Op 25 augustus 2020 is de ontwerp-Omgevingsvisie Limburg (POVI) ter inzage gelegd. In de POVI is beschreven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en hoe daarbij steeds de balans wordt gezocht tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De provincie geeft met deze visie een doorkijk voor de periode 2021 tot 2030 – 2050.
De POVI zal na vaststelling het POL2014 vervangen. De visie is in een interactief proces met overheden, semi-overheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. De visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes. Op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt.
In de omgevingsvisie staan drie hoofdopgaven centraal:
- Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving;
- in stedelijk c.q. bebouwd gebied
- in landelijk gebied
- Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouw-transitie;
- Klimaatadaptatie en energietransitie.
Deze opgaven spelen Limburg-breed, maar de accenten verschillen per gebied en per sector. Per sector is in de omgevingsvisie aangegeven wat de opgave is voor de sector, welke ambitie de provincie heeft met deze sector en welke keuzes worden gemaakt per sector. Ook voor de sector ‘landbouw’ is op deze manier beschreven welke richting de provincie de komende jaren op wil.
Landbouw
De agribusiness is een belangrijke economische en innovatieve motor en beheerder van het landelijk gebied. Agrariërs staan voor de uitdaging hun bedrijf en de internationale concurrentiekracht toekomstbestendig te houden. In de toekomst zal de afzet meer en meer gericht zijn op het slim vermarkten van hoogwaardig geproduceerde bio-grondstoffen, voedsel en daarmee samenhangende technologische en circulaire concepten. Tegelijkertijd staat de agrarische sector voor grote opgaven in het kader van onder ander het Klimaatakkoord, het Europees luchtkwaliteitsbeleid, de provinciale en regionale energietransitie en de waterhuishouding.
Er is veel aandacht voor de leefomgeving rondom (intensieve) veehouderijen en overige land- en tuinbouwbedrijven. Geuroverlast, fijnstof, ammoniakemissie en mogelijke gezondheidsrisico’s zorgen voor maatschappelijke onrust. De belasting op natuurgebieden door onder andere stikstofdepositie, vraagt om maatregelen. Ook de biodiversiteit staat in het agrarisch gebied en haar omgeving onder druk als gevolg van onder andere intensivering en schaalvergroting in de landbouw, het opkomen van exoten, klimaatverandering en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Het landelijk gebied is steeds minder een productieruimte en steeds meer een consumptieruimte waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Deze verwevenheid en claim op het buitengebied vragen maatregelen om de omgevingskwaliteit te verbeteren en ruimtelijke keuzes over vestiging, herbestemming en sanering van leegstaand agrarisch vastgoed. Verweving van functies voor landbouw, natuur, waterbeheer, landschapsbeheer en andere maatschappelijke diensten én meervoudig grondgebruik zal de komende tijd, meer dan in het verleden, van belang zijn.
De grote opgaven met betrekking tot natuur-, lucht- en waterkwaliteit, het zorgvuldiger gebruik van grondstoffen en hulpbronnen, het tegengaan van verspilling, maar ook de zwakke positie van de individuele producent ten opzichte van grote afnemers, vragen om een wijziging van de huidige koers. Een wijziging van de koers is niet te realiseren door kleine aanpassingen. In de komende decennia moet dan ook stapsgewijs een landbouwtransitie worden doorgevoerd. Landbouwtransitie wordt in de meest gevallen gerelateerd aan kringlooplandbouw. Daarnaast is het belangrijk dat tegenover de transitie-opgave, die via meerdere transitiepaden kan worden gerealiseerd, een realistisch verdienmodel staat.
De zwakke marktpositie van de primaire sector wordt daarbij als één van de belangrijkste obstakels gezien voor het verder ontwikkelingen en verduurzamen van de agrifoodsector. Voorlopers in de sector die inspelen op innovatie en daarbij maatschappelijke opgaven als circulariteit, emissiereductie, klimaat- en energiebewust ondernemen in samenhang oppakken worden nadrukkelijk gestimuleerd.
Ambitie landbouw
De land- en tuinbouw is als belangrijkste gebruiker en beheerder van het buitengebied van groot belang voor het aanzien en de kwaliteit van het cultuurlandschap en het leefklimaat waarin wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Ook in de toekomst dient in Limburg een gunstig ondernemersklimaat voor de land- en tuinbouw te worden geboden. Er wordt ruimte geboden voor het uitbouwen van de positie als toonaangevende agrarische regio tot een sector die duurzame oplossingen voor maatschappelijke opgaven biedt. In verbinding en samenwerking met andere kennisregio’s wordt in Limburg de nieuwe standaard ontwikkeld voor moderne, duurzame en circulaire, vraaggestuurde land- en tuinbouw, die in balans is met en bijdraagt aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Met deze ambitie wordt, in lijn met het nationale beleid, gekozen voor een betekenisvolle transitie in de agrifoodsector.
Waar wordt voor gekozen?
- Het initiatief voor het bewerkstelligen van de landbouwtransitie zal vanuit de sector én de samenleving moeten komen. De provinciale rol op land- en tuinbouwgebied is vooral een mix van faciliteren, stimuleren als in het creëren van condities voor bloei, regisseren en reguleren.
- Voor ontwikkelingen op kleine en op grote schaal wordt ontwikkelruimte geboden op basis van een integrale kwaliteitsverbetering van de omgeving, passend bij de draagkracht van het gebied en passend binnen wet- en regelgeving.
- Initiatieven faciliteren die bijdragen aan versterkende verdienmodellen voor de land- en tuinbouw;
- Streven naar het terugdringen van emissies en het verbeteren van de omgevingskwaliteit en leefbaarheid rondom (intensieve) veehouderijen.
- Faciliteren en ondersteunen van omvorming van traditionele vormen van land- en tuinbouw naar meer extensieve vormen;
- De mogelijkheid voor kwalitatieve incidentele nieuwvestiging voor IV-bedrijven op een toekomstbestendige locatie;
- Bezien hoe vanuit de bestaande locaties de omgevingskwaliteit kan worden verbeterd;
- Het beleid van het uitvoeringsprogramma vitale veehouderij (2018) blijft gehandhaafd;
- Agglomeratielandbouw is onder voorwaarden acceptabel, mede in verband met de mogelijke kansen voor het versnellen van verduurzaming, verwaarding en het uitwisseling van stofstromen;
- Nieuwe grootschalige voorzieningen worden op toekomstbestendige locaties gevestigd. Indien de voorzieningen toch noodzakelijk zijn bij de bestaande activiteiten op de huidige locatie, dan worden de randvoorwaarden gehanteerd om de landschappelijke kwaliteit en inpassing via een motiveringsplicht te borgen;
- Inperking, indien mogelijk/wenselijk, van specifieke ontwikkelings- gebieden glas;
- Mogelijkheden bieden voor het onder voorwaarden toestaan van uitbreiding van en nieuwe vormen van teeltondersteunende voorzieningen (TOV’s);
- Kaders stellen via de Omgevingsverordening en/of omgevingsvergunning vanuit de verantwoordelijkheden ten aanzien van lucht, veiligheid, (grond-) water, natuur, flora en fauna.
- De bestaande geitenstop blijft voorlopig gehandhaafd.
- Om landschappelijke kwaliteit te behouden en verrommeling te voorkomen, wordt ten aanzien van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) via de volgende staffeling gestimuleerd: 1) agrarisch hergebruik, 2) herbestemmen buiten sector, 3) sloop;
- Een impuls geven aan thema’s als omgevingskwaliteit (schone lucht, gezonde en veilige leefomgeving, biodiversiteit, ruimtelijke inpassing) en kringlooplandbouw met specifieke aandacht voor toekomstbestendige teelten en mest(verwerking).
- tegenover het plaatsen van zonnepanelen op agrarische bouwkavels die vrijkomen als gevolg van deelname aan de warme saneringsregeling varkenshouderij.
De locatie Aan de Watermolen te Heythuysen ligt in gebiedsaanduiding ‘overige zone – kernrandzone’. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kernrandzone' mag geen uitbreiding plaatsvinden van de bestaande intensieve veehouderij. Uitbreiding van het aantal dieren is niet toegestaan. Het planvoornemen betreft het saneren van een intensieve veehouderij, wat op zichzelf een belangrijke bijdrage levert aan de verbetering van de omgevingskwaliteit, met name vanwege de afname van emissies van ammoniak, geur en fijnstof. Door omschakeling naar een grondgebonden agrarisch bedrijf zorgt initiatiefnemer ervoor dat sprake is van een vitaal en toekomstbestendig bedrijf, zonder grote ruimtelijke impact op de omgeving.
Het planvoornemen past in de ambities en keuzes die provincie Limburg geformuleerd heeft in de ontwerp-Omgevingsvisie Limburg.