direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Buitengebied 2009, herziening Kattenbos 6
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel

Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening Kattenbos 6" van de gemeente Reusel-De Mierden.

Momenteel exploiteren de heer en mevrouw Lauwers een veehouderij (varkens en jongvee) op de locatie Kattenbos 6 in Reusel. Zij hebben het voornemen dit bedrijf te beëindigen en een nieuwe invulling aan de locatie te geven. Hierbij is het plan om de bestaande bedrijfswoning te herbestemmen als 'burgerwoning'. De oude vervallen langgevelboerderij en de agrarische bedrijfsgebouwen – een jongveestal en een varkensstal – zijn gesloopt. Ter plaatse van de oude langgevelboerderij willen zij één Ruimte voor Ruimte-woning realiseren.

Ten behoeve van de Ruimte voor Ruimte-woning wordt de agrarische bedrijfsbebouwing op het eigen terrein gesaneerd. Ook worden voldoende fosfaatrechten weggestreept door sanering van de veehouderij. Er hoeft derhalve geen Ruimte voor Ruimte-titel te worden aangekocht. De beoogde milieuwinst als gevolg van de Ruimte voor Ruimte-regeling wordt op de locatie zelf behaald.

Het initiatief kan niet rechtstreeks worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening fase 1A". Om deze reden wordt de procedure voor een herziening van het bestemmingsplan doorlopen.

1.2 Ligging en kadastrale begrenzing

Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie weer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0001.jpg"

TOPOGRAFISCHE SITUATIE

Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ingetekend.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0002.jpg"

KADASTRALE SITUATIE

De gronden zijn kadastraal bekend gemeente Reusel, sectie E, nummer 1261 (gedeeltelijk).

De oppervlakte van het plangebied bedraagt 12.030 m² (ca. 1,2 ha). De gronden zijn eigendom van de familie Lauwers.

1.3 Vigerend en toekomstig bestemmingsplan

1.3.1 Vigerend bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening fase 1A"

Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening fase 1A":

  • vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 9 juli 2013;
  • onherroepelijk door uitspraak Raad van State d.d. 21 januari 2015.

Op het plan is de verbeelding die deel uitmaakt van het bestemmingsplan "Buitengebied 2009" van toepassing. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het plangebied is aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0003.jpg"

UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN

Toetsing van het plan aan het vigerende bestemmingsplan

Voor onderhavig plan is de bestemming 'Bedrijf - Agrarisch' van kracht. Binnen deze bestemming is een grondgebonden agrarisch bedrijf met bijbehorende voorzieningen toegestaan. Ter plaatse is tevens een intensieve veehouderij toegestaan, alsmede één bedrijfswoning. Daarnaast zijn aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven, kleinschalige productiegebonden detailhandel, statische opslag en paden, wegen, parkeervoorzieningen, water en erfbeplanting toegestaan.

Omzetting van de bedrijfswoning naar een burgerwoning en toevoeging van een Ruimte voor Ruimte-woning is niet toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan.

Bovendien zijn ter plaatse van het plangebied twee dubbelbestemmingen van kracht:

  • Archeologische verwachtingswaarde
  • Natte natuurparel buffer

Archeologische verwachtingswaarde

De gronden binnen deze dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische verwachtingswaarde van de gronden. Hier geldt voor bodemroerende activiteiten met een oppervlakte vanaf 100 m² en een diepte meer dan 0,4 meter onder maaiveld een archeologische onderzoeksplicht.

Natte natuurparel buffer

Het plangebied ligt op de uiterste rand van de beschermingszone van 500 meter breed rondom de natte natuurparel het Beleven. De gronden binnen deze dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de hydrologische waarden van de bufferzone rondom de natte natuurparel. Hier geldt voor het uitvoeren van een aantal werken en werkzaamheden een omgevingsvergunningstelsel.

1.3.2 Ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2017"

Op 4 oktober 2016 is het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2017" gepubliceerd. Dit bestemmingsplan bevat enkele afwijkende regelingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening fase 1A", die relevant zijn voor onderhavig plan. Op 17 oktober 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" in te trekken. Het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening fase 1" blijft daarmee rechtsgeldig.

Omdat in het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2017" wel de meest actuele situatie is opgenomen, wordt dit bestemmingsplan als richtlijn gehanteerd voor onderhavig bestemmingsplan. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. De ligging van het plangebied is aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0004.jpg"

UITSNEDE VERBEELDING ONTWERPBESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED 2017

De bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen in het vigerende bestemmingsplan zijn in dit ontwerpbestemmingsplan overgenomen, zij het onder een andere benaming.

vigerend bestemmingsplan   ontwerpbestemmingsplan  
Agrarisch met waarden -
Landschapswaarden 1  
Agrarisch met waarden - Landschap  
Bedrijf - Agrarisch   Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf
Agrarisch met waarden - Landschap met bouwvlak  
Verkeer   Verkeer  
Wonen   Wonen  
Archeologische verwachtingswaarde   Waarde - Archeologie 4.2  
Natte natuurparel buffer   Waarde - Attentiegebied ehs  

Daarnaast bevat het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2017" een gedetailleerder onderscheid in archeologische waarden dan het vigerende bestemmingsplan. Het plangebied heeft daarin - onder meer - de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4.2'. Hier geldt voor bodemroerende activiteiten met een oppervlakte vanaf 500 m² (tegenover 100 m² in het vigerende bestemmingsplan) en een diepte van meer dan 0,5 meter onder maaiveld (tegenover 0,4 meter in het vigerende bestemmingsplan) een archeologische onderzoeksplicht. Deze bestemming is gebaseerd op de Regionale Erfgoedkaart, zoals opgesteld door de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant (ODZOB).

Hoofdstuk 2 Gebiedsanalyse

Dit hoofdstuk geeft een ruimtelijk-functionele analyse van het plangebied. Onderstaande afbeelding, de als bijlage 1 opgenomen bestaande toestand en de foto's geven de bestaande toestand van de directe omgeving en het plangebied weer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0005.jpg"

DIRECTE OMGEVING

2.1 Bebouwing en functies

De van oorsprong agrarische bebouwingsconcentratie Kattenbos ligt in het overgangsgebied tussen de bebouwde kom van Reusel en de natuurparel rondom het Beleven. De bebouwingsconcentratie Kattenbos betreft een historisch bebouwingslint en het karakter van het buurtschap wordt hoofdzakelijk bepaald door de (voormalige) agrarische bebouwing in de vorm van langgevelboerderijen en tuinderswoningen. Kenmerkend is dat de oude boerderijen waarin thans gewoond wordt in de zone direct aan de weg liggen. Daarachter staan de grootschalige agrarische bedrijfsgebouwen en stallen.

Zowel ten zuiden van het plangebied als wat meer richting het oosten zijn totaal vier BiO-woningen (Buitengebied in Ontwikkeling) in ontwikkeling. Van de vier BiO-woningen zijn er inmiddels drie gerealiseerd.

Ten westen van het plangebied ligt een paardenhouderij. De kleinste afstand van de grens van het plangebied tot de grens van de paardenhouderij bedraagt ongeveer 40 meter. Nog verder westwaarts liggen een intensieve varkenshouderij en een koeien- en pluimveehouderij. Deze bedrijven liggen op een afstand van 120 meter respectievelijk 175 meter tot de grens van het plangebied. Voor het plangebied zelf geldt momenteel ook een bestemming voor een intensieve veehouderij.

In het plangebied staat een aantal gebouwen behorende bij die bestemming. Aan de straat staat de bedrijfswoning die is gebouwd halverwege de jaren '70. Dit bakstenen gebouw ligt parallel aan de weg en bestaat uit één bouwlaag met een grijs pannendak. De oppervlakte van de woning bedraagt circa 115 m². Hier wonen de initiatiefnemers. Bij de woning zijn geen bijgebouwen, zoals een garage of schuur aanwezig. Rondom de woning ligt een tuin.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0006.jpg"

BEDRIJFSWONING MET TUIN (BRON: STREETVIEW)

Daarnaast staat een oude vervallen langgevelboerderij uit 1900 op een afstand van circa 5 meter tot de rand van de openbare weg. Het gebouw bestaat uit bakstenen gevels met een rood pannendak en heeft een oppervlakte van 428 m². De oude staldeuren zijn nog aanwezig. Het gebouw heeft geen monumentale of cultuurhistorisch waardevolle status en wordt momenteel gebruikt voor berging en opslag/werkplaats.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0007.jpg"

LANGGEVELBOERDERIJ MET DAARACHTER AGRARISCHE BEBOUWING (BRON: STREETVIEW)

Achter de twee gebouwen aan de straat staat de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Deze bestaat uit een jongveestal en een mestvarkensstal. De vleesvarkensstal wordt sinds januari 2016 niet meer geëxploiteerd en is leeggehaald. De jongveestal is tot ongeveer december 2017 nog in gebruik geweest. Tussen deze gebouwen staan enkele silo's.

De jongveestal heeft een oppervlakte van 928 m² en de oude mestvarkensstal 1.055 m². De totale oppervlakte van deze bedrijfsgebouwen bedraagt derhalve 2.411 m². Helemaal achter op het terrein liggen enkele sleuf- en voedersilo's met een totale oppervlakte van circa 840 m².

De totale erfverharding bedraagt circa 2.400 m².

2.2 Ontsluiting

Het plangebied is ontsloten op de weg Kattenbos. In oostwaartse richting loopt deze weg naar de kern Reusel en naar het westen naar het natuurgebied het Beleven. Deze weg heeft geen doorstroomfunctie en een lage verkeersintensiteit. Voor het jaar 2014 bedroeg de verkeersintensiteit circa 260 motorvoertuigen, zoals te zien in het uitgevoerde akoestische onderzoek in bijlage 8. Uitgaande van een autonome groei van 1% per jaar is voor het jaar 2018 sprake van 268 motorvoertuigen per jaar.

In totaal zijn drie inritten aanwezig. Twee verharde inritten aan weerszijden van de langgevelboerderij. Via deze inritten zijn het agrarische bedrijf en de bedrijfswoning te bereiken. Ten oosten van de bedrijfswoning is een derde onverharde toegang naar het achterliggende agrarische perceel.

2.3 Groen en water

De bebouwingsconcentratie Kattenbos is gelegen op de rand van het Kempisch plateau. Het landschap bestaat uit hoger gelegen dekzandruggen, die doorsneden worden door de bovenlopen van noord-zuid gerichte beken. Het plangebied ligt in het 'oud agrarisch cultuurlandschap'; een kleinschalig landschap rondom de dorpen met als belangrijkste kenmerken:

  • 1. open, vaak hoger gelegen akkers;
  • 2. mozaïekvormige, onregelmatige verkaveling;
  • 3. kleinschalige beplantingselementen (houtwallen, lanen en bosrestanten);
  • 4. slingerende wegenstructuur met lintvormige, historische bebouwing (vaak langgevelboerderijen);
  • 5. de kleinschaligheid is veelal aangetast door o.a. de schaalvergroting van de landbouw.

Een uitgebreide landschapsbeschrijving is opgenomen in de notitie beeldkwaliteit die als bijlage 2 is opgenomen.

Ter plaatse van het plangebied staat weinig opgaand groen. Langs de weg Kattenbos staat ter hoogte van het plangebied geen laanbeplanting. Op de westelijke perceelgrens, grenzend aan het maïsland, staan een lage haag en een kleine knotbomenrij. Achter op het terrein, ten noorden van de sleufsilo's, staat een kleine boomgroep. De oostelijke perceelgrens, tussen de bedrijfswoning en het naastgelegen woonperceel, wordt gevormd door een smalle singel met heesters en enkele bomen bestaande uit eiken-berkenbestand. Het agrarische achterland is bereikbaar via een toerit tussen de bedrijfswoning en deze houtsingel, alsook via de inrit ten westen van de langgevelboerderij. Rondom de bedrijfswoning ligt een groene tuin met kleine bomen, sierheesters en een gazon. Overigens staat er geen noemenswaardig groen op en rond het erf.

Hoofdstuk 3 Plan

Na voorgaande inventarisatie en analyse volgt in dit hoofdstuk de beschrijving van het feitelijke plan. De als bijlage 3 opgenomen inrichtingsschets en onderstaande afbeelding geven de nieuwe situatie weer met daarop de te slopen en de nieuwe bebouwing, de ontsluiting en groen en water.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0008.jpg"

INRICHTINGSSCHETS

3.1 Bebouwing en functies

In de nieuwe situatie wordt de agrarische bedrijfsbebouwing in de vorm van de jongveestal en de varkensstal (1.983 m²) gesloopt. Ook de (sleuf)silo's worden geheel verwijderd en de langgevelboerderij (428 m²) gesloopt. Ook wordt de terreinverharding rondom de bedrijfsbebouwing verwijderd. De bestaande bedrijfswoning (115 m²) blijft behouden en wordt bestemd als burgerwoning. Ter plaatse van de oude boerderij wordt één nieuwe Ruimte voor Ruimte-woning gerealiseerd.

Het bestaande perceel met het vigerende agrarische bouwvlak wordt in drie delen gesplitst. Het perceel / de woonbestemming behorend bij de bestaande bedrijfswoning wordt circa 1.470 m². De nieuwe Ruimte voor Ruimte-woning krijgt een perceel / woonbestemming van circa 1.955 m². Het resterende perceeldeel heeft een oppervlakte van circa 8.610 m² en krijgt - gelijk aan de omliggende percelen - een agrarische bestemming zónder bouwvlak.

Sloopverplichting

De sanering van de bestaande bedrijfsbebouwing en -verharding vormt een verplichting alvorens de nieuwe Ruimte voor Ruimte-woning in gebruik mag worden genomen, zoals opgenomen in artikel 4.3.1 van de regels.

Om te zetten bedrijfswoning

De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Dit gebouw blijft geheel behouden. Conform het vigerende bestemmingsplan mag de maximale goothoogte 5 meter bedragen en de maximale bouwhoogte 10 meter. De inhoud van de woning mag maximaal 750 m³ bedragen. De bestaande woning past binnen deze regeling.

Ruimte voor Ruimte-woning

De nieuwe Ruimte voor Ruimte-woning wordt gerealiseerd ter plaatse van de te slopen boerderij. Met een afstand van circa 5 meter tot de rand van de weg ligt deze boerderij stedenbouwkundig gezien dicht op de rijbaan. De nieuwe woning wordt wat verder van de weg geplaatst, maar nog wel binnen de funderingen van de bestaande boerderij. Deze situering leidt tot de volgende voordelen:

  • deze ligging is stedenbouwkundig en verkeerskundig gezien beter en veiliger;
  • er ontstaat meer ruimte voor het realiseren van een groene voortuin;
  • de geluidssituatie in de woning als gevolg van het wegverkeer kan beter worden gewaarborgd;
  • doordat de nieuwbouw binnen de bestaande funderingen wordt uitgevoerd, waar al sprake is van bodemverstoring, vindt er geen nieuwe bodemverstoring plaats, zodat eventuele archeologische waarden zo min mogelijk worden verstoord.

De Ruimte voor Ruimte-kavel wordt ingericht met toepassing van het 'boerenerfprincipe': de woning en de bijgebouwen worden zodanig gesitueerd en vormgegeven dat deze de specifieke kenmerken van een boerenerf-ensemble hebben. De architectuur van de nieuwe woning wordt geïnspireerd door de bestaande beeldbepalende langgevelboerderij en is hier een eigentijdse interpretatie van. Er is op dit moment geen concreet bouwplan van de nieuwe woning.

De uitwerking van de woning vindt plaats na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan. Het bouwplan zal daarbij voldoen aan het beeld zoals wordt geschetst in de notitie beeldkwaliteit, zoals opgenomen in bijlage 2 en de inrichtingsschets, zoals opgenomen in bijlage 3.

Bijgebouwen

Volgens de standaardregeling in het bestemmingsplan mag bij een woning een gezamenlijke oppervlakte van 100 m² aan bijgebouwen worden gerealiseerd. Bij de om te zetten bedrijfswoning wordt een nieuw bijgebouw van circa 70 m² gebouwd en blijft derhalve onder de maximaal toegestane oppervlakte van 100 m².

Het nieuwe bijgebouw bij de Ruimte voor Ruimte-woning krijgt een oppervlakte van maximaal 240 m². In de 'Landschapsinvesteringsregeling De Kempen' wordt een bijgebouw groter dan 100 m² tot maximaal 150 m² als een categorie 2-ontwikkeling gezien. Dit bijgebouw wordt derhalve 90 m² groter. De 90 m² extra bijgebouw wordt gerealiseerd met behulp van de 10%-sloopregeling, zoals die is opgenomen in artikel 10.6.2.j van het bestemmingsplan "Buitengebied 2009". De jongveestal heeft een oppervlakte van 928 m². De extra toegestane oppervlakte aan bijgebouwen wordt hiermee dus: 928 m² x 10% = circa 90 m². De totale oppervlakte aan bijgebouwen voor de Ruimte voor Ruimte-woning wordt dus 150 + 90 = 240 m².

 

De bijgebouwen hebben een goot- en bouwhoogte van niet meer dan 3 meter respectievelijk 5,5 meter.

3.2 Verkeer en parkeren

Ontsluiting
De woningen worden ieder via een eigen inrit ontsloten op de weg Kattenbos. Het achterliggende agrarische perceel moet bereikbaar blijven voor agrarische voertuigen. Om dit perceel te bereiken wordt een aparte toerit aan de westzijde gerealiseerd. In totaal is sprake van drie inritten. Per saldo neemt het aantal inritten ten opzichte van de huidige situatie dus niet toe.

Verkeer

In de huidige situatie is sprake van één bedrijfswoning en een agrarisch bedrijf. In de nieuwe situatie is sprake van twee woningen. De verkeersaantrekkende werking van één woning is circa 8 motorvoertuigen per weekdag. Als de verkeersaantrekkende werking van het agrarische bedrijf buiten beschouwing wordt gelaten, is de toename van het aantal verkeersbewegingen dus 8 motorvoertuigen per weekdag. Deze toename is minimaal en de capaciteit van de weg Kattenbos is ruim voldoende om dit extra aantal zonder problemen te kunnen opvangen.

Parkeren
De gemeente Reusel-De Mierden heeft in september 2017 eigen parkeerbeleid en parkeernormen vastgesteld in het 'Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan' (GVVP). Met dit GVVP wil de gemeente het verkeersbeleid met een maatregelenprogramma voor de komende jaren, met een planhorizon van 2025, vaststellen. Het GVVP is een flexibel, modulair beleidsplan, waarbij ieder aspect in een separate module is vastgesteld. In module 8 'Ruimtelijke Ontwikkelingen' staat dat de landelijk gehanteerde parkeernormen uit de CROW-publicatie 317 ook leidend zijn voor de gemeente Reusel-De Mierden.

De CROW-publicatie 317 bevat kengetallen en parkeerkencijfers voor onder meer verschillende woningtypen. Hiermee kan de parkeerbehoefte worden bepaald. Uitgegaan is van het gemiddelde kengetal in de kolommen 'niet stedelijk' en 'buitengebied' voor het woningtype 'koop, vrijstaand'. Daarbij wordt een kengetal van 2,4 parkeerplaats per woning aangehouden. Afgerond betekent dit dat bij iedere woning plaats moet zijn voor 3 auto's op eigen terrein.

Het plangebied biedt voldoende ruimte om aan de gestelde parkeernormen te voldoen.

3.3 Groen en water

Het nieuwe en het bestaande groen en het water zijn weergegeven op de inrichtingsschets in bijlage 3 van de toelichting en op het beplantingsplan in bijlage 3 van de regels.

De nieuwe woonpercelen krijgen een groene tuin- en erfinrichting met hagen, bomen, heesters en gazons. Daarnaast moeten de percelen op een goede manier landschappelijk ingepast worden. Hiertoe wordt op de westelijke perceelgrens een inheemse bomenrij aangeplant. Hierdoor wordt het kampenlandschap van de vorige eeuw met een kleinschalige kamerstructuur deels teruggebracht. Tussen de bestaande woning en de nieuwe Ruimte voor Ruimte-woning wordt een circa 6 meter brede houtsingel aangelegd.

Langs de perceelgrenzen wordt een zaksloot aangelegd ten behoeve van de verwerking van het hemelwater.

3.4 Beeldkwaliteitplan

Het beeldkwaliteitplan dient als leidraad voor het bereiken van de gewenste stedenbouwkundige ruimtelijke samenhang en kwaliteit. Het beeldkwaliteitplan is een stedenbouwkundig instrument en blijft beperkt tot díe elementen en aspecten die het beeld van de openbare ruimte inclusief de verschijningsvorm van aangrenzende percelen en bebouwing bepalen.

De kwaliteit van een stedenbouwkundige ruimte wordt bepaald door de samenhang van de inrichting van enerzijds de openbare ruimte en anderzijds de inrichting van de aangrenzende particuliere percelen. Een kwalitatief goede gemeenschappelijke ruimte is ook winst voor het individu. Een mooi huis in een fraaie straat heeft meerwaarde.

Het beeldkwaliteitplan wordt afzonderlijk vastgesteld door de gemeenteraad conform artikel 12a van de Woningwet en vormt daarmee een verplichte leidraad voor de welstandstoetsing. Het beeldkwaliteitplan betreft in alle gevallen een bindende aanvulling op de gemeentelijke welstandsnota. De inhoud van het beeldkwaliteitplan heeft een juridische doorwerking in de planregels.

De verschillende criteria voor de gewenste beeldkwaliteiten zijn in een aparte notitie beschreven. Deze notitie is opgenomen als bijlage 2. Het betreft criteria gericht op de samenhang van de (openbare) ruimte en op de typologie c.q. uitstraling van de gebouwen. De gepresenteerde referentiebeelden geven uitsluitend een sfeerimpressie. Het zijn geen voorbeelden om te kopiëren.

Hoofdstuk 4 Beleid

In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op:

  • nationaal niveau;
  • provinciaal niveau;
  • gemeentelijk niveau.

4.1 Nationaal niveau

4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. De SVIR geeft een integraal kader voor het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid op rijksniveau, en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR worden de ambities van het Rijk tot 2040 geschetst, alsmede doelen, belangen en opgaven tot 2028. In de SVIR kiest het Rijk voor minder nationale belangen en eenvoudiger regelgeving.

De reeds ingezette trend om aan de provincies en gemeenten ruimte te laten inzake de ruimtelijke ontwikkelingen wordt versterkt in de SVIR.

De SVIR bevat 13 nationale belangen die worden beschermd middels het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het gaat onder meer om militaire objecten en terreinen, de grote rivieren en de ecologische hoofdstructuur. Voor onderhavig plan zijn geen van de nationale belangen aan de orde.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De in de SVIR opgenomen nationale belangen krijgen een wettelijke grondslag in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

De werking van het Barro is naar plaats beperkt. Onderhavig plangebied ligt niet in een gebied waarbinnen het Barro van toepassing is.

Conclusie
Het Barro is niet van toepassing op het plan.

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame Verstedelijking

Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Projecten die minder dan twaalf woningen bevatten worden op basis van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling gezien. Voorliggend initiatief bevat één nieuwe Ruimte voor Ruimte-woning en de omzetting van een voormalige agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet nodig.

Conclusie
Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening en aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

4.2 Provinciaal niveau

Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's:

  • Structuurvisie Ruimtelijke Ordening;
  • Verordening ruimte Noord-Brabant;
  • Beleidsregel Ruimte voor Ruimte.

Het plan wordt aan deze drie nota's getoetst.

4.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010, partiële herziening 2014 in werking getreden. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van het provinciale bestuur op de ontwikkeling van Noord-Brabant.

Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart. Onderhavig plangebied is aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0009.jpg"

UITSNEDE PLANKAART STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ORDENING

Analyse

Het plangebied ligt binnen de 'groenblauwe mantel', die overwegend bestaat uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Nieuwe ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel zijn mogelijk, als deze de bestaande natuur-, bodem- en waterfuncties respecteren of bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van deze functies of het (cultuurhistorisch waardevolle) landschap. Ontwikkelingen moeten qua aard en schaal bij het ontwikkelingsperspectief voor de groenblauwe mantel passen en rekening houden met omliggende waarden. Dit wordt betrokken bij de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit.

Het plan betreft de toevoeging van een Ruimte voor Ruimte-woning en de omzetting van een voormalige agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning. Gekoppeld daaraan is het beëindigen van het agrarische bedrijf en het slopen van de bedrijfsbebouwing. Een dergelijke ontwikkeling is een landschappelijke verbetering en past qua aard en schaal bij het ontwikkelingsperspectief voor de groenblauwe mantel. In het plan is rekening gehouden met de omliggende waarden, zoals nader beschreven in paragraaf 5.2.

Conclusie

Het plan past binnen het beleid van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening.

4.2.2 Verordening ruimte Noord-Brabant

De Verordening ruimte Noord-Brabant (geconsolideerde versie per 15 juli 2017) stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de themakaart 'natuur en landschap' van de Verordening ruimte Noord-Brabant.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0010.jpg"

UITSNEDE THEMAKAART VERORDENING RUIMTE - NATUUR EN LANDSCHAP

De Verordening maakt onderscheid in structuren en aanduidingen. De structuren zijn provinciedekkend. Afhankelijk van de waarden in of kenmerken van een gebied gelden er één of meerdere aanduidingen.

Het plangebied ligt binnen de structuur 'Groenblauwe mantel'.

Daarnaast is de aanduiding 'Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant' aan de orde.

Voor het plan zijn de volgende artikelen van toepassing:

  • artikel 3 - Bevordering ruimtelijke kwaliteit;
  • artikel 6.7 - Groenblauwe mantel - Wonen;
  • artikel 6.8 - Ruimte voor Ruimte;
  • artikel 12 - Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant.

Artikel 3 - Bevordering ruimtelijke kwaliteit

Uit paragraaf 4.3.3 volgt op welke wijze invulling is gegeven aan de eis dat de ontwikkeling

bijdraagt aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Het plan voldoet zowel aan het

gemeentelijke als provinciale beleid ten aanzien hiervan.

Artikel 6.7 - Groenblauwe mantel - Wonen

In artikel 6.7 lid 5 staat dat in de groenblauwe mantel "een bestemmingsplan kan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, mits is verzekerd dat er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en overtollige bebouwing wordt gesloopt." In voorliggend plan wordt de bedrijfswoning omgezet in een burgerwoning, waarbij geen sprake is van splitsing in meerdere woonfuncties. Er is geen sprake van overtollige bebouwing in het kader van deze omzetting. De agrarische bedrijfsbebouwing is gesloopt in het kader van de Ruimte voor Ruimte-regeling, die hierna is beschreven.

Artikel 6.8 - Ruimte voor Ruimte

In dit artikel worden voorwaarden gesteld ten aanzien van Ruimte voor Ruimte-ontwikkelingen. Voorliggend plan voorziet naast de omzetting van de bedrijfswoning in een burgerwoning tevens in de realisatie van één Ruimte voor Ruimte-woning. Voor de volledigheid zijn daarom hieronder de regels van artikel 6.8 integraal overgenomen.

  • 1. In afwijking van artikel 6.7 eerste lid (wonen) en artikel 3.1, tweede lid, onder a (verbod op nieuwvestiging), kan een bestemmingsplan dat is gelegen binnen de groenblauwe mantel voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien:
    • a. er sprake is van een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst;
    • b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt;
    • c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd;
    • d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling.
  • 2. Een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst als bedoeld in het eerste lid betekent dat per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
    • a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van de veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt;
    • b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest;
    • c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen de aanduiding Gebied beperkingen veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij;
    • d. er tenminste 1.000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie;
    • e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is;
    • f. de rechten als bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd;
    • g. de omgevingsvergunning milieu op iedere beëindigingslocatie is ingetrokken;
    • h. een passende herbestemming is gelegd op iedere beëindigingslocatie waarbij in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen is uitgesloten;
    • i. in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de veehouderij.
  • 3. In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel indien deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken.
  • 4. Het bepaalde in het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3.500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld;
  • 5. Artikel 3.2 (kwaliteitsverbetering van het landschap) is niet van toepassing op een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid.

De Ruimte voor Ruimte-woning binnen voorliggend plan wordt hierna getoetst aan deze voorwaarden en materiële eisen.

Ad 1a.

Het plangebied ligt binnen de groenblauwe mantel. Er is sprake van een aanzienlijke milieu-en ruimtelijke kwaliteitswinst, zoals hieronder Ad 2 nader wordt beschreven. Aan de voorwaarde wordt voldaan.

Ad 1b.

Zoals in paragraaf 4.3.2 is te zien ligt de locatie binnen een bebouwingsconcentratie. De nieuwe woning wordt gerealiseerd ter plaatse van de huidige langgevelboerderij. Alle bestaande agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel is gesloopt. Deze locatie is aanvaardbaar aangezien het om vervangende bebouwing gaat.

Ad 1c.

In paragraaf 4.3.3 is beschreven op welke wijze de ontwikkeling landschappelijk ingepast wordt. Deze landschappelijke inpassing is vastgelegd via een voorwaardelijke verplichting in de regels. Daarnaast is een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de initiatiefnemers en de gemeente gesloten. De inpassing is daarmee juridisch voldoende verankerd.

Ad 1d.

Er is geen sprake van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling. Het betreft de realisatie van slechts één Ruimte voor Ruimte-woning. De nieuwe woning ligt grotendeels binnen de bestaande funderingen van de langgevelboerderij in het vigerende agrarische bouwvlak. Er is geen sprake van nieuw ruimtebeslag.

Ad 2a.

Ten behoeve van de Ruimte voor Ruimte-woning is de varkenshouderij op dit adres op 21 januari 2016 reeds geheel beëindigd. Er worden geen varkens en rundvee meer gehouden. Er vindt momenteel geen productie van meststoffen meer plaats. De bedrijfsbebouwing is geheel gesloopt. Aan deze voorwaarde wordt derhalve voldaan.

Ad 2b.

Om te voorkomen dat bedrijven die in het verleden zijn gestopt nu alsnog aanspraak maken op een Ruimte voor Ruimte-kavel is de voorwaarde opgenomen dat een bedrijf voorafgaand aan de beëindiging ten behoeve van ruimte voor ruimte gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf is geweest. De varkenshouderij van de initiatiefnemers is gedurende minstens drie jaar voor beëindiging onafgebroken in bedrijf geweest. Aan de voorwaarde wordt derhalve voldaan.

Ad 2c.

Het plangebied ligt binnen het 'stalderingsgebied', waar extra randvoorwaarden aan de ontwikkeling van veehouderijen gelden, die sturing geven aan het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee. Direct ten oosten, westen en zuiden van het plangebied is in de Verordening ruimte de aanduiding 'beperkingen veehouderij' opgenomen, waar het beleid de uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij uitsluit. De van oorsprong agrarische bebouwingsconcentratie Kattenbos die dichtbij de kern Reusel ligt, transformeert langzaam in een woonlint. Het uitoefenen van een (intensieve) veehouderij op deze locatie is gezien de nabijheid van woningen niet langer wenselijk.

Ad 2d.

Voor de sloop van 1.000 m² stallen en de bijbehorende milieuwinst mag één Ruimte voor Ruimte-woning worden gebouwd. Op 17 februari 2018 is een sloopvergunning voor de gehele agrarische bebouwing op het perceel aangevraagd. De sloop is inmiddels volledig uitgevoerd. Onderstaande tabel bevat de totale sloop en de toegekende sloop in het kader van de beëindigingsregeling van Ruimte voor Ruimte. Tevens is voor onderhavig plangebied het relatienummer voor de Rijskdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) opgenomen. Hiermee is voldoende aangetoond dat zal worden voldaan aan de sloopvoorwaarde.

relatienummer RvO   sloop in m²   toegekende sloop in m²  
20178193   2.411   1.034  
totaal ingebrachte sloop in m²   1.034  

Ad 2e.

Voor het veehouderijbedrijf binnen het plangebied zijn de geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie uit de markt genomen door doorhaling van deze rechten bij de Dienst Regelingen. De omvang van de door te halen fosfaatrechten (varkensrechten) is voldoende om aan de vereiste 3.500 kg te voldoen. Het vervallen van de fosfaatrechten is verzekerd door de sloop van de bedrijfsbebouwing en de verwijdering van het agrarische bouwvlak in voorliggend bestemmingsplan. Hierdoor is een veehouderijbedrijf op deze locatie niet langer toegestaan. Er wordt derhalve aan deze voorwaarde voldaan.

Ad 2f.

Dit is het geval. Aan de voorwaarde wordt voldaan.

Ad 2g.

De geregistreerde varkensrechten en de rechten voor de rundveehouderij zijn doorgehaald. Daarmee zijn er geen milieuvergunningen meer voor deze beëindigingslocatie. Aan de voorwaarde wordt derhalve voldaan.

Ad 2h.

De beëindigingslocatie van de veehouderij ligt binnen het plangebied. Dit bestemmingsplan voorziet in de omzetting van de bedrijfswoning in een burgerwoning en het toevoegen van een Ruimte voor Ruimte-woning. Het vigerende agrarische bouwvlak wordt verwijderd. Hiermee is in voorliggend bestemmingsplan het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitgesloten. Aan deze voorwaarde wordt voldaan.

Ad 2i.

Voor de sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen is niet op andere wijze enige vorm van subsidie of vergoeding ontvangen. De bebouwing is volledig gesloopt in het kader van de Ruimte voor Ruimte-ontwikkeling. Aan de voorwaarde wordt voldaan.

Ad 3.

Deze voorwaarde is hier niet van toepassing.

Ad 4.

Deze voorwaarde is hier niet van toepassing.

Ad 5.

In dit plan is, conform de regels van de Verordening ruimte, voor de Ruimte voor Ruimte-woning geen toepassing gegeven aan artikel 3.2 Kwaliteitsverbetering van het landschap door een extra investering te doen. Voor de omzetting van de bedrijfswoning in een burgerwoning gelden wel de voorwaarden in artikel 3.2 van de Verordening ruimte. In paragraaf 4.3.3 is de wijze van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit opgenomen.

Het initiatief is uitgebreid met de provincie Noord-Brabant besproken en getoetst aan de voorwaarden voor Ruimte voor Ruimte. Op 10 december 2018 is deze toetsing akkoord bevonden door de provincie. Het toetsingsformulier is opgenomen als bijlage 4.

Artikel 12 - Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant

Het plangebied ligt binnen de aanduiding 'Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant'. Een bestemmingsplan ter plaatse van deze aanduiding stelt geen regels vast die fysieke ingrepen mogelijk maken met een negatief effect op de waterhuishouding van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. In het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening fase 1A" is hiervoor de dubbelbestemming 'Natte natuurparel buffer' opgenomen. In voorliggend bestemmingplan is ten behoeve van het attentiegebied de dubbelbestemming 'Waarde - Attentiegebied ehs' opgenomen. Het plan voorziet niet in ingrepen die de waterhuishouding beïnvloeden. Hieraan wordt voldaan.

Conclusie
Het plan voldoet aan de regels van de provinciale Verordening ruimte.

4.3 Gemeentelijk niveau

4.3.1 Concept Structuurvisie

Door de gemeente Reusel-De Mierden is op 18 mei 2015 een Concept Structuurvisie opgesteld. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart. De ligging van het plangebied is aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0011.jpg"

UITSNEDE VISIEKAART STRUCTUURVISIE (CONCEPT)

Het plangebied ligt in de zone 'kleinschalig agrarisch cultuurlandschap', waar het accent ligt op een aantrekkelijk woon-, werk- en recreatiemilieu en het versterken van de relatie met de kernen. Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) in deze zone wordt omgezet (via sloop en nieuwbouw) in nieuwe erven voor wonen, werken en recreatie. Voorliggend plan is zo'n VAB-locatie die wordt omgezet in een nieuwe woonplek.

Op de visiekaart voor de kern Reusel, zoals hieronder weergegeven, is het plangebied aangeduid als een erf waarvan landschappelijke inpassing wenselijk is. Het plan voorziet in de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing en het landschappelijk inpassen van de bestaande en nieuwe woning.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0012.jpg"

UITSNEDE VISIEKAART STRUCTUURVISIE REUSEL (CONCEPT)

Het plan past binnen de visie zoals is opgenomen in de Concept Structuurvisie van gemeente Reusel-De Mierden.

4.3.2 Beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties

De gemeente Reusel-De Mierden heeft in juli 2009 de 'Beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties' vastgesteld. Hierin is ook de bebouwingsconcentratie 'Kattenbos' opgenomen, waarbinnen het plangebied ligt. Onderstaande afbeelding geeft de visiekaart voor Kattenbos weer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0013.jpg"

UITSNEDE RUIMTELIJKE VISIE BEBOUWINGSCONCENTRATIE KATTENBOS

Het gebied wordt momenteel vooral gekenmerkt door een menging van de functies agrarisch en wonen. Ook liggen er enkele akkers. De zichtlijnen die in het cluster aanwezig zijn, zijn vanaf de weg intern gericht op een open gebied. Waardevolle zichtrelaties met het omliggende landschap zijn er niet. De laanbeplanting in het gebied is niet continu, waardoor de echte samenhang in de linten ontbreekt.

Langs de weg Kattenbos is het sporadisch toevoegen van bebouwing toelaatbaar, om zo het naderen van de kom Reusel te benadrukken. Zo ontstaat een geleidelijke overgang van een landelijk lint naar een stedelijk lint. Ook het toevoegen van laanbeplanting draagt hieraan bij. Om het contact met het buitengebied te behouden dienen de open zichtrelaties binnen de driehoek Holland–Kattenbos behouden te blijven.

4.3.3 Regeling Kwaliteitsverbetering van het landschap

Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied eist de Verordening ruimte Noord-Brabant in bepaalde gevallen een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, zie paragraaf 4.2.2. De gemeente Reusel-De Mierden heeft in de 'landschapsinvesteringsregeling De Kempen' (24 augustus 2012) haar beleid vastgelegd voor de toepassing van de provinciale regeling 'kwaliteitsverbetering van het landschap'. In de landschapsinvesteringsregeling staat beschreven op welke wijze de omvang van de benodigde kwaliteitsverbetering berekend moet worden. Tevens bevat de regeling een lijst met forfaitaire waarden voor verschillende bestemmingen en ontwikkelingen.

Deze paragraaf bevat een beschrijving van de wijze van kwaliteitsverbetering van het landschap. Aan de orde komen:

  • de benodigde investering;
  • de feitelijke tegenprestatie;
  • de zekerstelling van kwaliteitsverbetering.
4.3.3.1 Benodigde investering

Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in drie categorieën ingedeeld. Voorliggend initiatief valt in twee verschillende categorieën:

  • de ontwikkeling van de Ruimte voor Ruimte-woning betreft een bijzondere categorie waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt bereikt door stallensloop conform de beleidsregel Ruimte voor Ruimte (dit is vergelijkbaar met een categorie 1-ontwikkeling);
  • de omzetting van het agrarische bouwvlak met bedrijfswoning in een burgerwoning is een zogenaamde categorie 3-ontwikkeling.

De provincie eist bij een categorie 3-ontwikkeling dat sprake is van:

  • 1. een goede landschappelijke inpassing van het perceel (basisinspanning);
  • 2. een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap (extra inspanning).

De basisinspanning plus de extra inspanning moeten samen ten minste 20% van de waardevermeerdering van de grond bedragen. De benodigde kwaliteitsverbetering van het landschap is berekend. Uit de berekening, opgenomen in bijlage 5, volgt dat de benodigde landschappelijke kwaliteitsverbetering 20% x € 89.180,- = € 17.836,- bedraagt. Deze berekening is als bijlage 5 opgenomen.

4.3.3.2 Feitelijke tegenprestatie

De feitelijke tegenprestatie bestaat in voorliggend plan uit de volgende elementen:

  • 1. het verwijderen van een agrarisch bouwblok;
  • 2. het slopen van bebouwing;
  • 3. het aanleggen en beheren van landschapselementen:
    • a. houtsingel;
    • b. landschapsbomen.

Bovendien staan de woningen op ruime, groene kavels met overige erf- en tuinbeplanting. Er is sprake van een zichtrelatie vanaf de percelen en vanaf de openbare weg naar het open achterland. De toegepaste landschapselementen vormen een versterking van het historische kampenlandschap rondom Reusel.

De hierboven beschreven landschapselementen zijn weergegeven op de als bijlage 3 opgenomen inrichtingsschets en het beplantingsplan in bijlage 3 van de regels. De waarde van de totale kwaliteitsverbetering van het landschap bedraagt € 18.022,- en is berekend aan de hand van:

  • de waardedaling van de grond;
  • de feitelijke aanleg van de fysieke prestatie;
  • de onderhoudskosten voor een periode van tien jaar;
  • het opstellen van het beplantingsplan.

De geplande investering (€ 18.022,-) is iets groter dan van de benodigde investering (€ 17.836,-). Hiermee is aangetoond dat wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3 van de Verordening ruimte.

4.3.3.3 Zekerstelling kwaliteitsverbetering

De Verordening ruimte eist dat bij het vaststellen van een ruimtelijk besluit is aangetoond dat de kwaliteitsverbetering van het landschap financieel, juridisch en feitelijk is geborgd. De initiatiefnemer en de gemeente hebben daarom een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waarin de aanleg en het beheer van de landschappelijke inpassing zijn vastgelegd. Daarnaast is in de regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarin staat dat de Ruimte voor Ruimte-woning pas in gebruik mag worden genomen op het moment dat de landschapselementen conform het beplantingsplan zijn gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de criteria van de Verordening ruimte.

4.3.4 Woningbouwbeleid

De gemeentelijke Woonvisie 2013 - 2018 'Maatwerk in Wonen' geeft een kwantitatieve en kwalitatieve inkleuring van het woonbeleid in de gemeente Reusel-De Mierden. In de woonvisie wordt een doorkijk gemaakt naar 2022. De gemeente heeft een grote plancapaciteit. In totaal bedraagt deze ruim 600 woningen. De harde plancapaciteit (bestemde en/of vergunde projecten) bedraagt circa 330 woningen. Met de harde plancapaciteit is ruim 70% van de additionele woningbehoefte tot 2022 ingevuld. Voorliggend plan bevat één woning die gerealiseerd wordt op basis van de Ruimte voor Ruimte-regeling. Deze woning valt buiten deze afspraken. Daarnaast wordt een bestaande bedrijfswoning omgezet in een burgerwoning. Deze woningen passen binnen de kwantitatieve kaders van de gemeentelijke Woonvisie.

Conclusie

Het plan past binnen het gemeentelijke woningbouwbeleid.

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten

In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde:

  • 1. milieu;
  • 2. waarden;
  • 3. waterhuishouding.

5.1 Milieu

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.

5.1.1 Bodemkwaliteit
5.1.1.1 Inleiding

Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.

5.1.1.2 Analyse

Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Amitec een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Verkennend bodemonderzoek Kattenbos 6 te Reusel" (12 juni 2017, nr. 17.722-NEN.01). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 6.

Amitec concludeert dat in de grond geen overschrijdingen van de geanalyseerde parameters zijn aangetroffen. In het grondwater zijn streefwaarde-overschrijdingen voor de parameters kobalt, nikkel en dichloorethaan aangetroffen. In Noord-Brabant komen van nature zware metalen in verhoogde concentraties voor in het grondwater.

Bij boringen G9, G10, G12 en G13 is onder de klinkers een summiere bijmenging van klein puin aangetroffen (kleine brokjes baksteen). Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat dit kleine puin afkomstig is van sloopafval (bijv. pleisterlagen). Aangezien de bijmengingen van puin en baksteen alleen worden aangetroffen in de strook tussen de schuren, wordt aangenomen dat er in het verleden een verhardingslaag voor een pad is aangelegd.

Op basis van de onderzoeksresultaten is er geen nader onderzoek noodzakelijk en bestaan er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voor het huidige gebruik en voor de ruimtelijke ontwikkeling van het perceel.

5.1.1.3 Conclusie

Het aspect bodemkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.2 Bedrijven en milieuzonering
5.1.2.1 Inleiding

Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:

  • de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;
  • bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.

5.1.2.2 Analyse

Invloed plan op de omgeving
Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Sterker nog: de voorgestane ontwikkeling omvat het verwijderen van een bouwvlak ten behoeve van een intensieve veehouderij. De milieusituatie voor de omgeving zal daarom verbeteren als gevolg van het plan.

Invloed omliggende inrichtingen op plan
De dichtstbijzijnde milieubelastende inrichting is de paardenhouderij op het adres Kattenbos 10. Voor een paardenhouderij spelen naast geur, zoals beschreven in paragraaf 5.1.4, ook de aspecten stof en geluid een rol. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter tussen de paardenhouderij en de gevel van woningen. De afstand van de dichtstbijzijnde gevel van het dierenverblijf tot de gevel van de voorgenomen Ruimte voor Ruimte-woning bedraagt circa 96 meter. Er wordt derhalve aan de vereiste minimumafstand voldaan.

Er liggen geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven. Het plan vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijven.

5.1.2.3 Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.3 Externe veiligheid
5.1.3.1 Inleiding

Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit.

5.1.3.2 Analyse

Het plan omvat nieuwe kwetsbare objecten. De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten (inrichtingen, buisleidingen en transportroutes).


Op de Risicokaart is te zien dat in de omgeving van het plan geen risicovolle activiteiten worden uitgevoerd. Een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid is niet aan de orde.

5.1.3.3 Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.4 Geurhinder veehouderijen
5.1.4.1 Inleiding

Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond:

  • dat het plan geen belemmering vormt voor (agrarische) bedrijven in de omgeving; en
  • dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan.

Om dit aan te kunnen tonen heeft Amitec een geuronderzoek uitgevoerd: rapport "Geuronderzoek Kattenbos 6 te Reusel" (30 januari 2018, nr. 18.901-GEUR.01). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 7.

Voor de toetsing aan de geldende geurregelgeving zijn drie beleidsdocumenten c.q. wetten van belang:

  • de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv);
  • de Verordening geurhinder en veehouderij 2013 van de gemeente Reusel-De Mierden (Vgv 2013);
  • de Gebiedsvisie 2013 van de gemeente Reusel-De Mierden.
5.1.4.2 Analyse

Afstandseis

De afstandseis van 50 meter, gemeten van de gevel van een dierenverblijf van de dichtstbij gelegen paardenstal (Kattenbos 10) tot aan de Ruimte voor Ruimte-woning binnen het plangebied, wordt niet overschreden.

Voorgrondbelasting

De veehouderij op de locatie 't Holland 13 veroorzaakt de meeste geurbelasting op het plangebied en is gebruikt voor de bepaling van de voorgrondbelasting. De maximale voorgrondbelasting ter plaatse van de bestaande woning bedraagt 4,0 ouE/m³. De maximale voorgrond-belasting ter plaatse van de voorgenomen Ruimte voor Ruimte-woning bedraagt 4,1 ouE/m³. De maximale voorgrondbelasting binnen de in de gemeentelijke Vgv 2013 vastgestelde kernrandzone waarin het plangebied ligt, bedraagt 7,0 ouE/m³. Hieraan wordt dus voldaan.

Achtergrondbelasting

De maximale achtergrondbelasting ter plaatse van de bestaande woning bedraagt 7,1 ouE/m³. De maximale achtergrondbelasting op het bouwvlak bedraagt 7,4ouE/m³. De maximale achtergrondbelasting ter plaatse van de voorgenomen Ruimte voor Ruimte-woning bedraagt 7,3 ouE/m³. De maximale achtergrondbelasting op bouwvlak bedraagt 7,7 ouE/m³. De maximale achtergrondbelasting binnen de kernrandzone bedraagt 14 ouE/m³. Ook aan de achtergrondbelasting wordt voldaan.

Beëindigen intensieve veehouderij Kattenbos 6

Het plan voorziet in de realisatie van een Ruimte voor Ruimte-woning en het omzetten van de agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning. Hierbij wordt de huidige intensieve veehouderij op dit adres beëindigd en wordt het bouwvlak uit het bestemmingsplan verwijderd. Hiermee is sprake van een aanzienlijke verbetering van het woon- en leefklimaat in dit deel van de gemeente Reusel-De Mierden. Dit plan resulteert in een afname van de geurbelasting in de huidige overbelaste geursituatie in het buitengebied van deze gemeente.

5.1.4.3 Conclusie

Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.5 Endotoxine
5.1.5.1 Inleiding

Uit onderzoek 'veehouderij en gezondheid omwonenden' (VGO) is gebleken dat zich rond veehouderijen verhoogde gezondheidsrisico's voordoen. De Gezondheidsraad adviseert een norm van 30 EU/m³ voor endotoxine om omwonenden tegen te hoge concentraties te beschermen. Bij pluimveebedrijven en varkenshouderijen kan relevante emissie plaatsvinden. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) heeft op 30 november 2016 voor de gemeenten in deze regio endotoxine risicokaarten uitgewerkt. Op deze kaarten zijn de aan te houden afstanden gevisualiseerd door een afstandscontour rond betreffende veehouderijen te tekenen. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de risicokaart ter plaatse van het plangebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0014.jpg"

UITSNEDE RISICOKAART ENDOTOXINE (OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT)

5.1.5.2 Analyse

Op de afbeelding is te zien dat ter plaatse van het plangebied een verhoogde waarde (> 30 EU/m³) is waargenomen. Deze verhoogde waarde wordt veroorzaakt door de bestaande varkenshouderij binnen het plangebied zelf. Zodra dit agrarische bedrijf beëindigd wordt, vervalt ook de hoge endotoxinewaarde. Voorliggend bestemmingsplan staat de beëindiging van de varkenshouderij voor. Daarnaast wordt de bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning en wordt een Ruimte voor Ruimte-woning gerealiseerd.

Door de bedrijfsbeëindiging vervalt de op de risicokaart aangegeven cirkel. Te zien is dat endotoxine, met het wegvallen van deze cirkel, geen belemmering meer vormt. Er is geen overschrijding van de adviesnorm van 30 EU/m³ ter plaatse van het plangebied en daarmee is sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de geplande woningen.

Beëindigen intensieve veehouderij Kattenbos 6

Het plan voorziet in de realisatie van een Ruimte voor Ruimte-woning en het omzetten van de agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning. Hierbij wordt de huidige intensieve veehouderij op dit adres beëindigd en wordt het bouwvlak uit het bestemmingsplan verwijderd. Hiermee is sprake van een aanzienlijke verbetering van het woon- en leefklimaat in dit deel van de gemeente Reusel-De Mierden. Dit plan resulteert in een afname van de endotoxinewaarden ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving.

5.1.5.3 Conclusie

Het aspect endotoxine vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.6 Geluid
5.1.6.1 Inleiding

Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.

5.1.6.2 Analyse

Het plan omvat een nieuw geluidgevoelig object (Ruimte voor Ruimte-woning). Voor het omzetten van de bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning - beide zijn geluidgevoelige objecten - is geen nader onderzoek nodig.

Verkeerslawaai
Het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van de weg Kattenbos. Om de gevelbelasting van de nieuwe woningen inzichtelijk te maken heeft Amitec een akoestisch onderzoek uitgevoerd: rapport "Akoestisch onderzoek (wegverkeerslawaai) Kattenbos 6 te Reusel" (12 juni 2017, nr. 17.912-FB.w-1). Het onderzoeksrapport is als bijlage 8 bijgevoegd.

Amitec concludeert uit de resultaten van de berekeningen naar de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Kattenbos dat:

  • de maximale geluidbelasting 48 dB bedraagt en dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij de nieuwbouwwoning niet wordt overschreden.
  • de maximaal te ontheffen waarde van 53 dB eveneens niet wordt overschreden.

Industrielawaai
Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Er is geen akoestisch onderzoek nodig.

5.1.6.3 Conclusie

Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.7 Luchtkwaliteit
5.1.7.1 Inleiding

Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

5.1.7.2 Analyse

Effecten plan op luchtkwaliteit
In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen.

Onderhavig plan omvat één nieuwe woning en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig.

Goed woon- en leefklimaat

In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn daarom alleen de volgende criteria van toepassing:

  • 40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie NO2;
  • 40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM10;
  • 25 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM2,5;
  • 35 overschrijdingsdagen per jaar van de gemiddelde concentratie PM10.

Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit wordt alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving.

In het kader van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is door diverse bronbeheerders zoals gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat de Monitoringstool ingevoerd. Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat op deze locatie in de jaren 2015, 2020 en 2030 aan bovengenoemde grenswaarden (jaargemiddelde en overschrijdingsdagen) voor PM10 en NO2 wordt voldaan.

Onderstaande afbeeldingen geven de resultaten van de monitoringstool voor de stoffen NO2, PM10, PM2.5 en de overschrijdingsdagen voor PM10 voor het jaar 2030 weer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0015.jpg"

Uit de monitoringstool volgt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.

Door de sanering van de intensieve veehouderij verbetert de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bovendien.

5.1.7.3 Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.8 Milieueffectrapportage
5.1.8.1 Inleiding

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Andere activiteiten zijn in principe niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig.

5.1.8.2 Analyse

Het plan valt onder de activiteit D11.2 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen', zoals genoemd in de bijlage Besluit milieueffectrapportage. Omdat de omvang van het plan ruimschoots onder de drempelwaarde van 2.000 woningen voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten ligt en gelet op de resultaten van de in hoofdstuk 5 uitgevoerde milieuanalyse, kan zonder nader onderzoek worden geconcludeerd dat het plan geen significant nadelige milieugevolgen heeft. Bovendien wordt een intensieve veehouderij met bedrijfswoning omgezet in twee burgerwoningen, waarmee sprake is van aanzienlijke milieuwinst. Een nadere motivering is niet noodzakelijk.

5.1.8.3 Conclusie

Het plan is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig. Het plan heeft geen belangrijke nadelige milieugevolgen en geen significante effecten op Natura 2000-gebieden.

5.2 Waarden

5.2.1 Archeologie
5.2.1.1 Inleiding

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten.

5.2.1.2 Analyse

Het archeologische beleid van de gemeente Reusel-De Mierden is vastgelegd in de Regionale Erfgoedkaart, zoals opgesteld door de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant (ODZOB). Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de Archeologische Beleidskaart weer. Het plangebied is aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0016.jpg"

UITSNEDE ARCHEOLOGISCHE BELEIDSKAART (REGIONALE ERFGOEDKAART)

NB.   Het archeologische beleid van de Regionale Erfgoedkaart is overgenomen in de actuele gemeentelijke bestemmingsplannen. In het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening fase 1A" geldt echter nog de meer algemene dubbelbestemming 'Archeologische verwachtingswaarde'. De verschillende dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' van het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2017" zijn wel gebaseerd op de Regionale Erfgoedkaart. In de regels van het ontwerpbestemmingsplan zijn de beleidsregels vertaald in juridische planregels. In voorliggend bestemmingsplan is ervoor gekozen om de meest gedetailleerde informatie aan te houden. Daarom is de regeling van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4.2' van het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2017" in de regels overgenomen.  

Het plangebied ligt in een 'gebied met een hoge archeologische verwachting'. Bovendien ligt het plangebied op een esdek. In deze gebieden is de kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen groot. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 500 m² én dieper gaan dan 0,5 meter onder maaiveld bij een esdek.

Binnen het plangebied is reeds veel bebouwing en verharding aanwezig, zoals de stallen en de langgevelboerderij. Ter plaatse van deze bebouwing en verharding is de bodem al dusdanig geroerd dat een nieuwe bodemingreep hier niet tot een aantasting van de mogelijk voorkomende archeologische waarden leidt. Met de locatie van de nieuwe planonderdelen die een bodemingreep vereisen is in het stedenbouwkundige ontwerp zoveel mogelijk rekening gehouden. Het plan voorziet in een aantal type bodemingrepen:

  • 1. het bouwen van gebouwen;
  • 2. het aanleggen van terreinverhardingen;
  • 3. het aanleggen van sloten;
  • 4. het aanleggen van kabels en leidingen.

1. het bouwen van gebouwen

Voorliggend bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor de bouw van twee woningen; te weten de bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet in een burgerwoning en een nieuw te bouwen Ruimte voor Ruimte-woning. De bouwvlakken voor beide woningen mogen in principe geheel bebouwd worden. Daarnaast is bij iedere woning een bijgebouw toegestaan. Het overgrote deel van de nieuwe bebouwing wordt echter gerealiseerd binnen de funderingen van de te slopen bebouwing. Dit betekent dat slechts enkele bouwdelen mogelijk een extra bodemingreep met een diepte van meer dan 0,5 meter onder maaiveld tot gevolg hebben. Op onderstaande afbeelding zijn de bouwvlakken voor de woningen en de bijgebouwen weergegeven, evenals de funderingen van de te slopen bebouwing. De bouwdelen die buiten de bestaande funderingen vallen zijn blauw gearceerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0017.jpg"

MOGELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERSTORING

In onderstaand schema zijn de totale oppervlakten van de bebouwingsmogelijkheden en de oppervlakten van de bebouwingsmogelijkheden buiten de bestaande funderingen weergegeven.

  opp. totale bouwmogelijkheid   opp. bouwmogelijkheid buiten bestaande funderingen  
bouwvlak RvR-woning   345   m²   129   m²  
bijgebouw RvR-woning   240   m²   39   m²  
bouwvlak voorm. bedrijfswoning   180   m²   78   m²  
bijgebouw voorm. bedrijfswoning   70   m²   70   m²  
Totaal   835   m²   316   m²  

In totaal biedt voorliggend bestemmingsplan dus een oppervlakte van 835 m² aan bebouwingsmogelijkheden. Slechts een oppervlakte van 316 m² ligt buiten de bestaande funderingen en vormt een nieuwe mogelijke bodemverstoring.

2. het aanleggen van terreinverhardingen

Het plan voorziet in circa 440 m² aan nieuwe terreinverharding. Een groot deel van deze verharding ligt binnen de funderingen van te slopen bebouwing of daar waar momenteel al terreinverharding ligt. Bovendien wordt een groot deel van de nieuwe verharding aangelegd tot een diepte van maximaal 0,5 meter onder maaiveld. De terreinverharding in het plan valt dus buiten de onderzoekscriteria voor archeologie.

3. het aanleggen van sloten

Naast bebouwing en terreinverharding worden ook twee zaksloten, met een gezamenlijke oppervlakte van circa 125 m², aangelegd langs de perceelgrenzen. Deze sloten worden aangelegd ten behoeve van de hemelwaterberging. De diepte van de sloten is maximaal 0,5 meter onder maaiveld. De sloten in het plan vallen dus buiten de onderzoekscriteria voor archeologie.

4. het aanleggen van kabels en leidingen

De nieuwe Ruimte voor Ruimte-woning wordt aangesloten op het elektriciteitsnet, het riool, de waterleiding en datanetwerk. Hiervoor zijn huisaansluitingen nodig. Een deel van deze kabels en leidingen is reeds aanwezig ten behoeve van de bestaande langgevelboerderij. Nieuwe kabels en leidingen worden vanaf de straat Kattenbos naar de voorgevel gelegd, over een afstand van zo'n 10 meter. Met een geul van 1 meter breed zal hier sprake zijn van een beperkte bodemverstoring van circa 10 m². Er zal zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van de bestaande geulen voor kabels en leidingen.

In totaal kan derhalve een oppervlakte van circa 326 m² aan bodemroerende activiteiten dieper dan 0,5 meter onder maaiveld buiten bestaande funderingen verwacht worden. Deze oppervlakte is kleiner dan 500 m², tot waar een vrijstelling van de onderzoeksplicht geldt. Een archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Om eventueel voorkomende archeologische waarden te beschermen bij toekomstige bodemingrepen is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4.2' overgenomen in de regels en verbeelding van voorliggend bestemmingsplan.

Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische 'toevalsvondst' wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van dit grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Reusel-De Mierden en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

5.2.1.3 Conclusie

Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.2.2 Cultuurhistorie
5.2.2.1 Inleiding

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden.

5.2.2.2 Analyse

Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

afbeelding "i_NL.IMRO.1667.BPBkatt0057-VAST_0018.jpg"

UITSNEDE CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART NOORD-BRABANT

Het plangebied ligt binnen de volgende aanduidingen:

  • 1. indicatieve archeologische waarden;
  • 2. regio - Kempen;
  • 3. archeologisch landschap - Kempenland.

Hierna wordt het plan getoetst aan de cultuurhistorische waarden die gelden binnen deze aanduiding.

Ad 1. indicatieve archeologische waarden

Deze archeologische verwachtingswaarde is overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2017" als dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4.2'. De archeologische situatie is nader beschreven in paragraaf 5.2.1. Hieruit blijkt dat de bodemverstorende activiteiten binnen het plan niet leiden tot een onderzoeksplicht. Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4.2' is overgenomen in de regels en verbeelding van voorliggend bestemmingsplan.

Ad 2. regio - Kempen

De strategieën voor deze regio zijn met name gericht op het verder ontwikkelen van dragende structuren en cultuurhistorische waarden en het toeristisch-recreatief ontsluiten hiervan. Het plan is van dusdanig kleine omvang dat het hierop geen effect heeft.

Ad 3. archeologisch landschap - Kempenland

Hier is de strategie 'het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief'. Ook dit aspect is nader beschreven in de paragraaf 5.2.1.

Binnen het plangebied zijn geen andere cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig. Het plan tast geen waardevolle elementen aan.

5.2.2.3 Conclusie

Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.2.3 Natuurwaarden
5.2.3.1 Inleiding

Ten behoeve van de bescherming van natuurwaarden geldt de Wet natuurbescherming. De daarin opgenomen bescherming omvat de onderdelen:

  • gebiedsbescherming;
  • soortenbescherming;
  • bescherming van houtopstanden.
5.2.3.2 Analyse

Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuur Netwerk Brabant. Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om de stikstofdepositie. Hiervoor geldt de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

In de PAS is rekening gehouden met een autonome economische groei van 2,5% per jaar. De bouw van één Ruimte voor Ruimte-woning behoort tot de autonome groei. Een nadere toetsing aan de PAS is niet nodig. Bovendien wordt een intensief veehouderijbedrijf verwijderd en vervangen door een woning. Per saldo zal hiermee sprake zijn van een aanzienlijke vermindering van de stikstofdepositie. Het plan heeft geen negatief effect op natuurgebieden.

Soortenbescherming
Omdat er gebouwen worden gesloopt is een onderzoek naar de mogelijk voorkomende natuurwaarden noodzakelijk. Staro heeft een quickscan flora en fauna uitgevoerd: rapport "Quickscan flora en fauna Kattenbos 6 te Reusel" (oktober 2016, nr. 16-0155). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 9.

De relevante conclusies van het onderzoek zijn hieronder opgenomen.

Steenmarter

Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van het grotere foerageergebied van de steenmarter. De voorgenomen ontwikkelingen hebben hier geen negatief effect op.

Gevlekte witsnuitlibel

Mogelijk komt incidenteel een zwervende gevlekte witsnuitlibel voor in het plangebied. Het is uitgesloten dat de voorgenomen plannen negatieve effecten hebben op het mogelijk incidenteel voorkomen van deze soort.

Poelkikker en rugstreeppad

Het is niet uitgesloten dat poelkikker en/of rugstreeppad voor kunnen komen in het noordwestelijke deel van het plangebied. Het kan echter redelijkerwijs worden uitgesloten dat deze soorten voorkomen ter plaatse van de werkzaamheden, aangezien het terrein daar verhard is. De werkzaamheden zullen derhalve geen effect hebben op poelkikker en rugstreeppad.

Vleermuis

De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatieve effecten op mogelijk aanwezig foerageergebied van vleermuizen. Het plangebied beschikt niet over structuren die dienst kunnen doen als vliegroute voor vleermuizen. De gebouwen die gesloopt zullen worden zijn vanwege de bouwkundige constructie, zoals een golfplaten dak, niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Elementen die een gebouw geschikt maken als verblijfplaats voor vleermuizen, zoals isolatie, betimmering en spouwmuren, ontbreken.

Algemeen voorkomende vogelsoorten

Het plangebied is geschikt als foerageer- en broedgebied voor algemene vogelsoorten. Door bomen en struiken en gebouwen met nesten buiten het broedseizoen van vogels te verwijderen wordt voorkomen dat er negatieve effecten zullen optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten.

Huismus

Er komen huismussen voor binnen het plangebied. Bij de langgevelboerderij en stallen is geen nestindicerend gedrag van huismussen waargenomen. Er zijn geen nesten of sporen van nesten van huismussen waargenomen in en bij de te slopen gebouwen. Het is redelijkerwijs uit te sluiten dat er nestplaatsen van huismussen aanwezig zijn. Met de voorgenomen plannen verbetert het plangebied als leefgebied voor de huismus.

Bosuil

Het plangebied maakt mogelijk deel uit van het grotere foerageergebied van de bosuil. In de nieuwe situatie blijft het plangebied geschikt als foerageergebied. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect op de bosuil.

Bescherming van houtopstanden
Het plan omvat niet het kappen van bomen buiten de bebouwde kom of in een houtopstand van meer dan 10 are, of het kappen van een bomenrij van meer dan 20 bomen. Er is derhalve geen herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.

5.2.3.3 Conclusie

Het aspect flora en fauna vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.3 Waterparagraaf

5.3.1 Inleiding

Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap De Dommel.

De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets.

De waterparagraaf beschrijft zowel de huidige als toekomstige waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater).

5.3.2 Beleid

In deze paragraaf is het relevante vigerende beleid opgenomen.

5.3.2.1 Nationaal niveau
  • Het Nationaal Waterplan
    Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.
5.3.2.2 Provinciaal niveau
  • Het Provinciaal Waterplan 2016-2021
    Dit plan bevat het strategische waterbeleid van de provincie Noord-Brabant voor de periode 2016-2021. Naast beleidskader is het Provinciaal Waterplan ook toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water. Bovendien dient het plan als structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening.
5.3.2.3 Waterschap De Dommel

Onderhavig plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap De Dommel. Het waterschapsbeleid is onder meer beschreven in:

  • Het Waterbeheerplan 2016-2021
    Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' is een strategisch document. Hierin wordt aangegeven wat de doelen zijn voor de periode 2016-2021 en hoe het waterschap dit wil bereiken. Het plan is afgestemd op het Stroomgebiedsbeheerplan Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan. Dit waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021.
  • Brabant Keur
    Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water.
    Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak. Hieromtrent is in de Algemene regels bij de keur het volgende opgenomen:
    • 1. Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 2.000 m² stelt het waterschap geen nadere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid.
    • 2. Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 2.000 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel:
      benodigde compensatie (in m³) =
      toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m)  
    • 3. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig.
  • De notitie Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk
    De beleidsnotitie 'Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk’ maakt inzichtelijk welke hydrologische consequentie(s) ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hebben op het watersysteem. Het bevat beleidsuitgangspunten, voorwaarden en normen om de negatieve hydrologische consequenties te compenseren. Tevens zijn de navolgende toetsaspecten opgenomen:
    • 1. afvoer uit het gebied;
    • 2. oppervlaktewaterstanden;
    • 3. overlast/schade;
    • 4. grondwateraanvulling;
    • 5. grondwaterstanden.
5.3.2.4 Gemeentelijk niveau

Het gemeentelijk water- en rioleringsbeleid is vastgelegd in het Verbrede Gemeentelijke Rioleringsplan 2017-2021, dat op 10 november 2016 door de gemeenteraad is vastgesteld. De gemeente Reusel-De Mierden en waterpartners streven naar een integrale en duurzame benadering van het watersysteem en de afvalwaterketen. Het beleid van de gemeente voor wat betreft de waterhuishouding sluit dan ook aan op het landelijke en provinciale beleid. De volgende aspecten zijn relevant voor onderhavig plan.

  • Afvalwater
    Alle percelen waar afvalwater vrijkomt, zijn aangesloten op (druk)riolering. In het buitengebied wordt nieuwbouw aangesloten op druk- of vacuümriolering. De lozing van hemelwater hierop is niet toegestaan.
  • Hemelwater
    Vertrekpunt is het principe dat stedelijk afval- en hemelwater gescheiden worden ingezameld. Daarbij wordt de voorkeursvolgorde van het waterschap gehanteerd.
    Kwantitatief
    1. (Her)gebruik van regenwater
    2. Bergen en vertraagd afvoeren naar openbare ruimte
    3. Afvoeren naar oppervlaktewater (eventueel via een hemelwaterriool)
    4. Afvoeren naar een gemengd riool (nooit naar een vuilwaterriool).

    Bij een toename van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel hierbij is te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het oppervlaktewater wordt geloosd. Bij het ontwerp van de compensatieberging gelden de volgende criteria:
    • 1. Ontwerp compensatieberging bij verhard oppervlak kleiner dan 2.000 m²: 20 mm, zorgdragen voor een noodoverloop van de compensatieberging naar een laagte, watergang of regenwaterriool;
    • 2. Ontwerp compensatieberging bij verhard oppervlak kleiner dan 2.000 m²: 40 mm, indien geen noodoverloop;
    • 3. Ontwerp compensatieberging bij verhard oppervlak groter dan 2.000 m² : 60 mm, zorgdragen voor lediging van de voorziening in circa 24 uur.
5.3.3 Watersysteem
5.3.3.1 Bodem

Bodemopbouw
Het plangebied ligt op de hoge zwarte enkeerdgronden die door de eeuwen heen zijn ontstaan door het gebruik van heideplaggen binnen het agrarische potstalsysteem. Deze gronden waren in gebruik als akkers of weidegrond. Ter plekke van het plangebied bestaat de bodem uit matig siltig zand. De toplaag bestaat uit organisch en voedselrijk materiaal.

Infiltratiecapaciteit
Er heeft geen specifiek onderzoek plaatsgevonden naar de infiltratiecapaciteit van de bodem. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek (zie paragraaf 5.1.1) blijkt dat ter plaatse sprake is van een zandbodem. De waterdoorlatendheid is goed.

5.3.3.2 Oppervlaktewater

Binnen het plangebied en in de directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig.

5.3.3.3 Grondwater

De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied bedraagt circa 40-60 centimeter -maaiveld (bron: Wateratlas Noord-Brabant).

5.3.3.4 Waterschapsbelangen

Het plangebied ligt in een 'Attentiegebied ehs' dat is beschermd door de Keur. Dit betreft de beschermingszone van 500 meter breed rondom de natte natuurparel het Beleven. De gronden binnen deze zone zijn beschermd door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Attentiegebied ehs'. Hier zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de hydrologische waarden van de bufferzone rondom de natte natuurparel. Hier geldt voor het uitvoeren van een aantal werken en werkzaamheden een omgevingsvergunningstelsel.

5.3.4 Hemelwater
5.3.4.1 Verhard oppervlak

Onderstaande tabel geeft een overzicht van het verhard oppervlak (bebouwing en bestrating) in de huidige en nieuwe situatie.

In de eerste kolom staat het type verharding. In de tweede kolom staat het verhard oppervlak van de bestaande situatie. De derde kolom geeft de afname van verhard oppervlak. De toename van verhard oppervlak staat in de vierde kolom. De laatste kolom geeft het verhard oppervlak van de nieuwe situatie (nieuw = bestaand - afname + toename).

omschrijving   bestaand   afname   toename   nieuw  
bebouwing   2.526   m²   2.411   m²   530   m²   645   m²  
bestrating   2.400   m²   1.950   m²   0   m²   450   m²  
(sleuf)silo's   840   m²   840   m²   0   m²   0   m²  
totaal   5.766   m²   5.201   m²   530   m²   1.095   m²  

De totale afname van de verharding is 5.766 - 1.095 = 4.671 m².

Het nieuwe verharde oppervlak is 1.095 m².

5.3.4.2 Berekening bergingscapaciteit

Ondanks dat er sprake is van een aanzienlijke afname van het verhard oppervlak, stelt de gemeente eisen aan de compensatie van hemelwater dat valt op het resterende verhard oppervlak, te weten 1.095 m². Hierbij dient gerekend te worden met een berging van 40 mm/m² verhard oppervlak. Met behulp van de rekenregel die volgt uit de algemene regels van de Brabant Keur (benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,04 (in m)), is de benodigde bergingscapaciteit berekend: 1.095 x 1 x 0,04 = 44 m³.

5.3.4.3 Ontwerp bergingsvoorziening

De bergingscapaciteit dient volledig boven de GHG (0,4 meter -mv) te worden gerealiseerd. Voor onderhavig plan is gekozen voor het aanleggen van twee zaksloten; één op ieder perceel. De sloten krijgen een diepte van 0,5 meter -mv.

De westelijke sloot heeft een lengte van zo'n 45 meter en een breedte van circa 1,5 meter. Hier is sprake van een bergingscapaciteit van circa 24 m³.

De oostelijke sloot heeft een lengte van zo'n 37 meter en een breedte van circa 1,5 meter. Hier is sprake van een bergingscapaciteit van circa 20 m³.

In totaal kan er derhalve (24 + 20) = 44 m³ hemelwater in de sloten op eigen terrein worden geborgen.

5.3.5 Afvalwater

Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden.

Het vuile afvalwater zal op de bestaande riolering onder de weg Kattenbos geloosd worden.

5.3.6 Waterkwaliteit

Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. Overeenkomstig de eis van het waterschap worden geen uitlogende materialen toegepast.

5.3.7 Advies waterschap

Op 18 januari 2018 is bovenstaande waterparagraaf voorgelegd aan het waterschap De Dommel. In een brief van 23 januari 2018, zie bijlage 10, stemt het waterschap in met de voorgestelde maatregelen. Er wordt in dit plan op een goede manier omgegaan met de waterhuishoudkundige belangen.

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling betreft twee aspecten. Ten eerste moet het realiteitsgehalte van de plannen worden aangetoond: is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling. Ten tweede moet de financiële uitvoerbaarheid worden onderbouwd: zijn alle kosten die de gemeente moet maken ten behoeve van het initiatief gedekt.

6.1 Behoefte

De woningmarkt trekt, na een aantal slechte jaren, momenteel weer aan. Daarbij is de verwachting op lange termijn dat er in deze regio voldoende vraag naar nieuwe woningen is. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat er voldoende vraag is naar de geplande Ruimte voor Ruimte-woning. De initiatiefnemers zullen zelf blijven wonen in de om te zetten bedrijfswoning.

6.2 Financiële uitvoerbaarheid

Kostenverhaal
Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is (artikel 6.12 lid 2a Wro).

In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend bestemmingsplan opgenomen ontwikkelingen behoren tot deze in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Op basis van artikel 6.12 lid 2a Wro is het vaststellen van een exploitatieplan echter niet verplicht, omdat de gemeente en grondeigenaar een (anterieure) overeenkomst hebben gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over het kostenverhaal. Het kostenverhaal is derhalve 'anderszins verzekerd'. Het opstellen van een exploitatieplan is niet vereist.

Gemeentelijke grondexploitatie
De gemeente heeft geen gronden in het plangebied in eigendom. Alle kosten en risico's van de planontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke grondexploitatie wordt dus niet belast door voorliggend ruimtelijk plan. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee aangetoond.

6.3 Conclusie

Het plan is economisch uitvoerbaar. De behoefte is aangetoond en de financiële uitvoerbaarheid van het plan is gewaarborgd.

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten

7.1 Algemeen

In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. Deze juridische vertaling is bindend.

Het bestemmingsplan bestaat uit:

  • de toelichting;
  • de planregels;
  • de verbeelding.

De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en planregels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake nadere eisen en afwijkingen.

De planregels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken.

De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

7.2 Planregels

De indeling van de planregels is als volgt.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Hoofdstuk 4 Overgangsregels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Begrippen (artikel 1)
In dit artikel zijn de begrippen die in de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.

Wijze van meten (artikel 2)
In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden - Landschap (artikel 3)

Het achterste deel van het voormalige agrarische bouwvlak is opgenomen in deze bestemming. Het oprichten van gebouwen is hier niet toegestaan. Wel is een agrarische bedrijfsvoering, in de vorm van agrarisch grondgebruik met bijbehorende voorzieningen toegestaan, alsmede water, erfbeplanting en extensief recreatief medegebruik.

Wonen (artikel 4)

Zowel de nieuwe Ruimte voor Ruimte-woning als de bedrijfswoning die wordt omgezet in een burgerwoning, zijn bestemd als 'Wonen'. Ook de tuinen behorende bij deze woningen zijn binnen deze bestemming opgenomen. Naast de woningen en de bijbehorende bouwwerken zijn hier ook aan-huis-verbonden beroepen en/of bedrijven, groenvoorzieningen en erfbeplanting, wegen, paden, parkeervoorzieningen en water toegestaan. In dit artikel zijn regels opgenomen voor bouwen en gebruik.

Waarde - Archeologie 4.2 (artikel 5)

Ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4.2' opgenomen. Met deze dubbelbestemming wordt voorkomen dat archeologische waarden verloren gaan. Aan het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen is een vergunningenstelsel gekoppeld.

Waarde - Attentiegebied ehs (artikel 6)

Ter bescherming van de waterhuishoudkundige situatie en de ecologische waarden van de natte natuurparel het Beleven is de dubbelbestemming 'Waarde - Attentiegebied ehs' opgenomen. Aan het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen is een vergunningenstelsel gekoppeld.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Anti-dubbeltelregel (artikel 7)
In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen.

Algemene bouwregels (artikel 8)
Dit artikel bevat regels ten aanzien van afwijkende bestaande bebouwing en ondergeschikte bouwdelen. Dit artikel bevat tevens de verplichting tot het voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij een verwijzing is opgenomen naar het relevante beleidsdocument.

Algemene gebruiksregels (artikel 9)
In dit artikel is nader omschreven welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig met het bestemmingsplan worden aangemerkt, waaronder het gebruik van bouwwerken en terreinen zonder voldoende parkeergelegenheid.

Algemene afwijkingsregels (artikel 10)
In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Deze afwijkingen betreffen onder meer het overschrijden van de maximaal toegestane maten, afmetingen en percentages.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht (artikel 11)
Voor volgens de regels afwijkende bestaande bebouwing is voor de omvang, het onderhoud en de herbouw een overgangsregel opgenomen. Dit artikel bevat tevens een overgangsregel ten aanzien van het voortzetten van bestaand gebruik dat in strijd met het bestemmingsplan is.

Slotregel (artikel 12)
Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Hoofdstuk 8 Procedure

Het bestemmingsplan doorloopt de gebruikelijke procedure. De voorziene procedurestappen zijn:

  • 1. Inspraak en overleg
  • 2. Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
  • 3. Vaststelling door gemeenteraad
  • 4. Terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan

8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het wettelijke vooroverleg heeft de gemeente Reusel-De Mierden het bestemmingsplan naar de volgende overheidsinstanties toegezonden:

  • 1. provincie Noord-Brabant;
  • 2. waterschap De Dommel.
8.1.1 Provincie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant benoemt in een brief d.d. 16 januari 2018 twee aandachtspunten:

  • 1. Er is nog niet voldaan aan de voorwaarde uit artikel 6.8 lid 1 sub a van de Verordening ruimte, waarbij voor een Ruimte voor Ruimte-woning sprake dient te zijn van aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst. Uit de administratie van de provincie blijkt nog niet dat er al sprake is van een locatie waar beëindiging van een veehouderij, inleveren van fosfaatrechten en sloop van de bedrijfsgebouwen plaats zal vinden.
    In paragraaf 4.2.2 van de toelichting van dit bestemmingsplan is beschreven hoe de beëindiging van de veehouderij is geregeld. Er zijn op 17 februari 2018 een sloopvergunning voor de bedrijfsbebouwing en een aanvraag voor het doorhalen van de milieurechten van de veehouderij ingediend. Daarnaast is het Ruimte voor Ruimte-dossier voor deze locatie separaat naar de provincie toegezonden.
  • 2. De berekening die ten grondslag ligt aan de opgenomen kwaliteitsverbetering van het landschap ontbreekt, evenals het inzicht in de investering zelf. Deze berekening dient overlegd te worden aan de provincie.
    De berekening vormt onderdeel van de anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente. De berekening is inmiddels rechtstreeks naar de provincie toegezonden.
8.1.2 Waterschap De Dommel

Het Waterschap De Dommel heeft via een brief d.d. 23 januari 2018 - opgenomen als bijlage 10 - aangegeven in te stemmen met het plan in het kader van de watertoetsprocedure.

8.2 Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening Kattenbos 6" heeft vanaf 22 mei tot en met 2 juli 2018 ter visie gelegen. In deze periode kon een ieder zowel schriftelijk als mondeling zienswijzen indienen. Er zijn één zienswijze ontvangen.

De provincie Noord-Brabant heeft ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan verzocht om het bestemmingsplan op de volgende punten aan te passen:

  • 1. Deze locatie is aanvaardbaar voor de bouw van een ruimte-voor-ruimte woning. Het plan bevat echter geen bewijsstukken waarmee aangetoond wordt dat er sprake is van een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst. Gelet hierop is het plan strijdig met artikel 6.8, lid 1a van de Verordening ruimte.
  • 2. Artikel 3.1.1. lid j maakt mestbewerking mogelijk binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap'. Omdat hier geen sprake meer is van een veehouderijbedrijf is mestbewerking in strijd met artikelen 6.3 en 34 van de Verordening ruimte. Dit artikel zal uit de planregels verwijderd moeten worden om het plan in overeenstemming te brengen met de Verordening ruimte.

Deze zienswijze heeft tot de volgende wijzigingen van het bestemmingsplan geleid:

  • 1. Binnen het plangebied zijn alle geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie uit de markt genomen door doorhaling van deze rechten bij de Dienst Regelingen. Ook is alle bedrijfsbebouwing gesloopt. Hiermee is aangetoond dat sprake is van aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst. De provincie heeft aangegeven te kunnen instemmen met de aangeleverde bewijsstukken.
  • 2. Artikel 3.1.1 lid j waarmee mestbewerking mogelijk was gemaakt, is verwijderd uit de planregels.

8.3 Vaststelling door gemeenteraad

Het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening Kattenbos 6" is op 12 maart 2019 gewijzigd vastgesteld. Het Vaststellingsbesluit is bijgevoegd.