8.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Wonen’.
8.2 Functieomschrijving
De volgende functie(s) en gebruiksactiviteit(en) zijn toegestaan:
- een woning ten behoeve van de huisvesting van één huishouden dat er zijn hoofdverblijf heeft, met dien verstande dat:
- per functievlak één woning met bijbehorende bouwwerken is toegestaan;
- ter plaatse van de aanduiding [vrijstaand] uitsluitend vrijstaande woningen zijn toegestaan;
- ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding – beschermd beeldbepalend pand', tevens voor behoud en bescherming van het daar aanwezige beeldbepalende pand.
- de uitoefening van een aan huis verbonden beroep;
- voorzieningen ten behoeve van waterberging en –infiltratie;
- tuinen en erven;
met de bijbehorende:
- verharding;
- realisatie en instandhouding van landschappelijke inpassing van een functievlak;
- parkeervoorzieningen;
- nutsvoorzieningen.
8.3 Beoordelingsregels bouwen
8.3.1 Bouwregels algemeen
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Gemert-Bakel gelden voor een aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:
- per functievlak mag één woning met bijbehorende bouwwerken worden gebouwd;
- herbouw (nieuwbouw) van een bestaande woning is alleen toegestaan indien deze plaatsvindt op de bestaande fundering;
- uitbreiding van een bestaande woning met een oppervlakte van de uitbreiding kleiner of gelijk aan 50 m² is toegestaan;
- uitbreiding van een bestaande woning met een oppervlakte van de uitbreiding groter dan 50 m² is uitsluitend toegestaan, mits uit een (erf)inrichtingsplan blijkt dat:
- wordt voorzien in landschappelijke inpassing, waarbij de landschappelijke inpassing een minimale omvang van 20% heeft van de omvang van het bijbehorende woonperceel;
- de te realiseren landschappelijke inpassing voldoet aan de richtlijnen zoals opgenomen in het “Beeldkwaliteitsplan Buitengebied gemeente Gemert-Bakel”;
- bij nieuw op te richten bebouwing en nieuw aan te leggen erfverharding wordt voorzien in de realisatie en instandhouding van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm);
- de onderlinge afstand tussen gebouwen mag maximaal 15 m zijn;
- de minimale afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens is 3 m, met uitzondering van erf- en perceelsafscheidingen.
- in afwijking van het bepaalde onder c en d zijn ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – beschermd beeldbepalend pand’ geen uitbreidingen van de bestaande woning toegestaan.
8.3.2 Bouwregels hoofdgebouwen
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de regels van dit artikel:
- hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het ‘bouwvlak’ worden gebouwd;
- ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ is alleen een vrijstaande woning toegestaan;
- de inhoud van een woning is maximaal 750 m3;
- de goothoogte van de woning is maximaal 4,5 m;
- de bouwhoogte van de woning is maximaal 8 m;
- de dakhelling van de woning is minimaal 25° en maximaal 60°.
8.3.3 Bouwregels bijbehorende bouwwerken
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, met uitzondering van de bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in artikel 22.36 van het omgevingsplan, wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de regels van dit artikel:
- de bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens of het verlengde daarvan worden gebouwd;
- de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 150 m² per woning;
- de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk is maximaal 3 m;
- de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk is maximaal 5,5 m;
- de dakhelling van een bijbehorend bouwwerk is minimaal 25° en maximaal 60°.
- in afwijking van het bepaalde onder b bedraagt de maximaal toegestane gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding ‘maximum oppervlakte bijgebouwen’ maximaal 168 m².
8.3.4 Bouwregels bouwwerken, geen gebouw zijnde
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de regels van dit artikel:
- naast de reeds toegestane bijbehorende bouwwerken, zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals carports en overkappingen, toegestaan met een oppervlakte van maximaal 50 m², een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van maximaal 5,5 m;
- de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde carports of overkappingen en niet zijnde erf- en perceelsafscheidingen, is 8 m;
- de maximale bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen is 2 m, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel(s) c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen.
8.3.5 Instandhoudingsplicht beschermd beeldbepalend pand
Het is verboden een beschermd beeldbepalend pand te beschadigen, te vernielen of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Het gebruik overeenkomstig de functie ‘Wonen’ ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - beschermd beeldbepalend pand’ is niet toegestaan zolang de renovatie van de historische boerderij niet is uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform het Renovatieplan historische boerderij Peeldijk 6, opgenomen als Bijlage VII bij deze regels.
8.4 Specifieke beoordelingsregels bouwen
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor splitsing van een woning gelden de volgende beoordelingsregels:
- de te splitsen woning betreft een oorspronkelijke boerderij;
- de oorspronkelijke boerderij ouder is dan 50 jaar;
- de inhoud van de oorspronkelijke boerderij groter is dan 900 m3, waarbij het maximum aantal wooneenheden na splitsing:
- bij een oorspronkelijke inhoud van de boerderij van 900 m3 tot 1.400 m3, 2 wooneenheden mag bedragen;
- bij een oorspronkelijke inhoud van de boerderij van 1.400 m3 tot 1.900 m3, 3 wooneenheden mag bedragen;
- met een oorspronkelijke inhoud van de boerderij van 1.900 m3 of meer, 4 wooneenheden mag bedragen;
- na splitsing de inhoud per wooneenheid minimaal 350 m3 bedraagt, bij de bepaling van de inhoud worden bijbehorende inpandige garages niet meegerekend;
- de boerderij, gezien vanuit de gevel, enkel loodrecht verticaal wordt gesplitst;
- er sprake is van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, blijkend uit:
- een vermelding op de gemeentelijke monumentenlijst, of;
- een beoordeling conform de “Handleiding Boerderijsplitsing gemeente Gemert-Bakel”, als:
- 'cultuurhistorisch waardevol';
- 'matig cultuurhistorisch waardevol', met een door gemeente en provincie goedgekeurd herstelplan;
- 'niet cultuurhistorisch waardevol, maar zeldzaam', met een door gemeente en provincie goedgekeurd herstelplan;
- bij wijziging van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen, de cultuurhistorische waarden en het karakter worden gerespecteerd;
- ontwikkelingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven niet worden belemmerd;
- de inhoud van de oorspronkelijke boerderij, na bepaling van de cultuurhistorische waarden, niet wordt vergroot;
- bijbehorende bouwwerken met cultuurhistorische waarden niet worden gesloopt;
- per wooneenheid de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken:
- bij een oorspronkelijke inhoud van de boerderij van 900 m3 tot 1.400 m3, maximaal 150 m2 bedraagt;
- bij een oorspronkelijke inhoud van de boerderij van 1.400 m3 tot 1.900 m3, maximaal 120 m2 bedraagt;
- met een oorspronkelijke inhoud van de boerderij van 1.900 m3 of meer, maximaal 120 m2 bedraagt,
- uitgezonderd de situatie dat per wooneenheid bijbehorende bouwwerken met cultuurhistorische waarden aanwezig zijn met een totale oppervlakte groter dan bovenstaande maxima, waarbij per wooneenheid maximaal de bestaande oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken met cultuurhistorische waarden is toegestaan;
- bijbehorende bouwwerken worden gebouwd op een locatie waar de cultuurhistorische waarden van de boerderij, de eventueel bijbehorende bouwwerken en het erf niet worden verstoord;
- het oorspronkelijke erf, na splitsing nog steeds de oorspronkelijke uitstraling heeft van een erf en niet (optisch) wordt gefragmenteerd;
- het aantal inritten tot een minimum wordt beperkt, met een maximum van 2;
- de ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan:
- de uitgangspunten van de “Handreiking kwaliteitsverbetering van het landschap” van de gemeente Gemert-Bakel;
- de geldende gemeentelijke parkeerbeleidsnota;
- het geldende gemeentelijk waterbeleid.
8.5 Specifieke functieregels
8.5.1 Aanwijzing verbod
Binnen een als ‘Wonen’ aangewezen locatie geldt een verbod op:
- het gebruiken van bijbehorende bouwwerken voor permanente bewoning;
- het gebruiken van gronden en gebouwen voor bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van een aan huis verbonden beroep overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.5.2 en met uitzondering van een aan huis verbonden bedrijf, zoals bedoeld in artikel 8.6;
- het gebruik van de gronden en bebouwing voor de activiteit ‘Wonen’, zolang de landschappelijke inpassing conform het inrichtingsplan, zoals opgenomen in de bijlage bij de regels, niet is gerealiseerd;
- het verwijderen van groene erfinrichting als onderdeel van de landschappelijke inpassing;
- het gebruik van de gronden ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep zonder voldoende parkeerplaatsen aanwezig te hebben op eigen terrein;
- het gebruiken van gronden als mest- of waterbassins van folie.
8.5.2 Toegelaten activiteiten – aan huis verbonden beroep
Voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep in de hoofdgebouwen en/of bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
- de woonfunctie blijft de hoofdfunctie;
- het aan huis verbonden beroep valt binnen maximaal milieucategorie 2;
- het medegebruik van de woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken is beperkt tot ten hoogste 35% van het grondoppervlak van de woning/wooneenheid en de daarbij behorende bouwwerken tot maximaal 100 m²;
- op eigen terrein is voldoende parkeergelegenheid aanwezig en/of wordt gerealiseerd;
- er vinden geen zodanige verkeersaantrekkende activiteiten plaats, die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte.
8.6 Specifieke beoordelingsregels gebruiken
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor een aan huis verbonden bedrijf gelden de volgende beoordelingsregels:
- de woonfunctie de hoofdfunctie blijft;
- bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu oplevert. Dit betekent onder meer dat:
- uitsluitend bedrijfsactiviteiten behorend tot maximaal milieucategorie 2 zijn toegestaan;
- vast dient te staan dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden;
- het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn en het geen publieksgerichte voorzieningen betreft;
- het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het bijbehorend bouwwerk en/of hoofdgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
- het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk;
- geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd uitsluitend ter plaatse vervaardigde producten en internethandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van de aan huis verbonden bedrijfsmatige activiteit;
- geen showrooms zijn voorzien; showrooms zijn niet toegestaan;
- ten hoogste 35% van het oppervlak van de woning en de daarbij behorende gebouwen ten behoeve van de aan huis verbonden bedrijfsmatige activiteit in gebruik mag zijn, tot een maximum van 100 m²;
- wordt voldaan aan de uitgangspunten van de “Handreiking kwaliteitsverbetering van het landschap” van de gemeente Gemert-Bakel.
8.7 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
8.7.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een beschermd beeldbepalend pand:
- te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of;
- te herstellen, te restaureren, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
8.7.2 Uitzonderingen
Het verbod, bedoeld in artikel 8.7.1, is niet van toepassing op:
- de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het beschermd beeldbepalende pand niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of;
- inpandige veranderingen van de cultuurhistorische waardevolle bebouwing zover op voorhand middels een bouwhistorisch onderzoek is aangetoond dat het een onderdeel betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg een indifferente of storende waarde heeft.
8.7.3 Maatwerkvoorschriften
- In het belang van de monumentenzorg kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een beschermd beeldbepalend pand. Deze regels kunnen mede inhouden wanneer en onder welke voorwaarden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 8.7.1, kan worden verleend of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in artikel 8.7.2, kan worden opgelegd.
- Aan het verlenen van een omgevingsvergunning kunnen nadere regels worden gesteld.
8.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
8.8.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning over te gaan tot:
- het vellen, rooien of kappen van een boom, voor zover deze bijdraagt aan de karakteristiek van een beschermd beeldbepalend pand;
- het geheel of gedeeltelijk veranderen van een waterput, voor zover deze bijdraagt aan de karakteristiek van een beschermd beeldbepalend pand.
8.8.2 Uitzonderingen
De in artikel 8.8.1 opgenomen vergunningplicht is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
- in het kader van normaal onderhoud en beheer;
- die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wijziging van het omgevingsplan en waarvoor geen vergunning nodig was.
8.8.3 Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden.