direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Alteveer-Kerkenveld
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.1690.BV00375-0401

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

Aanleiding

Elke gemeente dient op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) om de tien jaar haar bestemmingsplannen te herzien of zo mogelijk een verlengingsbesluit te nemen, dan wel een beheersverordening vast te stellen. Indien de gemeenteraad dit niet tijdig doet, vervalt haar bevoegdheid om leges te heffen voor diensten die verband houden met het bestemmingsplan (bijvoorbeeld in het kader van omgevingsvergunningen).

Beheersverordening

Bij de behandeling van de Wet ruimtelijke ordening door het parlement is de beheersverordening toegevoegd aan het ruimtelijk instrumentarium van gemeenten. Hiermee is de mogelijkheid gecreëerd om voor zogenaamde 'laag dynamische' gebieden op een snelle en eenvoudige wijze een nieuw planologisch regime vast te stellen. Voor Alteveer-Kerkenveld moet uiterlijk in november 2015 vanwege de bovengenoemde herzieningsplicht een nieuw bestemmingsplan of een beheersverordening worden opgesteld.

Bij de actualisatie van een juridische ruimtelijke regeling kan er dus worden gekozen worden voor een bestemmingsplan of een beheersverordening. In dit geval is gekozen voor een beheersverordening, omdat:

  • 1. in het beheersgebied sprake is van een feitelijk bestaande situatie en;
  • 2. in het beheersgebied alleen sprake is van perceelsgebonden ontwikkelingen, en;
  • 3. het opstellen van een beheersverordening een goede en snelle mogelijkheid is om het planologisch regime te actualiseren.

Ad 1: De toepassing van de beheersverordening is voor dit beheersgebied mogelijk, omdat daarin sprake is van een feitelijk bestaande situatie. De bestaande situatie wordt in dit geval bepaald door de al gerealiseerde bebouwing en het openbare gebied, maar bovenal door actuele regelgeving (bestemmingsplan en aanvullend beleid). Illegale bouwwerken horen hier niet bij en worden in de beheersverordening niet gelegaliseerd.

Ad 2: Daarnaast worden in het beheersgebied geen (grote) ontwikkelingen mogelijk gemaakt, alleen nog enkele perceelsgebonden ontwikkelingen. Bij de perceelsgebonden ontwikkelingen gaat het om kleinschalige ontwikkelingen die in de geldende bestemmingsplannen (en/of andere beleidsstukken) al mogelijk waren gemaakt. Dit houdt in dat bijvoorbeeld een bestaande woning mag worden uitgebreid tot een bepaalde oppervlakte en dat nieuwe bijgebouwen mogen worden gebouwd. Bij functies anders dan het wonen, is qua uitbreiding van de bebouwing aangesloten op de mogelijkheden uit de bestemmingsplannen die voor de vaststelling van de beheersverordening op het dorp van toepassing zijn. Dit betekent dat de oppervlakte van bijvoorbeeld een school of een winkel mag worden uitgebreid of dat ook de goothoogte van een gebouw mag worden vergroot.

Juridische systematiek

De bestaande rechten op grond van de vigerende (bestemmings)plannen vormen het uitgangspunt voor deze beheersverordening.

Met het oog daarop wordt in deze verordening ook het begrip 'bestaand' aangehaald. Het begrip bestaan is gedefinieerd in de regels (artikel 1). De bestaande situatie is vertaald op de bij de verordening horende verbeelding. Daarnaast wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de juridisch-planologische regeling van recente actualiseringen. De gemeente continueert daarmee de huidige regeling voor Alteveer-Kerkenveld.

Beheersgebied en vigerende plannen

De ligging en begrenzing van het beheersgebied 'Alteveer-Kerkenveld' zijn aangegeven op de verbeelding behorende bij dit plan. Het bestemmingsplan Alteveer-Kerkenveld en enkele kleine bestemmingsplannen (Kerkenveld-Noord, Jan Haarstraat tussen 44a en 46, Oosterweg 66, Jan Haarstraat 24) vormen de inhoud van deze beheersverordening.

Leeswijzer

Het volgende hoofdstuk geeft het beleidskader voor het beheersgebied weer. Daarbij wordt alleen ingegaan op beleidsdocumenten die van invloed zijn op de juridische regeling van deze beheersverordening. Het gaat hier niet om beleid voor nieuwe ontwikkelingen, maar om het ruimtelijk beleid zoals dat op dit moment van toepassing is voor Alteveer-Kerkenveld. In hoofdstuk 3, de planbeschrijving, gaat het om de huidige situatie binnen het beheersgebied en de juridische regeling voor de toekomst. Hoofdstuk 4 betreft de toets aan wet- en regelgeving op het gebied van natuur, milieu, archeologie en dergelijke.

Hoofdstuk 2 Beleidskader

2.1 Rijk

De op 1 juli 2008 in werking getreden Wro kent ten opzichte van zijn voorganger een aantal nieuwe instrumenten. Een daarvan is de beheersverordening. De beheersverordening is in de wet opgenomen om met het oog op het beheer van een gebied het bestaande gebruik snel en effectief te kunnen vastleggen in een gebied waar geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien. Het gaat dus om een beheerregeling. Daarnaast heeft de beheersverordening een digitale component en sluit zij aan bij de digitale opzet van het overige Wro-instrumentarium.

In de Handreiking Beheersverordening Wro is aangegeven dat de beheersverordening bestaat uit:

  • een object dat bestaat uit het gebied waarop de verordening betrekking heeft;
  • een of meer objecten binnen het gebied;
  • regels die gekoppeld zijn aan het gebied en/of de objecten binnen het gebied en die gericht zijn op het beheer van het gebied;
  • regels die gaan over gebruiken, bouwen, aanleggen en slopen, afwijken met een omgevingsvergunning en overgangsrecht.

Een beheersverordening gaat vergezeld van een toelichting waarin gemotiveerd wordt beschreven: de keuze voor het instrument beheersverordening, waarom er geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien en welke onderzoeken hebben plaatsgevonden. Ook bevat de toelichting een uitleg van de regels.

2.2 Provincie

Het provinciaal beleidskader is verwoord in de Omgevingsvisie Drenthe (juni 2010/augustus 2014) en de bijbehorende provinciale Omgevingsverordening (december 2012). Dit omgevingsbeleid heeft als missie: 'Het koesteren van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten.'

Deze beheersverordening continueert grotendeels de vigerende bestemmingsregeling en legt daarmee opnieuw de belangrijkste kwaliteiten van Alteveer-Kerkenveld vast.

2.3 Gemeente

Het ruimtelijk beleid voor Alteveer-Kerkenveld valt grotendeels samen met de bestemmingsplannen die op dit moment voor de kern van kracht zijn. Daarnaast zijn vooral de Structuurvisie De Wolden en het Woonplan 2011-2015 van belang. Aangezien deze beheersverordering geen (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, is een toets aan deze gemeentelijke beleidsstukken niet noodzakelijk. Wel is qua regelgeving aansluiting gezocht bij de meest recente planologische regimes (beheersverordeningen Koekange en Ruinerwold).

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving

3.1 Cultuurhistorie

Bodem en landschap

Alteveer en Kerkenveld zijn ontstaan in het voormalige heide- en moerasgebied dat zich uitstrekte van Zuidwolde tot Coevorden aan weerszijden van de Drents-Overijsselse grens. Omdat de grond voor een belangrijk deel uit keileem bestond, een restant uit de voorlaatste ijstijd, stagneerde de waterafvoer en kon zich vanaf zesduizend jaar geleden een veenpakket ontwikkelen. Kenmerkend voor het gebied waren de vele meerstallen, dat zijn veenplassen, terwijl de begroeiing zich beperkte tot hier en daar wat moerasbos.

Het gebied rond het dorp maakt landschappelijk deel uit van het wegdorpenlandschap van de hoogveenontginningen. Doordat de hoogvenen volgens een systematische, planmatige opzet worden ontgonnen, ontstaat een rationeel ontginningspatroon met rechte lijnen en (min of meer) haakse hoeken. De bebouwing vormt een lang lint aan de hoofdontginningsas. Op kruisingen van wegen liggen de dorpskommen Alteveer en Kerkenveld. In tegenstellng tot meer beplante linten, is het achterliggende gebied relatief open.

De kolonisatie van het veen

In de twaalfde en dertiende eeuw worden de uitgestrekte veengebieden voor het eerst bewoont. Ontwikkelingen in landbouw- en ontginningentechnieken maakten het gebruik van sommige delen van de venen voor landbouw mogelijk, de bevolkingsdruk stimuleerde de uitbreidingen. Het eerst werden de laagvenen in het noorden en zuidwesten van Drenthe gekoloniseerd warna de hoogevenen volgden. Het initiatief voor de ontginning in deze regio lag bij Jonkheer Roelof van Echten. In 1625 kwam hij met de markegenoten, overeen dat hij het oostelijk deel van hun venen mocht ontginnen. In ruil daarvoor zou hij een kanaal laten graven, de Hoogeveensche Vaart, waar ook de markegenoten bij de exploitatie van de westelijke venen van zouden kunnen profiteren.

De naam Alteveer werd voor het eerst gebruikt in 1665. De naam betekent "al-te ver" gezien vanuit Echten en vanuit de toen nog zeer jonge ontginning Echtens Hoogeveen. Het dorp Kerkenveld is genoemd naar het oude kerkedeel van de markegronden in het oosten van de gemeente, van waaruit de vervening is begonnen en wordt ook wel het Kerkenbovenveen genoemd. In het begin sprak met over dit gebied (in navolging van Alteveer) ook wel van Duvels-ver.

Het oorspronkelijke bebouwingspatroon

Met een duidelijk herkenbare lineaire structuur van de oorspronkelijke bebouwing zijn Alteveer en Kerkenveld duidelijk aan te merken als wegdorp. Een belangrijk kenmerk van een wegdorp is de aanwezigheid van de bebouwing aan één of twee zijden van de weg.

Verdere ontwikkelingen in Alteveer en Kerkenveld

Alteveer

Het dorp Alteveer groeide aanvankelijk langzaam. In 1745 telde het niet meer dan vijf huizen, maar in het begin van de negentiende eeuw was het dorp aanzienlijk gegroeid en had het een eigen school. Nadat kanalen en wijken waren gedempt onstond er een wegenpatroon. Aan de weg Alteveer werd in 1915 de Gereformeerde Kerk opgericht.

In Alteveer werd de latere woningbouw gerealiseerd aan de westzijde van de weg Alteveer en later aan de westzijde van de Jan Haarstraat. Hierdoor heeft het dorp ruimtelijk gezien een meer samenhangend dorpslichaam verkregen en is de vanouds bestaande karakteristiek doorbroken.

Kerkenveld

Door de verveningsactiviteiten groeide Kerkenveld vrij snel. In 1881 werd een school in gebruik genomen en in 1900 een kerk. Aan het lange Hoofddiep stonden de meeste huizen voor de veenarbeiders. Na de vervening bleef de afgegraven grond meestal braak liggen. De goedkope grond trok veel Groninger boeren aan, die voldoende kapitaal bezaten om de bodem te ontginnen en een bedrijf op te bouwen. Veel kanalen of wijken verloren hun oorspronkelijke functie en werden gedempt. Voorbeelden hiervan zijn de Gedempte Hoofddiep en de Gedempte Wijde Wijk.

In Kerkenveld is de latere woningbouw gerealiseerd aan weerzijden van de Jan Haarstraat.

3.2 Huidige situatie

In deze paragraaf wordt de huidige situatie beschreven.

Het wonen

De woonfunctie is bepalend voor het grootste deel van de bebouwing in de kernen Alteveer en Kerkenveld. De woningvoorraad bestaat in de kom voor het merendeel uit eigen woningen.

Het werken

Binnen beide kernen komen een aantal bedrijven voor die voornamelijk geconcentreerd zijn langs de doorgaande wegen. Er bevinden zich autobedrijven, een autowasserij, een transportbedrijf, een horecainrichting, een rietdekker, een hoveniersbedrijf, rolsteigerverhuur, een zorginstelling en een kapperszaak.

De voorzieningen

Voor de dagelijkse primaire goederen zijn beide kernen aangewezen op kernen in de nabije omgeving (Zuidwolde, Hoogeveen, Dedemsvaart). Wel beschikken beide kernen over een basisschool. Verder bevindt zich in Alteveer een kerk. De kerk in Kerkenveld is inmiddels omgezet naar een woonbestemming. Tot slot is in Alteveer het dorpshuis De Alke gevestigd . Deze neemt een belangrijke plaats in binnen de dorpsgemeenschap.

3.3 Juridische vormgeving

3.3.1 Juridische opzet

De Wro geeft niet aan uit welke elementen een beheersverordening is opgebouwd c.q. waaruit deze bestaat. De Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012 geeft aan dat de beheersverordening wordt vormgegeven, ingericht en beschikbaar gesteld overeenkomstig IMRO 2012 en STRI 2012. De voorliggende beheersverordening voldoet aan deze vereisten.

Deze beheersverordening bestaat uit:

  • een besluitgebied met besluitvlakken;
  • regels;
  • een toelichting.

De bestemmingen, aanduidingen en bouwvlakken zijn als besluitvlakken opgenomen.

De regels zijn als volgt opgebouwd:

  • Inleidende regels;
  • Bestemmingsregels;
  • Algemene regels
  • Overgangs- en slotregels.

3.3.2 Bestemmingen

Bij het bepalen van de regels is zo veel mogelijk aangesloten bij de bestemmingsplannen en beheersverordeningen die recentelijk zijn geactualiseerd (Koekange en Ruinerwold).

Agrarisch, Agrarisch met waarden en Agrarisch - Aanverwante bedrijven

Binnen deze bestemmingen zijn de gronden in hoofdzaak bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf. Er zijn enkele agrarische bedrijven aanwezig en verder wat losse agrarische percelen.

Bedrijf

Binnen deze bestemming zijn bedrijven uit de categorieën 1 en 2 van de bij de regels behorende Staat van bedrijven toegestaan, alsook bestaande bedrijven. Daarnaast is bestaand wonen ten behoeve van het bedrijf toegestaan.

Centrum

Een aantal percelen heeft een centrumbestemming gekregen. Binnen deze bestemming zijn verschillende functies, zoals detailhandel, horeca of wonen toegestaan. Eventuele bedrijven zijn uitsluitend toegestaan overeenkomstig de bestaande situatie.

Groen

Her en der in de kern zijn belangrijke groenstroken/-structuren aanwezig die ook als zodanig bestemd worden. Kleinschaliger groen zit ook in andere gebiedsbestemmingen als ondergeschikt element.

Maatschappelijk

De gronden binnen de bestemming Maatschappelijk zijn onder meer bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en soortgelijke functies. In de regels is aangegeven wat hieronder valt. In deze bestemming is ook wonen begrepen indien dit op de verbeelding is aangeduid (de Berkenhof).

Sport

Binnen de bestemming Sport zijn sport- en speelvoorzieningen toegestaan.

Verkeer

Alle doorgaande (hoofd)wegen krijgen een afzonderlijke verkeersbestemming en zijn niet opgenomen in de gebiedsbestemmingen.

Wonen

De bestemming Wonen is een bestemming waarbinnen de woningen zijn opgenomen.

Woongebied

De bestemming Woongebied is een ruime bestemming waarbinnen zowel het wonen, het verkeer als het merendeel van de groenvoorzieningen zijn begrepen. Voor de bestaande woningen zijn geen bouwvlakken opgenomen, wel zijn er de gebruikelijke regels van kracht, waaronder bijvoorbeeld: bij het bouwen van een woning (niet zijnde aaneen gebouwd) dient een afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelgrens te worden aangehouden. Er is een speciale aanduiding aangebracht waar boven- en benedenwoningen zijn toegestaan.

Dubbelbestemmingen

Ter bescherming van de archeologische verwachtingswaarden zijn dubbelbestemmingen opgenomen. Binnen deze bestemmingen geldt dat niet zonder meer gebouwd mag worden en ook is een omgevingsvergunningverplichting opgenomen voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

Voor de (te verwachten) archeologische waarden wordt verwezen naar de gemeentelijke archeologische beleidskaart.

Karakteristiek

De karakteristieke panden zijn aangeduid. Voor deze panden geldt dat de karakteristieke hoofdvorm behouden moet blijven. Ook mag er niet zo maar gesloopt worden.

Hoofdstuk 4 Toets aan wet- en regelgeving

Deze beheersverordening is conserverend van aard. Voor zover zij ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, gaat het om ontwikkelingen die ook al in de geldende bestemmingsplannen zijn geregeld. Voor zover in de toekomst wel nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, zal daarvoor een afzonderlijke bestemmingsplanprocedure worden opgestart (inclusief onderzoeksverplichtingen). Gelet op het conserverende karakter van deze beheersverordening is er geen aanleiding om te veronderstellen dat de uitvoering ervan leidt tot nadelige milieugevolgen. Onderzoek op dit punt kan dan ook achterwege blijven. Hieronder worden wel alle onderzoeksaspecten volledigheidshalve kort nagelopen.

4.1 Wet geluidhinder

In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt en wegen die zijn aangeduid als 'woonerf'. In geval van geluidgevoelige bebouwing binnen een zone dient akoestisch onderzoek plaats te vinden. Behoudens situaties waarbij door burgemeester en wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor woningen binnen een zone als hoogst toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, 48 dB (conform artikel 82, lid 1 van de Wet geluidhinder).

Deze beheersverordening maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarvoor onderzoek is vereist.

4.2 Milieubeheer

Binnen en rond het beheersgebied zijn een aantal bedrijven en voorzieningen aanwezig. De meeste bedrijven bevinden zich aan de weg Alteveer en aan de Jan Haarstraat.Sommige bedrijven en voorzieningen hebben een 'milieucirkel' waarmee bij nieuwe planologische ontwikkelingen rekening dient te worden gehouden. Aangezien deze beheersverordening geen nieuwe ingrepen binnen deze 'cirkels' mogelijk maakt, is er geen sprake van een (nieuwe) conflictsituatie.

4.3 Bodem

Op basis van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo) treedt een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk niet eerder in werking dan nadat is vastgesteld dat er geen sprake is van een ernstige bodemverontreiniging, ofwel wanneer er saneringsmaatregelen zijn uitgevoerd.

Er zijn volgens de provinciale kaart Bodeminformatie enkele (potentiële) verontreinigingen binnen het beheersgebied aanwezig. Voorafgaand aan het verlenen van omgevingsvergunningen - in geval voor nieuwe ontwikkelingen - zal de gemeente steeds beoordelen of de bodemgesteldheid afdoende is onderzocht en het beoogde grondgebruik toelaat.

4.4 Water

Aangezien deze beheersverordening slechts het bestaande (juridische) gebruik opnieuw vastlegt, zijn er geen waterstaatkundige belangen mee gemoeid.

4.5 Luchtkwaliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is bepaald dat een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.

Deze beheersverordening maakt ten opzichte van de vigerende (bestemmings)plannen die vervangen worden geen ontwikkelingen mogelijk die van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Er is derhalve sprake van een 'nibm'-situatie waardoor onderzoek achterwege kan blijven.

4.6 Ecologie

Ter bescherming van ecologische waarden dient bij ruimtelijke ingrepen een afweging te worden gemaakt in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet.

De Ecologische Hoofdstructuur is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het beheersgebied ligt op ruime afstand van de Ecologische Hoofdstructuur en andere beschermde natuurgebieden.

Deze beheersverordening staat geen ontwikkelingen toe waarvoor onderzoek in het kader van de Flora- en faunawet en/of Natuurbeschermingswet 1998 is vereist.

4.7 Externe veiligheid

Het aspect Externe Veiligheid heeft te maken met de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en de bescherming hiertegen. De veiligheidsrisico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Verder kunnen de veiligheidsrisico's worden verdeeld in risico's veroorzaakt door bedrijvigheid (inrichtingen) en in risico's veroorzaakt vanwege het transport (weg, spoor, water, buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Conform het nationale veiligheidsbeleid heeft de RUD Drenthe onderzoek verricht naar de veiligheidssituatie rondom het plangebied (Bijlage XX Advies externe veiligheid). Dit onderzoek bestaat uit het in beeld brengen van alle relevante risicofactoren met de bijbehorende risico's alsmede het vaststellen van de invloed hiervan op het plangebied.

Stationaire bronnen

Binnen of in de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle bedrijven aanwezig. Er hoeft niet getoetst te worden aan veiligheidsafstanden op basis van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, zoals verwoord in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).

 

Transportroutes voor gevaarlijke stoffen

Voor het transport van gevaarlijke stoffen via het water, de weg en het spoor zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vastgelegd.

In de nabijheid van Alteveer en Kerkenveld ligt geen transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Deze verordening hoeft niet te worden getoetst aan het Bevt.

Buisleidingen

Voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vastgelegd. De regels voor buisleidingen zijn op basis van het Bevb uitgewerkt in de ministeriële regeling externe veiligheid buisleidingen. Ten noordwesten van het plangebied Alteveer liggen twee hoge druk aardgasleidingen (A-503 en A-509) van de Gasunie (zie fig. 1). De aardgasleidingen hebben een druk van 66 bar en een diameter van maximaal 122 cm. De verordening is daarom getoetst aan het Bevb.

afbeelding "i_NL.IMRO.1690.BV00375-0401_0001.png"

Figuur 1: Ligging twee hoge druk aardgasleidingen (A-503 en A-509) van de Gasunie

Voor het opstellen van de risicoanalyse (QRA) voor het transport via ondergrondse buisleidingen is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Carola, versie 1.0.0.52.

Belemmeringenstrook

De belemmeringenstrook van beide aardgasleidingen bedraagt 5 meter aan weerszijden van de aardgasleidingen. Binnen deze belemmeringenstrook mogen geen bouwwerken worden opgericht. De belemmeringenstrook van beide leidingen ligt op ruime afstand van het plangebied en vormt dan ook geen belemmering.

Plaatsgebonden risico

Bij het vaststellen van de beheersverordening is rekening gehouden met het plaatsgebonden risico (PR 10-6 per jaar). Uit de risicoanalyse is gebleken dat bij beide buisleidingen geen plaatsgebonden risico (PR 10-6)-contouren aanwezig zijn. Het plaatsgebonden risico levert dan ook geen belemmeringen op en is verder niet relevant voor de beheersverordening Alteveer/Kerkenveld.

Groepsrisico

Naast het plaatsgebonden risico, is ook bepaald of het plangebied binnen de invloedsgebieden van de 2 aardgasleidingen ligt. Het noordelijk deel van het plangebied Alteveer ligt binnen het invloedsgebied van de leidingen. Het invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens. Het maatgevende invloedsgebied bedraagt circa 540 meter vanaf de buisleiding (A-509) (zie fig. 2).

afbeelding "i_NL.IMRO.1690.BV00375-0401_0002.png"

Figuur 2: Invloedsgebied maatgevende buisleiding (A-509)

Binnen het invloedsgebied ligt ook de 100% letaliteitszone. Deze zone bedraagt circa 200 meter vanaf de buisleiding die maatgevend is (zie fig. 3). De 100% letaliteitszone ligt op geruime afstand van het plangebied Alteveer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1690.BV00375-0401_0003.png"Figuur 3: 100%letaliteitgrens buisleiding A-509

Op grond van het Bevb en de bijbehorende regeling kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het plangebied van de beheersverordening Alteveer/Kerkenveld ligt buiten de 100% letaliteitszone van de maatgevende aardgasbuisleiding (A-509). De hoogte van het groepsrisico bedraagt minder dan 10% van de oriëntatiewaarde en het groepsrisico wijzigt niet, omdat er geen nieuwe ontwikkelingen zijn toegestaan op grond van de beheersverordening.

Naast de kwantitatieve beoordeling van het groepsrisico heeft ook een kwalitatieve beoordeling plaatsgevonden met betrekking tot de aspecten zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid bij een eventueel incident met de buisleidingen. De Veiligheidsregio Drenthe (VRD) heeft als wettelijk adviseur op grond van art. 12, lid 2 van het Bevb op 8 juni 2015 advies (kenmerk: U150547) uitgebracht ten aanzien van de genoemde aspecten (bijlage XX VRD-advies).

De VRD geeft aan dat er geen effectieve maatregelen getroffen kunnen worden, die bijdragen aan de zelfredzaamheid of de bestrijdbaarheid van een incident. Tevens wordt opgemerkt dat de buisleidingen door agrarisch gebied lopen en de kans op een incident bijzonder klein is. Een incident bij een buisleiding wordt in vrijwel alle gevallen veroorzaakt door graafwerkzaamheden. Graafwerkzaamheden zullen niet snel plaatsvinden in weilanden en akkers.

Conclusie

Aangezien de kans op een calamiteit met een buisleiding erg klein is, alleen een klein deel van het plangebied in het invloedsgebied van de buisleidingen ligt, het groepsrisico niet wijzigt ten opzichte van de bestaande situatie en de plangebieden niet binnen de 100% letaliteitszone liggen, wordt de bestaande situatie aanvaardbaar geacht.

4.8 Archeologie

Op de beleidskaart Archeologisch erfgoed in de gemeente De Wolden zijn voor Alteveer en Kerkenveld verschillende aanduidingen opgenomen.

Voor Alteveer gelden de volgende aanduidingen:

  • Hoge of middelhoge verwachting;
  • Klein deeltje Historische kernen (1832), buitenplaatsen, middeleeuwse begraafplaatsen (in gebruik) en zone rond historische nederzettingslocaties.

Voor Kerkenveld gelden de volgende verwachtingen:

  • Hoge of middelhoge verwachting;
  • Depressies/ laagten al dan niet gevuld met organisch materiaal.

Voor het verordeningsgebied is een dubbelbestemming in de regels opgenomen.

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De veranderingen die de beheersverordening mogelijk maakt, zijn veelal perceelsgebonden en kleinschalig van aard. De beheersverordening voorziet niet in ingrijpende veranderingen. De bestaande en mogelijke situatie uit de (voor deze beheersverordening) geldende juridische regelingen worden voortgezet. De maatschappelijke uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd.

De ontwerpbeheersverordening ligt gedurende 6 weken ter inzage. Daarnaast wordt een inloopsessie georganiseerd, waarbij informatie wordt gegeven over deze beheersverordening. Er zijn wel/geen inspraakreacties ingediend. In het vooroverleg heeft de Provincie Drenthe laten weten wel/geen op- of aanmerkingen te hebben.

5.2 Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke regeling wordt bepaald door de financiële haalbaarheid van daarin mogelijk gemaakte ontwikkelingen en de grondexploitatie.

Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wro en het Bro beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. Deze beheersverordening maakt geen grootschalige bouwplannen mogelijk.. Hierdoor is geen sprake van gemeentelijke kosten waardoor het aantonen van de financiële haalbaarheid ook niet nodig is.