| Plan: | Vedische Universiteit |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1669.BPVeduni-VG01 |
In de bossen bij Vlodrop ligt het campusgebied van Maharishi Vedische Universiteit.Het terrein ligt dicht bij de Duitse grens en wordt omsloten door het Nationaal park De Meinweg. De bebouwing op de campus betreffen recent gebouwde gebouwen, die op basis van richtlijnen voor Vedische architectuur allemaal op het oosten zijn georiënteerd, en het voormalige College St. Ludwig dat op het zuidoosten is gericht.
Door de verschillen in oriëntatie, bouwstijl en bouwvolume tussen de nieuwe gebouwen en het voormalige College St. Ludwig is sprake een opmerkelijke stedenbouwkundige opzet op het terrein. Het College van Burgemeester en Wethouders heeft op 17 november 2009 de beleidsuitspraak gedaan dat voor de toetsing van nieuwbouw op welstand de architectuur van het Masterplan van de Maharishi Vedische Universiteit leidend dient te zijn. Aldus streven zowel gemeente als MERU de realisatie van het Masterplan na. Van belang is dat het Masterplan als zelfstandig stedenbouwkundig ruimtelijk plan reeds voor een aanzienlijk deel is uitgevoerd, met respect voor omliggende ruimtelijke waarden. De landschapswaarden binnen het MERU-complex worden primair bepaald door het sterke contrast dat is ontstaan tussen de dichte bossen en het midden in de bossen gelegen open terrein van de MERU. Binnen dit terrein is de MERU reeds jaren gefaseerd het Masterplan aan het realiseren. De nieuwbouw maakt zich door de beperkte bouwhoogte en omvang per gebouw, de overeenkomstige oriëntatie en architectuurstijl en de inrichting van de omliggende tuinen en wegen los van het voormalig College St. Ludwig en de strakke, rechte bosranden met hoog opgaande bomen.
Ten opzichte van de huidige situatie blijft de bosrand de ruimtebeleving bepalen. De verharding is daarbij de ruimtelijke afronding van de vergevorderde bouwplannen. Deze verharding en bebouwing doet op geen enkele wijze afbreuk aan de landschappelijke inbedding van het MERU-complex; het is een autonome vormentaal binnen een verder ongewijzigde bosomgeving. De buitenruimte (waaronder de verharding) en bebouwing zijn gebaseerd op de architectuurregels van Maharishi Sthapatya Veda. Elk gebouw staat in zijn eigen "vastu". De term Vastu wordt wanneer het om een gebouw gaat gebruikt om het aspect van orde en intelligentie aan te geven van een bouwplaats. Voordat een gebouw wordt opgericht, moet de Vastu worden uitgezet als een vierkant of een rechthoek, perfect genivelleerd en met de begrenzingen in de oost-west en noordzuid richting. De grootte van de Vastu staat in relatie tot de oppervlakte van het gebouw en moet omgeven worden door een muur, een hek of een haag en slechts een ingang hebben, zeer gunstig gelegen aan de oostkant. Daarom worden alle gebouwen via paden aan de oostzijde ontsloten, wat leidt tot de padenstructuur en dichtheid zoals nu is gerealiseerd en wordt vervolmaakt.
Door het radiale stelsel van paden, dat zo is ontstaan, is altijd vanuit ieder pad in minstens een richting zicht naar de bosrand. Hierdoor is vanuit het gehele complex het landschap zichtbaar en voelbaar aanwezig. Het landschap is hierdoor mede bepalend voor de sfeer en kwaliteit van de open ruimte binnen het complex. Door het gerealiseerde en nog af te ronden Masterplan blijven bestaande cultuurhistorische waarden onaangetast. Door de afwijkende oriëntatie van het stratenpatroon (als onderdeel van het Masterplan), zal de differentiatie tussen de historisch bepaalde vrijwel vierkante uitsparing in het bos en het recente oostgerichte MERU complex herkenbaar en behouden blijven. De lokale cultuurhistorische waarden zijn af te leiden uit de "Basiskaarten van de Limburgse Cultuurhistorie" van de provincie Limburg. De kenmerkende strakke bosranden en het omliggende boslandschap met een rasterpatroon in de bosverkaveling en bospaden blijft ongewijzigd. Doordat verharding op voldoende afstand van de bosrand is gerealiseerd, blijft deze ook als eigen structuur herkenbaar.
Het voormalig College St. Ludwig heeft in dit alles een beperkte betekenis. Uitsluitend het gebouw is om redenen als rijksmonument aangewezen, maar het draagt niet bij aan het Masterplan. Met het eventueel verwijderen van dit rijksmonument, gaan geen andere cultuurhistorische waarden of structuren verloren. De aanvraag voor een sloopvergunning van het college is reeds in een vergevorderd stadium. Het voormalige college St. Ludwig is ontworpen door de Franciscaner architect Quintilian Borren in een bouwstijl die zowel verband houdt met de functionele "Grossbauten" als met de neogotiek. Het hoofdgebouw wordt gekenmerkt door een uit baksteen opgetrokken carre-vorm van drie bouwlagen hoog alsmede een aantal torens.
Door de gemeente is vergunning verleend om een expositietoren te realiseren. Deze toren is vergund tot een hoogte van 30 meter. De wens bestaat echter een toren te realiseren tot een hoogte van 35 meter. De toren is gesitueerd op circa 40 meter van de gevel van het beschermde voormalige College . Er zijn vanuit cultuurhistorische waarden geen zwaarwegende bezwaren tegen het realiseren van de tentoonstellingstoren. Gelet hierop zijn de gemeente en de provincie bereid mee te werken aan dit verzoek. Voor de tentoonstellingstoren is een aanduiding in het bestemmingsplan opgenomen met een maximale bouwhoogte van 35m.