| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Uitbreiding Alteveer |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1690.TAMOPH22aUitbrAlt-VG01 |
Dit plan beoogt een woningbouwontwikkeling mogelijk te maken aan de Oosterweg te Alteveer. Juridisch gezien is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente De Wolden. De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22(a) van het omgevingsplan van de gemeente De Wolden. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel' na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage' na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.
het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Uitbreiding Alteveer met identificatienummer NL.IMRO.1690.TAMOPH22aUitbrAlt-VG01 van de gemeente De Wolden;
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in Bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activititeiten leefomgeving, bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
het omgevingsplan van gemeente De Wolden.
kleinschalige bedrijvigheid als bedoeld in Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend;
een dienstverlenend beroep als bedoeld in Bijlage 1 Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
een woning deel uitmakend van in een rij aaneen gebouwde woningen;
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
de grens van een bouwvlak;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
de grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van dat gebruik van dat gebouw en de functie deze inrichting niet verbiedt;
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat hooguit aan twee zijden tegen gevels is aangebouwd en aan minimaal twee zijden open is;
een woning van het type twee-aaneengebouwd;
gedeelte van het erf dat aan de voorkant van het gebouw is gelegen;
de naar de weg, eventueel voetpad, vanwaar het gebouw hoofdzakelijk toegankelijk is, gekeerde gevel, indien een perceel met meerdere zijnde aan de weg grenst, geldt de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;
een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere woning;
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vrijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie, en waterkwaliteit;
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden;
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwwerken zoals schoorstenen, antennes, ventilatiekappen, liftkokers, lichtkoepels en daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Overstekken van daken, dieper dan 40 cm, worden meegerekend bij de oppervlakte van bouwwerken;
vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (bouw)perceelgrens.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.
Niet genoemde functies en activiteiten die in strijd zijn met dit plan zijn niet toegestaan.
Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Agrarisch' mogen worden gebruikt voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 mogen op of in deze gronden geen gebouwen of overkappingen worden gebouwd.
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen de volgende beoordelingsregels:
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
Onder strijdig gebruik met deze functie wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de functieomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen:
Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - milieuzone chemische gewasbeschermingsmiddelen' is agrarisch grondgebruik waarbij geen gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet toegestaan, in overeenstemming met het Handelingskader spuitvrije zone De Wolden. Indien dit handelingskader gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.
Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Groen' mogen worden gebruikt voor:
met daarbij behorende:
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 mogen op of in deze gronden uitsluitend gebouwen voor nutsvoorzieningen worden gebouwd, waarbij geldt dat de inhoud per gebouwtje niet meer dan 30 m³ bedraagt en de bouwhoogte niet meer dan 3 m;
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen de volgende beoordelingsregels:
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Tuin' mogen worden gebruikt voor:
met daarbij behorende:
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden voor het bouwen van gebouwen de volgende beoordelingsregels:
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde de volgende beoordelingsregels:
Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Verkeer' mogen worden gebruikt voor:
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 mogen uitsluitend gebouwen voor nutsvoorzieningen worden gebouwd, waarbij geldt dat de inhoud per gebouwtje niet meer dan 30 m³ bedraagt en de bouwhoogte niet meer dan 3 m.
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkapping zijnde, geldt de volgende beoordelingsregels:
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Wonen' mogen worden gebruikt voor:
met de daarbij behorende:
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende beoordelingsregels:
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken de volgende beoordelingsregels:
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
maatwerkvoorschiften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw kan ook worden verleend in afwijking van:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerken kan ook worden verleend in afwijking van:
Bij toepassing van de afwijkingen zoals opgenomen in 10.4.1 en 10.4.2 wordt aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
In afwijking van het bepaalde in 10.1 onder a van dit TAM-omgevingsplan kan een omgevingsvergunning worden verleend voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf tot een oppervlakte van maximaal 100 m².
De omgevingsvergunning als bedoeld in 10.5.1 wordt verleend, indien wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen of voorschriften aan de omgevingssvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen verbinden met betrekking tot de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:
Onder een gebruik in strijd met dit TAM-omgevingsplan wordt in elk geval wordt begrepen het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting/prostitutiebedrijf.
Onder een gebruik in strijd met het TAM-omgevingsplan wordt niet verstaan het gebruiken van een bijbehorend bouwwerk bij een woning ten dienste van bewoning door een persoon die vanwege zijn gezondheidstoestand is aangewezen op de niet bedrijfsmatige zorg van een bewoner van de woning;
Een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het afwijken van:
De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan.
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 15.2 indien:
of
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
Artikel 16.1.2 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het overgangsrecht voor bouwwerken zoals bedoeld in lid 16.1.1 heeft een geldingstermijn van 10 jaar vanaf de dag van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan bestaand gebruik.
Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.