Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Kattenbos 5
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1667.BPBkat50016-VAST

Artikel 13 Algemene afwijkingsregels

13.1 Afwijken van het gebruiksverbod

  1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning van de regels afwijken voor het realiseren van kleinschalig kamperen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
    1. Het aantal kampeermiddelen mag niet meer bedragen dan 25.
    2. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 0,5 ha.
    3. Kleinschalig kamperen is uitsluitend toegestaan binnen de bestemming Bedrijf–Agrarisch, Wonen of direct grenzend aan de bestemming Bedrijf-Agrarisch of Wonen als er binnen het bestemmingsvlak onvoldoende ruimte is, echter niet binnen de bestemming Natuur op de verbeelding.
    4. De in de doeleindenomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
    5. Per terrein is 50 m² aan bebouwing mogelijk ten behoeve van kleinschalig kamperen binnen de bestemmingsvlakken Bedrijf-Agrarisch of Wonen.
    6. Er dient een erfbeplantingsplan opgesteld te worden waaruit een zorgvuldige landschappelijke inpassing blijkt.
  2. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning van de regels afwijken voor het realiseren van trekkershutten, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
    1. Het aantal trekkershutten mag niet meer bedragen dan 3.
    2. De totale oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m².
    3. Trekkershutten zijn uitsluitend toegestaan binnen de bestemming Bedrijf – Agrarisch, Wonen of direct grenzend aan de bestemming Bedrijf-Agrarisch of Wonen als er binnen het bestemmingsvlak onvoldoende ruimte is, echter niet binnen de bestemming Natuur op de verbeelding.
    4. De in de doeleindenomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
    5. Er dient een erfbeplantingsplan opgesteld te worden waaruit een zorgvuldige landschappelijke inpassing blijkt.
  3. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning van de regels afwijken voor het realiseren van een paardenbak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
    1. Het aanleggen van een paardenbak dient noodzakelijk te zijn in het kader van de agrarische bedrijfsvoering of sportbeoefening.
    2. Situering van de paardenbak binnen de bestemming Bedrijf, Bedrijf-Agrarisch of Wonen is niet mogelijk.
    3. Paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan direct grenzend aan de bestemming Bedrijf, Bedrijf-Agrarisch  of Wonen, bij voorkeur aan de achterzijde.
    4. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 1.000 m²
    5. De voorziening moet zorgvuldig landschappelijk worden ingepast door de opstelling van een goed te keuren landschappelijk inpassingsplan.

13.2 Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van:
  1. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages;
  2. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven;
  3. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bebouwingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
  4. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, mits:
    1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen;
    2. de bouwhoogte niet meer dan 1,50 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen.
  5. de bepalingen met betrekking tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kleinschalige windmolens tot een hoogte van maximaal 15 m.
  6. de onder a tot en met g genoemde vergunningen kunnen uitsluitend verleend worden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    2. de verkeersveiligheid;
    3. de sociale veiligheid;
    4. de milieusituatie;
    5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.