Uitbreiding bouwvlak
Het bedrijf is gelegen in een gebied met Landschappelijke en/of Natuurlijke waarden. Artikel 9 van het vigerende bestemmingsplan buitengebied is daarom van toepassing voor de mogelijkheden tot uitbreiding en vormverandering van het bouwblok, zie bijlage 2a en 2b voor een het vigerende bestemmingsplan en de in 1997 goedgekeurde wijziging daarvan.
In lid 2. staat onder 2 “Beleid”, a, vermeld dat “Nieuwvestiging en vergroting van agrarische bedrijven, voor zover op grond van andere bepalingen in dit bestemmingsplan niet uitgesloten, vindt nieuwvestiging van agrarische bedrijven en vergroting van de bestemming “agrarisch bouwblok” alleen plaats in het kader van een wijzigingsplan ex artikel 11 WRO en met inachtneming van de bepalingen in lid VII van dit artikel”.
In Paragraaf VII “Wijzigingsbevoegdheid” van dit artikel (9) is geregeld dat
het college van B & W bevoegd is, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 en lid II van dit artikel, de bestemming “agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarden” te wijzigen:
- In de bestemming “agrarisch bouwblok A(b)” ten behoeve van Nieuwvestiging van agrarische bedrijven dan wel het vergroten van het “Agrarisch bouwblok”, met dien verstande dat;
- Bij de bepaling van de omvang, de vorm en de situering rekening wordt gehouden met de eisen die voortvloeiende uit de aard en omvang van het bedrijf en de daarmee samenhangende behoefte aan een redelijke uitbreidingsmogelijkheid (indien noodzakelijk kan gekozen worden voor een gekoppeld bestemmingsvlak);
- Bij nieuwvestiging de bestemming “A(b)”niet groter mag zijn dan 1,5 ha.,, hetzij 3 ha. indien het een glastuinbouw- of boomteeltbedrijf betreft, tenzij het een agrarisch bedrijf betreft dat voor meer dan 50% haar bedrijfsvoering exploiteert:
- In volle grondsteelt in welk geval de totale omvang van deze bestemming per bedrijf maximaal 6 ha. mag bedragen;
- Als intensieve veehouderij in welk geval de totale omvang van deze bestemming per bedrijf maximaal 4 ha. mag bedragen;
- Na vergroting het bestemmingsvlak “A(b)” niet groter mag zijn dan 1,5 ha., hetzij 3 ha. indien het een glastuinbouw- of een boomteeltbedrijf betreft, tenzij het een agrarisch bedrijf betreft dat voor meer dan 50 % haar bedrijfsvoering exploiteert:
- In volle grondsteelt in welk geval de totale omvang van deze bestemming per bedrijf maximaal 6 ha. mag bedragen;
- Als intensieve veehouderij in welk geval de totale omvang van deze bestemming 4 ha. mag bedragen.
- Bij vergroting van het “Agrarisch bouwblok” rekening wordt gehouden met de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en de omringende bestemmingen, differentiatievlakken en aanduidingen;
- Wijzingen van de bestemming ten behoeve van nieuwvestiging niet toegestaan is, daar waar de gronden op plankaart 3. tevens zijn aangewezen als stroomvoerend en/of waterbergen winterbed;
- het een volwaardig agrarisch bedrijf moet betreffen, dan wel een bedrijf dat zich overtuigend in de richting van volwaardigheid ontwikkelt; indicaties voor de volwaardigheid zijn de economische- en arbeidsomvang alsmede de continuïteit van het bedrijf; een en ander zal door middel van een bedrijfsplan moeten worden aangetoond;
- de nieuwvestiging of vergroting ter plaatse noodzakelijk moet zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; dit betekend dat de betrokken agrariër elders geen reële bedrijfseconomische en planologische verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden heeft;
- nieuwvestiging of vergroting allen toelaatbaar is indien er geen schadelijke effecten voor het milieu zijn te verwachten of als deze voldoende kunnen worden ondervangen, zodat een goed woon- en leefmilieu alsmede een goed bedrijfsmilieu kan worden gegarandeerd;
- voor zover de nieuwvestiging tevens een bedrijfswoning omvat, uit een ingesteld bodemonderzoek dient te blijken dat ter plaatse geen bodemverontreiniging aanwezig is en het bepaalde in artikel 6 in acht wordt genomen;
Behoudens in geval van vergroting van de bestemming “A(b)” als bedoeld in sub 1.a. onder 3 (zie hiervoor) van dit lid dienen burgemeester en wethouders alvorens tot wijziging als bedoeld sub 1. van dit lid wordt overgegaan het advies van de A.A.V. in te winnen.
Onderdeel b en c van voorgaande lid van het bestemmingsplan zijn niet nader uitgewerkt omdat deze niet van toepassing zijn op het onderhavige wijzigingsverzoek.
In de onderhavige situatie is sprake van een intensief veehouderij bedrijf. Het bestaande bouwvlak van 26.000 m2 (inclusief deel waarvoor vrijstelling is verleend) wordt uitgebreid tot ca. 32.650 m2. Daarnaast wordt de vorm van het bouwvlak binnen het extensiveringsgebied licht gewijzigd.
Dit betekend dat het college op grond van artikel 9 lid VII.1.a.3.b. de bevoegdheid heeft om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de gevraagde vormverandering en uitbreiding van het bouwblok. Hiervoor dient wel voldaan te worden aan de in het vigerende bestemmingsplan genoemde voorwaarden. Een advies van de A.A.V. is hiervoor niet noodzakelijk.
Wijzigingsvoorwaarden
Op grond van het vigerende bestemmingsplan buitengebied van de voormalige gemeente Roggel en Neer dient aan de navolgende wijzigingsvoorwaarden te worden voldaan;
- Bij de bepaling van de omvang, de vorm en de situering rekening wordt gehouden met de eisen die voortvloeiende uit de aard en omvang van het bedrijf en de daarmee samenhangende behoefte aan een redelijke uitbreidingsmogelijkheid (indien noodzakelijk kan gekozen worden voor een gekoppeld bestemmingsvlak);
- Als intensieve veehouderij in welk geval de totale omvang van deze bestemming max. 4 ha. mag bedragen.
- Bij vergroting van het “Agrarisch bouwblok” rekening wordt gehouden met de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en de waarden van de omringende bestemmingen, differentiatievlakken en aanduidingen;
- het een volwaardig agrarisch bedrijf moet betreffen, dan wel een bedrijf dat zich overtuigend in de richting van volwaardigheid ontwikkelt; indicaties voor de volwaardigheid zijn de economische- en arbeidsomvang alsmede de continuïteit van het bedrijf; een en ander zal door middel van een bedrijfsplan moeten worden aangetoond;
- de nieuwvestiging of vergroting ter plaatse noodzakelijk moet zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; dit betekend dat de betrokken agrariër elders geen reële bedrijfseconomische en planologische verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden heeft;
- nieuwvestiging of vergroting allen toelaatbaar is indien er geen schadelijke effecten voor het milieu zijn te verwachten of als deze voldoende kunnen worden ondervangen, zodat een goed woon- en leefmilieu alsmede een goed bedrijfsmilieu kan worden gegarandeerd;
De beoogde uitbreiding en vormverandering van het bouwblok voldoet geheel aan de voorwaarde die gesteld worden in het vigerende bestemmingsplan buitengebied aan de wijzigingsbevoegdheid van het college van B & W.
Mogelijkheden hoogte binnen bouwvlak
In het vigerende bestemmingsplan voor het buitengebied van de voormalige gemeente Roggel en Neer wordt gesproken over bouwblokken. Op grond van de SVPB 2008 wordt momenteel gesproken over bouwvlakken waar in het verleden de term bouwblokken werd gebruikt.
Binnen het vigerende bouwblok is het toegestaan om gebouwen op te richten. Binnen een deel van het bouwblok, bouwperceel genaamd is het niet toegestaan om gebouwen op te richten. Het bouwperceel, dat deel waar niet gebouwd mag worden, ligt geheel aan de zuid west zijde van het bouwblok en bedraagt momenteel ca. 2.750 m2. Als gevolg van de gevraagde vormverandering wordt het deel van het bouwvlak dat niet bebouwd mag worden met 291 m2 uitgebreidt. In de verdere berekeningen wordt hiermee geen rekening gehouden.
Het bestaande bouwvlak (incl deel waarvoor in 2007 vrijstelling is verleend) heeft een oppervlakte van 26.000 m2, excl. bouwperceel.
In artikel 12 van het genoemde bestemmingsplan buitengebied van de voormalige gemeente Roggel en Neer zijn de eisen vastgelegd voor de nieuwe bebouwing en toegestane activiteiten in het nieuwe bouwblok (zie voor de volledige tekst bijlage 2a).
Conform het bestemmingsplan, artikel 12 lid III.1b. mag de goothoogte niet meer zijn dan 4,5 m. en de hoogte niet meer dan 6 meter.
In artikel 12 lid VI.1 is een vrijstellingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen waarin opgenomen is dat zij vrijstelling kan verlenen van het bepaalde in lid III, sub 1, onder b. tot vergroting van de goothoogte tot ten hoogste 6,5 meter en de hoogte tot maximaal 9 meter alsmede lid 111, sub 2., onder a, tot vergroting van de hoogte va bouwwerken geen gebouwen zijnde, tot ten hoogste 15 meter mits;
- de aard van het bedrijf, bedrijfseconomische danwel andere bedrijfsomstandigheden dit wettigen;
- er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waarden van de omliggende gronden als aangegeven door middel van bestemmingen dan wel differentiatievlakken.
In november 2007 heeft het college van B & W vrijstelling verleend voor o.a. een dragende en guste zeugenstal met een zijwandhoogte van 2,70 m., een breedte van ca. 44 meter, en een nokhoogte van 9,00 m.
Nieuwe loods
kaart 3, doorsnede nieuwe loods
Zoals uit de voorgaande dwarsdoorsnede blijkt heeft de beoogde nieuwe loods een zijwandhoogte van 4,50 en een nokhoogte van 9,50 meter.
Er wordt niet voldaan aan de bebouwingsregels van het vigerende bestemmingsplan buitengebied, zie paragraaf 1.5.2. voor de gevolgen hiervan.
Mestsilo’s
Een mestsilo wordt in het bestemmingsplan aangemerkt als een bouwwerk, geen gebouw zijnde. Dit zijn bouwwerken die niet toegankelijk zijn voor mensen. In het vigerende bestemmingsplan is hierover in artikel 12 lid III.2 het volgende bepaald;
Bouwwerken, geen gebouw zijde;
- De hoogte mag maximaal 8 meter bedragen, behoudens erfafscheidingen, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 2 meter;
- Zij moeten qua aard en afmeting passen bij de toegelaten bestemming.
De mestsilo’s voldoen aan deze voorwaarde.
Vormverandering / inperking bouwvlak.
Ten behoeve van de vormverandering is het nodig dat de bestemming “Agrarisch bouwblok A(b) gewijzigd wordt in Agrarisch gebied met landschappelijk en/of natuurlijke waarden.
In Artikel 12 lid VII aanhef 1 onder sub a is een wijzigingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen voor het verkleinen van de bestemming “Agrarisch bouwperceel A(b). In combinatie met de eerste wijzigingsbevoegdheid voor het vergroten van het bouwvlak is college bevoegd om binnenplanse de vorm van het bouwvlak te wijzigen. Voor de wijzing naar ‘Agrarische gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarden zijn geen aanvullende voorschriften opgenomen.
Toetsing
Op grond van het bestemmingsplan voor het buitengebied van de voormalige gemeente Roggel en Neer heeft het college van burgemeester en wethouders een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid voor zowel de uitbreiding van het bouwvlak als de vormverandering (vergroting gecombineerd met een verkleining) van het bouwvlak.