direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Cuijk, Heeswijkse Kampen, bedrijfslocatie noordoever
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1684.08BPRepNoordoever-VA01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

afbeelding "i_NL.IMRO.1684.08BPRepNoordoever-VA01_0001.png"  
BP 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas', vastgesteld 18 maart 2013  

afbeelding "i_NL.IMRO.1684.08BPRepNoordoever-VA01_0002.png"  
BP 'Cuijk, Heeswijkse Kampen', vastgesteld 10 juni 2013  

1.1 Aanleiding

Het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen' is door de Raad van de gemeente Cuijk vastgesteld op 10 juni 2013. Dit plan overschrijft abusievelijk gedeeltelijk het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas' dat is vastgesteld d.d. 18 maart 2013. Hierdoor zijn ter plaatse van het plangebied niet langer de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Groen' van kracht maar is de bestemming 'Groen – recreatief' vigerend. In verband met de exploitatie van het bedrijventerrein is het echter noodzakelijk om de betreffende gronden wederom te bestemmen conform het bestemmingsplan ''Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas'. Met onderhavig bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, bedrijfslocatie noordoever' wordt de oorspronkelijke vigerende planologische regime ter plaatse van het beoogde bedrijventerrein, hersteld.

1.2 Plangebied

afbeelding "i_NL.IMRO.1684.08BPRepNoordoever-VA01_0003.png"  
Begrenzing plangebied (in rood)  

Het plangebied wordt ten noorden begrensd door de weg Lange Linden. Ten westen bestaat de begrenzing uit de ontsluitingsweg van de woning aan de Lange Linden 27. De begrenzing aan zowel de zuidzijde als de oostzijde bestaat uit bebossing.

De percelen waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, zijn kadastraal bekend als gemeente Cuijk, sectie G, nummers 327 (gedeeltelijk) en 1288 (gedeeltelijk).

Hoofdstuk 2 Bedrijventerrein

afbeelding "i_NL.IMRO.1684.08BPRepNoordoever-VA01_0004.png"  
overschrijving BP 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas' door BP Cuijk, Heeswijkse Kampen'  

2.1 Algemeen

Het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas' voorzag naast het vastleggen van de bestaande situatie ter plaatse in de realisatie van extra parkeerplaatsen, een nieuw horecagebouw, de aanleg van een landschapspark en de mogelijkheid om 'geluidarme' bedrijvigheid in combinatie met groensingels te realiseren. De betreffende ontwikkelingen zijn in de toelichting van dat bestemmingsplan op basis van het vigerende beleid en de sectorale aspecten ruimschoots verantwoord.

Door de vaststelling van het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen' is abusievelijk echter op een gedeelte van het beoogde bedrijventerrein, de bestemming 'Groen – Recreatief' toegekend. Het betreft een gedeelte van het perceel, kadastraal bekend gemeente Cuijk, sectie G, nummers 1288 (ged).

2.2 Realisatie bedrijventerrein

2.2.1 Omschrijving planvoornemen

Ten behoeve van de realisatie van de extra parkeerplaatsen, een nieuw horecagebouw, de aanleg van een landschapspark als groene buffer tussen de bestemmingen recreatie en bedrijf, en de mogelijkheid om 'geluidarme' bedrijvigheid te realiseren is bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas' opgesteld. Door de inwerkingtreding van het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen' is de realisatie van een gedeelte van het beoogde 'geluidarme' bedrijviventerrein alsmede de landschappelijke inpassing daarvan door middel van groensingels, abusievelijk wegbestemd. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt dit gerepareerd.

Het oorsponkelijke plan voorzag ter plaatse in de realisatie van geluidarme bedrijvigheid bestaande uit bedrijven van maximaal categorie 1 en 2 met een maximale grootste afstand van 30 meter volgens de SBI_lijst uit de uitgave van VNG 'Bedrijven en milieuzonering'.

Het nieuwe bedrijventerrein sluit overigens aan op de reeds bestaande bedrijvigheid ten noorden van de weg Lange Linden. Doordat het maximaal categorie 2 bedrijven betreft is hier ook sprake van een overgang van een grootschalig bedrijventerrein met hogere milieucategorieën (Haven Cuijk) naar een woongebied (Heeswijkse Kampen). Dit voorziet tevens in een kwaliteitsimpuls aangezien het industrieterrein Haven Cuijk aan het zicht van de in ontwikkeling zijnde woonwijk Heeswijkse Kampen wordt onttrokken.

Binnen het overschreven gebied dienen tevens weer groensingels mogelijk gemaakt te worden om de nieuwe bedrijvigheid landschappelijk in te passen en de groene kwaliteit van het aangrenzende recreatiegebied en de directe omgeving daarvan te waarborgen.

Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een nieuwe planologische regeling voor de gehele bedrijfslocatie inclusief de groensingel.

2.2.2 Verkeer

De nieuwe bedrijfszone zal ook worden ontsloten via de Lange Linden. Hiervoor dient een nieuwe ontsluiting te worden aangelegd. Het aantal hier te realiseren parkeerplaatsen zal moeten voldoen aan de parkeernorm van minimaal 2,0 parkeerplaatsen per 100 m². ((commerciële) dienstverlening (kantoren met baliefunctie)).

2.3 Vigerende bestemmingsplannen

Het vigerende bestemmingsplan binnen het plangebied betreft een tweetal bestemmingsplannen:

Het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas' dat door de Raad van de gemeente Cuijk is vastgesteld d.d. 18 maart 2013. Op basis van dat bestemmingsplan is ter plaatse van het plangebied de bestemming 'Bedrijf', van kracht. Daarnaast is de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' aan het gehele plangebied toegekend en is de speciefieke functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - groensingel' van kracht.

Daarnaast is het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen' vigerend. Dat bestemmingsplan is door de Raad van de gemeente Cuijk vastgesteld d.d. 10 juni 2013 . Ter plaatse van het plangebied is de bestemming 'Groen – Recreatief' van toepassing. Ook de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 5' is hier van kracht. Daarnaast zijn de volgende gebiedsaanduidingen van toepassing:

  • 'vrijwaringszone – radar';
  • 'geluidzone – industrie'.

De realisatie van een bedrijventerrein is in strijd met de bestemming 'Groen – Recreatief'. De bestemming 'Groen – Recreatief' is hier abusievelijk foutief begrensd en aan onderhavig plangebied toegekend. Onderhavig plangebied had eigenlijk geen onderdeel uit moeten maken van het plangebied voor het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen' aangezien het plangebied recent door middel van het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas' was voorzien van een planologische regeling.

2.4 Nieuwe bestemmingsplanregeling

Aangezien de bestemming 'Groen – Recreatief' ter plaatse van het plangebied abusievelijk foutief is toegekend, voorziet onderhavig bestemmingsplan in de reparatie van het bestemmingsplan. Als plangebied wordt daarvoor de gehele beoogde bedrijfslocatie gebruikt en wordt de regeling van het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas' hier 1 op 1 overgenomen. Daarmee wordt het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen' overschreven en wordt de bestemming 'Groen – Recreatief' gewijzigd naar 'Bedrijf' met een bouwvlak waarbinnen bedrijfsbebouwing mag worden gerealiseerd en de aanduiding 'specifieke vorm van groen - groensingel'. De dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 5' wordt overgenomen van het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen'. Ook de geldende gebiedsaanduidingen zullen worden overgenomen.

2.5 Verkeer en parkeren

De nieuwe bedrijfszone zal worden ontsloten via de Lange Linden. Hiervoor dient een nieuwe ontsluiting te worden aangelegd. Het aantal hier te realiseren parkeerplaatsen zal moeten voldoen aan de parkeernorm van minimaal 2,0 parkeerplaatsen per 100 m² ((commerciële) dienstverlening (kantoren met baliefunctie)).

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Inleiding

Het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas' voorzag naast het vastleggen van de bestaande situatie ter plaatse in de realisatie van extra parkeerplaatsen, een nieuw horecagebouw, de aanleg van een landschapspark en de mogelijkheid om 'geluidarme' bedrijvigheid in combinatie met groensingels te realiseren. De betreffende ontwikkelingen zijn in de toelichting van dat bestemmingsplan op basis van het vigerende beleid en de sectorale aspecten ruimschoots verantwoord. In dit hoofdstuk wordt het relevante en geactualiseerde beleid van de verschillende overheden behandeld.

3.2 Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze

nieuwe structuurvisie vervangt onder andere de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit.

 

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) speelt in op de volgende ontwikkelingen

en uitdagingen:

  • de veranderende behoefte aan wonen en werken;
  • de mobiliteit van personen;
  • economische positie tussen de tien meest concurrerende landen vasthouden voornamelijk in de sectoren logistiek, water, hightech, creatieve industrie, chemie en voedsel en tuinbouw;
  • de bijzondere waarden (compacte steden omringd door open en natuurrijk landelijk gebied, cultuurhistorie en natuur) koesteren en versterken;
  • waterveiligheid en beschikbaarheid van voldoende zoetwater in verband met de klimaatverandering en stedelijke ontwikkeling;
  • aandeel duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie moet worden vergroot;
  • deregulering.

Om goed op deze ontwikkelingen en eisen in te spelen is een beleid nodig dat toekomstbestendig is en de gebruiker ruimte geeft. Dit vraagt een grondige actualisatie van de bestaande beleidsnota’s voor ruimte en mobiliteit. De structuurvisie voorziet hierin door overheden, burgers en bedrijven de ruimte te geven om oplossingen te creëren. Het Rijk gaat zich meer richten op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van belangen voor Nederland als geheel. Het Rijk ziet verder toe op de deregulering waarmee jaarlijks vele miljoenen euro’s kunnen worden bespaard.

De provincies en gemeenten zullen afspraken maken over verstedelijking, groene ruimte en landschap. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen.

 

Het Rijk verbindt ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit en zet de gebruikers centraal. Het zijn bewoners, ondernemers, reizigers en verladers die Nederland sterk maken. Provincies en gemeenten krijgen de ruimte zelf maatwerk te leveren. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Hiertoe zijn voor de middellange termijn (2028) drie doelen gesteld:

  • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;
  • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;
  • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Het Rijk benoemt 13 nationale belangen; hiervoor is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In de SVIR is een eerste integrale afweging gemaakt van deze belangen. Dit heeft als gevolg dat het Rijk in gebieden of projecten een gebieds- of projectspecifieke afweging zal maken. Indien nodig maakt het Rijk duidelijk welke nationale belangen voorgaan.

Het planvoornemen draagt bij aan een leefbare en veilige leefomgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven en worden versterkt. Bovendien voorziet de SVIR niet in onderwerpen die op het plangebied of het planvoornemen van toepassing zijn. Dit houdt in dat voor het (opnieuw) vaststellen van bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, bedrijfslocatie noordoever’ geen beperkingen vanuit de SVIR gelden.

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De SVIR (zie paragraaf 3.2.1) bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Met het Barro geeft het Rijk algemene regels voor bestemmingsplannen. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit de SVIR te verwezenlijken.

Door middel van het Barro worden voor een aantal specifieke onderwerpen algemene regels gesteld ten behoeve van de verwerking in bestemmingsplannen. In het SVIR is aangegeven wat het nationale belang is van het stellen van regels voor deze onderwerpen.

Het Barro stelt in eerste instantie regels voor het project Mainportontwikkeling Rotterdam, het kustfundament, grote rivieren, de Waddenzee en het waddengebied, defensie en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Op een later moment zal het besluit worden aangevuld met andere onderwerpen uit de SVIR.

De algemene regels in het Barro hebben vooral een conserverend/beschermend karakter waardoor geformuleerde nationale belangen niet belemmerd worden door ontwikkelingen die middels bestemmingsplannen mogelijk worden gemaakt. Voor een aantal onderwerpen geeft het Barro de opdracht dan wel de mogelijkheid aan provincies om bij provinciale verordening regels te stellen.

In het Barro zijn regels opgenomen om een veilig en doelmatige gebruik van defensieterreinen te waarborgen. Het gaat bijvoorbeeld om veiligheidszones rond munitiedepots, obstakelvrije aanvliegroutes en radarverstoringsgebieden.

In het plangebied liggen geen defensieterreinen. Wel heeft de gehele gemeente Cuijk te maken met het radarverstoringsgebied en de funnel van militair vliegveld Volkel. Voor het veilig afwikkelen van vliegverkeer gelden in een bepaald gebied rond een luchtvaartterrein maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten, zoals woon- en kantoorgebouwen, antennemasten, windmolens en bomen. Hiermee wordt voorkomen dat radarsignalen worden verstoord en vliegtuigen met objecten in botsing kunnen komen. De maximaal toelaatbare hoogtes en de ligging en omvang van het gebied worden bepaald door de ligging van de start- en landingsbanen en berusten op internationale vastgelegde afspraken.

Het plangebied valt in het radarverstoringsgebied. In de regels en op de verbeelding wordt de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' opgenomen voor het radarverstoringsgebied. Bouwwerken hoger dan 65 meter + NAP vormen een belemmering voor het radarverstoringsgebied. Het peil in het plangebied is gemiddeld 8 meter + NAP. In het bestemmingsplan zijn de hoogspanningsmasten de hoogst toegestane bouwwerken met een maximale bouwhoogte van 55 meter + NAP.

Verder voorziet het Barro niet in onderwerpen die op het plangebied van toepassing zijn of een belemmering vormen voor het planvoornemen. Dit houdt in dat voor het vaststellen van bestemmingsplan ‘Cuijk, Heeswijkse Kampen, bedrijfslocatie noordoever’ geen beperkingen vanuit het Barro gelden.

3.3 Provinciaal beleid

3.3.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening, partiële herziening 2014

De structuurvisie ruimtelijke ordening geeft de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Brabant weer tot en met 2025. Het beleid is gestoeld op een evenwicht van het milieu (planet), de mens (people) en de markt (profit) in ruimtelijke kwaliteit. Hierbij is het van groot belang om bestaande kwaliteiten te benutten en als uitgangspunt te nemen bij ontwikkelingen.

Het plangebied is conform de visiekaart van de 'Structuurvisie ruimtelijke ordening, partiële herziening 2014' gelegen binnen het ‘Stedelijk concentratiegebied’ en binnen het ‘Economische kenniscluster’. Binnen stedelijke concentratiegebieden met de bijhorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt het merendeel van de verstedelijkingsopgave opgevangen.

Naar huidige inzichten – met het perspectief tot 2025 en een doorkijk naar 2040 - is in het stedelijk concentratiegebied (inclusief de zoekgebieden voor verstedelijking) voldoende ruimte om in de verstedelijkingsbehoefte (wonen, werken en voorzieningen) te voorzien. Hier is ruimte voor een grote verscheidenheid aan woon- en werkmilieus, of een menging daarvan, in uiteenlopende dichtheden. De realisatie van een bedrijventerrein binnen het plangebeid sluit hier nadrukkelijk op aan.

3.4 Verordening Ruimte 2014

Een structuurvisie is niet direct juridisch bindend voor burgers en overheden. Toch kan het in het kader van de ruimtelijke ordening van provinciaal belang zijn om bepaalde aspecten veilig te stellen. De provincie kan derhalve een verordening Ruimte opstellen. De provincie Noord-Brabant beschikt over een dergelijke verordening. De verordening is de juridische vertaling van de structuurvisie en bevat derhalve onderwerpen die in de visie naar voren komen. Dit betreft onder andere de belangen die de provincie wil behartigen en de manier waarop dit zal geschieden, alsmede regels waarmee rekening gehouden moet worden bij het opstellen van een bestemmingsplan. Deze regels zijn direct bindend voor overheden. Zo weten gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn.

Één van de hoofdlijnen van de Verordening ruimte heeft betrekking op ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap. De zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit behelst in de kern de regel dat de geboden ontwikkelruimte bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. In het bijzonder geldt als regel het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Dit strekt ertoe dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk plaatsvinden door hergebruik of intensivering op of binnen stedelijk gebied (het zogenaamde VAB-beleid). Daarnaast houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden wordt met de kwaliteiten van de omgeving. In de regeling van de Verordening ruimte 2014 is deze zorgplicht geconcretiseerd voor onder andere stedelijke ontwikkelingen.

 

De zorgplicht voor de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt verbreed naar alle ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied en buiten de ecologische hoofdstructuur. Dit houdt in dat ingeval van een ruimtelijke ontwikkeling (nieuw stedelijke ruimtebeslag en agrarische, recreatieve en andere ontwikkelingen in het buitengebied) er een tegenprestatie wordt verwacht in de vorm van een kwaliteitsverbetering van het landschap. Wat betreft de stedelijke ontwikkeling is dit al opgenomen in de Verordening ruimte 2014.

 

De regels van de Verordening ruimte zorgen ervoor dat eerst in het bestaand stedelijk gebied naar bouwmogelijkheden wordt gezocht, voordat de zoekgebieden mogen worden benut. Het planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van bedrijven binnen het bestaand stedelijk gebied en voldoet hiermee aan de regels uit de verordening. Bovendien wordt de realisatie van een groenstrook in het bestemmingsplan zekergesteld waardoor tevens wordt voorzien in de noodzakelijke kwaliteitsverbetering.

Hoofdstuk 4 Aanwezige waarden en milieu- en wateraspecten

4.1 Archeologische, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden

In de toelichting van het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas' zijn de consequenties van het realiseren van de bedrijfsbestemming ter plaatse reeds beschreven en verantwoord. In het kader van deze reparatie is het dan ook van geen toegevoegde waarde om een nadere inventarisaties naar eventueel in het geding zijnde waarden uit te voeren. Hieronder wordt de conclusie met betrekking tot archeologie wel herhaald aangezien dit van oinvloed is op onderhavig bestemmingsplan.

4.1.1 Archeologie

De gronden binnen het plangebied zijn aangeduid met verwachtingswaarde 5; 2.500 m². Bij ingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 50 cm-mv is hier wel onderzoek noodzakelijk. Voor het betreffende gebied (geheel plangebied) wordt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' opgenomen.

Op dit moment is het niet duidelijk of ter plaatse van het nieuwe bedrijventerrein binnen verwachtingswaarde 5, de 2500 m² wordt overschreden. Wanneer blijkt dat deze grens zal worden overschreden, zal archeologisch onderzoek moeten plaatsvinden. Onderhavig bestemmingsplan zal overigens voorzien in een omgevingsvergunningstelsel binnen de bedrijfsbestemming waarmee eventuele archeologische waarden beschermd worden.

4.2 Milieu

Ook de milieuhygiënische consequenties zijn reeds weergegeven in bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas'. In deze paragraaf wordt alleen ingegaan op het aspect geluid aangezien dit aspect gevolgen heeft voor onderhavig bestemmingsplan. De overige milieuhygiënische aspecten zijn niet van invloed op dit bestemmingen en zijn hier dan ook niet nader uitgewerkt.

4.2.1 Geluidhinder

Het industrieterrein Haven Cuijk is een gezoneerd terrein. De geluidzonering van het indu-

strieterrein is over het plangebied gelegen. De geluidzone van het industrieterrein Haven

Cuijk is in onderhavig bestemmingsplan dan ook opgenomen als gebiedsaanduiding ‘ge-

luidzone – industrie’.

Met betrekking tot de geluidsarme bedrijfslocatie geldt dat hier bedrijven zijn toegestaan in

maximaal milieucategorie 2 zoals opgenomen in de VNG-publicatie; Bedrijven- en milieu-

zonering’. Voor dit type bedrijven geldt een aan te houden afstand ten opzichte van milieu-

gevoelige objecten (zoals woningen) van maximaal 30 meter. De meest nabijgelegen bur-

gerwoning ligt op ruim 80 meter vanaf de bedrijfsbestemming. Er zijn dan ook geen akoes-

tisch bezwaren tegen de geluidsarme bedrijfsbestemming.

4.3 Water

De toelichting van het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas' is voorzien van een uitgebreide waterparagraaf waarin ook wordt ingegaan op de gevolgen van de realisatie van het bedrijventerrein op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. Deze waterparagraaf wordt middels dit bestemmingsplan gehandhaafd.

Hoofdstuk 5 Juridische opzet, algemeen

5.1 Inleiding

Een aantal randvoorwaarden en gegevens bepaalt de opzet en inrichting van de bestemmingsplanregels en de verbeelding:

  • De Wet ruimtelijke ordening d.d. 1 juli 2012;
  • De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht d.d. 1 oktober 2010;
  • De standaard vergelijkbare bestemmingsplannen SVBP2012;
  • De Woningwet;
  • De kadastrale ondergrond en de Grootschalige Basiskaart (GBK) en luchtfoto's;
  • het vigerende bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen';
  • het eerder vastgestelde bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, noordoever Heeswijkse plas'.

De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar gebouwd mag worden. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden.

Vervolgens kan men in de regels teruglezen welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan. De ordening van de regels is daartoe zodanig opgezet dat bij iedere bestemming een nagenoeg compleet beeld van de bepalingen voor die bestemming is gegeven. Desondanks blijven aanvullend inleidende regels en algemene regels nodig. Tot slot wordt dit aangevuld met het overgangsrecht en de slotregel.

5.2 De verbeelding

Op de verbeelding zijn aangegeven:

  • de grens van het plangebied;
  • de bestemming 'Bedrijf' van de in het plangebied gelegen gronden;
  • dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5';
  • het bouwvlak;
  • de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - groenzone';
  • de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone – radar' en 'geluidzone – industrie'.

De gronden gelegen binnen de grens van het plangebied zijn bestemd binnen dit bestemmingsplan.

De kleur op de verbeelding geeft aan om welke bestemming het gaat. Dubbelbestemmingen betreffen met name een beheersregeling, dan wel aanvullend beleid op de onderliggende bestemming. Meestal gaat het hier om van toepassing zijnde zoneringen of sectoraal beleidsaspecten. De overige aanduidingen geven een specifieke situatie weer, waarvoor in de regels een aparte bepaling is opgenomen.

5.3 De regels

De regels zijn als volgt opgebouwd:

  • inleidende regels;
  • bestemmingsregels;
  • algemene regels;
  • overgangs- en slotregels.
5.3.1 Inleidende regels

In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om onduidelijkheid door interpretatieverschillen te voorkomen. Er zijn alleen begripsbepalingen opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Een gedeelte van de begrippen is omschreven in het SVBP en dient letterlijk daaruit te worden overgenomen. Deze begrippen en de voorgeschreven omschrijvingen zijn overgenomen.

Ook over de bepaling van afstanden, hoogtes en oppervlaktes kunnen interpretatieverschillen ontstaan. Om op een eenduidige manier afstanden, hoogtes en oppervlakten te bepalen, wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de wijze van meten worden in de SVBP2012 regels gegeven, welke in het plan letterlijk zijn overgenomen.

5.3.2 Bestemmingsregels

Per bestemming die op de verbeelding wordt gebruikt zijn gebruiks- en bouwregels opgenomen.

De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit:

  • bestemmingsomschrijving: nadere regels over het gebruik van de gronden;
  • bouwregels: regels voor het bouwen, onderscheiden naar bouwvlak, bouwaanduiding bijgebouwen en overige regels;
  • nadere eisen: de mogelijkheid tot het stellen van nadere eisen ten behoeve van het algemene belang;
  • afwijken van de bouwregels: de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van bouwregels;
  • specifieke gebruiksregels: regeling ter voorkoming van strijdig gebruik van de gronden en de bebouwing;
  • afwijken van de gebruiksregels: de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van de gebruiksregels;
  • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: werken of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning vereist is;
  • omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk: werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning vereist is;
  • wijzigingsbevoegdheid: de mogelijkheid om bestemmingen te wijzigen.
5.3.3 Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening is de anti-dubbeltelregel opgenomen. Deze regel wordt opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel of een bepaalde oppervlakte van een bouwperceel mogen beslaan, het resterende onbebouwde terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Algemene bouwregels

Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden een aantal algemene bouwen gebruiksregels, conform de Bro. In de bouwregels is enkel een regeling opgenomen omtrent ondergronds bouwen. In de gebruiksregels worden seksinrichtingen, coffeeshops, straatprostitutie en dergelijke en kampeermiddelen uitgesloten.

Algemene aanduidingsregels

De gebiedsaanduidingen worden in deze bepaling geregeld. Deze kunnen ook bij iedere afzonderlijke bestemming worden geregeld, maar omdat een gebiedsaanduiding veelal binnen meerdere bestemmingen ligt, hoeft de aanduiding in een algemeen artikel slechts eenmalig te worden opgenomen.

Algemene afwijkingsregels

In deze regels wordt aangegeven in welke gevallen het bevoegd gezag, in deze meestal burgemeester en wethouders, gerechtigd is om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om, tenzij anders vermeld, afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.

Algemene wijzigingsregels

In deze regels wordt aangegeven in welke gevallen burgemeester en wethouders bevoegd zijn het bestemmingsplan te wijzigen. De voorwaarden, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven.

Algemene procedureregels

In deze bepaling wordt aangegeven welke procedures moeten worden doorlopen bij het stellen van nadere eisen. De procedure voor het wijzigen van een plan of het verlenen van omgevingsvergunningen is al bij wet geregeld.

Overige regels

Onder de overige regels is bepaald dat indien in de regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen het de regelingen betreft zoals die gelden op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Daarnaast zijn voorrangsregels opgenomen. Indien een strijdigheid tussen een bestemming en dubbelbestemming aan de orde is, dan gaat het belang van de dubbelbestemming voor. Tevens is een prioriteitsstelling ten aanzien van de dubbelbestemmingen onderling opgenomen.

5.3.4 Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening, overgenomen.

Slotregel

Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel schrijft voor hoe het plan kan worden aangehaald.

Hoofdstuk 6 Procedure

6.1 De te volgen procedure

Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure, te weten:

a. Voorbereiding:

Vooroverleg met diensten van rijk en provincie

Watertoets

b. Ontwerp:

1e ter inzage legging (ontwerp bestemmingsplan)

c. Vaststelling:

Vaststelling door de Raad

2e ter inzage legging (vastgesteld bestemmingsplan)

d. Beroep:

(Gedeeltelijk) onherroepelijk bestemmingsplan

Reactieve aanwijzing

Beroep bij Raad van State

 

In het kader van deze procedure is het voor eenieder mogelijk zijn/haar zienswijze (bij de

gemeenteraad) kenbaar te maken. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die

het plan moet doorlopen wordt daarvan steeds melding gemaakt. Wanneer beroep wordt

ingesteld, beslist uiteindelijk in hoogste instantie de Afdeling bestuursrechtspraak van de

Raad van State over het bestemmingsplan.

6.2 Vooroverleg

In het kader van het vooroverleg wordt het ontwerp van de het bestemmingsplan 'Cuijk, Heeswijkse Kampen, bedrijfslocatie noordoever' voorgelegd aan de daarvoor in aanmerking komende instanties.

6.3 Ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. De resultaten van die ter inzage legging zullen worden verwerkt in dit bestemmingsplan.