| Plan: | Vedische Universiteit |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1669.BPVeduni-VG01 |
In artikel 3.6.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat in de toelichting op een bestemmingsplan wordt beschreven hoe in een plan wordt omgegaan met de waterhuishouding. In het bestemmingsplan moet een verantwoording komen te staan hoe het onderwerp water is verwerkt in het bestemmingsplan. Het is verplicht om in het bestemmingsplan de watertoets op te nemen.
In onderstaande paragraaf wordt het huidige provinciaal, waterschaps en gemeentelijk waterbeleid beschreven.
Provincie
Provinciaal ontwikkelingsplan
Veranderingen in het stedelijk gebied worden zover mogelijk ingevuld, met inachtneming van de randvoorwaarden vanuit het watersysteem (via de watertoets). Ook dient er aandacht te zijn voor de stedelijke wateropgaven ten aanzien van wateroverlast, afkoppeling, riolering, en ecologisch water. Waar nodig wordt hier, door herstructurering, de vitaliteit van buurten en wijken en de kwaliteit van werklocaties geborgd dan wel verbeterd.
Ter bescherming van de (grond)waterkwaliteit ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening zijn op grond van de bevoegdheid van de provincie vanuit de Wet Milieubeheer beschermingsgebieden (waterwingebieden, grondwater-beschermingsgebieden, boringsvrije zone) aangewezen. Als wijzigingen in deze gebieden plaatsvinden moet er rekening gehouden worden met extra regelgeving. In de beschrijving van de huidige situatie worden deze gebieden meegenomen.
Waterschap Roer en Overmaas
Watertoets
De watertoets is een procesinstrument dat inhoudt dat de waterbeheerders van begin af aan betrokken zijn bij het ruimtelijk proces. Ingrepen moeten conform de eisen van de waterbeheerders ontworpen worden. Afwijkingen hierop dienen te worden beargumenteerd en mitigerende maatregelen kunnen noodzakelijk zijn. Aangezien dit een beheerplan betreft, hoeft dit plan niet ter toetsing te worden voorgelegd aan de waterbeheerder, waterschap Roer en Overmaas. Gezien de onlangs opgestelde notitie "Water in ruimtelijke plannen", worden de bestemmingsplannen in het kader van het vooroverleg wel naar het Waterschap gestuurd ter controle van de manier waarop waterhuishoudkundige objecten zijn opgenomen.
Notitie taakopvatting watersysteembeheer Waterschap Roer en Overmaas
Waterschap Roer en Overmaas heeft in december 2009 een notitie bestuurlijk vastgesteld, waarin staat onderbouwd hoe het waterschap haar taakinvulling voor het watersysteem ziet. Hierbij heeft het waterschap nieuwe normen voor de compensatie voor de toename van het verharde oppervlak benoemd. De compensatie voor de toename van het verharde oppervlak heeft als doel dat nieuwe ontwikkelingen geen (water)problemen veroorzaken in andere tijden of op andere plaatsen. Het hemelwater wordt opgevangen in buffers waar het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem of vertraagd wordt afgevoerd naar oppervlaktewater.
Bij nieuwe ontwikkelingen heeft het waterschap als doel om 100% van het verharde oppervlak af te koppelen. Om dit te bereiken zonder te vaak overlast te veroorzaken dient voldoende opvangcapaciteit aanwezig te zijn voor een neerslaggebeurtenis van eens per 25 jaar (T=25). Dit is in het beheersgebied van waterschap Roer en Overmaas 35 mm in 45 minuten. Daarnaast wordt getoetst of een neerslaggebeurtenis van eens per 100 jaar (T=100) geen wateroverlast veroorzaakt. T=100 komt overeen met 45 mm in 30 minuten. Voor de leegloop van de buffers wordt de regel gehanteerd dat ze in principe binnen 24 uur geledigd zijn en weer beschikbaar zijn voor een volgende neerslaggebeurtenis. Wanneer de buffer voorzien is van een afvoer naar oppervlaktewater, dient de afvoercapaciteit te zijn afgestemd op de afvoercapaciteit van het ontvangende oppervlaktewater.
Gemeente
Gemeentelijk rioleringsplan (GRP)
Bij de inzameling en het transport van afvalwater van nieuwe bebouwing wordt in eerste instantie alleen het huishoudelijk afvalwater ingezameld. Het ambitieniveau voor niet aankoppelen bij nieuwbouw is hoog. Binnen de gemeente Roerdalen wordt bij nieuwbouw of vervangende nieuwbouw het hemelwater alleen in het uiterste geval via de riolering afgevoerd. Schoon- en vuilwaterstromen worden volledig gescheiden.
Al het vuile afvalwater zal aangeboden worden aan de RWZI ter zuivering. Gestreefd wordt het schoon regenwater in het watersysteem te behouden en niet af te voeren via de keten (het riool).
Te allen tijde streeft de gemeente ernaar om het schone regenwater in het plangebied vast te houden (retentievoorziening) of vertraagd af te voeren naar open water.
In het GRP zijn voorwaarden voor het afkoppelen en infiltreren van hemelwater opgenomen.
Deze worden middels dit GRP als beleidsuitgangspunten vastgelegd:
Door middel van het rapport Water in ruimtelijke plannen versie 2.0 (14 juli 2010) dat is opgesteld door waterschap Roer en Overmaas, is in deze paragraaf geïnventariseerd of het plangebied binnen voor het bestemmingsplan relevante zones liggen.
Hierna volgt een omschrijving waarbij wordt ingegaan op de onderdelen 'oppervlaktewater', 'grondwater' en 'riolering'.
Middels het digitale watertoetsloket is een toets gedaan naar relevante invloedszone binnen het plangebied. In de volgende afbeelding is de kaartanalyse weergegeven.
Oppervlaktewater
In het plangebied is sprake van beperkt oppervlaktewater in de vorm van een vijver. Deze is in particulier eigendom en behoort bij het complex.
het plangebied maakt onderdeel uit van een kwetsbaar watersysteem. Het betreft een Vogel- en Habitatrichtlijn gebied met hydrologisch gevoelige natuurwaarden ("hydrologisch gevoelige VHR-gebied" ). Dit zijn de natte natuurparels die voorrang hebben bij herstel van natuurwaarden en zijn van (inter)nationaal belang.
voor het overige is het plangebied niet gelegen binnen invloedszones van erosie, drinkwater, zuiveringstechnische werken, primaire wateren of waterkeringen.
Grondwater
Het plangebied is niet gelegen binnen een boringsvrijezone of ander grondwaterbeschermingsgebied.
Riolering
Voor bestaande bebouwing geldt dat al het afvalwater aan de grens van het perceel aangeboden wordt waar het aangesloten is op de gemeentelijke persriolering. In de directe nabijheid zijn geen rioolwater transportleiding gelegen.
Er vinden geen grootschalige ontwikkelingen plaats in het kader van dit bestemmingsplan, daarmee is de toekomstige situatie gelijk aan de huidige situatie.
Omgang met hemelwater in de toekomst
Het plangebied bestaat uit een bestaand bebouwd en gerioleerd gebied. Hieraan zijn geen grootschalige wijzigingen voorzien. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt getracht zoveel mogelijk de uitgangspunten van een duurzaam stedelijk waterbeheer te volgen. Daarbij wordt voorkomen dat de nieuwe ontwikkeling problemen veroorzaakt in andere tijden, op andere plaatsen en in andere compartimenten. Dit geldt zowel voor waterkwaliteit als waterkwantiteit. Daarbij is de gebruikelijke voorkeursvolgorde gevolgd: hergebruik –infiltratie in de bodem – bergen en vertraagd afvoeren – afvoeren naar oppervlaktewater dan wel riolering. Hergebruik van hemelwater kan op kleinschalig niveau door bijvoorbeeld het gebruik van regentonnen. Voor grootschaligere projecten kan gedacht worden aan een grijswatersysteem. Per project dient bekeken te worden of hergebruik zinvol, haalbaar en wenselijk is.
Nieuwe ontwikkelingen dienen voorzien te zijn van een hemelwatervoorziening die voldoet aan de eisen van waterschap Roer en Overmaas. Deze zijn vastgelegd in de “Taakopvatting watersysteembeheer Waterschap Roer en Overmaas” van 24 november 2009. Cornform de eisen van waterschap Roer en Overmaas dient het water tot een neerslaggebeurtenis van eens per 25 jaar (T=25, 35 mm in 45 minuten) gecompenseerd te worden. Een neerslaggebeurtenis van eens per 100 jaar (T=100, 45 mm in 30 minuten) mag geen wateroverlast veroorzaken ter plaatse van bebouwing. Het waterpeil in de hemelwatervoorziening mag stijgen tot aan maaiveld. De hemelwatervoorziening dient binnen 24 uur weer beschikbaar te zijn voor een volgende regenbui.
Wateroverlast
Wateroverlast dient voorkomen te worden door de hemelwatervoorzieningen zo in te richten dat hier ruimte is om T=100 op te vangen. De hemelwatervoorziening is altijd voorzien van een vertraagde leegloop en een noodoverloop naar oppervlaktewater of de riolering. Daarnaast worden de vloeren van de bouwblokken minimaal 0,2 m hoger aangelegd dan het omliggend maaiveld. Zo wordt wateroverlast ter plaatse van de bebouwing door afstromend hemelwater tijdens intensieve neerslaggebeurtenissen voorkomen.
Waterkwaliteit
Het water dat van daken af stroomt, is aan te merken als schoon. Zuivering van dit water is dan ook niet noodzakelijk. Hemelwater dat afstroomt van parkeervoorzieningen en toegangswegen kan vervuild zijn met olie, PAK of zware metalen. Dit water dient dan ook via een zuiverende voorziening, bijvoorbeeld een bermpassage, te worden geleid voordat het water afgevoerd wordt naar oppervlaktewater of riolering.
Het gebruik van uitloogbare materialen (lood, koper, zink) is echter niet toegestaan om de waterkwaliteit te bewaken. Daarnaast worden strooizout en chemische onkruidbestrijding niet of met mate gebruikt.
Dit bestemmingsplan is conserverend van aard. Dit betekent dat de huidige situatie wordt vastgelegd, zonder grootschalige ontwikkelingen. Daar waar mogelijk en gewenst zal ruimtelijke en functionele ontwikkelruimte worden gegeven voor zover de ruimtelijke kwaliteit van de gebieden behouden blijft of versterkt wordt.
Daarbij dient bij een dergelijk mogelijk inititatief opnieuw geinventariseerd worden wat dit betekent voor de waterhuishouding ter plaatse op basis van de uitgangspunten zoals beschreven in paragraaf 4.6.4 Toekomstige situatie.