Omgevingsvisie Drenthe
Op 2 juni 2010 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Drenthe vastgesteld. Provinciale Staten hebben op 2 juli 2014 ingestemd met de Actualisatie Omgevingsvisie Drenthe 2014. De actualiseerde visie zal inwerking treden op 20 augustus 2014.
In de omgevingsvisie zijn de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijk domein geformuleerd. De omgevingsvisie vormt het strategisch kader voor de ruimtelijk economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2020, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. De Omgevingsvisie Drenthe is een integraal document en fungeert als provinciale structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening, als provinciaal milieubeleidsplan, als regionaal waterplan en als provinciaal verkeers- en vervoersplan.
Op de visiekaart 2020 is de kern Ruinerwold aangeduid als overige functies
In de omgevingsvisie zijn de provinciale belangen benoemd, waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het beoordelen van bestemmingsplannen. De provinciale belangen zijn verdeeld in Drentse kwaliteiten en ontwikkelingen. Binnen de Drentse kwaliteiten staat het behoud en de ontwikkeling van de kernkwaliteiten, de dynamiek van bedrijvigheid, de biodiversiteit en de milieu- en leefomgevingskwaliteit centraal. De kernkwaliteiten zijn opgenomen op een kernkwaliteitenkaart. Op het gebied van ontwikkelingen zijn onder meer het regionale economische vestigingsklimaat, de landbouw, het toerisme, de demografische ontwikkeling, de mobiliteit en de ontwikkeling van natuur en landschap (ecologische hoofd structuur, diversiteit in landschapstypen) als provinciaal belang benoemt.
De kernkwaliteiten vormen de belangrijkste basis voor het begrip 'ruimtelijke kwaliteit'. Daarnaast is zorgvuldig ruimtegebruik en milieu- en leefomgevingskwaliteit van belang.
De verantwoordelijkheid voor de kernkwaliteiten binnen de bebouwde kom ligt bij de gemeente. Een uitzondering hierop is archeologie en in specifieke gevallen voor cultuurhistorie. Het provinciaal belang geldt alleen binnen de bebouwde kom als de desbetreffende kern met een waarde is aangeduid op de kaart cultuurhistorie hoofdstructuur. Op de kaart cultuurhistorie hoofdstructuur is het plangebied niet met een specifieke waarde aangeduid. De straat Dijkhuizen wordt op deze kernkwaliteit kaart aangeduid met "Lijnvormige objecten Cultuurhistorisch Kompas (OGV, 2010)". Dit plan brengt geen wijzigingen met zich mee welke van invloed zijn op de structuur en ligging van Dijkhuizen.
Provinciale omgevingsverordening Drenthe
Gedeputeerde staten van Drenthe maken bekend dat provinciale staten van Drenthe op 23 september 2015 de actualisatie van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (POV) hebben vastgesteld. Deze verordening zal per 15 oktober 2015 in werking treden. De Provinciale omgevingsverordening Drenthe, met inbegrip van de navolgende wijzigingen, geeft de randvoorwaarden voor het opstellen van ruimtelijke plannen.
Paragraaf 3.2.3 van de verordening gaat in op het zorgvuldig ruimtegebruik of te wel de Ladder voor duurzame verstedelijking. Daarbij is aangegeven dat een ruimtelijk plan kan slechts in ruimtevragende ontwikkelingen op het gebied van woon-werklocaties, verblijfsrecreatie, detailhandel en infrastructuur mag voorzien indien uit het desbetreffende ruimtelijk plan blijkt dat dit op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking gerechtvaardigd is.
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) stelt aan bestemmingsplannen volgens de Ladder der duurzame verstedelijking dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende voorwaarden:
- er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte;
- indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en;
- indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.
Als eerste dient te worden bepaald of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij uitspraak van 11 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:915) heeft de Raad van State zich uitgesproken dat de vraag of er sprake is van e een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient te worden bezien in onderlinge samenhang met het planologisch beslag op de ruimte waarin dit plan mogelijk maakt, in vergelijking met het voorgaande plan en in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande plan, voorziet in een functiewijziging.
Met dit plan vindt enkele een functiewijzing binnen het bestaande bouwvolume plaats. Dat het betreffende gebouw in gelijke vorm en omvang wordt herbouwd brengt daarin geen verandering. Daarbij wordt de (tweede) woonfunctie op het perceel verplaatst. Daarmee kan mede gezien de voornoemde uitspraak geconstateerd worden dat er met dit plan geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Daarmee hoeft in dezen de Ladder der duurzame verstedelijking niet te worden toegepast.
Conclusie:
Dit plan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.