| Plan: | De Beekse Akkers Rijbroeksedreef |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | uitwerkingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1659.BPUBDdbaRbroeksedr-VG01 |
Op het voorliggende uitwerkingsplan is een uitwerking ex artikel 3.6 Wro van toepassing. De uitwerking heeft betrekking op het bestemmingsplan De Beekse Akkers, Gemeente Laarbeek, vastgesteld bij besluit van de raad d.d. 31 januari 2008, onherroepelijk goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant d.d. 1 september 2008, nr. 1381292.
Ten behoeve van de realisering van de nieuwe woonwijk ten zuiden van Beek en Donk is het bestemmingsplan De Beekse Akkers destijds in 2008 opgesteld. Het bestemmingsplan heeft een globaal karakter, de vrije kavels in het zuidelijke puntje langs de Laan Rijbroeksedreef worden in dit uitwerkingsplan verder uitgewerkt.
Afbeelding: ligging van uitwerkingsplan in de woonwijk De Beekse Akkers
De begrenzing en verkaveling van het plangebied van de voorliggende uitwerking is aangegeven op de afbeelding ligging en begrenzing plangebied. Binnen de Uitwerkingsplicht Wonen-Uit te werken 3 van het bestemmingsplan De Beekse Akkers 2008 wordt langs de Laan Rijbroeksedreef 7 woningen gerealiseerd.
Afbeelding: Ligging en begrenzing plangebied Uitwerkingsplan De Beekse Akkers Rijbroeksedreef (Aan deze afbeelding kunnen qua inrichting geen rechten worden ontleend)
In dit hoofdstuk komen alle relevante nationale, provinciale en gemeentelijke beleidsdocumenten aan de orde, voor zover deze in het vigerende bestemmingplan niet aan de orde komen, c.q. er op basis van het voorgenomen plan een afwijking of frictie bestaat. Per beleidsdocument worden de relevante aspecten behandeld.
In maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie vervangt de Nota ruimte, Nota mobiliteit (gedeeltelijk), de structuurvisie Randstad en nog een aantal kleine plannen. In de SVIR zijn, uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk, de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, waarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn.
Nederland moet concurreren en daarnaast bereikbaar, leefbaar en veilig zijn, dat is het streven van het Rijk. Het Rijk voorziet dit met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. De ruimtelijke structuur van Nederland heeft zich ontwikkeld van steden in een landelijk gebied naar stedelijke regio's in interactie met landelijke en cultuurhistorische gebieden. Dit maakt Nederland sterk en onderscheidend in de wereld. Die samenhang van het internationale en regionale schaalniveau wil het Rijk behouden, laten groeien en versterken. Nederland heeft met zijn internationale oriëntatie en open economie een hoog welvaartsniveau opgebouwd. Een netwerk van hoogwaardige internationale verbindingen van weg, spoor, water en lucht, met daarbinnen de mainports als belangrijke knooppunten is de basis voor die internationale concurrentiepositie. De 3 hoofddoelen van de structuurvisie zijn:
Aan de ambities en richtlijnen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte zijn opgenomen wordt in de onderhavige
planontwikkeling voldaan.
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren.
De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), of met het vrijwaren van functies.
Niet alle nationale ruimtelijke belangen staan in de AMvB Ruimte. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden.
Geconcludeerd wordt dat in onderhavige situatie sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling, en daarmee ook niet strijdig met de AMvB Ruimte.
In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt alsvolgt:
''De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.''
Het planvoornemen is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking
De voorgenomen uitbreiding betreft een uitwerking van het Bestemmingsplan De Beekse Akkers, vastgesteld door de
gemeenteraad op 31 januari 2008 en sluit aan bij de uitgangspunten van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
De Wet ruimtelijke ordening vraagt overheden om hun belangen helder in een structuurvisie te definiëren en aan te geven hoe zij deze willen realiseren. De Omgevingsvisie Noord-Brabant is per 14 december 2018 in werking getreden.
Ten aanzien van woningbouw is het volgende beschreven in de Omgevingsvisie. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave (ca 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. De verantwoordelijkheid voor de aanpak van de integrale verstedelijkingsopgave is een samenspel tussen gemeenten, marktpartijen, burgers en provincie. De provincie wil een actieve rol spelen bij deze opgave door:
In de Omgevingsvisie is beschreven dat het benutten van het bestaand stedelijk gebied en de invulling van de woningopgave een belangrijke opgave is. Het uitwerken van de wonen - uit te werken bestemming voorziet hierin. Ten aanzien van het plangebied of het planvoornemen is geen ander concreet beleid opgenomen.
Het plan voorziet in een woningbehoefte en draagt bij aan het realiseren van de benodigde woningen. Het planvoornemen past daarmee binnen het provinciale beleid.
Een structuurvisie, zoals beschreven in de vorige paragraaf, is niet direct juridisch bindend voor burgers en overheden. Toch kan het in het kader van de ruimtelijke ordening van provinciaal belang zijn om bepaalde aspecten veilig te stellen. De provincie kan derhalve een Verordening Ruimte opstellen. De provincie Noord-Brabant beschikt over een dergelijke verordening, namelijk de op 14 maart 2014 vastgestelde 'Verordening Ruimte 2014'. Deze verordening is de juridische vertaling van de structuurvisie en bevat derhalve onderwerpen die in de visie naar voren komen. Op 1 januari 2019 is de geconsolideerde versie van de Verordening vastgesteld.
Dit betreft onder andere de belangen die de provincie wil behartigen en de manier waarop dit zal geschieden, alsmede regels waarmee rekening gehouden moet worden bij het opstellen van een bestemmingsplan. Deze regels zijn direct bindend voor overheden. Zo weten gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn.
Volgens de Verordening ruimte maakt het plangebied langs de Laan Rijbroeksedreef deel uit van bestaand stedelijk gebied. Het andere deel van het plangebied is nog onderdeel van het zoekgebied verstedelijking. Het bestemmingsplan De Beekse Akkers 2017 heeft het mogelijk gemaakt om dit deelgebied uit te werken naar woningbouw.
Geconcludeerd kan worden dat op basis van de Verordening Ruimte Noord-Brabant onderhavig project mogelijk is.
In de structuurvisie van de gemeente Laarbeek is de visie op de verdere ontwikkeling van de gemeente Laarbeek voor de komende 10 jaar vastgelegd. Deze visie op hoofdlijnen gaat onder meer in op volkshuisvesting.
De woningmarkt is onder het juk van de huidige economische situatie nog nauwelijks in beweging. Op basis van de resultaten van recente lotingen, de input van Woningstichting Laarbeek, diverse projectontwikkelaars en regionale woningmarktonderzoeken is een goed beeld te schetsen van de huidige woningmarkt.
Voor de komende jaren bestaat in Laarbeek de volkshuisvestelijke opgave ondermeer uit het toevoegen van vrijstaande woningen (bij voorkeur zelfbouwkavels) met een maximale perceelsgrootte van 600 m².
Binnen Beek en Donk zijn diverse woningbouwlocaties in ontwikkeling voor in totaal enkele honderden nieuwe woningen. Door dit hoge aantal is sprake van een risico op overcapaciteit. De uitbreiding wordt gezien als een voorlaatste afronding van het plan De Beekse Akkers. Het betreft de opvulling van de ruimte aan de Rijbroeksedreef. Deze toevoeging sluit aan bij de gemeentelijke volkshuisvestingsopgave.
Afbeelding: Structuurvisie Laarbeek
Het planvoornemen sluit aan bij de structuurvisie Laarbeek. De bouw van de woningen in het plangebied sluit aan bij de gemeentelijke volkshuisvestingsopgave.
Het Masterplan De Beekse Akkers van september 2005 beschrijft het planconcept van een dorpse uitbreiding met woningen in een groene setting. De wijk dient niet geisoleerd te zijn, maar integraal deel uit te maken van Beek en Donk. Het planconcept komt voort uit de ligging van het plangebied op de overgang van Beek en Donk naar het landschap Het Laar en de Reijbroekseloop. Ten zuiden en westen van het plangebied ligt het landelijk gebied tussen de dorpen Beek en Donk, Aarle-Rixtel en Lieshout. Daarbij spelen een aantal zaken een rol die in het Masterplan zijn uitgewerkt:
Samenhang in de ruimtelijke hoofdstructuur
Het planconcept Linten en Parkensnoer onderscheidt een aantal structurerende elementen welke zijn gebaseerd op de kenmerken van de dorpen, op landschapselementen en op de landschappelijke ondergrond. Het Masterplan gaat uit van kenmerkende eigenschappen zoals riante bomenlanen in de stijl en sfeer van de Koppelstraat, groene woonmilieus, brede bermen, hagen en gevarieerde lintbebouwing. Er is een duidelijke hiërarchie waarneembaar in de groenclusters.
Afbeelding: Masterplan De Beekse Akkers deelgebieden
Conclusie
Het Masterplan is door de tijd ingehaald. Maar het concept blijft - ondanks de compactere einduitvoering met grondgebonden woningen - gehandghaafd. De structurerende elementen worden verlegd zonder afbreuk te doen aan de aanvankelijke uitgangspunten. De uitgangspunten uit het Masterplan De Beekse Akkers zullen dan ook een verdere uitwerking vinden in de goede stedenbouwkundige en landschappelijke afronding van de wijk.
Het spreekt vanzelf dat de in de toelichting en de verbeelding van het moederplan opgenomen indicaties van de stedenbouwkundige opzet vrijwel ongewijzigd hun definitieve uitdrukking vinden in het uitwerkingsplan, immers de stedenbouwkundige hoofdopzet was al bekend toen het moederplan werd opgesteld.
Daarom behoeft de toelichting van het moederplan De Beekse Akkers in dit uitwerkingsplan nauwelijks te worden aangevuld.
Binnen het plangebied kunnen nog 7 woningen gerealiseerd worden. Door invulling van het deelgebied wordt de Rijbroeksedreef afgemaakt richting het zuiden. De Rijbroeksedreef heeft de sfeer “De Lanen” (rood).
Afbeelding woonsfeer De Lanen
Navolgend wordt een korte uiteenzetting gegeven van relevante aspecten voor het deelgebied. Voor informatie over de ruimtelijke en planologische context van dit uitwerkingsplan, alsook over de ideeën die aan de verkavelingsopzet ten grondslag liggen, wordt hier verwezen naar het bestemmingsplan De Beekse Akkers.
De toekomstige ontsluitingsstructuur van De Beekse Akkers wordt beschreven in het bestemmingsplan. Het plangebied
zelf is gelegen aan de Rijbroeksedreef. De Rijbroeksedreef is aangesloten op de Blokskampsedreef en Oranjelaan,
die als hoofdontsluiting van het plangebied dient.
Om het beeld van stevige robuuste volumes te creëren, geldt in De Lanen de dominante bouwhoogte van 2 bouwlagen
met kap. Vrijstaande woningen en twee onder één kap woningen hebben een goothoogte van maximaal 6 meter. Maximaal 50% van de gevellengte kan worden verlaagd tot een goothoogte van minimaal 5,5 meter.
Binnen het plangebied is het beeld, zoals dat langs De Lanen ervaren wordt, bepaald door vrijstaande, twee-onder-één-kap woningen. In het plangebied zijn 3 vrijstaande woningen, 2 halfvrijstaande en een tweekapper voorgeschreven. Om de gewenste variatie in De Lanen te kunnen bewerkstelligen komen nooit meer dan twee van dezelfde typologie naast elkaar voor. Het toepassen van diepe voortuinen versterkt het groene karakter van De Lanen. Om het gewenste groene en gevarieerde beeld te krijgen wordt een gevarieerde rooilijn voorgesteld tussen de 2,90 meter en 7 meter vanuit de perceelsgrens. Vóór de rooilijn zijn door middel van een vrijstelling aanbouwen (erkers en entrees) toegestaan. Deze is maximaal 1,25 m diep maar mag de voorerfgrens niet dichter naderen dan 4 meter. De situering van de woningen is aangegeven door middel van een bouwvlak op de verbeelding.
Omwille van de samenhang en het dorpse karakter van De Lanen zijn alleen zuivere kapvormen toegestaan; zoals zadelkap, schildkap en mansardekap e.d. Vanwege het diverse beeld van De Lanen is een gevarieerde nokrichting noodzakelijk. Om het beeld van rijzige volumes aan De Lanen te versterken heeft het hoofddakvlak een helling tussen de 40 en 60 graden. Deze afwijkende dakhelling is door middel van een maatvoeringsaanduiding aangegeven.
In het plangebied komen stedenbouwkundige accenten voor in de vorm van hoeken van bouwblokken aan de openbare ruimte. Voor de vormgeving van de hoeken van de stedenbouwkundige bouwblokken, die georiënteerd zijn op het openbaar gebied, wordt een tweezijdig georiënteerde bebouwing voorgestaan. Een hoekwoning heeft altijd twee straatgevels behandeld als "voorgevels". Tweezijdige hoeken hebben het voordeel dat er een optimale sociale controle op de openbare ruimte ontstaat, schuttingen in zijtuinen die het straatprofiel verstoren worden voorkomen, evenals inkijk op achterkanten van woningen.
De verbijzondering in de bouwmassa van deze hoekwoningen kan plaats vinden in de vorm van het uit de rooilijn schuiven van eindwoningen, een gedraaide kaprichting, een extra bouwlaag of iets hogere kap, etc.
Met name achter de woningen zijn substantiële uitbreidingen van de woningen toegestaan. Vanuit stedenbouwkundig opzicht dienen alle aan- en bijgebouwen van ondergeschikte aard te zijn en in architectuur verwant aan de woning. Positionering van de bijgebouwen op de kavel is een belangrijk aspect voor de beleving van “De Lanen” als dorps in een groene setting met doorzichten tussen de woningen. Er moet worden voorkomen dat door het plaatsen van bijgebouwen de woningen aan elkaar vastgroeien, waardoor de transparantie van “De Lanen” verloren gaat. Op een aantal plaatsen zijn daarom tussen de woningen geen bijgebouwen toegestaan. Op de verbeelding is door middel van een aanduiding de locatie van bijgebouwen aangegeven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding zijn bijgebouwen toegestaan.
Bij vrijstaande, vrijstaand geschakelde en geschakelde woningen dient de garage zodanig te worden gesitueerd dat er ruime opstelplaatsen beschikbaar zijn voor tenminste twee auto’s. Dit betekent dat een afstand van 6 meter vanaf de voorste perceelgrens tot aan de garage aan gehouden moet worden. Het aanduidingsvlak waar bijgebouwen zijn toegestaan is op een afstand van 6 meter vanaf de voorste perceelgrens gelegd.
Erfafscheidingen vormen de belangrijkste overgangselementen tussen openbaar en privé. In De Beekse Akkers staan daarom, in het kader van de ambitie om een duurzame en sfeervolle woonbuurt te maken, zorgvuldig en mooi afgewerkte erfafscheidingen voorop.
In De Beekse Akkers is gekozen voor een groene erfafscheiding in de vorm van een haag. Dit geldt voor alle erfafscheidingen die grenzen aan de openbare ruimte zoals hoge groene erfafscheiding en erfafscheidingen die gelegen zijn in de voortuin-zone. Voor De Lanen geldt een variatie van verschillende groene erfafscheidingen.
De erfafscheiding bij de voortuinen is laag (maximaal 1 m). Waar zij- en achtertuinen aan de openbare ruimte grenzen worden in verband met de privacy hoge erfafscheidingen van maximaal 2 meter toegestaan.
Voor de overgang bij zijtuinen op hoekpercelen van de lage naar de hoge erfafscheiding geldt in principe dat de lage erfafscheiding (minimaal) 2/3 van de zijgevel van de woning beslaat en de hoge erfafscheiding (maximaal) 1/3. Het karakter van de zijgevel als voorgevel (entree, raampartijen) is medebepalend daarbij. Voor de erfafscheidingen grenzend aan de achterpaden, worden in verband met de privacy, hoge erfafscheidingen voorgesteld van maximaal 2 meter.
Doel is om de parkeerplaatsen dusdanig in te passen dat er een 'leefbare' wijk ontstaat. Daarom zal er een balans moeten worden gevonden tussen de behoefte aan rust, veiligheid en activiteit in de straten. In het plangebied worden diverse vormen van parkeervoorzieningen getroffen op eigen terrein en in openbaar gebied.
Voor de woningen wordt uitgegaan van 3 verschillende parkeernormen verdeeld naar financieringscategorie:
In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met waar mogelijk twee opstelplekken op eigen terrein. Omdat een garage niet altijd als autostalling wordt gebruikt, wordt deze niet meegeteld in de normering. Ook voor de opstelmogelijkheden op eigen terrein gelden verschillende verdelingen van de parkeernorm afhankelijk van de situering van de opstelplaatsen en de lengte van de oprit. In de openbare ruimte wordt minimaal 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers gerealiseerd. In het plangebied bevinden zich langsparkeerplaatsen langs de Rijbroeksedreef.
De onderstaande parkeerbalans is opgesteld voor de gehele zuidwestelijke woonbuurt. In Parkeerzone 4, waar de Rijbroeksedreef onderdeel van is, is een overschot van 3 parkeerplaatsen. Er worden dus ruim voldoende parkeerplaatsten gerealiseerd in het plangebied.
Afbeelding: Parkeerbalans uitwerkingsplan zuidwestelijke woonbuurt
Voor het plangebied geldt ook een beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan De Beekse Akkers, De Lanen en Woonbuurt 3 en Hoeve Isidorusplein, gemeente Laarbeek van april 2015 is door middel van nadere eisen gekoppeld aan het bestemmingsplan. In dit beeldkwaliteitsplan zijn onder andere criteria opgesteld op het gebied van architectonische stijl, detaillering en materiaal en kleurgebruik. De verschillende bouwplannen worden in het kader van de welstandstoetsing eerst voorgelegd aan de supervisor, die zal toetsen aan het Uitwerkingsplan en de architectonische uitgangspunten zoals geformuleerd in het beeldkwaliteitplan. De supervisor bewaakt de kwaliteit en samenhang van de plannen en adviseert de welstandscommissie en begeleidt de individuele particuliere bouwplanontwikkeling.
Voor De Beekse Akkers is in het moederplan het uitgangspunt geformuleerd om een duurzaam watersysteem te realiseren, waarbij het schone hemelwater mogelijk in het plangebied geborgen en geïnfiltreerd wordt. Het vuilwater wordt via een rioolstelsel afgevoerd. Uitgangspunt daarbij is het zo min mogelijk verstoren van het natuurlijke afvoerregime. Er is aansluiting gezocht bij het bestaande waterhuishoudingssysteem in het gebied, waarbij onder andere is gekeken naar de aanwezige hoogteverschillen en de grondwaterstanden.
Voor het plangebied is gekozen voor een bewezen waterhuishoudingssysteem. Daartoe is het plangebied onderverdeeld in twee deelgebieden, te weten het lage oostelijk deel (Masterplan fase 1) en het hogere westelijk plangebied (Masterplan fase 2/3).
Retentiebekken
Het retentiebekken (in fase 1) is gerealiseerd op het laagste punt van het plangebied aan de Lieshoutseweg, aan weerszijden van het Berkendijkje. Ondanks het feit dat het aanwezige stelsel qua diameter niet fors is, gaat afvoer van water uit de retentievijver plaats vinden in noordelijke richting. De retentievijver komt op een hoogte te liggen van 13,60 meter, hetwelk een afwatering in noordelijke richting garandeert. De lozing mag niet meer zijn dan in de bestaande situatie plaats vindt. De retentievijver heeft een zodanige omvang dat hierin ook een extreme regenbui kan worden opgevangen. Voor de maatgevende winterperiode zal voor fase 1 een retentievijver worden gerealiseerd met een wateroppervlakte van circa 10.468 m2. Er wordt uitgegaan van een toegestane peilstijging bij T=25 van 0,5 meter. De gemiddelde constante landbouwkundige afvoer van 1,4 l/s/ha.
Grondwater
De afwatering van fase 1 vindt plaats in noordelijke richting. Het noordelijke gedeelte van het plangebied watert af via de Trekgraaf in noordelijke richting en het westelijk gedeelte zal richting de bergingsvijver afwateren.
In het plangebied van Uitwerkingsplan 3 liggen de maaiveldhoogten lager, waardoor grondwaterstanden kunnen worden verwacht die kunnen stijgen tot circa 0,4 meter beneden het maaiveld nabij de sloten. In deze omgeving is ophoging van het terrein en aanleg van aanvullende maatregelen voor de ontwatering noodzakelijk.
Riolering
Voor het plangebied zal een gescheiden stelsel worden aangelegd. Omdat de gronden in fase 1 voor een groot gedeelte opgehoogd moeten worden en dat aldaar alleen gewerkt kan worden met een gesloten rioleringsbuis wordt hier geen IT-riool toegepast.
DWA-stelsel:
In het plangebied wordt uitgegaan van de aanleg van een vrij-verval-systeem.
HWA-stelsel:
Het HWA-stelsel zal zoveel mogelijk lozen op het retentiebekken en op de watergangen.
Op het voorliggende uitwerkingsplan is een uitwerking ex artikel 3.6 Wro van toepassing. De uitwerking heeft betrekking op het bestemmingsplan De Beekse Akkers, Gemeente Laarbeek, vastgesteld bij besluit van de raad d.d. 31 januari 2008, onherroepelijk goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant d.d. 1 september 2008, nr. 1381292.
Derhalve is in deze uitwerking naast de regels alleen de naam waaronder het plan kan worden aangehaald vastgelegd. Voor de begripsbepalingen wordt verwezen naar het bestemmingsplan "De Beekse Akkers".
Hieronder volgt de toelichting op de verschillende bestemmingen binnen het plangebied van het uitwerkingsplan.
De parkzone die de verbinding maakt tussen de woonbuurten en het buitengebied is bestemd als Groen. Voet- en fietspaden zijn binnen deze bestemming toegestaan. Ook parkeer-, speel-, en groenvoorzieningen, alsmede voorzieningen voor water en van openbaar nut mogen worden gerealiseerd. Ten dienste van de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan.
Artikel 3 Verkeer - Verblijfsgebied
Zowel woonstraten als en voet- en fietspaden zijn binnen deze bestemming toegestaan. Ook parkeer-, speel-, en groenvoorzieningen, alsmede voorzieningen van openbaar nut mogen worden gerealiseerd. Ten dienste van de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan.
Artikel 4 Wonen
Naast vrijstaande, halfvrijstaande en geschakelde woningen biedt de bestemming tevens ruimte aan beroepsmatige activiteiten aan huis en aan tuinen, erven en bijgebouwen. Binnen de bestemming zijn de bebouwingsvlakken voor de hoofdbebouwing aangegeven, almede aanduidingen voor bijgebouwen, die via de regels bepalen welke de gebruiks- en inrichtingsmogelijkheden zijn, zoals die gelden ten aanzien van de situering van de woningen, de bouwhoogte en de situering van bijgebouwen.
Door middel van een voorwaardelijke verplichting is het parkeren geregeld.
Deze regel is om te voorkomen dat mocht in het bestemmingsplan zijn bepaald, dat bij een gebouw een open terrein verplicht is, dat terrein nog eens meetelt bij de beoordeling van een aanvraag van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke verplichting wordt gesteld.
Deze regel is opgenomen om ondergeschikte bouwdelen zoals overstekende daken die over de grens van het bouwvlak heen steken toe te staan. Mits de overschrijding niet meer dan 0,8 meter bedraagt.
In dit artikel, lid 9 wordt aangegeven welke regels van het moederplan onverkort van toepassing zijn binnen het plangebied van dit uitwerkingsplan.
Het overgangsrecht ten aanzien van het bouwen staat verwoord in artikel 3.2.1 Bro. Dit artikel is één op één overgenomen in dit bestemmingsplan. Een bouwwerk dat op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt aanwezig is dan wel planologisch mogelijk is, mag gedeeltelijk worden vernieuwd, veranderd of in het geval van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De aard van het gebouw mag hierbij niet veranderen en ook mag de omvang niet worden vergroot. Eventuele uitbreiding is slechts mogelijk met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag.
Het tweede lid gaat in het gebruik van (on)bebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit bestemmingsplan in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Ander strijdig gebruik is niet toegestaan.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Het laatste artikel van het bestemmingsplan betreft de slotregel, waarin de naam, zoals de regels aangehaald kunnen worden, is opgenomen.
Conform de procedureregels in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt het ontwerpbesluit tot uitwerking van het gebied met de bijbehorende stukken voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Belanghebbende worden in de gelegenheid gesteld om binnen genoemde termijn schriftelijk of mondeling zienswijzen in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders.
Direct na de beroepstermijn zal, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking treden.