direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Oosterveldweg 6-8 en Oosterweg 11, Alteveer
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1690.BP00367-0401

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Gebr. Middelveld, Oosterveldweg 6 te Alteveer maakt een positieve bedrijfsontwikkeling door waardoor er een tekort aan bedrijfsruimte is ontstaan. De huidige bedrijfsgebouwen bieden onvoldoende ruimte om de bedrijfsvoering zo effectief mogelijk te kunnen uitvoeren. Reden waarom men een verzoek heeft ingediend om uitbreiding van de bedrijfsgebouwen. Uitbreiding is op grond van de beheersverordening Buitengebied niet mogelijk.

De gemeente De Wolden wil meewerken aan de gevraagde uitbreiding onder de voorwaarde dat de uitbreiding wordt gecompenseerd met afbraak van bedrijfsgebouwen elders. Hiervoor is de locatie Oosterweg 11 gevonden. Op deze locatie zullen de agrarische bedrijfsgebouwen worden afgebroken.

Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van de uitbreiding op het perceel Oosterveldweg 6 mogelijk; tegelijkertijd krijgt het perceel Oosterweg 11 een woonbestemming.

1.2 Ligging plangebieden

Dit bestemmingsplan gaat om twee plangebieden. Het eerste plangebied is gesitueerd op het perceel Oosterveldweg 6 te Alteveer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1690.BP00367-0401_0001.png"

Het tweede plangebied betreft het perceel Oosterweg 11 te Alteveer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1690.BP00367-0401_0002.png"

Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande en nieuwe situatie

Het perceel Oosterveldweg 6 is gelegen in de beheersverordening Buitengebied. Hierin heeft het perceel een bedrijfsbestemming. Het bouwblok met bedrijfsbestemming is voldoende groot voor de te realiseren uitbreiding; de regels van de beheersverordening staan slechts een uitbreiding van 10% (en met afwijking 20%) toe. De gewenste uitbreiding overschrijdt deze 10%. De gewenste uitbreiding bedraagt ± 750 m².

Het perceel Oosterweg 11 is eveneens gelegen in de beheersverordening Buitengebied en heeft een agrarische bestemming. De agrarische bedrijfsgebouwen zullen worden gesloopt ter compensatie van de gewenste uitbreiding op het perceel Oosterweg 6. Na sloop is er geen sprake meer van een agrarisch bedrijf. Het perceel krijgt daarom een woonbestemming.

Hoofdstuk 3 Beleid

3.1 Nationaal ruimtelijk beleid

Op 13 maart 2012 is de nationale Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze vervangt onder andere de Nota Ruimte. De SVIR gaat in op de nationale ruimtelijke belangen. In dit geval is er geen sprake van een nationaal ruimtelijk belang.

3.2 Provinciaal ruimtelijk beleid

De provincie Drenthe heeft een Omgevingsvisie opgesteld. Deze is vastgesteld op 2 juni 2010.

De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe voor de periode tot 2020, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de priovincie in het ruimtelijke domein. Deze Omgevingsvisie is via een interactief proces tot stand gekomen. Zowel bij de voorbereiding als bij het opstellen van de Omgevingsvisie zijn partners, maatschappelijke organisaties en inwoners van Drenthe nauw betrokken.

De missie van de provincie Drenthe luidt als volgt: "Het koesteren van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten".

De provinciale belangen (kernkwaliteiten en kernwaarden) zijn benoemd. Dit zijn onder meer:

  • het versterken en de ruimtelijke identiteit van Drenthe (onder andere rust, ruimte, natuur en landschap, oorspronkelijkheid, kleinschaligheid);
  • dynamiek van de bedrijvigheid;
  • de landbouw moet in de provincie voldoende mogelijkheden hebben voor schaalvergroting en voor de productie van energie;
  • het verbeteren en vernieuwen van het bestaande aanbod van verblijfs- en dagrecreatie en van de toeristisch-recreatieve infrastructuur;
  • het behouden en versterken van de biodiversiteit onder meer door het realiseren van de ecologische hoofdstructuur aantrekkelijke, gevarieerde en leefbare woonmilieus, de EHS,de verschillende Drentse landschapstypen en de diversiteit in landschapstypen.

Op verschillende kaarten bij de Omgevingsvisie zijn onder meer de "Visie 2020" en de "kernkwaliteiten" weergegeven. Koekange is aangegeven als een dorp in een gebied met dorpen dynamiek. Op de kaart "Visie 2020" en "Kernkwaliteiten" heeft Koekange geen nadere aanduidingen.

In specifieke situaties is er binnen de Omgevingsvisie Drenthe beleidsruimte om aan een solitair bedrijf in het buitengebied uitbreidingsruimte toe te staan. Hiervoor is de Regeling Vestiging bedrijf in het buitengebied (provinciaal blad nr. 1824, 28 augustus 2014) vastgesteld. Het plan van de Gebr. Middelveld voldoet aan deze regeling. Voorwaarde is echter wel dat er elders ter compensatie bebouwing gesloopt dient te worden en dat de uitbreiding wordt gekoppeld aan landschappelijke inpassing. Door deze toepassing verbetert de kwaliteit in het buitengebied op twee locaties.

3.3 Gemeentelijk ruimtelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie

Op 10 maart 2011 is de structuurvisie 2010-2030 voor de gehele gemeente De Wolden vastgesteld. Kenmerk van de plattelandsgemeente De Wolden is dat lokale bedrijvigheid verspreid plaatsvindt over de kerndorpen, kleine kernen en het buitengebied. Er is geen grootschalig bedrijventerrein aanwezig in de gemeente en voor de toekomst wordt hier ook niet op ingezet. De gemeente zet in op uitbreidingsmogelijkheden van de lokale bedrijvigheid, in de kernen en in het buitengebied, passend binnen de landschappelijke kenmerken.

3.3.2 Geldende beheersverordening

De gemeenteraad heeft op 31 oktober 2013 de beheersverordening Buitengebied De Wolden vastgesteld. In deze beheersverordening is de planologische situatie van het buitengebied vastgelegd. De beheersverordening vervangt het voorheen geledende bestemmingsplan Buitengebied De Wolden.

Het perceel Oosterveldweg 6 heeft een bedrijfsbestemming. Het bouwblok biedt ruimte om het bedrijf van de Gebr. Middelveld uit te breiden; de regels van de beheersverordening niet.

Het perceel Oosterweg 11 heeft een agrarische bestemming. Na sloop van de bedrijfsgebouwen is er van een agrarisch bedrijf geen sprake meer. De beheersverordening beschikt niet over wijzgingsbevoegdheden. Met dit bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming vervangen door een woonbestemming.

3.3.3 Welstandsnota

Op 13 december 2012 is de "Welstandsnota 2013" vastgesteld. De percelen Oosterveldweg 6 en Oosterweg 11 vallen in een welstandsvrij gebied. Hier gelden geen welstandseisen.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

4.1 Inleiding

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichtte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht). Allereerst wordt inzicht gegeven in de bestaande situatie van het plangebieden.

Om tot een gedegen planontwikkeling te komen zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, die inzicht geven in de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van deze onderzoeken. Voor uitgebreidere informatie wordt verwezen naar de feitelijke onderzoeken.

4.2 Archeologie

Het perceel Oosterveldweg 6 ligt volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart in een gebied met de aanduiding "hoge of middelhoge verwachting". Archeologisch onderzoek is verplicht bij ingrepen > 1000 m² en dieper dan 0,30 cm. De geplande uitbreiding zal niet groter zijn dan 768 m² (te slopen oppervlakte op het perceel Oosterweg 11). Archeologisch onderzoek kan daarom achterwege blijven.

Het perceel Oosterweg 11 ligt eveneens in een gebied met de aanduiding "hoge of middelhoge verwachting". Het perceel heeft tevens de aanduiding "depressies/laagten al dan niet gevuld met organisch materiaal". Op grond van deze laatste aanduiding zou bij de realisatie van nieuwe bebouwing archeologisch onderzoek verplicht zijn. Omdat ter plaatse alleen bedrijfsgebouwen worden afgebroken kan archeologisch onderzoek nu achterwege blijven. Bij eventuele bouwplannen in de toekomst dient wel rekening te worden gehouden met de verplichtingen tot archeologisch onderzoek.

4.3 Externe veiligheid

afbeelding "i_NL.IMRO.1690.BP00367-0401_0003.png"

Ten zuiden en ten westen van de locatie Oosterveldweg 6 liggen een aantal hoge druk aardgasleidingen van zowel de Gasunie en de NAM. De dichts bijgelegen leiding ten zuiden van de locatie ligt op circa 310 meter en betreft een leiding van de Gasunie met een diameter van 212 mm met een werkdruk van 40 bar. Het invloedsgebied van deze leiding bedraagt circa 95 meter. Het invloedsgebied ligt hiermee buiten de planlocatie. Verder naar het zuiden ligt nog een bundel met 3 hoge druk aardgasleidingen, waarvan een van de NAM en twee van de Gasunie. De voor deze situatie maatgevende leiding van de bundel met drie leidingen betreft de leiding van de NAM met een diameter van 610 mm met een druk van 85 bar. Het invloedsgebied van deze leiding bedraagt 355 meter. De zuidelijke rand van de planlocatie ligt op iets meer dan 355 meter van deze leiding. Hiermee ligt de planlocatie juist buiten het invloedsgebied.

Verder ligt de planlocatie op circa 405 meter vanaf de in westelijke richting liggende aardgasleiding van de NAM. Dit betreft een leiding met een diameter van 610 mm met een werkdruk van 85 bar. Het invloedsgebied waarbinnen dodelijke slachtoffers kunnen vallen bedraagt 355 meter (invloedsgebied). De planlocatie ligt ook hier dus buiten het invloedsgebied van de in westelijke richting liggende buisleiding.

Op de risicokaart is van een aantal leidingen een veiligheidszone weergegeven, echter deze liggen niet over de planlocatie.

Voor dit plan is geen risicoberekening uitgevoerd omdat de planlocatie niet of net aan de rand van een invloedsgebied ligt. De wijziging houdt slechts de bouw van een nieuwe schuur/loods in waarbij het aantal personenen dat op de locatie kan verblijven niet zal wijzigen. De gebruiksbestemming blijft namelijk ongewijzigd.

Conclusie

Vanwege externe veiligheid is er geen belemmering om dit bestemmingsplan vast te stellen. Het groepsrisico hoeft niet te worden verantwoord omdat de planlocatie buiten het invloedsgebied van de hoge druk aardgasleidingen ligt en het groepsrisico niet wijzigt. Tevens liggen de veiligheidszones, uitgedrukt in het plaatsgebonden risico 10-6, ruimschoots buiten de planlocatie. Verder zijn er in de omgeving geen risico-objecten aanwezig die van invloed zijn op deze planlocatie.

4.4 Flora en fauna

Op het perceel Oosterveldweg 6 is recent bebouwing gesloopt op de locatie waarop de uitbreiding zal gaan plaatsvinden. Verharding van de ondergrond is reeds aanwezig. In de huidige situatie wordt dit gedeelte van het perceel gebruikt voor opslag. Gelet op het huidige bedrijfsmatige gebruik en de reeds aanwezige verharding is een flora- en faunaonderzoek achterwege gebleven.

Op het perceel Oosterweg 11 vinden alleen sloopactiviteiten plaats. Voor het omzetten van de agrarische bestemming naar de woonbestemming kan flora- en faunaonderzoek achterwege blijven.

4.5 Water

In het kader van de watertoets is het plan ingevoerd op www.dewatertoets.nl. Uit de reactie van het Waterschap blijkt dat volstaan kan worden met de hierna volgende zogenaamde "standaardwaterparagraaf".

Waterhuishouding

Het plan loopt geen verhoogde risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1.500 m².

Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer

In het plan wordt gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap te volgen. Als de hemelwaterafvoer (a) niet wordt aangesloten op een gescheiden rioolstelsel (b) er wordt niet afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkig afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen.

Het gebruik van materialen

Het waterschap is verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit van het regionale watersysteem. Om verontreiniging van het watersysteem te voorkomen adviseert het waterschap om materialen zoals lood, koper en zink niet te gebruiken als het hemelwater vrij afstroomt naar het watersysteem.

Aanleghoogte van de bebouwing

Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast.

Wetgeving lozen in oppervlaktewater

In het plan vindt een lozing plaats van water in oppervlaktewater. Hemelwater van schone oppervlakken (zoals daken en tuinen) mag rechtstreeks geloosd worden. Hemelwater dat van een parkeerterrein afstroomt (of anderszins) vervuild raakt, dient via een bodempassage af te wateren. Indien grondwater wordt onttrokken tijdens de aanleg en er wordt geloosd in oppervlaktewater dan gelden er specifieke regels. In dat geval moet er contact opgenomen worden met het waterschap (advies Waterwet).

Wetgeving grondwaterontrekking

Er vindt in het plan een grondwateronttrekking plaats. Gezien de verschillende belangen, die partijen hebben bij het grondwater, is het beheer van het grondwater wettelijk geregeld in de Waterwet. In het kort komt het er op neer dat u voor grote grondwateronttrekkingen vergunningplichtig bent. Voor kleinere onttrekkingen geldt een meldingsplicht.

Watertoetsproces

De initiatiefnemer heeft het Waterschap Reest en Wieden geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding.

"De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen conform de Handreiking Watertoets III. Waterschap Reest en Wieden geeft een positief wateradvies".

Hoofdstuk 5 Toetsing

In de geldende beheersverordening Buitengebied De Wolden heeft het perceel Oosterveldweg 6 reeds een bedrijfsbestemming. Het bouwblok is voldoende groot voor de te realiseren uitbreiding; de regels van de beheersverordening staan slechts een uitbreiding van 10% toe. De gewenste uitbreiding overschrijdt deze 10% (en met afwijking 20%). De gewenste uitbreiding bedraagt ± 750 m².

Het perceel is gesitueerd in het landelijk gebied. Landschappelijke inpassing is een voorwaarde om mee te werken aan de gevraagde uitbreiding.

Hoofdstuk 6 Planologisch-juridische regeling

6.1 Algemeen

De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding gegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is het aantal regels zo beperkt mogelijk gehouden. Alleen datgene is geregeld, wat werkelijk noodzakelijk is. Toch kan het in een concrete situatie voorkomen dat een afwijking van de planregels gewenst is. Daarom zijn er in het bestemmingsplan afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

De bij dit plan behorende planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten:

1. Inleidende regels

2. Bestemmingsregels

3. Algemene regels

4. Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 1 worden de in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze moet worden gemeten.

In hoofdstuk 2 zijn specifieke regels opgenomen voor de bestemmingen die voorkomen in het plangebied. De bestemmingsartikelen bestaan uit een bestemmingsomschrijving en bouwregels, en in dit geval een wijzigingsbevoegdheid. De hoofdstukken 3 en 4 bevatten algemene regels.

6.2 Nadere toelichting op de regels

6.2.1 Bedrijf

Binnen de bestemming "bedrijf" is een bouwvlak getekend waarbinnen de gebouwen ten behoeve van het bedrijf mogen worden gebouwd. Binnen deze bestemming zijn bedrijven uit de categorieën 1 tot en met 3.1 van de bij de regels behorende Staat van bedrijven toegestaan, als ook bestaande bedrijven, niet zijnde geluidzonerings- en m.e.r.-plichtige inrichtingen.

6.2.2 Algemene afwijkingsregels

In dit artikel is een aantal regels opgenomen om het mogelijk te maken dat het plan op ondergeschikte punten wordt aangepast. Het verlenen van een omgevingsvergunning mag geen automatisme zijn. Het bevoegd gezag zal het verlenen van die vergunning zorgvuldig moeten afwegen en motiveren.

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

7.1 Inspraak

Het onderhavige bestemmingsplan is in het kader van vooroverleg niet aan de provincie voorgelegd. In het voortraject hebben er diverse overleggen plaatsgevonden. Het resultaat hiervan is dat de uitbreiding alleen mogelijk is waneer er elders in het buitengebied m² worden afgebroken.

Het plan is door middel van de watertoets al aan het waterschap voorgelegd en heeft een positief advies gekregen. De provincie en het waterschap zijn in de gelegenheid om te reageren op het ontwerpbestemmingsplan.

Het ontwerpbestemmingsplan "Oosterveldweg 6 en Oosterweg 11, Alteveer" wordt op de in de gemeente De Wolden gebruikelijke wijze ter inzage gelegd. In de periode van tervisielegging kan een ieder een zienswijze indienen.

7.2 Overleg

In verband met de beperkte omvang van de onderhavige ontwikkeling krijgen de overleginstanties de gelegenheid om te reageren op het ontwerpbestemmingsplan.

7.3 Economische uitvoerbaarheid

Het betreft hier een particulier initiatief in combinatie met Bureau Beheer Landbouwgronden. De kosten voor de uitvoering komen voor rekening van de gezamenlijke initiatiefnemers.