direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b, Molenweg 2, Burg. v. d. Havestraat 1 Oosterland
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1676.00404TAMopOL878185-VA01

Regels

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het wijzigen van de functie van een deel van het perceel Molenweg 2/Burg. van der Havestraat 1 in Oosterland naar 'Wonen' en het vastleggen van de bedrijfswoning op de locatie Molenweg 2 in Oosterland. Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22b) van het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22b.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22b.' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die, ten tijden van terinzagelegging van dit TAM-omgevingsplan, zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij in Artikel 2 daarvan is afgeweken.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22b gelden de volgende begripsbepalingen:

2.1 TAM-omgevingsplan

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b, Molenweg 2, Burg. v. d. Havestraat 1 Oosterland met identificatienummer NL.IMRO.1676.00404TAMopOL878185-VA01 van de gemeente Schouwen-Duiveland.

2.2 omgevingsplan

het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland.

2.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

2.4 archeologische deskundige

de provinciaal archeoloog van Zeeland, de Rijksarcheoloog van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed of een ander deskundig archeologisch adviesbureau.

2.5 archeologische waarde

de in het kader van dit plan aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak.

2.6 agrarisch loonbedrijf

een bedrijf dat uitsluitend of grotendeels is gericht op het verlenen van diensten ten behoeve van agrarische bedrijven.

2.7 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.8 bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, welke slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon,

  • wiens huisvesting daar noodzakelijk is gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, of
  • waarvan het hoofdinkomen afkomstig is van een bedrijf waarvan de bedrijfsactiviteiten ter plaatse structureel worden uitgeoefend.
2.9 bed&breakfast

een nevenactiviteit voor kortdurend toeristisch verblijf bij de hoofdbewoner(s) van een woning waar logies, al dan niet met ontbijt, wordt aangeboden met maximaal 5 slaapplaatsen voor maximaal 5 overnachtende gasten.

2.10 beroep of bedrijf aan huis

het gebruik van een gedeelte van een woning en/of een bijbehorend bouwwerk voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit door de bewoner, gericht op het uitoefenen van ambachtelijk bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk of het verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, haarverzorgend, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied.

2.11 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

2.12 bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel.

2.13 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

2.14 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop (bijvoorbeeld een showroom), het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

2.15 horeca

een bedrijf gericht op het bedrijfsmatig:

  • verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken;
  • exploiteren van zaalaccommodaties, of;
  • verstrekken van logies.
2.16 kitchenette

een kleinschalige kookgelegenheid die niet bestemd is voor het bereiden van complete maaltijden, bestaande uit een aanrecht ten behoeve van een koffiezetapparaat, waterkoker, een kookplaat met één pit, een (combi)magnetron/oven en een koelkast.

2.17 ondergeschikte detailhandelsactiviteiten

detailhandel ondergeschikt én ondersteunend aan de hoofdactiviteit, waarbij:

  • de openingstijden van de detailhandelsactiviteiten gekoppeld zijn aan die van de hoofdactiviteit, en
  • het detailhandelsgeldeelte uitsluitend bereikbaar is via de entree van de hoofdactiviteit.
2.18 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.

2.19 seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

2.20 voorgevellijn

denkbeeldige lijn die strak loopt langs de meest naar de weg zijde gekeerde deel van een hoofdgebouw (voorgevel) tot aan de perceelsgrenzen.

2.21 vrijstaand

een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw.

2.22 waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie of waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, (riool)gemalen en inlaten.

2.23 weg

voor het openbaar verkeer openstaande weg inclusief de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten.

2.24 woning

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

2.25 zijdelingse perceelsgrens

de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  • 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Molenweg 2 en Burgemeester van der Havestraat 1 in Oosterland, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1676.00404TAMopOL878185-VA01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden in afwijking van artikel 22.24 van het Omgevingsplan gemeente Schouwen-Duiveland voor de gronden die zijn aangewezen als 'Wonen' en 'Bedrijf' de volgende meet- en rekenbepalingen:

4.1 de afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

4.2 de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

4.3 de bouwhoogte van een antenne-installatie
  • a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie;
  • b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie.
4.4 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

4.5 de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.

4.6 de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

4.7 de oppervlakte van een bouwwerk

gemeten in de verticale projectie op het bouwterrein van de grootste buitenwerkse maten van de (denkbeeldige) gevels, exclusief overstekken tot 50 centimeter, boven het afgewerkte maaiveld en eventueel tot het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur.

4.8 de vloeroppervlakte

de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.

4.9 de brutovloeroppervlakte

de brutovloeroppervlakte volgens NEN 2580.

4.10 de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

Hoofdstuk 2 Algemene regels

Artikel 5 Normadressaat

Diegene die de activiteit verricht, dan wel laat verrichten, draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit, tenzij elders in dit hoofdstuk anders is bepaald.

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van activiteiten waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere activiteiten buiten beschouwing.

Artikel 7 Parkeren

Omgevingsvergunningen als bedoeld in dit TAM-omgevingsplan worden alleen verleend als:

  • a. bij nieuwbouw en/of uitbreiding van gebouwen op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid is/wordt voorzien en in stand wordt gehouden, overeenkomstig het 'Parkeerbeleid 2017-2020' of het daarvoor in de plaats tredende parkeerbeleid.
  • b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het eerste lid:
    • 1. indien op een andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien, in het geval dat de noodzakelijke parkeergelegenheid in onvoldoende mate op eigen terrein kan worden gerealiseerd;
    • 2. door af te wijken van de toe te passen parkeernorm indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden in het "Parkeerbeleid 2017-2020' of het daarvoor in de plaats tredende parkeerbeleid.

Hoofdstuk 3 Gebruiksactiviteiten

Artikel 8 Gebruiksactiviteiten anders dan toegestaan

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

Artikel 9 Wonen

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als wonen.

9.2 Woonactiviteiten - toegestaan

Ter plaatse van Wonen zijn de volgende activiteiten toegestaan:

  • a. het wonen in een woning waarbij het aantal woningen niet meer bedraagt dan is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';
  • b. ondergeschikte voorzieningen zoals groenvoorzieningen, water, parkeervoorzieningen, tuinen en erven.
9.3 Bed & breakfast - toegestaan

Het aanbieden van bed & breakfast in een woning is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende aanvullende voorwaarden:

  • a. bed & breakfast vindt uitsluitend plaats in de woning, niet in vrijstaande bijbehorende bouwwerken;
  • b. de woning wordt permanent bewoond door de hoofdbewoner(s) die tevens ook de bed & breakfast exploiteert;
  • c. een bed & breakfast beslaat minder dan 50% van het vloeroppervlakte van de woning waarbij er in de woning een compleet woonprogramma resteert voor de permanente hoofdbewoner;
  • d. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform Artikel 7.
  • e. er is geen volwaardige kookgelegenheid toegestaan. Een kitchenette is wel toegestaan.
9.4 Beroep of bedrijf aan huis - toegestaan

Het beroepsmatig of bedrijfsmatig gebruik van een woning en bijbehorende bouwwerken is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. het beroep of bedrijf is ondergeschikt aan het wonen, waarbij ten hoogste 50 m² vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt ten behoeve van het beroep of bedrijf;
  • b. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning;
  • c. naast de uitoefening door de bewoner is ten behoeve van het beroep of bedrijf ten hoogste één extra arbeidsplaats toegestaan;
  • d. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform Artikel 7.
  • e. uitsluitend ondergeschikte detailhandel is toegestaan, waarbij een webwinkel (zonder showroom en zonder afhaalmogelijkheden voor consumenten) wel is toegestaan;
  • f. niet toegestaan is:
    • 1. horeca;
    • 2. een seksinrichting;
    • 3. buitenopslag van goederen;
    • 4. verlichte of opvallende reclame-uitingen die zichtbaar zijn aan de gevel.

Artikel 10 Bedrijf

10.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als bedrijf

10.2 Bedrijfsactiviteiten - toegestaan

Ter plaatse van de functie bedrijf zijn de volgende activiteiten toegestaan:

  • a. Bedrijven en bedrijfsactiviteiten voor zover deze voorkomen in categorie 1 van de bij deze regels horende Staat van bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan
  • b. Ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch loonbedrijf' is tevens een agrarisch loonbedrijf toegestaan.
  • c. ondergeschikte voorzieningen zoals voet- en fietspaden, inritten, parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en groenvoorzieningen.
  • d. productiegebonden detailhandel die ondergeschikt is aan én ten dienste staat van de in dit artikel toegelaten bedrijvigheid met dien verstande dat de brutovloeroppervlakte ten behoeve van productiegebonden detailhandel ten hoogste 50 m² bedraagt;
  • e. buitenopslag ten dienste van de in dit artikel toegelaten bedrijvigheid, voor zover gelegen achter de voorgevellijn en niet hoger dan de toegestane bouwhoogte van bedrijfsgebouwen.
10.3 Bedrijfswoning - toegestaan

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is het wonen in een bedrijfswoning toegestaan. Het aantal bedrijfswoningen bedraagt niet meer dan één.

Hoofdstuk 4 Bouwactiviteiten

Artikel 11 Algemene bouwregels

  • a. Bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht voor zover deze passen binnen de functies dan wel activiteiten zoals toegelaten in dit TAM-omgevingsplan.
  • b. Bij het bouwen van bouwwerken als genoemd in de artikelen 12, 13, 14 en 15 moet voldaan worden aan de regels zoals genoemd in Artikel 16 en 17.

Artikel 12 Bouwen van een hoofdgebouw - vergunningplicht

12.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen en verbouwen van hoofdgebouwen op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'bouwen van een hoofdgebouw - vergunningplicht'.

12.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als:

  • a. het hoofdgebouw (woning of bedrijfswoning) wordt gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwen van een hoofdgebouw - vergunningplicht';
  • b. de goot- en bouwhoogte niet meer bedraagt dan in de aanduiding 'maximum goot- bouwhoogte' aangegeven goot- en bouwhoogte;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%) mag het totale oppervlak van (hoofd)gebouwen en overkappingen niet meer bedragen dan het aangegeven percentage;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd;
  • e. het aantal woningen niet meer bedraagt dan het met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal;
  • f. de afstand van een woning binnen de aanduiding 'vrijstaand' tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2,5 meter bedraagt;
12.3 Vergunningvoorschriften

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorschriften verbinden aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • e. de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.

Artikel 13 Bouwen van een gebouw en overkapping - vergunningplicht

13.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen en verbouwen van gebouwen en overkappingenop de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'bouwen van een gebouw en overkapping - vergunningplicht'.

13.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als:

  • a. de gebouwen en overkappingen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwen van een gebouw en overkapping - vergunningplicht';
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%) mag het totale oppervlak van (hoofd)gebouwen en overkappingen niet meer bedragen dan het aangegeven percentage;
  • c. de goot- en bouwhoogte niet meer bedraagt dan in de aanduiding 'maximum goot- bouwhoogte' aangegeven goot- en bouwhoogte;
13.3 Vergunningvoorschriften

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorschriften verbinden aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. de verkeersveiligheid;
  • b. de milieusituatie;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • d. de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.

Artikel 14 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk en overkapping - vergunningplicht

14.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen en verbouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'bouwen van een bijbehorend bouwerk en overkapping - vergunningplicht'.

14.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als:

  • a. een bijbehorend bouwwerk of overkapping wordt gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwen van een bijbehorend bouwwerk en overkapping - vergunningplicht';
  • b. de totale bebouwde oppervlakte van het bouwperceel, overkappingen meegerekend, maximaal 50% bedraagt;
  • c. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 60 m² per woning bedraagt;
  • d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken maximaal 3,30 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter bedraagt;
  • e. de hoogte van overkappingen maximaal 3 meter bedraagt;
  • f. een bijbehorend bouwwerk of overkapping minimaal 3 meter achter de voorgevellijn van de woning wordt gebouwd;
  • g. in afwijking van het bepaalde onder f. is ter plaatse van burgemeester van der Havestraat 1 een bijbehorend bouwwerk en overkapping voor de voorgevellijn van de woning mogelijk, mits gelet op de specifieke situatie sprake is van een ruimtelijk aanvaardbaar bouwplan waarover een positief welstandsadvies is gegeven;
  • h. de afstand van een bijbehorend bouwwerk of overkapping tot de perceelsgrens minimaal 1 meter bedraagt.
14.3 Vergunningvoorschriften

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorschriften verbinden aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • e. de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.

Artikel 15 Bouwen van een ander bouwwerk - vergunningplicht

15.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen van een ander bouwwerk/bouwwerken, geen gebouwen zijnde (exclusief overkappingen) op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'bouwen van een ander bouwwerk - vergunningplicht'.

15.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als:

  • a. het ander bouwwerk wordt gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwen van een ander bouwwerk - vergunningplicht;
  • b. de hoogte van erfafscheidingen voor de voorgevellijn maximaal 1 meter bedraagt;
  • c. de hoogte van erfafscheidingen niet voor de voorgevellijn maximaal 2 meter bedraagt;
  • d. de hoogte van licht- en vlaggenmasten en overige masten maximaal 8 meter bedraagt;
  • e. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 2 meter bedraagt.
15.3 Vergunningvoorschriften

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorschriften verbinden aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • e. de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten;

Artikel 16 Bouwen in archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht

16.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en andere bouwwerken ter plaatse van de aanduiding:

  • a. 'Bouwen in archeologisch waardevol gebied - 250'.
16.2 Beoordelingsregels

In aanvulling op de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten als bedoeld in de artikelen 12, 13, 14 en 15 geldt dat er ter plaatse van de aanduiding 'Bouwen in archeologisch waardevol gebied - 250' uitsluitend mag worden gebouwd als er sprake is van:

  • a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
  • b. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 250 m²; en
  • c. een bouwwerk, dat niet dieper wordt gebouwd dan 50 cm.
16.3 Specifieke beoordelingsregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.2 ten behoeve van het bouwen groter dan 250 m² en dieper dan 0,50 meter, indien:

  • a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld.
  • b. het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologisch deskundige, waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport, met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie, niet nodig is.
16.4 Vergunningvoorschriften

Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning, gericht op het behoud van archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen danwel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologisch deskundige.

Artikel 17 Bouwen in molenbiotoop - vergunningplicht

17.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en andere bouwwerken ter plaatse van de aanduiding:

  • a. 'molenbiotoop'.
17.2 Beoordelingsregels

In aanvulling op de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten als bedoeld in de artikelen 12, 13, 14 en 15 geldt dat er uitsluitend mag worden gebouwd als voldaan wordt aan de volgende regels:

  • a. bij bouwen binnen een afstand van 100 meter van de molen:
    • 1. geen bebouwing wordt opgericht hoger dan het laagste punt van de verticaal staande wieken, tenzij het gaat om:
      • een bouwwerk dat, gezien vanuit de molen, aan de achterzijde van bestaande bebouwing wordt opgericht en waarbij de hoogte en de breedte blijft binnen de hoogte en breedte van de bestaande bebouwing waarachter het bedoelde bouwwerk wordt opgericht de bestaande hoogte van ter plaatse aanwezige bebouwing
      • het bouwwerk dient ter vervanging van aanwezige, legale bebouwing met eenzelfde massa en vorm;
  • b. bij bouwen binnen een afstand van 100 tot 400 meter van de molen:
    • 1. de hoogte van bouwwerken bedraagt maximaal de uitkomst van de volgende berekening (in meters): (de afstand van het bouwwerk tot de molen gedeeld door 50) plus 2,3 meter, tenzij het bouwwerk dient ter vervanging van aanwezige, legale bebouwing met eenzelfde massa en vorm;
    • 2. indien de vrije windvang of het zicht op de molen ter plaatse al beperkt is door aanwezige bebouwing van gelijke of hogere hoogte, is het bepaalde onder b1 niet van toepassing, mits de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt.
17.3 Specifieke beoordelingsregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.2 voor bouwwerken die toegelaten zijn op grond van de artikelen 12, 13, 14 en 15 indien uit onderzoek blijkt dat de toevoeging van bebouwing geen nadelige invloed heeft op de windvang van de betreffende molen. Het bevoegd gezag kan hierbij advies inwinnen van een molendeskundige.

17.4 Vergunningvoorschriften

Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning, gericht op het in stand houden van de cultuurhistorische belangen van molens als werktuig en als beeldbepalend element.

Hoofdstuk 5 Aanlegactiviteiten

Artikel 18 Werkzaamheden in archeologisch waardevol gebied

18.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op werken en werkzaamheden in de bodem ter plaatse van de aanduiding:

  • a. 'Werkzaamheden in archeologisch waardevol gebied - 250'.
18.2 Werken en werkzaamheden - toegestaan

Het is toegestaan om werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren die:

  • a. een maximale oppervlakte beslaan van:
    • 1. ter plaatse van de aanduiding 'Werkzaamheden in archeologisch waardevol gebied - 250': ten hoogste 250 m²;
  • b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
  • d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd;
18.3 Werken en werkzaamheden - vergunningplicht

Het is, indien niet voldaan wordt aan artikel 18.2, verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in deze gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren voor zover deze plaatsvinden op een grotere diepte dan 0,50 meter danwel voor zover deze zien op het ophogen van gronden met meer dan 0,50meter:

  • a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage;
  • b. het ophogen van gronden;
  • c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
  • f. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft;
  • g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
  • h. het omzetten van grasland in bouwland;
  • i. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
18.4 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

18.5 Beoordelingsregels
  • a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 18.3 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal;
  • b. de vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld;
  • c. alvorens de gevraagde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te verlenen, vraagt het bevoegd gezag aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in lid 18.5 onder a en b. Bij een negatief advies verzoekt het bevoegd gezag de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.
18.6 Vergunningvoorschriften

Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning, gericht op het behoud van archeologische resten in de bodem (technische maatregelen), het doen van opgravingen danwel het begeleiden van de werken of werkzaamheden door een archeologisch deskundige.

Artikel 19 Werkzaamheden in molenbiotoop

19.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op werken enf werkzaamheden ter plaatse van de aanduiding:

  • a. 'molenbiotoop'.
19.2 Werken en werkzaamheden - toegestaan

Het is toegestaan om werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren die:

  • a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
19.3 Werken en werkzaamheden - vergunningplicht

Het is, indien niet voldaan wordt aan artikel 19.2, verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in deze gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het ophogen van gronden;
  • b. het beplanten van gronden met bomen, heesters en andere hoog opgaande beplanting.
19.4 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

19.5 Beoordelingsregels
  • a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 19.3 genoemde werken en werkzaamheden geen nadelige invloed hebben op de windvang van de betreffende molen. Het bevoegd gezag kan hierbij advies inwinnen van een molendeskundige.
19.6 Vergunningvoorschriften

Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning, gericht op het in stand houden van de cultuurhistorische belangen van molens als werktuig en als beeldbepalend element.

Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotregels

Artikel 20 Overgangsrecht bouwwerken en gebruik

  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-Omgevingsplan aanwezig is op de locatie mag blijven bestaan.
  • b. Artikel 20, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
  • c. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-Omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • d. Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 20, onder c, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • e. Indien het gebruik, bedoeld in artikel 20, onder c, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • f. Artikel 20, onder c, is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende (bestemmings)plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.