Type plan: wijzigingsplan
Naam van het plan: Napoleonsweg 134, Nunhem
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1640.WP20NuNapoleonw134-VG01

Toelichting

1 Inleiding
 
1.1 Aanleiding
 
Op de locatie Napoleonsweg 134 in het buitengebied van Nunhem ligt op een ruim perceel een
woning met praktijkruimte. De karakteristieke woning is omstreeks 1906 gebouwd en wordt
inmiddels zo’n 50 jaar bewoond door de huidige bewoners. De bewoners hebben hier hun gezin
gesticht, kinderen grootgebracht en vele jaren een fysiotherapiepraktijk geëxploiteerd. De
‘aanbouw’ bij de karakteristieke woning, waarin vroeger het vee gestald werd, is geheel ingericht
ten behoeve van de praktijk.
 
Gezien het voormalige gebruik als fysiotherapiepraktijk is de locatie in het geldende
bestemmingsplan ‘Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016’ bestemd als
‘Maatschappelijk’.
 
 
Inmiddels hebben bewoners de wens te verhuizen en de locatie Napoleonsweg 134 te verkopen. De
beoogd koper van het perceel heeft geen intentie ter plaatse een maatschappelijke functie uit te
gaan oefenen. Hij wenst het geheel te gebruiken als burgerwoning.
 
 
Het gebruik als burgerwoning past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Wel is binnen de
geldende bestemming een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee ‘Maatschappelijk’
gewijzigd kan worden in ‘Wonen’. Om het perceel voor de verkoop en het verdere gebruik de
gewenste bestemming te geven, is voorliggend wijzigingsplan opgesteld.
 
1.2 Ligging plangebied
 
De locatie Napoleonsweg 134 ligt in het buitengebied van de gemeente Leudal, aan de doorgaande
Napoleonsweg. Deze weg, onderdeel van de N273, vormde van oudsher de belangrijkste
wegverbinding tussen Noord- en Zuid-Limburg. Met de komst van de A73 op de oostoever van de
Maas is het doorgaand verkeer sterk afgenomen. De weg vormt echter nog altijd een belangrijke
verbinding tussen de vele dorpen en steden in Noord- en Midden-Limburg ten westen van de Maas.
Direct ten noorden van de locatie loopt de secundaire Terbetenweg, een grotendeels onverharde
weg die met name aanliggende agrarische percelen ontsluit en dienst doet voor recreatieverkeer.
Napoleonsweg 134 wordt omgeven door de dorpen Nunhem (noordzijde), Buggenum (oostzijde) en
Haelen (westzijde). De locatie ligt in het noordoostelijk deel van de gemeente Leudal.
 
  
1.3 Geldend bestemmingsplan
 
Voor de locatie Napoleonsweg 134 geldt het bestemmingsplan ‘Reparatie- en veegplan
Buitengebied Leudal 2016’ van de gemeente Leudal. Dit plan is vastgesteld op 4 september 2019.
De locatie is bestemd als ‘Maatschappelijk’. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde -
Archeologie 5’. Het gehele perceel is aangewezen als bouwvlak. Ook geldt voor het hele perceel de
bouwaanduiding ‘karakteristiek’.
 
De gebiedsaanduiding ‘milieuzone – boringsvrije zone’ geldt voor het bestemmingsvlak en verre
omgeving. De gebiedsaanduiding ‘overige zone – kernrandzone’ geldt grofweg voor de zuidelijke
helft van het perceel en de gebiedsaanduiding ‘overige zone – landschappelijke elementen’
uitsluitend voor een smalle strook aan de voorzijde.
 
Op grond van de bestemming ‘Maatschappelijk’ is het wonen in een bedrijfswoning toegestaan, mits
voldaan wordt aan de regels en definities uit het bestemmingsplan. De bedrijfswoning wordt binnen
het bestemmingsplan gedefinieerd als een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf,
de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling
of de inrichting. Bewoning is dan ook altijd gekoppeld aan exploitatie van de maatschappelijke
functie.
 
Onder ‘maatschappelijke functie’ wordt in het bestemmingsplan verstaan ‘het uitoefenen van
activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve, medische en openbare
dienstverlening’.
  
 
Doordat de beoogd koper niet het voornemen heeft een maatschappelijke functie uit te oefenen op
het perceel en hier uitsluitend wil wonen, ontstaat de juridisch-planologische noodzaak om de
bestemming ter plaatse te wijzigen. Om bewoning juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt
gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 14.7.1 van het vigerende
bestemmingsplan mogelijk. Dit betekent dat indien voldaan wordt aan de voorwaarden van de
wijzigingsbevoegdheid, de bestemming gewijzigd kan worden van ‘Maatschappelijk’ naar 'Wonen'.
 
Op 27 april 2020 is door de gemeente Leudal het bestemmingsplan ‘Duurzame energie’ vastgesteld
voor het gehele grondgebied. Belangrijkste doel van dit paraplubestemmingsplan is de bestaande
algemene afwijkingsbevoegdheden voor duurzame energieprojecten te laten vervallen. Voor
dergelijke ontwikkelingen wordt een buitenplanse procedure als aangewezen instrument
beschouwd om de kwaliteit van ontwikkelingen naar de toekomst te borgen. Dit
paraplubestemmingsplan heeft geen consequenties voor of invloed op voorliggend wijzigingsplan.
 
1.4 Leeswijzer
 
In het volgende hoofdstuk worden de huidige en gewenste situatie beschreven. Vervolgens worden
in hoofdstuk 3 de wijzigingsvoorwaarden die gelden bij wijziging van ‘Maatschappelijk’ naar ‘Wonen’
getoetst. Hoofdstuk 4 gaat beknopt in op de planologische beleidskaders en omschrijft de toets van
het initiatief aan deze beleidskaders. In het daaropvolgende hoofdstuk 5 wordt de toetsing van de
relevante onderzoeksaspecten beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de planbeschrijving. Tenslotte
sluit hoofdstuk 7 af met de uitvoeringsaspecten, bestaande uit de economische uitvoerbaarheid, de
procedure en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
  
2 Planbeschrijving
   
2.1 Huidige situatie
 
Het initiatief heeft betrekking op een perceel aan de westzijde van de Napoleonsweg in het
buitengebied van Nunhem. De locatie is plaatselijk bekend als Napoleonsweg 134 en kadastraal
bekend als gemeente Nunhem, sectie B, nummer 669. Het perceel is 3.840 m2 groot. 
 
De bebouwing dateert, aldus de BAG, uit 1905 en heeft een oppervlakte van 406 m2. Het
hoofdgebouw, waarin de woonfunctie op dit moment gevestigd is, bestaat uit 2 bouwlagen met een
mansardedak. De aanbouw, vroeger gerealiseerd als stal, bestaat uit 1,5 bouwlaag met een
zadeldak. In dit deel van de bebouwing was tot enkele jaren geleden een fysiotherapiepraktijk met
5 behandelkamers en een activiteitenruimte gevestigd.
Zowel de woning als de aanbouw kennen een aantal karakteristieke elementen, zoals
siermetselwerk en raam- en gevelindelingen.
  
 
Het overig deel van het perceel is grotendeels onbebouwd. Deze gronden zijn ingericht als inrit,
terras, siertuin en groenstrook. Deze gronden zijn overwegend onverhard. De inrit bestaat voor een
deel uit grind, waardoor hemelwaterinfiltratie op een groot deel van het terrein ongehinderd kan
plaatsvinden.
 
Aan de zuid- en westzijde van het perceel is een robuuste groenstrook aanwezig met een breedte
variërend van ca. 15 – 25 meter. De strook is beplant met een mix van inheemse boom- en
struikensoorten, die al jarenlang ter plaatse aanwezig zijn.
 
Door de robuuste groenstrook heeft het perceel een groen en besloten karakter.
 
 
De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een diversiteit aan functies. Aan de
voorzijde (oostzijde) en noordzijde grenst het perceel aan openbaar terrein. Aan de voorzijde betreft
het de berm en het vrijliggend fietspad langs de Napoleonsweg. Aan de noordzijde betreft het de
onverharde Terbetenweg.
Aan de overzijde van de Terbetenweg ligt een hoveniersbedrijf met bedrijfswoning. Het bedrijf richt
zich op ontwerp, aanleg en onderhoud van tuinen en overig groen.
 
Aan de overzijde van de Napoleonsweg, ten noordoosten van het plangebied ligt een vrijstaande
burgerwoning.
 
De gronden ten zuiden van Napoleonsweg 134 zijn bekend als ‘de oude steenfabriek’. Hier is
omstreeks 1915 een steenfabriek gevestigd. Deze fabriek is ca. 30 jaar geleden ontmanteld (1991)
en sindsdien is het gebied in gebruik als bedrijfsverzamelterrein. Op de locatie zijn verschillende
bedrijven gevestigd, die de bedrijfsgebouwen en voor een deel ook de buitenruimte benutten. Op
dit moment oefenen ter plaatse onder andere een deurenfabrikant, expert in tuinmachines en
constructiewerken en bandenspecialist hun werkzaamheden uit.
Ten westen van het plangebied ligt een weiland, waar regelmatig hobbymatig vee wordt geweid.
Ook de overige onbebouwde gronden in de omgeving zijn in gebruik als agrarische productiegrond
(weiland of akker).
 
De bebouwde kom van Haelen bevindt zich op circa 200 meter ten zuiden en westen van het
plangebied en op ca. 300 meter ten noorden van de locatie ligt de bebouwde kom van Nunhem.
 
2.2 Gewenste situatie
 
De noodzaak van het wijzigingsplan is gelegen in de gewenste verkoop van het perceel. De beoogd
koper heeft niet het voornemen op de locatie een fysiotherapiepraktijk of andere maatschappelijke
functie te gaan uitoefenen. Het wonen zal in de toekomst de hoofdfunctie vormen.
Bij de bestemmingswijziging is geen sprake van sloop, nieuwbouw of wijziging van de
perceelsinrichting. De achtergrond van de planologische procedure is uitsluitend functioneel.
 
In de toekomstige situatie zal alle bebouwing gebruikt worden (blijven) voor de woonfunctie en
worden de onbebouwde gronden benut als inrit, terras, tuin en overige buitenruimte. Hier zijn geen
significante wijzigingen beoogd.
 
 
Met gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid die is opgenomen in artikel 14.7.1 van het
bestemmingsplan “Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016” wordt de bestemming
‘Maatschappelijk’ gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’. Dit maakt het juridisch-planologisch
mogelijk dat de nieuwe eigenaar in de voormalige bedrijfswoning mag wonen. De maatschappelijke
functie, die al enige jaren beëindigd is, blijft uiteraard beëindigd.
 
3 Toetsing wijzigingsbevoegdheid
 
Zoals eerder aangegeven geldt op de locatie het bestemmingsplan ‘Reparatie- en veegplan
Buitengebied Leudal 2016’. Voor de gronden aan de Napoleonsweg 134 (Nunhem) geldt de
bestemming ‘Maatschappelijk’. Het gewenste gebruik van het perceel als burgerwoning past niet
binnen deze bestemming. In overleg met de gemeente Leudal is overeengekomen de bestemming
binnenplans te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’.
  
3.1 Omschakeling 'Maatschappelijk' naar 'Wonen'
Indien wordt aangetoond dat voldaan wordt aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid, kan
worden geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan de criteria die de gemeenteraad van Leudal
heeft vastgesteld om de bestemming ‘Maatschappelijk’ om te zetten in ‘Wonen’. Tussen de
vaststelling van het geldende bestemmingsplan en dit wijzigingsplan zijn er geen beleidswijzigingen
geweest, die aanleiding geven om geen toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid.
Onderstaand worden de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid cursief opgesomd en is het
initiatief per voorwaarde getoetst.
 
14.7.1 Wijziging in bestemming Agrarisch, Natuur of Wonen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Maatschappelijk' te wijzigen in de
bestemming 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden - 1' tot en met 'Agrarisch met waarden - 4', 'Natuur'
of 'Wonen' indien de activiteit ter plaatse is beëindigd en er geen redenen zijn om aan te nemen dat
de activiteit op korte termijn wordt voortgezet, met dien verstande dat:
Het voornemen is de bestemming te wijzigen. De fysiotherapiepraktijk, die de grondslag vormde
voor de bestemming ‘Maatschappelijk’, is in 2013 ter plaatse geheel beëindigd. De praktijk is destijds
door opvolgers verplaatst naar een nieuwe locatie. Sinds 2013 wordt op de locatie geen
maatschappelijke functie meer uitgeoefend. Gezien de leeftijd van initiatiefnemers (75+) mag
worden aangenomen dat zij dergelijke activiteiten niet meer zullen ontplooien op de locatie.
Gedurende het verkooptraject is gebleken dat er geen gegadigden zijn in de doelgroep voor verkoop
als object met maatschappelijke functie. Wel is er vraag voor het gebruik van de locatie als
burgerwoning.
 
a. het gebruik als agrarisch, natuur of wonen vanuit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is;
De milieuhygienische aanvaardbaarheid van de functie wonen is op alle relevante aspecten getoetst
in hoofdstuk 5 ‘Onderzoeksaspecten’. Het gebruik voor deze functie blijkt milieuhygiënisch
aanvaardbaar.
 
b. sprake is van een goed woon- en leefklimaat;
Voor de toetsing van het woon- en leefklimaat wordt eveneens verwezen naar hoofdstuk 5
‘Onderzoeksaspecten’. Hieruit blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
 
c. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
Met de functiewijziging is geen sprake van sloop en/ of nieuwbouw. Er vindt geen wijziging plaats
van de bebouwde of onbebouwde situatie. Daarbij blijft de bouwaanduiding ‘karakteristiek’
gehandhaafd voor het perceel.
  
d. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast;
In de omgeving van het plangebied zijn diverse functies gelegen. Hoofdstuk 5 van deze toelichting
gaat in op de eventuele consequenties van de wijziging voor functies in de omgeving. Hieruit blijkt
dat de belangen en bestemmingen in de omgeving niet worden aangetast.
 
e. de meest recente regionale woonvisie en gemeentelijk woningbouwprogramma in acht wordt
genomen;
Op de locatie is reeds één (bedrijfs-)woning aanwezig, die onderdeel uitmaakt van de bestaande
regionale en gemeentelijke woningvoorraad. De woning wordt omgezet van bedrijfswoning naar
burgerwoning. Er wordt geen woonfunctie toegevoegd. Het initiatief valt dan ook niet onder de
werkingssfeer van de woonvisie en het woningbouwprogramma.
 
f. sprake is van een verbetering van de omgevingskwaliteit, overeenkomstig het bepaalde in
artikel 55.4;
De bestemming van het perceel Napoleonsweg 134 wijzigt van ‘Maatschappelijk’ naar ‘Wonen’. Er
vindt geen wijziging van de bebouwing plaats, waardoor de uitstraling van het perceel niet
verandert.
Door het verdwijnen van de maatschappelijke functie, verdwijnen ook de verkeersbewegingen die
bij een fysiotherapiepraktijk worden gegenereerd. Met 5 behandelkamers en veelal 2
behandelingen per uur, gedurende 5 werkdagen per week, was er in het verleden sprake van een
aanzienlijke verkeersaantrekkende werking. Zowel milieukundig als ruimtelijk is het verdwijnen van
deze verkeersbewegingen een gewenste ontwikkeling. Er is hiermee sprake van een verbetering van
de omgevingskwaliteit.
Zoals eerder in deze toelichting omschreven is op het perceel reeds robuuste beplanting aanwezig.
Aan de zuid- en westzijde betreft het een strook van 15 – 25 meter met veel inheemse soorten zoals
eik, beuk, hazelaar en vlier. De bossage achter op het perceel loopt door tot aan de achterzijde van
de bebouwing, waarmee feitelijk het deel van de noordzijde van het perceel dat niet bebouwd is,
ook geheel ingepast is.
Rond de woning is een siertuin aanwezig. Deze wordt grofweg begrensd door de inrit ten zuiden van
de bebouwing en achterzijde van de ‘aanbouw’ aan de noordwestzijde. Ten zuiden van de inrit,
parallel aan de Napoleonsweg, bestaat de beplanting uit inheemse struiken, zoals hazelaar,
meidoorn en esdoorn.
 
g. de landschappelijke inpassing dient plaats te vinden binnen het bouwvlak en wordt in de vorm
van een voorwaardelijke verplichting opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en
instandhoudingsverplichting;
De kwaliteitswinst bestaat uit het verdwijnen van de maatschappelijke functie ter plekke. Gezien de
aard van de ontwikkeling en de bestaande beplanting op het perceel is aanvullende landschappelijke
inpassing niet aan de orde.
 
h. de bouw- en gebruiksregels voor de bestemmingen 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden - 1' tot
en met 'Agrarisch met waarden - 4', 'Natuur' of 'Wonen' in dit bestemmingsplan onverkort van
toepassing blijven.
Het plangebied wordt bij de ontwikkeling bestemd als ‘Wonen’, waarbij de regels uit het
bestemmingsplan ‘Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016’ van toepassing verklaard
worden. Voor het perceel gaan dan ook onverkort de bouw- en gebruiksmogelijkheden gelden uit
de bestemming ‘Wonen’ van voornoemd moederplan.
 
4 Beleid
 
De wijziging van de bestemming 'Maatschappelijk' in de bestemming 'Wonen' is van ondergeschikte
aard.
De wijzigingsbevoegdheid is opgenomen in het ‘moederplan’, waarmee reeds een afweging heeft
plaatsgevonden onder welke omstandigheden wijziging van de bestemming ook beleidsmatig
mogelijk en gewenst is. Uit het vorige hoofdstuk blijkt dat aan de opgenomen
wijzigingsvoorwaarden wordt voldaan.
 
Bij de herbestemming is geen sprake van een nieuwe woningbouw ontwikkeling. Deze wijziging is
primair noodzakelijk om de financiering van de beoogd koper van het perceel rond te krijgen.
Het beleid van de Rijks-, provinciale en gemeentelijke overheid is er op gericht het landelijk gebied
zo min mogelijk te verstenen en publieksaantrekkende functies te concentreren in de kernen en
centra. Door de functiewijziging worden enerzijds de bouwmogelijkheden op het perceel beperkt
(geen bebouwing ten behoeve van de maatschappelijke functie meer toegestaan), hetgeen een
bijdrage levert aan het tegengaan van verstening in het buitengebied. Daarnaast wordt voorkomen
dat een maatschappelijke, publieksaantrekkende functie, zoals een fysiotherapiepraktijk, zich
opnieuw vestigt in het buitengebied. De levendigheid en functionele diversiteit in kernen wordt
hiermee indirect bevorderd.
 
Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling zijn er geen Rijks-, provinciale, regionale of
gemeentelijke belangen in het geding. Het initiatief past binnen geformuleerde
beleidsdoelstellingen.
 
 
5 Onderzoeksaspecten
   
5.1 Inleiding
 
Bij de toekenning van een nieuwe functie aan een bepaald gebied dient rekening gehouden te
worden met mogelijke (milieu-)effecten op de omgeving en vanuit de omgeving. Het onderzoek naar
de milieuaspecten zoals bedrijven en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, bodem, geur en externe
veiligheid wordt in de volgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar planologische
aspecten, zoals kabels en leidingen, water, archeologie en cultuurhistorie, natuur, verkeer en
parkeren en duurzaamheid. Ook de hieruit voortkomende bevindingen worden in dit hoofdstuk
toegelicht.
 
5.2 Bedrijven en milieuzonering
 
Binnen het plangebied is één woning aanwezig. Deze (voormalige) bedrijfswoning wordt met
voorliggend plan omgezet in een burgerwoning. De aanwezigheid van een bedrijfswoning en
maatschappelijke functie zijn op dit moment vanuit de geldende bestemming toegestaan. De
bestemming maatschappelijk biedt ruimte aan het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale,
maatschappelijke, educatieve, medische en openbare dienstverlening.
 
De bedrijfsmatige mogelijkheden, zoals die worden geboden onder de bestemming
‘Maatschappelijk’ verdwijnen met de bestemmingswijziging. Uitsluitend de woonfunctie blijft
behouden.
 
Milieuzonering vanuit plangebied naar omgeving
Woningen worden niet beschouwd als functies die een negatieve milieu-invloed op hun omgeving
hebben. Een toets van de invloed van deze functie in het plangebied op de omgeving hoeft dan ook
niet plaats te vinden.
 
Maatschappelijke functies kunnen, afhankelijk van hun aard en omvang, negatieve milieu-invloed
hebben op gevoelige functies in de omgeving. Met voorliggend plan verdwijnt dit bedrijfsmatig
gebruik, waardoor er geen sprake meer is van potentiële negatieve milieu-invloed.
 
Milieuzonering vanuit omgeving naar plangebied
Woningen worden wel beschouwd als gevoelige functies voor milieu-invloed van inrichtingen uit
hun omgeving. Dit zelfde geldt voor een groot aantal maatschappelijke functies, zoals onderwijs en
zorg en bepaalde recreatieve- en detailhandelsfuncties. Bij het toekennen van een nieuwe gevoelige
functie dient inzichtelijk gemaakt te worden dat in de omgeving van de locatie geen bedrijven of
inrichtingen voorkomen die het woon- en leefklimaat dusdanig slecht beïnvloeden, dat de nieuwe
gevoelige functie niet toegestaan kan worden.
 
Binnen het plangebied zijn in de huidige situatie de gebruiksvormen wonen (bedrijfswoning) en
maatschappelijk toegestaan. Zoals eerder omschreven zijn op grond van de maatschappelijke
bestemming binnen dit spectrum sociale, maatschappelijke, educatieve, medische en openbare
dienstverlening mogelijk. In de regels worden geen beperkingen opgelegd aan de aard van het
gebruik binnen deze categorieën. Sociale en medische dienstverlening zou kunnen bestaan uit
dagbehandeling, maar ook uit nachtverblijf.
 
Deze toegestane en aanwezige functies op het perceel Napoleonsweg 134 worden in de ruimtelijke
en milieutoetsing beschouwd als gevoelige functies. Bijvoorbeeld wanneer in de omgeving van een
(niet-agrarische) bedrijfswoning een ontwikkeling plaatsvindt, gelden hiervoor qua toegestane
geluidbelasting dezelfde normen als voor een burgerwoning. Dit geldt ook voor de aspecten geur en
luchtkwaliteit.
 
De beoogde bestemmingswijziging beïnvloed de manier waarop impact van inrichtingen in de
omgeving op het plangebied getoetst moet worden dan ook niet.
In de directe omgeving van Napoleonsweg 134 zijn een aantal bedrijfsmatige activiteiten toegestaan
en aanwezig. De gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van deze inrichtingen wijzigen niet met de
beoogde bestemmingswijziging van ‘Maatschappelijk’ naar ‘Wonen’. Het perceel Napoleonsweg
134 is immers al een gevoelig object in het kader van de milieutoetsing.
 
 
 
Ook voor de toets van het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied is het huidige gebruik
van belang. Het woon- en leefklimaat wordt bepaald door functies die in de omgeving aanwezig zijn.
De mogelijkheden voor omliggende inrichtingen worden echter beïnvloed door functies in hun
omgeving. De inrichtingen mogen geen onevenredige hinder veroorzaken op gevoelige functies. Nu
in het plangebied reeds gevoelige functies zijn toegelaten, kan worden geconcludeerd dat de
zorgplicht voor goed woon- en leefklimaat voor het perceel Napoleonsweg 134 reeds bestaat.
Voor de volledigheid is een toets uitgevoerd aan de hand van de (indicatieve) lijst ´Bedrijven en
Milieuzonering´, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, 2009). De
resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 4 bij deze toelichting.
 
5.3 Geluid
 
Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en
railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het
Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale
geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt
tussen bestaande en nieuwe situaties.
 
Wegverkeerslawaai
Op grond van de Wet geluidhinder dient voor nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden
aan de geluidbelasting vanaf omliggende zoneplichtige wegen.
Op de locatie Napoleonsweg 134 is reeds een geluidgevoelig object aanwezig. Er is geen sprake van
oprichting van nieuwe geluidgevoelige objecten en/ of het verplaatsen van het geluidgevoelig
object. De Wet geluidhinder is voor deze planwijziging dan ook niet van toepassing. Aangezien de
Wet geluidhinder niet aan de orde is, is dientengevolge ook een hogere waarde procedure niet aan
de orde bij het onderhavige plan.
 
Daarnaast heeft de gemeente Leudal in 2018 in het kader van de Subsidieregeling sanering
verkeerslawaai een geluidonderzoek uit laten voeren, onder andere voor Napoleonsweg 134. Dit
onderzoek is uitgevoerd in het kader van een project, waarin onderzocht wordt of woningen in
aanmerking komen voor geluidwerende voorzieningen. Een bestaande woning komt in aanmerking
voor deze voorzieningen indien het maximale binnenniveau van 43 dB wordt overschreden, omdat
er dan geen sprake meer is van een acceptabel woon- en leefklimaat voor wat betreft het aspect
geluid.
In het kader van het onderzoek zijn de geluidbelasting op de gevel en binnenwaarden in
geluidgevoelige ruimtes bepaald. Uit de berekening blijkt dat in de woning Napoleonsweg 134 het
binnenniveau voldoet aan de 43 dB-toets. Het college heeft dan ook besloten dat de woning niet in
aanmerking komt voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen in het kader van het
project (zie bijlage 1. - brief gemeente Leudal; ‘Gevelisolatieproject B-lijst woningen’, d.d. 9 augustus
2019).
Middels het onderzoek is aangetoond dat er voor het aspect wegverkeerslawaai sprake is van een
akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
 
Industrielawaai
De eventuele geluidsinvloed van omliggende bedrijven en inrichtingen op het plangebied is reeds
getoetst in paragraaf 5.2. Een nader akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk.
 
Conclusie
In het plangebied is reeds sprake van een geluidgevoelige functie, die wordt behouden. Voor de
bepalingen uit de Wet geluidhinder is er geen sprake van een ‘nieuwe situatie’. Daarbij is gebleken
dat het aspect geluid, zowel voor het onderdeel ‘wegverkeer’ als voor het onderdeel
‘industrielawaai’, geen beperkingen oplegt aan de beoogde functiewijziging van Napoleonsweg 134.
Bovendien is aantoonbaar sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
 
5.4 Luchtkwaliteit
 
Wet Luchtkwaliteit
Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking en staan de hoofdlijnen voor
regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5).
Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde
bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden
wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van
de bevoegdheid:
  • Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. 
  • Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
  • Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging.
  • Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen.
 
Hierna wordt ingegaan op het feit dat het initiatief ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan
de luchtverontreiniging, waardoor luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering vormen.
 
‘Niet in betekenende mate (NIBM)’
In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de
concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een
toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3%
van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide
(NO2). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens
blijft:
  • Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM.
  • Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden.
 
Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan
grenswaarden plaats te vinden.
De Regeling NIBM geeft voor een aantal soorten van projecten een (getalsmatige) invulling aan de
NIBM-grens. Het gaat daarbij om woningbouwprojecten, kantoorprojecten en enkele inrichtingen
(bijvoorbeeld landbouwinrichtingen). Als een project binnen de begrenzing van de Regeling NIBM
valt, dan is geen verdere toetsing aan de grenswaarden nodig. Het project geldt dan als een NIBMproject
en kan doorgaan zonder dat extra maatregelen worden genomen. Tevens is er dan geen
luchtkwaliteitsonderzoek nodig.
 
De 3% is als volgt gekwantificeerd:
  • Voor woningbouw geldt dat de 3% grens is vastgesteld op 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 3.000 woningen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
  • Voor kantoren geldt dat de 1% grens is vastgesteld op 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
 
De herbestemming van het perceel Napoleonsweg 134 van ‘Maatschappelijk’ naar ‘Wonen’ valt
ruimschoots binnen de NIBM-grens. De burgerwoning die in het plangebied ‘ontstaat’ is in de
huidige situatie reeds aanwezig als bedrijfswoning. Het plan geldt dan ook als een NIBM-project.
De functiewijziging zorgt ervoor dat de verkeersaantrekkende werking van de locatie afneemt. Er
zal dan ook sprake zijn van een vermindering van de bijdrage van de locatie aan de verschillende
componenten die de luchtkwaliteit (negatief) beïnvloeden. Een nader onderzoek naar de
luchtkwaliteit ten gevolge van de ontwikkeling is niet nodig.
 
Huidige achtergrondconcentratie
Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de
luchtkwaliteit in het plangebied zelf wanneer in de nieuwe situatie sprake is van een nieuw gevoelig
object. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit.
 
In voorliggend plan is geen sprake van een nieuw gevoelig object, omdat ter plaatse reeds een
woning en maatschappelijke functies zijn toegestaan. Een nadere toetsing kan dan ook achterwege
blijven.
 
Conclusie
Door het feit dat de ontwikkeling ‘NIBM’ is, kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve
gevolgen zullen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Daarnaast wijzigt de situatie met het oog op het
aspect luchtkwaliteit niet; zowel in de huidige als in de nieuwe situatie is de locatie bestemd voor
gevoelige functies.
Geconcludeerd wordt dan ook dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de
bestemmingswijziging.
 
5.5 Bodem
 
passend is in relatie tot de bodemkwaliteit. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt
zijn voor de volgens de bestemming toegestane functie(s).
 
Omdat reeds een woonfunctie is toegestaan, kan volstaan worden met een vooronderzoek naar de
bodemkwaliteit. Door BodemInzicht is een vooronderzoek uitgevoerd voor Napoleonsweg 134
(NEN5725). De onderzoeksrapportage (d.d. 13 november 2020) is opgenomen als bijlage 2. bij deze
toelichting. De conclusie van het onderzoek luidt samengevat als volgt:
 
Het vooronderzoek leidt tot de hypothese dat de onderzoekslocatie, behoudens de
voormalige HBO-tanklocatie, onverdacht is met betrekking tot bodemverontreiniging.
De voormalige tanklocatie wordt als verdachte deellocatie beschouwd op aanwezigheid van
minerale olie in grond en grondwater. In het vooronderzoek wordt geadviseerd deze voormalige
tanklocatie conform strategie VEP-00 te onderzoeken.
 
Op basis van het vooronderzoek is de locatie onverdacht voor aanwezigheid van asbest in de bodem.
Voorliggend wijzigingsplan heeft uitsluitend tot doel het toegestane gebruik van het perceel te
wijzigen van ‘Maatschappelijk’ naar ‘Wonen’. Nu er geen sloop of (nieuw)bouw aan de orde is, is er
vooralsnog geen aanleiding de bodem ter plaatse van de tank verder te onderzoeken.
 
5.6 Externe veiligheid
 
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de
omgeving vanwege:
  • het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen);
  • het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen);
  • het gebruik van luchthavens;
  • het gebruik van windturbines.
 
Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste
toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden
opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er
specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen
is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe
veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden
transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het
bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor
luchthavens geldt specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid
en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. De laatste twee onderdelen zijn niet
relevant voor dit bestemmingsplan.
 
Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden aan het externe veiligheidsbeleid. In
ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op de risico’s in het projectgebied ten gevolge van
handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven,
te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
 
Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te
overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in
risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans
van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.
 
Groepsrisico
Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te
overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie
van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in
een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000
personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als
ijkpunt in de verantwoording (géén norm).
 
Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet
verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in
de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere
kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico.
 
(Beperkt) kwetsbare objecten
Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij
een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten
zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het
Besluit externe veiligheid inrichtingen.
 
Risicovolle activiteiten
In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van
risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle
activiteiten worden toegestaan.
 
 
Plangebied
Uit de Risicokaart blijkt dat de Napoleonsweg N273 is aangewezen als hoofdtransportroute. Gezien
de vervoersbewegingen met verschillende gevaarlijke stoffen bedraagt de plaatsgebonden 10-6
risicocontour 0 meter. Voor het groepsrisico geldt als overschrijdingsfactor oriëntatiewaarde < 0,1
maal de oriënterende waarde.
De risico’s als gevolg van het wegverkeer op de Napoleonsweg reiken dan ook niet verder dan de
weg zelf.
 
Op ruim 500 meter ten oosten van het plangebied loopt een ondergrondse leiding van de Gasunie.
Gezien de grote afstand en het feit dat in het plangebied geen gevoelige functie wordt toegevoegd
is een nadere toetsing niet noodzakelijk.
 
De risicokaart benoemt in de omgeving van het plangebied geen inrichtingen die een negatieve
invloed op het aspect ‘externe veiligheid’ hebben.
Voor de leverancier van autobanden, ten zuiden van het plangebied, is bekend dat de provincie het
bevoegd gezag is voor dit bedrijf. In het kader van brandveiligheid heeft de provincie voorwaarden
gesteld aan de opslag van banden. De opslag dient plaats te vinden in verschillende
compartimenten, om de impact bij eventuele brand te beperken. Op het terrein zijn met
zogenaamde legioblocken, dan ook ‘vakken’ gemaakt. Door toepassing van deze blocken wordt
branddoorslag en brandoverslag voorkomen.
 
Onder de overige thema’s van de Risicokaart worden geen risicobronnen benoemd.
 
Nu er geen significante risicobronnen in de omgeving aanwezig zijn en het aantal gevoelige functies
niet toe- maar afneemt (verdwijnen maatschappelijke functie) kan worden geconcludeerd dat het
aspect ‘externe veiligheid’ geen beperkingen oplegt aan de bestemmingswijziging.
 
Advies Veiligheidsregio Limburg-Noord
Het plan is ter advisering voorgelegd aan de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN). Zij heeft per
brief van 11 december 2020 (onderwerp: ‘Advies inzake verantwoording GR bij
bestemmingsplanwijziging, kenmerk 2020-002937. Bijlage 5) gereageerd op het voornemen om de
bestemming te wijzigen in ‘Wonen’.
In de brief wordt opgemerkt dat het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de Provinciale
weg N273 (Napoleonsweg). Het groepsrisico overschrijdt de oriëntatiewaarde en de 10% van de
oriëntatiewaarde niet. Zodoende kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het
groepsrisico, aldus de VRLN.
Verantwoording:
Door de functiewijziging worden de gebruiksmogelijkheden en daarmee het aantal aanwezige
personen ingeperkt. Dit vertaalt zich in een positief effect op het groepsrisico en het potentieel
aantal slachtoffers (afname aantal potentiële slachtoffers).
 
In het kader van de verantwoording zijn drie scenario’s maatgevend:
  • Optreden van een koude of een warme BLEVE (kokende vloeistof-gasexpansie-explosie) op de N273;
  • Ontstaan van een plasbrand op de N273;
  • Vrijkomen van toxische stoffen op de N273.
Gezien deze scenario’s geldt de volgende afweging en advies:
 
Zelfredzaamheid
Personen in de woonfunctie zijn naar verwachting overwegend zelfredzaam. De personen in het
plangebied kunnen schuilen in hun eigen woning, indien dit gebouw voldoende bescherming biedt.
Er zijn daarnaast voldoende vluchtmogelijkheden aanwezig om bij een incident van de risicobron af
te kunnen vluchten.
 
Advies VRLN
  • De toekomstige bewoners moeten kennis hebben van de gevaren van de externe veiligheid scenario’s en weten wat te doen bij het optreden van deze scenario’s. Hierdoor kan het juiste handelingsperspectief gekozen worden, namelijk schuilen of vluchten. Bij de verkoop van de woning dient aan de toekomstige bewoners de voorgestelde handelingsperspectieven te worden meegegeven.
  • Indien de woning is voorzien van mechanische ventilatie, wordt geadviseerd om deze installatie te voorzien van een centrale voorziening (gemakkelijk te bereiken; bijvoorbeeld in de meterkast) om de ventilatie te kunnen uitschakelen bij een toxische scenario, zodat men in het gebouw veilig kan schuilen.
 
Conclusie
De beoogde bestemmingswijziging leidt tot afname van het groepsrisico. Personen in de woning
worden geacht voldoende zelfredzaam te zijn bij een incident. Met het opnemen van deze
paragraaf in de toelichting van het bestemmingsplan zijn toekomstige bewoners op de hoogte van
de handelingsperspectieven. In de woning is geen centrale mechanische ventilatie aanwezig,
waardoor het tweede deel van het advies niet van toepassing is.
Het aspect externe veiligheid leidt niet tot beperkingen voor de voorgenomen functiewijziging.
 
 
5.7 Kabels en leidingen
 
In het geldend bestemmingsplan ‘Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016’ en op de
risicokaart zijn in of in de omgeving van het plangebied geen kabels of leidingen opgenomen die
planologische bescherming behoeven. Voor het initiatief gelden dan ook geen belemmeringen
vanuit het aspect ‘kabels en leidingen’.
  
5.8 Water
 
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dienen waterhuishoudkundige belangen meegewogen te
worden. De ‘watertoets’ is hiervoor het toetsinstrument. Het doel van de watertoets is het
voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te
voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie
minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie.
 
Hemelwater
Het nemen van maatregelen voor de afkoppeling van hemelwater, is noodzakelijk indien er sprake
is van een toename van het verhard oppervlak (bebouwing en verharding). Voorliggend initiatief
richt zich op de bestemmingswijziging naar ‘Wonen’. De huidige bebouwing op de locatie blijft
behouden. Met het verdwijnen van de bestemming ‘Maatschappelijk’ nemen de
bouwmogelijkheden op het perceel af. Maatregelen voor de afkoppeling van hemelwater zijn dus
niet noodzakelijk.
Een negatieve beïnvloeding van het grondwaterpeil of de waterhuishouding is gezien de aard van
het plan niet aan de orde.
 
Afvalwater
Het (huishoudelijk) afvalwater blijft conform de huidige situatie aangesloten op het bestaande
rioleringssysteem.
 
Overleg waterbeheerder
Gezien de beperkte omvang van het initiatief is het niet verplicht het plan te bespreken/ voor te
leggen aan het waterschap. Uiteraard heeft het waterschap in het kader van de formele
planprocedure de mogelijkheid om op het initiatief te reageren.
 
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat de bestemmingswijziging geen belemmeringen oplevert voor de
waterhuishoudkundige situatie en dat de waterhuishoudkundige situatie ook geen belemmeringen
oplevert voor de wijziging van de bestemming ‘Maatschappelijk’ in ‘Wonen’.
 
5.9 Archeologie en cultuurhistorie
 
De Erfgoedwet verplicht gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening te houden met in de
grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische resten.
 
De gemeente Leudal heeft haar archeologisch beleid vastgelegd in een archeologische beleidskaart.
 
 
De waardering op de archeologische beleidskaart is doorvertaald in het geldende bestemmingsplan.
Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Op basis van deze
dubbelbestemming is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen vanaf 1.000 m2 en
een diepte van 0,40 meter.
 
De dubbelbestemming wordt overgenomen in onderhavig wijzigingsplan. Hierdoor wordt de
bescherming van archeologische belangen bij eventuele toekomstige bodemingrepen gewaarborgd.
Daarnaast vindt er binnen het plangebied slechts een bestemmingswijziging plaats, zonder sloop,
nieuwbouw of significante wijziging van beplanting. De bodem blijft daarmee ongeroerd.
 
Archeologisch onderzoek is in het kader van deze procedure dan ook niet aan de orde. Wanneer de
beoogd koper van het perceel in de toekomst werkzaamheden gaat uitvoeren die het roeren van de
bodem tot gevolg hebben, blijven de voorwaarden vanuit de dubbelbestemming ‘Waarde –
Archeologie 5’ van kracht.
 
Nu het plan niet zorgt voor wijziging in de bebouwde of onbebouwde situatie ter plaatse heeft het
geen invloed op cultuurhistorische waarden in of in de omgeving van het plangebied.
 
5.10 Natuur
 
Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen ten aanzien van de natuurbescherming
inzichtelijk gemaakt te worden. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking
getreden. De Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en Fauna wet
(soortenbescherming) en de Boswet zijn opgegaan in deze nieuwe wet. De strekking van de wet
blijft gelijk: de beschermde gebieden en soorten mogen niet aangetast worden bij ruimtelijke
ontwikkelingen.
  
Gebiedsbescherming
Door het Rijk zijn in Nederland Natura 2000-gebieden aangewezen. Hiermee wordt uitvoering
gegeven aan de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen
bepaald.
  
 
Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere
handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000
gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen
verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat
gebied is aangewezen. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse
aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring,
verzuring en vermesting.
In de directe omgeving van het plangebied zijn geen Natura 2000 gebieden gelegen. Het meest
nabijgelegen gebied betreft Leudal, ten noorden van de kernen Nunhem en Haelen, op ruim 1
kilometer van het plangebied.
 
Het plan ziet op herbestemming van een bestaande bebouwde locatie met een bedrijfswoning en
maatschappelijke functie. De bestaande woning wordt bestemd en gebruikt als burgerwoning.
Bedrijfsmatige (maatschappelijke) activiteiten zijn niet meer toegestaan.
 
Als gevolg van de bestemmingswijziging worden zowel de bouwmogelijkheden als de
gebruiksmogelijkheden op het perceel beperkt. Met het verdwijnen van de bestemming
‘Maatschappelijk’ verdwijnt ook de verkeersaantrekkende werking ten behoeve van deze
bedrijfsmatige activiteit (5 behandelkamers en activiteitenruimte).
 
Gezien de aard, omvang en ligging van het initiatief zal dit niet leiden tot een toename van emissies
op Natura 2000 en tevens niet tot (extra) verdroging, verontreiniging, optische verstoring, verzuring
of vermesting. Ook heeft het plan geen oppervlakteverlies of versnippering tot gevolg.
 
Soortenbescherming
In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de
bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb
is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet mogen worden gedood, gevangen of
verontrust en beschermde plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden.
Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en
planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen,
te beschadigen, te vernielen of te verstoren.
 
In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming van beschermde flora- en fauna
opgenomen. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes omschreven. Per
beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing
en vrijstelling kan worden verleend. Er zijn drie beschermingsregimes, de soorten op basis van de
Vogelrichtlijn, de soorten op basis van de Habitatrichtlijn en de andere soorten genoemd in de Wet
natuurbescherming (Wnb).
 
 
Het plangebied is een deels bebouwd, deels onbebouwd terrein in het buitengebied. De
onbebouwde gronden zijn voor een belangrijk deel ingericht met inheemse beplanting.
Zowel de bebouwing als de terreininrichting en beplanting blijven als gevolg van de
bestemmingswijziging ongewijzigd behouden. Dit wijzigingsplan heeft geen gevolgen voor de
inrichting van het terrein of het huidige gebruik van de gronden (bedrijfswoning wordt immers sinds
de beëindiging van de fysiotherapiepraktijk feitelijk al gebruikt als burgerwoning).
In het kader van de planontwikkeling zullen geen gebouwen worden gesloopt en zal geen beplanting
worden verwijderd. Hiermee is uitgesloten dat het initiatief negatieve effecten heeft op flora en
fauna. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
 
5.11 Verkeer en parkeren
 
Het perceel Napoleonsweg 134 wordt ontsloten vanaf de Napoleonsweg (inrit ten zuiden van de
woning) en Terbetenweg. Zowel de oprit aan de zijde van de Napoleonsweg als het eigen terrein
voor de aanbouw aan de zijde van de Terbetenweg biedt ruimte om diverse auto’s te stallen.
Het plan voorziet in een wijziging naar de bestemming ‘Wonen’. De verkeersstromen zullen als
gevolg van deze wijziging beperkt wijzigen. De verkeersbewegingen ten behoeve van de functie
‘Maatschappelijk’ verdwijnen in zijn geheel.
 
De Napoleonsweg en Terbetenweg krijgen uitsluitend nog de verkeersbewegingen ten behoeve van
de woonfunctie te verwerken. Ook is uitsluitend nog parkeren ten behoeve van het ‘Wonen’ aan de
orde. Op eigen terrein bieden de inrit, carport en de verharding voor de voormalige praktijk meer
dan voldoende parkeerruimte (ca. 8 parkeerplaatsen).
 
Wanneer de wijziging zorgt voor consequenties voor de verkeerssituatie ter plaatse, zal dit louter
positief zijn.
 
 
6 Juridische planopzet
   
6.1 Algemeen
 
Voor het wijzigingsplan gelden op grond van wet- en regelgeving een aantal voorwaarden en
bepalingen. Deze hebben onder meer betrekking op de opbouw, inhoud en digitale
raadpleegbaarheid.
Behalve de landelijke bepalingen is bij het plan uitgegaan van het Handboek bestemmingsplannen
van de gemeente Leudal en het ter plaatse van het plangebied geldende bestemmingsplan
‘Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016’.
 
In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied
opgenomen. Het onderhavige wijzigingsplan regelt de inrichting van het gebied door voor de
gronden bestemmingen aan te wijzen. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de
verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. Kenmerkend voor het wijzigingsplan is de
aansluiting bij het zogenaamde ‘moederplan’, het plan waarin de wijzigingsbevoegdheid is
opgenomen. Voorliggend wijzigingsplan sluit dan ook zo veel mogelijk aan bij het bestemmingsplan
‘Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016’.
  
6.2 Verbeelding
 
Op de verbeelding zijn aangegeven:
  • de grens van het plangebied;
  • de enkelbestemming ‘Wonen’;
  • de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 5’;
  • de bouwaanduiding ‘karakteristiek’;
  • de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – boringsvrije zone’;
  • de gebiedsaanduiding ‘overige zone – kernrandzone’ (voor een deel van het plangebied);
  • de gebiedsaanduiding ‘overige zone – landschappelijke elementen’ (voor een deel van het plangebied).
 
6.3 Regels
 
De voorschriften van het moederplan zijn opgesteld conform SVBP en gelden dus onverkort voor
het onderhavig wijzigingsplan.
 
De regels zijn als volgt opgebouwd:
  • inleidende regels;
  • bestemmingsregels;
  • algemene regels;
  • overgangs- en slotregels.
Op grond van de voorwaarden genoemd in artikel 14.7.1 van het bestemmingsplan ‘Reparatie- en
veegplan Buitengebied Leudal 2016’ van de gemeente Leudal geldt dat voor de woning in het
plangebied artikel 29 ‘Wonen’ van toepassing wordt. Deze bestemming bepaalt de gebruiks- en
bouwmogelijkheden voor de bestaande woning voor de huidige en toekomstige bewoners.
  
7 Uitvoerbaarheid
   
7.1 Economische uitvoerbaarheid
 
De bestemmingswijziging van het perceel Napoleonsweg 134 betreft een particulier initiatief. De wijziging is noodzakelijk om de locatie te kunnen verkopen. Met dit wijzigingsplan zijn, behalve de plankosten en legeskosten, waarover specifieke afspraken gemaakt worden tussen de gemeente en initiatiefnemer, dan ook geen financiële aspecten aan de orde.
 
Overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening is voor voorliggend wijzigingsplan geen exploitatieplan noodzakelijk. Met de gemeente wordt een planschadeovereenkomst gesloten.
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid en procedure
 
Het planvoornemen betreft het wijzigen van de bestemming ‘Maatschappelijk’ naar ‘Wonen’. De dubbelbestemming en overige aanduidingen voor het perceel blijven gehandhaafd. De beoogd koper wenst de locatie te gebruiken als burgerwoning, en hier geen maatschappelijke functie te exploiteren. Door het omzetten naar een woonbestemming is het gebruik ten behoeve van maatschappelijke functies niet langer toegestaan.
Qua feitelijk functioneel gebruik is de voorgenomen wijziging zeer beperkt aangezien de fysiotherapiepraktijk ter plaatse reeds in 2013 is beëindigd. De herbestemming maakt het juridisch-planologisch mogelijk dat de bestaande bedrijfswoning bewoond mag worden als burgerwoning.
 
Omgevingsdialoog
Ten behoeve van de beoogde bestemmingswijziging van Napoleonsweg 134 van ‘Maatschappelijk’ naar ‘Wonen’ is een omgevingsdialoog gevoerd door de initiatiefnemers (november 2020). De omwonenden/ omliggende grondeigenaren zijn geïnformeerd over het voornemen de bestemming te wijzigen.
 
Het verslag van deze dialoog is als bijlage 3 opgenomen bij deze toelichting. Door 3 van de 4 omliggende grondeigenaren is aangegeven dat zij geen bezwaren hebben tegen de bestemmingswijziging. Eén van hen heeft hierbij wel opgemerkt dat de wijziging zijn huidige en toekomstige bedrijfsvoering niet negatief mag beïnvloeden. Eén van de omliggende grondeigenaren heeft aangegeven de bestemmingswijziging als niet wenselijk te zien. Naar aanleiding van de geuite zorgen tijdens de omgevingsdialoog is voorliggende toelichting op enkele onderdelen aangevuld en aangepast. Het verslag van de dialoog is aangevuld met een analyse van de bevindingen.
 
Procedure ex artikel 3.6 Wro
Het ontwerp bestemmingsplan heeft van 11 februari 2021 tot en met 24 maart 2021 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan is op 20 april 2021 ongewijzigd vastgesteld door het college van Burgemeester en wethouders van Leudal.
 
Het vastgestelde wijzigingsplan wordt zes weken voor een ieder ter inzage gelegd. Tegen ongewijzigde onderdelen ten opzichte van het ontwerp plan staat uitsluitend beroep open voor diegenen die daaromtrent eerder een zienswijze hebben ingediend, dan wel aantoonbaar verschoonbaar zijn.