In deze regels wordt verstaan onder:
1.1 plan:
het bestemmingsplan
“Oliestraat 10a in Maasbracht” van de gemeente Maasgouw.
1.2 bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1641.BPL086-VG01
met de bijbehorende regels en bijlagen.
1.3 aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de
regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4 aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5 aan huis gebonden beroep:
de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch,
medisch, paramedisch, therapeutisch, kunstzinnig, vastgesteld technisch of hiermee gelijkstellend gebied
dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de
woonfunctie kan worden uitgeoefend door de feitelijke hoofdbewoner van de woning. Hieronder
dienen in ieder geval niet te worden begrepen de uitoefening van ambachten en detailhandel.
1.6 achtergevellijn:
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.
1.7 afhankelijke woonruimte:
een onderdeel van het hoofdgebouw of (aangebouwd) bijgebouw waarin een gedeelte van de voor
mantelzorg of inwonende ouders bedoelde huishouding is gehuisvest.
1.8 bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.9 bebouwingspercentage:
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel dan wel bouwvlak,
zoals bepaald in de regels, aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.
1.10 bed & breakfast:
het bedrijfsmatig en op kleine schaal tegen betaling aanbieden van logies/overnachting in een
daarvoor geschikte woning (hoofd- of bijgebouw) gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een
toeristisch en kortdurend verblijf met ontbijtmogelijkheid. Deze voorziening is nadrukkelijk niet bedoeld
voor het laten overnachten van tijdelijke arbeiders of seizoensarbeiders.
1.11 bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak.
1.12 bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.13 bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend
hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk
met een dak.
1.14 bijgebouw:een gebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen
hoofdgebouw en dat ten dienste staat van dat hoofdgebouw.
1.15 bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een
bouwwerk.
1.16 bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
1.17 bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende
bebouwing is toegelaten.
1.18 bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel.
1.19 bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde
gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.20 bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij
indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.21 consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten:
het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentverzorging geheel
of overwegend door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteiten in een woning en
de daarbij behorende bijgebouwen zodanig is dat de woonfunctie in overwegende mate wordt
gehandhaafd en uitsluitend door de feitelijke hoofdbewoner van de woning wordt uitgeoefend.
Hieronder dienen in ieder geval niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel (behoudens
beperkte verkoop in het klein in het kader van het uitgeoefende beroep) alsmede prostitutie,
seksinrichting en escortbedrijf.
1.22 detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en het
leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of
aanwending anders dan ten behoeve van de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.23 evenement:
een voor het publiek toegankelijke verrichting van het vermaak op het gebied van sport, muziek,
kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal-cultureel vlak.
1.24 gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden
omsloten ruimte vormt.
1.25 hoofdgebouw:
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de
geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het
perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.26 horeca:
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig
exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.
1.27 maaiveld:
de bovenkant van een afgewerkt terrein dat een gebouw c.q. bouwwerk omgeeft.
1.28 mantelzorg:
het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en / of sociale
vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.
1.29 nutsvoorziening:
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het
telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer.
1.30 overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten
dak, waaronder begrepen een carport.
1.31 overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de
aarde is verbonden.
1.32 peil:
voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
1.33 prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
vergoeding, waaronder in ieder geval begrepen prostitutiebedrijf en raamprostitutie.
1.34 voorgevelrooilijn:
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.
1.35 voortuin:
tuin gelegen tussen de voorgevel van een hoofdgebouw en de openbare ruimte.
1.36 voorzieningen van algemeen nut:
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer,
het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, riolering, straatvoorzieningen
waaronder voorzieningen voor afvalstoffen en straatmeubilair.
1.37 wet/wettelijke regelingen:
indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d.,
dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de terinzagelegging
van het vastgesteldplan, tenzij anders bepaald.
1.38 wonen:
het houden van verblijf, het hebben - huren hieronder mede begrepen - van kamers of het gehuisvest
zijn in een huis, evenwel met uitzondering van bewoning met een overwegend verzorgend karakter.
1.39 woning:
een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor het huisvesten van één huishouden.
1.40 zonnecollector:
een bouwwerk ten behoeve van de opvang van zonne-energie.