direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Bedrijvenpark Laarakker Zuid kavel Z04
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1684.BP77917-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Op 20 april 2015 heeft de gemeenteraad Cuijk het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Laarakker Zuid" vastgesteld. Inmiddels is de ontsluitingsstructuur gerealiseerd, zijn diverse bedrijfskavels verkocht en is de verkavelingsstructuur in hoofdlijnen uitgezet. Hierbij is gebleken dat er partijen zijn met interesse om zich te vestigen op kavel Z04. Deze kavel is door de situering aan de kleine kant, waardoor het lastig is een goede courante indeling van de kavel te realiseren. Een vergroting van de kavel is noodzakelijk om wel een goede indeling van de kavel te kunnen realiseren.

De kavel is in het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Laarakker Zuid' bestemd voor 'Bedrijventerrein' en 'Groen'. Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' is vestiging van een bedrijf toegestaan, binnen de bestemming 'Groen' is dit niet toegestaan. De bouwregels die in bestemming 'Groen' zijn opgenomen, zijn niet toereikend voor de realisering van de beoogde bebouwing. De beoogde ontwikkeling neemt meer ruimte in dan waarin de kavel voorziet. Om deze reden is het wenselijk gebruik te maken van de algemene wijzigingsregels van het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Laarakker Zuid' en op grond hiervan een wijzigingsplan op te stellen.

Ten behoeve van het wijzigingsplan dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld, waarin wordt aangegeven op welke aspecten wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan en waarin wordt gemotiveerd dat de afwijking niet in strijd is met 'een goede ruimtelijke ordening'. Voorliggend document betreft de ruimtelijke onderbouwing die hoort bij dit wijzigingsplan.

1.2 Ligging plangebied

Op de gronden tussen Haps en de A73 wordt Regionaal Bedrijvenpark Laarakker ontwikkeld. Het bedrijvenpark bestaat uit een noordelijk en een zuidelijk deel, van elkaar gescheiden door de Oeffeltseweg en de randweg rond Haps (N264).

Het plangebied bestaat uit kavel Z04 van Bedrijvenpark Laarakker Zuid. Gelegen in de meest zuidwestelijke hoek van het bedrijventerrein. Het plangebied wordt aan de noordzijde door het naastgelegen bedrijfsperceel, aan de oostzijde door de ontsluitingsweg De Bengels, aan de zuidzijde door het Duits Lijntje (het tracé van de voormalige spoorlijn Boxtel - Wesel) en aan de westzijde begrensd door de hoogspanningsleiding.

afbeelding "i_NL.IMRO.1684.BP77917-VG01_0001.png" Figuur 1.1: Globale ligging plangebied met rood omcirkelt kavel Z04

1.3 Vigerende plannen

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Laarakker Zuid" dat is vastgesteld op 20 april 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Cuijk.

afbeelding "i_NL.IMRO.1684.BP77917-VG01_0002.jpg"

Figuur 1.2: Bestemmingsplan "Bedrijvenpark Laarakker Zuid" met rood omcirkelt de locatie van het plangebied

1.4 Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd:

Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie, het plan en het daaraan gekoppelde programma; Hoofdstuk 3 beschrijft het onderzoek en de conclusies ten aanzien van de de voorwaarden voor de wijzigingsbevoegdheid; Hoofdstuk 4 bevat een toelichting op het juridisch geldende deel van dit plan (regels en verbeelding); Hoofdstuk 5 bevat een beschrijving van de uitvoerbaarheid (financieel en maatschappelijk) van het plan.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 Huidige situatie

Kavel Z04 is onderdeel van Bedrijvenpark Laarakker Zuid. Het plangebied bevindt zich in de zuidwestelijke hoek van Bedrijvenpark Laarakker Zuid. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door het naastgelegen bedrijfsperceel, aan de oostzijde door de ontsluitingsweg De Bengels, aan de zuidzijde door het Duits Lijntje (het tracé van de voormalige spoorlijn Boxtel - Wesel) en aan de westzijde door een hoogspanningsleiding.

afbeelding "i_NL.IMRO.1684.BP77917-VG01_0003.jpg"

Figuur 2.1: globale ligging plangebied

Het bedrijventerrein Bedrijvenpark Laarakker Zuid wordt zowel aan de zuidzijde als aan de westzijde begrensd door een groene inpassing van het bedrijventerrein die circa 25 meter is. Deze is aangelegd ter bescherming van het Duits Lijntje en de ecologische verbindingszone langs het Duits Lijntje, alsmede om het bedrijventerrein goed in te passen in haar omgeving.

De maximale bouwhoogte van gebouwen op Laarakker Zuid bedraagt 20 meter. Deze hoogte is mede ingegeven door de ruimtebehoefte van de typen bedrijvigheid die zich kunnen vestigen op het bedrijvenpark. Binnen de bestemming 'groen' mogen alleen gebouwen worden gebouwd ten behoeve van nutsvoorzieningen, een inrichting ten behoeve van een bedrijf is niet toegestaan.

2.2 Toekomstige situatie

Dit wijzigingsplan bestendigt het feitelijk gebruik in het gebied en maakt daarbij één wijzigingen ten opzichte van het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Laarakker Zuid" uit 2015 mogelijk. Het kavel Z04 en de bestemming "Bedrijventerrein" wordt aan de zuid- en westzijde 5 meter groter. Dit gaat ten koste van de daar nu gelegen bestemming 'Groen".

afbeelding "i_NL.IMRO.1684.BP77917-VG01_0004.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.1684.BP77917-VG01_0005.png"

Figuur 2.2: Afbakening wijziging bedrijfsbestemming bovenste deel betreft het vigerende bestemmingsplan en het onderste deel betreft de wijziging van de bedrijfsbestemming

2.3 Landschappelijke kwaliteiten

Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant zijn binnen het plangebied voor Bedrijvenpark Laarakker Zuid kavel Z04 geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aangeduid.

In de omgeving van het plangebied zijn diverse kenmerken van het historisch gebruik terug te vinden in de landschappelijke structuren. Het Duits Lijntje, dat ten zuiden van het plangebied ligt, is aangeduid als historisch geografische lijn met een zeer hoge waarde, met daaromheen een historische groenstructuur, die bestaat uit de dijkbeplanting (hakhout, houtwal) rond de spoorlijn. Deze structuren vallen ruim buiten het plangebied.

Hoofdstuk 3 Toets algemene wijzigingsbevoegdheid

Om de wijziging van de bestemming 'Groen' naar 'Bedrijventerrein' mogelijk te maken dient gebruik te worden gemaakt van de algemene wijzigingsbevoegdheid van het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Laarakker Zuid". Deze is opgenomen in artikel 15 lid 2 van het bestemmingsplan. Dit artikel kent een aantal criteria waaraan voldaan moet worden voordat Burgemeester en wethouders bevoegd zijn om gebruik te kunnen maken van de wijzigingsbevoegdheid. De wijzigingsbevoegdheid in artikel 15 lid 2 luidt als volgt:

Overschrijding bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen voor de overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, onder voorwaarde dat:

  • a. de overschrijdingen niet meer dan 5 m zijn;
  • b. het bestemmingsvlak met niet meer dan 10% wordt vergroot;
  • c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    • 1. de sociale veiligheid;
    • 2. het stedenbouwkundige beeld;
    • 3. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 4. de verkeersveiligheid;
    • 5. de milieusituatie;
    • 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
  • d. burgemeester en wethouders schriftelijk advies inwinnen bij de waterbeheerder, als het wijzigingsplan naar verwachting gevolgen heeft voor de waterhuishouding.

Onderstaand wordt de beoogde wijziging puntsgewijs getoetst aan de voorwaarden:

3.1 Puntsgewijze toetsing wijzigingsbevoegdheid

de overschrijdingen niet meer dan 5 m zijn;

De wijziging van de bestemmingsgrens bedraagt 5 meter in de zuidelijke richting en 5 meter in de westelijke richting. Hiermee bedraagt de overschrijding niet meer dan 5 meter.

Er wordt voldaan aan het eerste criteria om gebruik te kunnen maken van de wijzigingsbevoegdheid.

het bestemmingsvlak met niet meer dan 10% wordt vergroot;

Het huidige bestemmingsvlak 'Bedrijventerrein' bedraagt circa 170.000 m². De wijziging mag dus niet meer dan 17.000 m² bedragen. De wijziging betreft een verplaatsing van de bestemmingsgrens op kavel Z04. Kavel Z04 heeft een lengte van circa 85 meter en een breedte van circa 25 meter. De toename van het bestemmingsvlak bedraagt daarmee circa 600 m², waarmee de toename circa 0,35% bedraagt van het totale bestemmingsvlak.

Er wordt voldaan aan het tweede criteria om gebruik te kunnen maken van de wijzigingsbevoegdheid.

er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • 1. de sociale veiligheid;

De wijziging van de bestemmingsgrens vindt plaats aan de zijkant en achterzijde van het kavel. De uitbreiding van het bestemmingsvlak is een beperkte wijziging ten opzichte van het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Laarakker Zuid', welke niet van invloed is op de sociale veiligheid.

De wijziging van de bestemmingsgrens leidt dan ook niet tot onevenredige aantasting van de sociale veiligheid.

  • 2. het stedenbouwkundige beeld;

De wijziging van de bestemmingsgrens heeft geen gevolgen voor het stedenbouwkundig beeld aangezien de wijziging plaatsvindt aan de zijkant en achterzijde van het kavel en geen nieuwe bebouwing is voorzien op deze gronden. De uitbreiding beslaat gronden welke als 'Groen' zijn bestemd, echter is de groene omlijsting circa 25 meter breed, de uitbreiding van het kavel Z04 heeft daarmee beperkt invloed op de groene omlijsting die met 20 meter breed nog steeds een afdoende afschermende werking heeft naar zijn omgeving. De uitbreiding van het bestemmingsvlak is een beperkte wijziging ten opzichte van het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Laarakker Zuid' welke niet van invloed is op het stedenbouwkundige beeld.

De wijziging van de bestemmingsgrens leidt dan ook niet tot onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld.

  • 3. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

De wijziging van de bestemmingsgrens heeft geen gevolgen voor het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld aangezien de wijziging plaatsvindt aan de zijkant en achterzijde van het kavel en er geen nieuwe bebouwing is voorzien op deze gronden. Tevens is deze kavel de eindkavel aan deze zijde van de weg, waardoor het bebouwingsbeeld niet wijzigt met bebouwing op een naastgelegen perceel. De uitbreiding van het bestemmingsvlak is een beperkte wijziging ten opzichte van het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Laarakker Zuid' welke niet van invloed is op het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

De wijziging van de bestemmingsgrens leidt dan ook niet tot onevenredige aantasting van het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

  • 4. de verkeersveiligheid;

De verkeersveiligheid wordt niet aangetast door de wijziging van de bestemmingsgrens aangezien de ontsluitingsstructuur niet wijzigt. De toename van de kavelgrootte zal niet leiden tot een enorme groei van het aantal verkeersbewegingen, waardoor de verkeersveiligheid in het geding komt.

Er is daarmee geen sprake zijn van onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid.

  • 5. de milieusituatie;

De uitbreiding van het bestemmingsvlak maakt het mogelijk de interne ontsluitingsstructuur op de kavel rondom het gebouw te realiseren, hierdoor verplaatst de ontsluitingsstructuur iets naar buiten. Dit is ook wenselijk vanuit de brandveiligheid zodat een eventueel gebouw op deze locatie goed bereikbaar is van alle kanten.

Voor het (milieu)aspect luchtkwaliteit is dit een beperkte wijziging ten opzichte van het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Laarakker Zuid'. Het luchtkwaliteit onderzoek van bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Laarakker Zuid' concludeert dat ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden conform de Wet milieubeheer. Het aspect luchtkwaliteit leidt dan ook niet tot onevenredige aantasting.

Voor het (milieu)aspect geluid geldt dat de wijziging beperkt is ten opzichte van het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Laarakker Zuid'. De meest nabij gelegen geluidsgevoelige bestemming bevindt zich op circa 500 meter afstand en de systematiek van inwaartse geluidszonering blijft gehandhaafd, het effect van de uitbreiding van het bestemmingsvlak is dan ook te verwaarlozen en leidt niet tot onevenredige aantasting.

De controle berekening van de ODBN laat zien dat er een minimale toename is op 2 zonepunten. Deze toename is verwaarloosbaar aangezien het slechts 0,1 dB betreft. De berekening toont aan dat de uitbreiding binnen de beschikbare geluidruimte past.

Voor het (milieu)aspect externe veiligheid geldt dat de interne ontsluitingsstructuur rondom het gebouw bijdraagt aan de zelfredzaamheid. De wijziging heeft dan ook een positief effect op externe veiligheid.

Het (milieu)aspect water wijzigt nauwelijks. De uitbreiding van het bestemmingsvlak kan leiden tot een toename van verharding, echter wordt het bedrijvenpark duurzaam ontwikkeld en wordt de benodigde waterberging op het bedrijventerrein en de bedrijfskavel zelf gerealiseerd. Het aspect water leidt dan ook niet tot onevenredige aantasting.

De wijziging van de bestemmingsgrens leidt dan ook niet tot onevenredige aantasting van de milieusituatie.

  • 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

De uitbreiding van het bestemmingsvlak vindt plaats aan de zijkant en achterzijde van het kavel. De enige aangrenzende kavel is de kavel die direct noodelijk van deze kavel is gelegen. Deze kavel wordt niet in de gebruiksmogelijkheden beperkt. De uitbreiding van het bestemmingsvlak bedrijventerrein beslaat gronden welke als 'Groen' zijn bestemd. De groene omlijsting is nu circa 25 meter breed. De uitbreiding van het kavel Z04 met 5 meter heeft daarmee beperkt invloed op de groene omlijsting.

De gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden worden dan ook niet onevenredig aangetast.

En wordt voldaan aan het derde criteria om gebruik te kunnen maken van de algemene wijzigingsbevoegdheid.

burgemeester en wethouders schriftelijk advies inwinnen bij de waterbeheerder, als het wijzigingsplan naar verwachting gevolgen heeft voor de waterhuishouding.

De duurzame ontwikkeling van Bedrijvenpark Laarakker betekent dat de benodigde maatregelen in het kader van waterberging op het bedrijventerrein zelf worden gerealiseerd. Tevens zal in het kader van het vooroverleg advies worden ingewonnen bij de Waterbeheerder. Daarmee wordt voldaan aan het vierde criteria om gebruik te kunnen maken van de algemene wijzigingsbevoegdheid.

Conclusie

Burgemeester en wethouders kunnen gebruik maken van de wijzigingsbevoegdheid, aangezien aan alle in de wijzigingsbevoegdheid opgenomen randvoorwaarden wordt voldaan.

3.2 Puntsgewijze toetsing afwegingspunten

In de overige regels in artikel 17 lid 1 van het bestemmingsplan is opgenomen dat wanneer gebruik wordt gemaakt een wijzigingsbevoegdheid er dient te worden aangetoond dat er geen onevenredige aantasting plaats vindt op een aantal aspecten. De meeste aspecten hiervan zijn al in paragraaf 3.2 getoetst. Het artikel van de afwegingspunten luidt als volgt:

Afweging bij afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden

Het bevoegd gezag weegt in aanvulling op overig bepaalde voorwaarden in ieder geval af, of bij een omgevingsvergunning met afwijking, of bij het gebruik van een wijzigingsbevoegdheid, het verlenen van medewerking niet leidt tot een onevenredige aantasting van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld;
  • d. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • e. de karakteristieke hoofdvorm en kenmerken;
  • f. de verkeersveiligheid;
  • g. de milieusituatie;
  • h. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

De verschillende punten die nog niet zijn getoetst worden onderstaand puntsgewijs doorgenomen.

a. een goede woonsituatie

Door het wijzigingsplan komt de bestemming 'Bedrijventerrein' 5 meter dichter bij de dichtst bijzijnde woning. Deze woning is echter op ongeveer 500 meter van het bedrijventerrein gelegen.

De goede woonsituatie wordt niet onevenredig aangetast door het wijzigingsplan.

c. het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld

Het stedenbouwkundige beeld is reeds eerder beoordeeld. Ook het landschappelijk beeld wijzigt door de beoogde ontwikkeling niet. De bestaande groene buffer neemt met 5 meter af van 25 meter naar 20 meter. Deze aanpassing zal vanaf de buitenkant van het bedrijventerrein niet zichtbaar zijn.

Het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld wordt niet onevenredig aangetast door het wijzigingsplan.

e. de karakteristieke hoofdvorm en kenmerken

De karakteristieke hoofdvorm en kenmerken van het bedrijventerrein Laarakker zuid zijn de ontsluitingsstructuur en het soort bedrijven dat zich hier kan vestigen. Ook een goede landschappelijke inpassing van het terrein maakt onderdeel van de karakteristieke hoofdvorm en kenmerken van het terrein. Deze punten worden door de beperkte wijziging aan de zijkant en achterkant van de kavel met 5 meter niet aangetast en duidelijk herkenbaar.

De karakteristieke hoofdvorm en kenmerken wordt niet onevenredig aangetast door het wijzigingsplan.

Conclusie

Burgemeester en wethouders kunnen gebruik maken van de wijzigingsbevoegdheid, aangezien aan ook aan alle aanvullende punten die moeten worden afgewogen bij een wijzigingsplan binnen het bestemmingsplan "Laarakker Zuid" wordt voldaan.

Hoofdstuk 4 Juridische planbeschrijving

4.1 Wettelijke vereisten

Voorliggend wijzigingsplan heeft betrekking op Bedrijvenpark Laarakker Zuid, kavel Z04. Het wijzigingsplan heeft tot doel om de beoogde bebouwing op het kavel Z04 mogelijk te maken. Met de opzet van de verbeelding en de regels is aangesloten op het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Laarakker Zuid', dat in 20015 is vastgesteld. Het bestemmingsplan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).

4.2 Verbeelding

Het wijzigingsplan 'Bedrijvenpark Laarakker Zuid kavel Z04' bevat een digitale verbeelding, die analoog uit één plankaart bestaat (schaal 1 : 500). Het plangebied omvat alle gronden die onderwerp zijn van dit wijzigingsplan.

Met de verschillende bestemmingen wordt het gebruik van de gronden vastgelegd. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen enkel- en dubbelbestemmingen. In het geval van bijzondere of afwijkende gebruikssituaties zijn aanduidingen gebruikt. De bestemming 'Groen' wijzigt met dit wijzigingsplan in de bestemming 'Bedrijventerrein'. De overige bestaande dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn overgenomen op de verbeelding.

4.3 Bestemmingen

De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en aanduidingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden, en hoe en wat er gebouwd mag worden. De planregels zijn overeenkomstig de SVBP 2012 onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten:

  • 1. Inleidende regels;
  • 2. Bestemmingsregels;
  • 3. Algemene regels;
  • 4. Overgangs- en slotregels
4.3.1 Inleidende regels

De inleidende regels omvatten de gebruikte begripsomschrijvingen (Artikel 1) en de wijze van meten (Artikel 2).

4.3.2 Bestemmingsregels

In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemming is in beginsel opgebouwd uit:

  • 1. bestemmingsomschrijving;
  • 2. bouwregels;
  • 3. nadere eisen;
  • 4. afwijken van de bouwregels;
  • 5. specifieke gebruiksregels;
  • 6. afwijken van de gebruiksregels;
  • 7. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
  • 8. omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;
  • 9. wijzigingsbevoegdheid.

Het komt vaak voor dat niet alle onderdelen zijn gebruikt in een bestemming. In onderstaand overzicht zijn de gebruikte (dubbel)bestemmingen in dit bestemmingsplan toegelicht.

Bedrijventerrein (Artikel 3)

De gronden waarop Laarakker Zuid wordt gerealiseerd en waar dit wijzigingsplan op van toepassing is, zijn bestemd als 'Bedrijventerrein'. Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan in de milieucategorieën tot en met 4.2 en tot en met 5.1. Via aanduidingen op de verbeelding is aangegeven welke milieucategorie maximaal is toegestaan. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken een bedrijf toestaan dat in een hogere milieucategorie valt of dat niet is opgenomen in de staat van bedrijfsactiviteiten, mits het betreffende bedrijf qua milieubelasting, aard en omvang vergelijkbaar is met een bedrijf dat rechtstreeks is toegestaan.

Omdat Laarakker een 'industrieterrein' is in de zin van de Wet geluidhinder, zijn geluidzoneringsplichtige inrichtingen toegestaan. Naast bedrijven zijn binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' ook (ontsluitings)wegen, parkeervoorzieningen en overige verkeersvoorzieningen algemeen toegestaan, zodat overal binnen de bestemming wegen kunnen worden gerealiseerd. Ook groenvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen zijn overal binnen de bestemming toegestaan. Bij de bedrijven zijn ondergeschikte kantoorvoorzieningen (tot 40% van de bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 2.000 m²) en ondergeschikte detailhandel (uitsluitend in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten, tot een maximum verkoopvloeroppervlakte van 100 m²) toegestaan. Via afwijking kan een ondergeschikt kantoor met een grotere oppervlakte worden toegestaan.

Daarnaast is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het toestaan van een afhaalpunt voor detailhandel, mits ter plaatse geen sprake is van een showroom/uitstalling of betalingsmogelijkheid. Risicovolle inrichtingen (bedrijven die vallen onder het Bevi) zijn toegestaan onder de voorwaarde dat de PR 10-6/jaar contour binnen het bouwperceel van de inrichting of over het openbaar gebied valt.

In de bouwregels is een aantal regels opgenomen voor de bouw van bedrijfsgebouwen. Het bebouwingspercentage van het bouwperceel moet minimaal 30% en mag maximaal 80% bedragen. De bouwhoogte bedraagt maximaal 20 meter. Daarnaast zijn regels opgenomen voor de afstand tot de voorste perceelsgrens (minimaal 6 meter) en de afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens (minimaal 3 meter). Via een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een lager of hoger bebouwingspercentage of een grotere bouwhoogte (tot 25 meter) toestaan. Voor opslagsilo's en bedrijfsinstallaties geldt een maximale hoogte van 25 meter, met een afwijkingsmogelijkheid tot 50 meter. In de bestemming is geregeld dat ieder bedrijf op eigen terrein moet voorzien in voldoende parkeergelegenheid en gelegenheid voor laden en lossen. Voor het toetsen van de parkeerbehoefte wordt verwezen naar de vastgestelde parkeernota Cuijk 2016-2023. Daarnaast is in de gebruiksregels bepaald dat bedrijven op eigen terrein minimaal 0,02 m3 water per m2 verhard/bebouwd oppervlak moeten bergen.

Leiding - Hoogspanningsverbinding (dubbelbestemming) (Artikel 4)

De gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' zijn mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een hoogspanningsverbinding. Op de gronden geldt een bouwverbod. Hiervan kan worden afgeweken nadat advies van de leidingbeheerder is gevraag. Daarnaast bevat de dubbelbestemming een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden.

4.3.3 Algemene regels

De algemene regels bevatten de anti-dubbeltelregel en kunnen algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels, wijzigingsregels, procedureregels en overige regels bevatten. De algemene regels van voorliggend bestemmingsplan worden hier nader toegelicht.

Anti-dubbeltelregel (Artikel 5)

In het Besluit ruimtelijke ordening is een standaard opgenomen voor de anti-dubbeltelregel. Met deze regel wordt voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. In het verleden werd nog wel eens een extra (bouw)perceel of gedeelte daarvan verworven om meer bouwmogelijkheden te krijgen, bijvoorbeeld bij een regel dat een groter bouwperceel recht geeft op een groter oppervlakte aan gebouwen. Na het verkrijgen van de omgevingsvergunning werd de grond weer afgestoten. Gevolg daarvan is meer bouwwerken op een perceel dan feitelijk bedoeld was. De anti-dubbeltelregel voorkomt dit door te verbieden dat nieuw verworven (bouw)percelen in de berekening worden meegenomen als deze al eerder bij de verlening van een omgevingsvergunning zijn betrokken.

Algemene bouwregels (Artikel 6)

De algemene bouwregels zijn een aanvulling op de specifieke bouwregels van de diverse bestemmingen. In de algemene regels is bepaald dat, in aanvulling op het bepaalde binnen de afzonderlijke bestemmingen, één gezamenlijke reclamemast tot een hoogte van 25 meter is toegestaan. Daarnaast is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen.

Algemene gebruiksregels (Artikel 7)

In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is in artikel 2.1 geformuleerd dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren bestaande uit het gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Deze systematiek gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming dan ook bepalend voor de gebruiksmogelijkheden van de gronden. In de algemene gebruiksregels zijn bepaalden soorten gebruik expliciet als strijdig gebruik benoemd.

Algemene aanduidingsregels (Artikel 8)

In dit artikel zijn regels opgenomen die gelden voor de gebiedsaanduidingen binnen het plangebied. Het betreft de gebiedsaanduidingen 'geluidzone - industrie'.

Algemene afwijkingsregels (Artikel 9)

Met algemene afwijkingsregels wordt aan het bestemmingsplan flexibiliteit meegegeven. De algemene afwijkingsregels kunnen, voor zover van toepassing, voor elke bestemming worden gebruikt. Het gaat meestal om kleine afwijkingen van de regels. Een veel voorkomende afwijkingsregel maakt het mogelijk maximaal 10% af te wijken van de voorgeschreven bouwregels. De algemene afwijkingsregels mogen alleen gebruikt worden indien er geen afwijking in de bestemmingsregels is opgenomen. Dit betekent dat niet tweemaal mag worden afgeweken van dezelfde bestemmingsregel. De specifieke en algemene afwijkingen mogen niet cumulatief worden gebruikt voor hetzelfde onderdeel.

Algemene wijzigingsregels (Artikel 10)

Met algemene wijzigingsregels wordt aan het bestemmingsplan flexibiliteit meegegeven. Net als bij de algemene afwijkingsregels zijn de algemene wijzigingen in meerdere bestemmingen toepasbaar. Met een wijziging kan een deel van het bestemmingsplan worden aangepast. Het kan bijvoorbeeld gaan om een kleine aanpassing van bestemmingsgrenzen.

Algemene procedureregels (Artikel 11)

In dit artikel is de procedure voor het opleggen van nadere eisen opgenomen. De nadere eisen maken geen onderdeel uit van de omgevingsvergunning en kennen een eigen, vrij in te vullen, procedure op basis van de Wet ruimtelijke ordening. De opgenomen procedure biedt de mogelijkheid om binnen de termijn van een reguliere omgevingsvergunning een besluit over de nadere eisen te nemen.

Overige regels (Artikel 12)

In dit artikel worden regels geplaatst die niet onder een ander artikel zijn te vatten. Het gaat bijvoorbeeld om de uitsluiting van de aanvullende werking van de bouwverordening en de afweging bij afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden.

4.3.4 Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht (Artikel 13)

In hoofdstuk 4 zijn het wettelijk voorgeschreven overgangsrecht en de slotregel opgenomen. In het Besluit ruimtelijke ordening zijn standaardregels opgenomen voor het overgangsrecht van bouwwerken en voor gebruik. De teksten uit het Bro zijn in het bestemmingsplan letterlijk overgenomen. Legale bouwwerken (met omgevingsvergunning) die bestaan op het moment van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan, mogen gedeeltelijk of geheel worden vernieuwd of veranderd. Ook mogen bouwwerken na een calamiteit worden herbouwd, op voorwaarde dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd binnen twee jaar na de calamiteit. Een calamiteit wordt uitgelegd als een (natuur)ramp of een niet-verwachte gebeurtenis die in korte tijd ernstige schade kan veroorzaken. Het overgangsrecht geldt dus voor bouwwerken die legaal zijn opgericht, maar in het ontwerpbestemmingsplan een nieuwe, afwijkende bestemming hebben gekregen. Als een dergelijk bouwwerk wordt gesloopt, dan vervallen alle bouwrechten van dat bouwwerk (calamiteit uitgezonderd). Alleen de bouwregels van de nieuwe bestemming gelden dan nog. Dit is een zogenaamde ‘uitsterfconstructie’ voor ongewenste bouwwerken. Een illegaal bouwwerk (zonder omgevingsvergunning) valt niet onder het overgangsrecht.

Legaal gebruik (oude bestemmingsplan) van gronden en het gebruik van zich op die gronden bevindende bouwwerken ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan mag worden voortgezet. Het kan zijn dat een nieuwe, afwijkende bestemming is toegekend aan een perceel. In dat geval mag het daar aanwezige gebruik worden voortgezet, mits dit volgens het oude bestemmingsplan was toegestaan. Het gebruik mag niet gewijzigd worden, tenzij het meer in overeenstemming wordt gebracht met de nieuwe bestemming. Als het gebruik vallend onder het overgangsrecht geruime tijd wordt gestaakt, dan vervallen de rechten op dit overgangsrecht. Er wordt dan geredeneerd dat het gebruik niet langer nodig is, ook als het eerdere gebruik na een tijd weer wordt opgepakt. Illegaal gebruik (strijd met oude bestemmingsplan) valt niet onder het overgangsrecht.

Slotregel (Artikel 14)

In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. De slotregel is voorgeschreven in de SVBP 2012.

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1 Economische uitvoerbaarheid

Dit plan is een wijzigingsplan, waarin de bestaande situatie minimaal wordt aangepast. Het opstellen van een exploitatieplan ten behoeve van het nu voorliggende bestemmingsplan, dan wel het op dit moment sluiten van anterieure overeenkomsten met ontwikkelende partijen, is dan ook niet aan de orde. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan financieel uitvoerbaar is.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor het opstellen van een wijzigingsplan geldt de uniforme voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat het ontwerpwijzigingsplan voor zes weken ter inzag wordt gelegd en een ieder hiertegen een zienswijze kan inbrengen. Burgemeester en wethouders dienen binnen 8 weken na afloop van de ter inzage legging een besluit te nemen over het vaststellen van het wijzigingsplan.

Het wijzigingsplan gaat deel uit maken van het bestemmingsplan (moederplan). Met de wijziging van de bestemming vervalt de onderliggende bestemming uit het moederplan.

5.3 Vaststellingsprocedure

De procedure van artikel 3.9 a van de Wet ruimtelijke ordening is doorlopen. Hierop zijn zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn verwerkt in de 'Reactienota zienswijzen inzake ontwerp-wijzigingsplan Bedrijvenpark Laarakker Zuid kavel Z04' welke is bijgevoegd als Bijlage 2. In het vast te stellen wijzigingsplan zijn wijzigingen en aanvullingen aangebracht die in de reactienota zijn opgenomen.

Dit betreft samengevat de volgende wijzigingen en aanvullingen in van de planregels voor de bestemming Leiding - Hoogspanning:

  • het verwijderen van sub b. groenvoorziening;
  • het toevoegen van een bepaling over de strijdigheid met onderliggende enkebestemmingen: 'In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.'
  • Het toevoegen van een gebruiksregel die BRZO (Besluit risico zware ongevallen)- bedrijven uitsluit;
  • het toevoegen van de volgende subs bij lid 4.4.1

- Het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen;

- het slopen van bouwwerken.

  • Het toevoegen van het woord schriftelijk bij lid 4.4.3 sub b.