel een bepaling toegevoegd voor gestapelde woningen. Aan de regels is in artikel 20.2.1 onder a de volgende bepaling toegevoegd:
"5. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' twee aan een gebouwde, aaneengebouwde en gestapelde woningen mogen worden gebouwd;"
Ter plaatse van deze aanduiding zijn ook nog aaneengebouwde woningen toegestaan, waarmee de huidige bouwmogelijkheden eveneens in stand blijven zonder dat de aanduiding 'aaneengebouwd' op de gronden blijft gehandhaafd. De ontwikkeling ter plaatse kan dus bestaan uit gestapelde woningen en/of aaneengebouwde woningen. Gezien de beperkte omvang van het bouwvlak ligt een combinatie niet voor de hand, maar de regeling sluit dat niet uit.
In het wijzigingsplan zijn ook de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' en de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - dijk' opgenomen. De regelingen zijn conform de regels uit het bestemmingsplan Bebouwde Kom Kamperland 2016 aan dit wijzigingsplan toegevoegd.
In de Wro is de Grondexploitatiewet opgenomen. In deze wet is het verplichte kostenverhaal van plankosten door de gemeente geregeld. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Kostenverhaal is aan de orde en dient te worden verzekerd indien op grond van een bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe bouwplannen (als genoemd in artikel 6.2.1 Bro) mogelijk worden gemaakt (artikel 6.2.3 t/m 6.2.5 Bro). Voor een wijzigingsbevoegdheid wordt kostenverhaal pas verplicht bij het vaststellen van het wijzigingsplan. Een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Bijvoorbeeld doordat met alle grondeigenaren hiertoe een overeenkomst is gesloten of als de gemeente volledig zelf het grondeigendom heeft. Met de eigenaren van de overige gronden is inmiddels een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal is daardoor anderszins verzekerd. Het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk.
De kosten voor de realisatie van de plannen komen voor kosten van de initiatiefnemer, die daarvoor de nodige budgetten heeft gereserveerd. Naar verwachting levert de voorgenomen planologische ontwikkeling geen planschade op, die op grond van artikel 6.1 Wro, voor tegemoetkoming in aanmerking dient te komen.