Betreft het robuust natuursysteem, Ecologische / multifunctionele verbinding is het provinciaal beleid gericht op het versterken van deze verbindingen, door ze op te nemen in een gebiedsontwikkeling of door ze te verbinden aan een (economisch-sociale) ontwikkelopgave. Op langere termijn (2040) wil men via deze verbindingen het Dwingelderveld via Havelte en het Drents-Friese Wold verbinden met de boswachterijen van Grolloo en Schoonloo. En tevens de bestaande verbinding tussen het Dwingelderveld en de boswachterijen van Grolloo en Schoonloo via het Scharreveld versterken. Bij deze afweging staat de ecologische functionaliteit centraal.
De bestaande en gedeeltelijk gerealiseerde ecologische verbindingen tussen Dwingelderveld, de natuurgebieden rond Zuidwolde en het Reestdal is al versterkt door de barrièrewerking van de N48 te verminderen door middel van de aanleg van twee ecoducten. Het plangebied is gelegen aan de rand de van de verbinding tussen deze beide ecoducten.
Het ruimtelijke plan omvat een herschikking van bebouwing en functies. Daarmee wordt de bebouwing en gebruiksfuncties meer geconcentreerd. Met dit plan is niet voorzien in een uitbreiding van de bestaande gebruiksfuncties. Daarbij is het plangebied qua oppervlakte relatief klein binnen deze ecologische verbinding. Met dit plan zal de Ecologische / multifunctionele verbinding en de daarmee beoogde doelen niet worden aangetast.
In de omgevingsvisie zijn de provinciale belangen benoemd, waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het beoordelen van bestemmingsplannen. De provinciale belangen zijn verdeeld in Drentse kwaliteiten en ontwikkelingen. Binnen de Drentse kwaliteiten staat het behoud en de ontwikkeling van de kernkwaliteiten, de dynamiek van bedrijvigheid, de biodiversiteit en de milieu- en leefomgevingskwaliteit centraal. De kernkwaliteiten zijn opgenomen op een kernkwaliteitenkaart. Op het gebied van ontwikkelingen zijn onder meer het regionale economische vestigingsklimaat, de landbouw, het toerisme, de demografische ontwikkeling, de mobiliteit en de ontwikkeling van natuur en landschap (ecologische hoofd structuur, diversiteit in landschapstypen) als provinciaal belang benoemt.
De kernkwaliteiten vormen de belangrijkste basis voor het begrip 'ruimtelijke kwaliteit'. Daarnaast is zorgvuldig ruimtegebruik en milieu- en leefomgevingskwaliteit van belang.
Het plangebied is met de kernkwaliteit Landschap grotendeels aangeduid als esdorpenlandschap. Een beperkt (westelijk) deel van het plangebied is aangeduid als "es".
Binnen het esdorpenlandschap zijn de essen, vanwege de kenmerkende open ruimtes veelal omgeven met esrandbeplanting en de beekdalen, vanwege het onbebouwd gebied met kleinschalige beplantingstructuren en beekdal(rand)beplanting, van provinciaal belang. Het provinciaal beleid is gericht op het behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting en het behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van de karakteristieke beekdal(rand)beplanting.
Op het deel van het plangebied dat is aangeduid als "es" is met dit ruimtelijke plan enkel een deel van de te slopen schuur voorzien. Met de voorziene sloop zal de veelal onbebouwde structuur van de esgronden worden verstrekt.
De karakteristieken van het esdorpenlandschap en daarbij aangegeven provinciale belangen en beleidsuitgangspunten zijn nader uitgewerkt in het gemeentelijk landschappelijke ontwikkelingskader. In paragraaf 3.4 gemeentelijk beleid wordt daar nader op ingegaan.
Het plangebied is tevens aangewezen voor de kernkwaliteit Aardkundige waarden en aangeduid met het beschermingsniveau "Hoog: beschermen". Er is geen sprake van een zogenaamd stergebied. In gebieden met een hoog beschermingsniveau zijn ontwikkelingen toegestaan als de aardkundige kwaliteiten en kenmerken behouden blijven. Met ruimtelijke ontwikkelingen dient zorgvuldig en verantwoord te worden om gegaan met de aardkundige waarden.
Het genoemde beschermingsniveau is een indicatieve waarde gebaseerd op de geomorfologische kaart van Drenthe. Op de geomorfologische kaart van Drenthe is het westelijke deel van het plangebied aangeduid als "Gestuwde grondmorenerug". Daarbij is aangegeven dat grootschalig vergraven of doorsnijden, vanwege het doorbreken van de ondoorlatende keileemlaag, de karakteristieke vorm en hydrologie zullen aantasten en de bodem zal worden verstoord en dat peilverlaging zal leiden tot verdroging en mogelijk verstuiving. Door niet-reliëfvolgend te bebouwen of beplanten kan het zicht worden ontnomen.
Met dit plan is geen grootschalige danwel diepe grondbewerking voorzien. De voorziene grond ingreep is ten behoeve van de bouw van het voorgenomen bedrijfsgebouw. Dit gebouw is gesitueerd ter plaatse van bestaande bebouwing midden op voor de bestaande bedrijfsactiviteiten ingerichte terrein. Daarbij wordt de bebouwing geconcentreerd en twee vrijstaande bedrijfsgebouwen gesloopt. Met de sloop van de westelijk gesitueerde schuur wordt het onbebouwde karakter van de es verstrekt. Met het landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met de karakteristieken van het (open) landschap.
Een beperkt (westelijk) deel van het plangebied is betreffende de kernkwaliteiten Archeologie aangeduid als "Verwachting toetsen (es). Dit gebied is gelijk aan het gebied aangeduid als "Es". Zoals aangegeven is daarop met dit ruimtelijke plan is enkel de sloop van een bedrijfsgebouwen voorzien. Ten behoeve van de bouw van dit bedrijfsgebouw is de grond al oppervlakkig geroerd. Met de sloop zal daarin geen meer belastende grondwerkzaamheden plaatsvinden.
Desalniettemin blijft de dubbelbestemming "waarde archeologie" gehandhaafd zodat bij een wijziging van het bouwvoornemen, waarbij wel belastende grondwerkzaamheden zouden kunnen plaatsvinden, is voorzien een borging van de nog aanwezige archeologische waarden door middel van een aanleg vergunningstelsel.
Het plangebied is betreffende de kernkwaliteiten natuur, rust, en cultuurhistorie niet voorzien van enige waarde aanduiding
Regeling vestiging solitair bedrijf in buitengebied
Bij besluit van 19 augustus 2014 hebben Gedeputeerde Staten de "Regeling vestiging solitair bedrijf in buitengebied" vastgesteld. Deze omvat regels als bedoeld in het huidige artikel 3.26 eerste lid, van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.
Volgens artikel 1, sub a, van de regeling kan een ruimtelijk plan alleen voorzien in de vestiging van een bestaand solitair buiten bestaand stedelijk gebied gelegen regionaal georiënteerd bedrijf indien de desbetreffende bedrijvigheid op basis van een goede ruimtelijke ordening niet op een bedrijventerrein gevestigd kan worden.
Hier is sprake van een al 20 jaar bestaande handel in bouwmaterialen, die is ontstaan als een tweede tak. Daarbij is destijds door het toenmalige gemeentebestuur besloten om ten behoeve van deze bedrijfsactiviteit bedrijfsterrein beschikbaar te stellen en de bedrijfsactiviteit op het agrarisch bouwperceel te accepteren. Deze tak van het bedrijf heeft zich, gelet op de juridische beperkingen, op een specifieke wijze ontwikkeld zonder showroom en een bij een bouwmarkt gebruikelijk (en voor een rendabele exploitatie noodzakelijk) assortiment. Deze bijzondere ontstaansgeschiedenis is er ook de oorzaak van dat thans een verplaatsing naar een bedrijfsterrein niet meer economisch verantwoord is. Een ander gevolg is geweest dat binnen het erf de handelsactiviteiten zodanig zijn geconcentreerd dat het merendeel van de activiteiten uit het zicht vanaf de openbare weg zijn gelegen. De voorziene herschikking versterkt deze, reeds aanwezige landschappelijke inpassing.
Met dit plan wordt een herschikking en concentratie van de handelsactiviteiten vastgelegd. Daarbij biedt dit plan een investering in kwaliteitsverbetering van de omliggende groene ruimte binnen het plangebied en daarbij mag geconcludeerd worden dat er met de afweging van alle aspecten gekomen is tot een plan dat bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening.
Provinciale omgevingsverordening Drenthe
De Provinciale omgevingsverordening Drenthe, met inbegrip van de navolgende wijzigingen, geeft de randvoorwaarden voor het opstellen van ruimtelijke plannen. De verordening heeft onder meer als doel om de kernkwaliteiten van Drenthe te behouden en te versterken. Als bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn, moet in het ruimtelijk plan uiteengezet worden dat met het desbetreffende plan wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform de provinciale ontwikkelingsvisie. Een ruimtelijk plan mag geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maken die de kernkwaliteiten significant aantasten.
In artikel 3.26 zijn voorwaarden gesteld aan bedrijfsfuncties in vrijkomende agrarische bebouwing. Er is in dezen geen sprake van een ‘significante’ uitbreiding ten behoeve van reguliere bedrijvigheid die in het buitengebied niet is toegestaan. In dit geval er is ruimtelijk geen sprake van uitbreiding van het bebouwd oppervlak.
Conclusie:
Dit plan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.