direct naar inhoud van Regels
Plan: Meerpolder 2012, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat
Status: vastgesteld
Plantype: uitwerkingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1621.BP0102U11-VAST

Regels

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Van toepassing verklaring

Op dit uitwerkingsplan zijn de regels van het bestemmingsplan "Meerpolder 2012", vastgesteld op 31 januari 2013 door de gemeenteraad van Lansingerland, van toepassing, voor zover in de regels van dit uitwerkingsplan niet anders is bepaald en met dien verstande dat in geval van discrepantie tussen de regels van het bestemmingsplan "Meerpolder 2012" en het uitwerkingsplan, de regels van het uitwerkingsplan van toepassing zijn.

Artikel 2 Begrippen

Ter aanvulling op de begripsbepalingen van het bestemmingsplan "Meerpolder 2012" wordt in deze regels verstaan onder:

2.1 plan:

het uitwerkingsplan"Meerpolder 2012, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat" met identificatienummer NL.IMRO.1621.BP0102U11-VAST van de gemeente Lansingerland.

2.2 uitwerkings- en wijzigingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen.

2.3 bereikbare woningen:

woningen, die gerealiseerd worden conform de meest recente voorwaarden van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG), waarbij de daadwerkelijke som van de koop aanneemovereenkomst, inclusief meerwerk, onder de NHG grens blijft. Dit betreft een verkoopwaarde (prijspeil 1 januari 2022) van onder €355.000, of €376.300 wanneer er wordt voldaan aan de energiebesparende maatregelen zoals benoemd in de NHG voorwaarden. Dan wel een huurprijs van ten hoogste € 1.027 per maand (prijspeil 1 januari 2022) gedurende minimaal 15 jaar, jaarlijks te indexeren conform CPI index alle huishoudens.

2.4 sociale huurwoning:

huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, lid 1, onder a van de Wet op de huurtoeslag.

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. voet- en fietspaden;
  • c. ruiterpaden;
  • d. water;
  • e. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. speelplaatsen en speelvoorzieningen;
  • g. een hondenuitrenveld;
  • h. in- en uitritten;
  • i. voorzieningen van algemeen nut.
3.1.2 Specifiek
  • a. binnen het aanduidingsvlak 'specifieke bouwaanduiding - langzaamverkeersbrug' zijn de gronden in ieder geval bestemd voor een langzaamverkeersbrug;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tuinmuur' zijn de gronden tevens bestemd voor een tuinmuur;
  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - hondenuitrenveld' zijn de gronden tevens bestemd voor een hondenuitrenveld.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

3.2.2 Gebouwen

Op of in de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m²;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
3.2.3 Bruggen, dammen en overige andere bouwwerken

Op of in de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen andere bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemmingen worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. in ieder geval ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – langzaamverkeersbrug' mag een langzaamverkeersbrug gebouwd worden met een maximale bouwhoogte van 6 m;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tuinmuur' dient een tuinmuur te worden gebouwd overeenkomstig is aangegeven op pagina 5 van het document “Ruimte... Meerpolder projecten 71, 75, 76, 77 Berkel en Rodenrijs, Meerpolder, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat, ter hoogte Naardermeerstraat, randvoorwaarden voor ontwikkeling – februari 2022”, dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 m mag bedragen en doorloopt tot het (verlengde) van de achtergevel van de aangrenzende woning;
  • c. bruggen indien dit noodzakelijk is voor de bereikbaarheid van een aanliggend perceel en/of wenselijk is voor de verkeersafwikkeling en mobiliteit én de waterstaatkundige belangen dit gedogen;
  • d. overige andere bouwwerken, waaronder straatmeubilair en overige kunstwerken, met een maximale bouwhoogte van 3 m.
3.3 Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik:

  • a. van bouwwerken voor bewoning;
  • b. het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen;
  • c. het opslaan van goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan;
  • d. van gronden en/of bouwwerken voor prostitutie;
  • e. van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
  • f. van onbebouwde terreinen voor de opslag van caravans, boten en overige zaken;
  • g. van gronden of bouwwerken voor de opslag van vuurwerk.
3.3.2 Voorwaardelijke verplichting tuinmuur

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer' en 'Wonen' zonder de bouw en instandhouding van een tuinmuur ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – tuinmuur' overeenkomstig is aangegeven op pagina 5 van het document “Ruimte... Meerpolder projecten 71, 75, 76, 77 Berkel en Rodenrijs, Meerpolder, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat, ter hoogte Naardermeerstraat, randvoorwaarden voor ontwikkeling – februari 2022”, dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen.

3.3.3 Voorwaardelijke verplichting hondenuitrenveld

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen ‘Groen’, 'Tuin', 'Tuin - Parkeren' en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van een hondenuitrenveld ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – hondenuitrenveld’.

3.3.4 Ondergeschikte bouwonderdelen

Voor zover het gebruik van ondergeschikte bouwonderdelen zoals bedoeld in artikel 34, lid 34.1 van het moederplan niet past binnen de desbetreffende bestemming, worden deze gebruiksregels buiten beschouwing gelaten.

Artikel 4 Tuin

4.1 Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Algemeen

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. tuinen:
  • b. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder, erven, ongebouwde parkeervoorzieningen, ontsluitingen, paden, overige verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en een bruggenhoofd.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen

Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

4.2.2 Erkers

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - erker' mag een erker gebouwd worden, met dien verstande dat:

  • a. de bouwhoogte van de erker niet meer mag bedragen dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,4 m tot een maximum van 4 m;
  • b. de breedte niet meer bedraagt dan 60% van de gevel.
4.2.3 Andere bouwwerken

Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij geldt dat de hoogte niet meer mag bedragen dan:

  • a. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen en overige andere bouwwerken voor de voorgevel(s);
  • b. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel(s);
  • c. 3 m voor overige andere bouwwerken achter de voorgevel(s).
4.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor:

4.3.1 Andere bouwwerken

De bouw van overige andere bouwwerken voor de voorgevel tot 3 m.

4.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits:

  • a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde;
  • b. dit ruimtelijk inpasbaar is gelet op:
    • 1. de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de sociale veiligheid;
    • 4. het aantal parkeervoorzieningen;
    • 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen;
    • 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken;
    • 7. het milieu.
  • c. voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte.
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik:

  • a. van bouwwerken voor bewoning;
  • b. het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen;
  • c. het opslaan van goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan;
  • d. van gronden en/of bouwwerken voor prostitutie;
  • e. van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
  • f. van onbebouwde terreinen voor de opslag van caravans, boten en overige zaken;
  • g. van gronden en/of bouwwerken voor de opslag van vuurwerk.
4.4.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren
  • a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden zoals toegestaan op grond van de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren' en 'Wonen' wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeren Lansingerland' en de 'Nota parkeernormen gemeente Lansingerland', die op 27 februari 2014 zijn vastgesteld en op 29 april 2014 in werking is getreden, of de rechtsopvolger daarvan, tenzij de aard en omvang van de omgevingsvergunning voor het bouwwerk en/of de uitbreiding en/of de wijziging van het gebruik van bouwwerken en/of gronden niet leidt tot extra parkeerbehoefte;
  • b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing indien op basis van het advies van verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze is/wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, of het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
4.4.3 Voorwaardelijke verplichting erfafscheidingen

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren' en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van een erfafscheiding overeenkomstig is aangegeven op pagina 4 en 5 van het document “Ruimte... Meerpolder projecten 71, 75, 76, 77 Berkel en Rodenrijs, Meerpolder, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat, ter hoogte Naardermeerstraat, randvoorwaarden voor ontwikkeling – februari 2022”, dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen, tenzij de erfafscheiding door een gebouw wordt gevormd.

4.4.4 Voorwaardelijke verplichting hondenuitrenveld

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen ‘Groen’, 'Tuin', 'Tuin - Parkeren' en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van een hondenuitrenveld ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – hondenuitrenveld’.

4.4.5 Voorwaardelijke verplichting extra parkeren

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren', ‘Verkeer’ en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van twee parkeerplaatsen per aanduiding ‘parkeerterrein’ en zeven parkeerplaatsen binnen de bestemming ‘Verkeer’ (zonder aanduiding) gelegen tussen de hoofdgebouwen met de aanduiding ‘twee-aaneen’, tenzij de verkeerskundige bepaalt dat er minder parkeerplaatsen aangelegd en in stand gehouden hoeven te worden.

4.4.6 Voorwaardelijke verplichting water

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren', ‘Water’ en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van oppervlaktewater binnen de bestemming ‘Water’.

4.4.7 Ondergeschikte bouwonderdelen

Voor zover het gebruik van ondergeschikte bouwonderdelen zoals bedoeld in artikel 34, lid 34.1 van het moederplan niet past binnen de desbetreffende bestemming, worden deze gebruiksregels buiten beschouwing gelaten.

Artikel 5 Tuin - Parkeren

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin - Parkeren' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. parkeervoorzieningen, waarbij:
    • 1. binnen de bestemming ten minste twee parkeerplaatsen naast elkaar per woning dienen te worden gerealiseerd;
    • 2. van iedere parkeerplaats de oppervlakte ten minste 15 m2, de diepte ten minste 6 m en de breedte ten minste 2,5 m dient te bedragen;

Met daaraan ondergeschikt:

  • b. tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gesitueerde bestemmingen;

met de daarbij behorende bouwwerken.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen

Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels:

  • a. op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  • b. bebouwing mag slechts worden opgericht indien geen afbreuk wordt gedaan aan de parkeerfunctie van de percelen, waarbij de bedoelde parkeervoorzieningen vrij bereikbaar en te allen tijden volledig bruikbaar dienen te blijven.
5.2.2 Andere bouwwerken

Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij geldt dat de hoogte niet meer mag bedragen dan:

  • a. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen en overige andere bouwwerken voor de voorgevelrooilijn
  • b. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn;
  • c. 3 m voor overige andere bouwwerken achter de voorgevelrooilijn.
5.3 Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 voor de bouw van overige andere bouwwerken, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m waarbij het bepaalde in lid 5.1 onder a onverminderd van toepassing is, tenzij op basis van het advies van verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze is/wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

5.3.2 Algemene randvoorwaarden voor het afwijken van de bouwregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits;

  • a. dit ruimtelijk inpasbaar is gelet op:
    • 1. de ruimtelijke kwaliteit van het openbare gebied, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. verkeersveiligheid;
    • 3. de sociale veiligheid;
    • 4. het aantal parkeervoorzieningen
    • 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen;
    • 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken;
    • 7. het milieu.
5.4 Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik:

  • a. van gronden zodanig dat geen gebruik meer kan worden gemaakt van de in lid 5.1 bedoelde paarkeervoorzieningen;
  • b. van bouwwerken voor bewoning;
  • c. het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen;
  • d. het opslaan van goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan;
  • e. van gronden en/of bouwwerken voor prostitutie;
  • f. van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
  • g. van onbebouwde terreinen voor de opslag van caravans, boten en overige zaken;
  • h. van gronden en/of bouwwerken voor de opslag van vuurwerk.
5.4.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren
  • a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden zoals toegestaan op grond van de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren' en 'Wonen' wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeren Lansingerland' en de 'Nota parkeernormen gemeente Lansingerland', die op 27 februari 2014 zijn vastgesteld en op 29 april 2014 in werking is getreden, of de rechtsopvolger daarvan, tenzij de aard en omvang van de omgevingsvergunning voor het bouwwerk en/of de uitbreiding en/of de wijziging van het gebruik van bouwwerken en/of gronden niet leidt tot extra parkeerbehoefte;
  • b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing indien op basis van het advies van verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze is/wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, of het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
5.4.3 Voorwaardelijke verplichting erfafscheidingen

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren' en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van een erfafscheiding overeenkomstig is aangegeven op pagina 4 en 5 van het document “Ruimte... Meerpolder projecten 71, 75, 76, 77 Berkel en Rodenrijs, Meerpolder, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat, ter hoogte Naardermeerstraat, randvoorwaarden voor ontwikkeling – februari 2022”, dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen, tenzij de erfafscheiding door een gebouw wordt gevormd.

5.4.4 Voorwaardelijke verplichting hondenuitrenveld

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen ‘Groen’, 'Tuin', 'Tuin - Parkeren' en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van een hondenuitrenveld ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – hondenuitrenveld’.

5.4.5 Voorwaardelijke verplichting extra parkeren

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren', ‘Verkeer’ en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van twee parkeerplaatsen per aanduiding ‘parkeerterrein’ en zeven parkeerplaatsen binnen de bestemming ‘Verkeer’ (zonder aanduiding) gelegen tussen de hoofdgebouwen met de aanduiding ‘twee-aaneen’, tenzij de verkeerskundige bepaalt dat er minder parkeerplaatsen aangelegd en in stand gehouden hoeven te worden.

5.4.6 Voorwaardelijke verplichting water

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren', ‘Water’ en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van oppervlaktewater binnen de bestemming ‘Water’.

5.4.7 Ondergeschikte bouwonderdelen

Voor zover het gebruik van ondergeschikte bouwonderdelen zoals bedoeld in artikel 34, lid 34.1 van het moederplan niet past binnen de desbetreffende bestemming, worden deze gebruiksregels buiten beschouwing gelaten.

5.5 Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Afwijken

Het bevoegd gezag kan op basis van het advies van verkeerskundige bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 onder a sub 2 voor een kleiner oppervlak van de parkeerplaats tot een minimum van 12 m2.

Artikel 6 Verkeer

6.1 Bestemmingsomschrijving
6.1.1 Algemeen

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woonstraten, woonerven en pleinen;
  • b. fietspaden en/of -stroken en voetpaden;
  • c. ongebouwde parkeervoorzieningen;
  • d. voorzieningen van algemeen nut;
  • e. bermen, groenvoorzieningen en water;
  • f. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. speelplaatsen en speelvoorzieningen;
  • h. in- en uitritten.
6.1.2 Specifiek
  • a. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' zijn de gronden uitsluitend bestemd voor een parkeerterrein.
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tuinmuur' zijn de gronden tevens bestemd voor een tuinmuur.
6.2 Bouwregels
6.2.1 Algemeen

Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

6.2.2 Gebouwen

Op of in de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
6.2.3 Andere bouwwerken

Op of in de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen andere bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemmingen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tuinmuur' dient een tuinmuur te worden gebouwd waarvan de bouwhoogte maximaal 2 m mag bedragen en doorloopt tot het (verlengde) van de achtergevel van de aangrenzende woning;
  • b. overige andere bouwwerken, waaronder straatmeubilair en overige kunstwerken, met een maximale bouwhoogte van 3 m.
6.3 Specifieke gebruiksregels
6.3.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik:

  • a. van bouwwerken voor bewoning;
  • b. het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen;
  • c. het opslaan van goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan;
  • d. van gronden en/of bouwwerken voor prostitutie;
  • e. van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
  • f. van onbebouwde terreinen voor de opslag van caravans, boten en overige zaken;
  • g. van gronden of bouwwerken voor de opslag van vuurwerk.
6.3.2 Voorwaardelijke verplichting tuinmuur

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer' en 'Wonen' zonder de bouw en instandhouding van een tuinmuur ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – tuinmuur' overeenkomstig is aangegeven op pagina 5 van het document “Ruimte... Meerpolder projecten 71, 75, 76, 77 Berkel en Rodenrijs, Meerpolder, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat, ter hoogte Naardermeerstraat, randvoorwaarden voor ontwikkeling – februari 2022”, dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen.

6.3.3 Voorwaardelijke verplichting extra parkeren

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren', ‘Verkeer’ en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van twee parkeerplaatsen per aanduiding ‘parkeerterrein’ en zeven parkeerplaatsen binnen de bestemming ‘Verkeer’ (zonder aanduiding) gelegen tussen de hoofdgebouwen met de aanduiding ‘twee-aaneen’, tenzij de verkeerskundige bepaalt dat er minder parkeerplaatsen aangelegd en in stand gehouden hoeven te worden.

6.3.4 Ondergeschikte bouwonderdelen

Voor zover het gebruik van ondergeschikte bouwonderdelen zoals bedoeld in artikel 34, lid 34.1 van het moederplan niet past binnen de desbetreffende bestemming, worden deze gebruiksregels buiten beschouwing gelaten.

Artikel 7 Water

7.1 Bestemmingsomschrijving
7.1.1 Algemeen

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. water;
  • b. de waterhuishouding (waterberging, -aanvoer en -afvoer, (hoofd)watergangen en dergelijke);
  • c. taluds.
7.1.2 Specifiek

Binnen het aanduidingsvlak 'specifieke bouwaanduiding - langzaamverkeersbrug' zijn de gronden in ieder geval bestemd voor een langzaamverkeersbrug.

7.2 Bouwregels
7.2.1 Algemeen

Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van maximaal 1 meter.

7.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor:

7.3.1 Bruggen, dammen en overige andere bouwwerken
  • a. de bouw van bruggen indien dit noodzakelijk is voor de bereikbaarheid van een aanliggend perceel en/of wenselijk is voor de verkeersafwikkeling en mobiliteit én de waterstaatkundige belangen dit gedogen. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder en de wegbeheerder;
  • b. de bouw van dammen (al dan niet met duikers), vlonders, aanlegplaatsen en/of kaden, indien de waterstaatkundige belangen dit gedogen. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder;
  • c. het bouwen van overige andere bouwwerken tot een hoogte van maximaal 5 meter, indien de waterstaatkundige belangen dit gedogen. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder.
7.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend, indien:

  • a. de waterstaatkundige belangen dit gedogen. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder;
  • b. dit ruimtelijk inpasbaar is gelet op:
    • 1. de ruimtelijk kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de sociale veiligheid;
    • 4. het aantal parkeervoorzieningen;
    • 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen;
    • 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken;
    • 7. het milieu.
7.4 Specifieke gebruiksregels
7.4.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van water als ligplaats voor en/of voor opslag van boten en overige zaken.

7.4.2 Vergunning

Voor het uitvoeren van werkzaamheden aan of in deze bestemming, niet behorende tot het normale onderhoud, is het mogelijk dat een melding bij of een vergunning van het Hoogheemraadschap van Delfland nodig is. Hiervoor moet advies bij het Hoogheemraadschap worden ingewonnen.

7.4.3 Voorwaardelijke verplichting water

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren', ‘Water’ en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van oppervlaktewater binnen de bestemming ‘Water’.

Artikel 8 Wonen

8.1 Bestemmingsomschrijving
8.1.1 Algemeen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. maximaal 68 woningen, waarvan minimaal 25 sociale huurwoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - sociale huurwoningen', al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep;
  • b. tuinen en erven;
  • c. parkeervoorzieningen;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. voorzieningen van algemeen nut;
  • f. water;
  • g. met de bij deze bestemming behorende bouwwerken.
8.1.2 Specifiek

Ter plaatse van de aanduiding:

  • a. 'specifieke vorm van wonen - sociale huurwoningen' zijn de gronden uitsluitend bestemd voor 25 sociale huurwoningen;
  • b. 'specifieke vorm van wonen – bereikbare woningen' zijn de gronden tevens bestemd voor bereikbare woningen;
  • c. 'specifieke bouwaanduiding - tuinmuur' zijn de gronden tevens bestemd voor een tuinmuur.
8.2 Bouwregels
8.2.1 Algemeen

Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

8.2.2 Hoofdgebouwen
  • a. hoofdgebouwen (de woningen) mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd, waarbij voldaan moet worden aan de architectonische eisen voor Meerpolder overeenkomstig is aangegeven op pagina 6 en 7 van het document “Ruimte... Meerpolder projecten 71, 75, 76, 77 Berkel en Rodenrijs, Meerpolder, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat, ter hoogte Naardermeerstraat, randvoorwaarden voor ontwikkeling – februari 2022”, dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - sociale huurwoningen' zijn de gronden uitsluitend bestemd voor 25 sociale huurwoningen;
  • c. ter plaatse van de vijf aanduidingen 'specifieke vorm van wonen – bereikbare woningen' te samen dienen minimaal 8 bereikbare woningen te worden gebouwd;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen uitsluitend vrijstaande woning(en) worden gebouwd;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen per bouwvlak één vrijstaande woning of twee-aaneengebouwde woningen worden gebouwd;
  • f. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw ter plaatse van de aanduidingen ‘vrijstaand’ en ‘twee-aaneen’ wordt slechts verleend indien er naast twee parkeerplaatsen per aanduiding ‘parkeerterrein’ tevens zeven parkeerplaatsen binnen de bestemming ‘Verkeer’ (zonder aanduiding) gelegen tussen de hoofdgebouwen met de aanduiding ‘twee-aaneen’ worden gerealiseerd en in stand worden gehouden, tenzij de verkeerskundige bepaalt dat er minder pp aangelegd en in stand gehouden hoeven te worden;
  • g. woningen dienen in/op én evenwijdig aan het figuur 'gevellijn' te worden gebouwd;
  • h. in afwijking van f mogen de vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen ook achter het figuur 'gevellijn' worden gebouwd;
  • i. woningen dienen zich te oriënteren naar/op de gevel(s) met de gevellijn(en), waarbij de entrees dienen te liggen aan de buitenzijde van een bouwblok overeenkomstig is aangegeven op pagina 2 van het document “Ruimte... Meerpolder projecten 71, 75, 76, 77 Berkel en Rodenrijs, Meerpolder, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat, ter hoogte Naardermeerstraat, randvoorwaarden voor ontwikkeling – februari 2022”, dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mogen de goot- respectievelijk bouwhoogte in meters van een woning niet meer bedragen dan aangegeven;
  • k. voor woningen met een goot van 6 m mag i.p.v. een kap ook een derde bebouwingslaag met een plat dak worden gerealiseerd, waarbij:
    • 1. de bouwhoogte niet meer dan 9 m bedraagt;
    • 2. de inhoud van de derde laag niet meer mag bedragen als de inhoud die mogelijk zou zijn geweest van een derde laag met kap, bij hetzelfde oppervlak als de tweede laag en een kaphelling van 45°;
    • 3. de derde laag minimaal 1 m terug ligt t.o.v. de gevels van de tweede laag;
    • 4. eventuele hoogteaccenten niet op de hoeken maar net naast de hoeken van het blok worden gerealiseerd overeenkomstig is aangegeven op pagina 6 van het document “Ruimte... Meerpolder projecten 71, 75, 76, 77 Berkel en Rodenrijs, Meerpolder, tussen  Noordeindseweg en Markermeerstraat, ter  hoogte  Naardermeerstraat, randvoorwaarden voor ontwikkeling – februari 2022”, dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen.
8.2.3 Dakkapellen
  • a. Een dakkapel mag worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
    • 1. Situering
      • onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet,
      • bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok,
      • zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak, en
      • er is geen dakkapel aanwezig in het betreffende dakvlak;
    • 2. Maatvoering
      • de hoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, bedraagt maximaal 1,75 m;
      • de breedte van de dakkapel bedraagt maximaal 3 m;
    • 3. Overige criteria
      • dakkapellen zijn niet toegestaan in daken met een dakhelling van minder dan 30 graden;
      • een dakkapel heeft een plat dak.
  • b. Afwijkende dakkapel op de woningen met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – bereikbare woningen’
    • 1. Op de woningen met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – bereikbare woningen’ mag in afwijking van het bepaalde onder a uitsluitend in het voordakvlak een dakkapel c.q. dakopbouw worden gebouwd die aansluit op de voorgevel, mits voldaan wordt aan de volgende eisen:
      • er binnen de aanduiding op het voordakvlak geen dakkapellen aanwezig zijn die niet voldoen aan de eisen van deze afwijkende dakkapel;
      • er binnen de aanduiding op het voordakvlak niet meer dan 12 dakkapellen, waarvan er maximaal één op het kortste rijtje, mogen c.q. mag worden gebouwd;
      • de bovenzijde minimaal 1,5 m onder de daknok ligt;
      • de breedte van de dakkapel is maximaal 62% van de beukmaat van de woning;
      • een dakkapel is niet toegestaan in daken met een dakhelling van minder dan 30 graden;
      • de dakkapel plat is afgedekt.
8.2.4 Aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen
  • a. bij iedere woning mogen aan de achtergevel van de woning aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd, waarbij:
    • 1. de diepte gemeten uit de achtergevelbouwgrens van de woning niet meer dan 3 m mag bedragen;
    • 2. de bouwhoogte niet meer dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van de woning vermeerderd met 0,4 m tot een maximum van 4 m mag bedragen;
  • b. bij iedere woning mogen aan de zijgevel aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd, waarbij:
    • 1. de diepte gemeten uit:
      • de (lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van de) voorgevelrooilijn van de woning minimaal 1 m zal bedragen;
      • de (lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van de) achtergevelbouwgrens van de woning niet meer dan 3 m mag bedragen;
      • de zijgevel van de woning niet meer dan 3 m mag bedragen;
    • 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning vermeerderd met 0,4 m tot een maximum van 4 m;
  • c. bij iedere woning mogen vrijstaande bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd, waarvan:
    • 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m gemeten ten opzichte van het aansluitende terrein;
    • 2. de afstand tot:
      • de achtergevelbouwgrens van de woning ten minste 6 m zal bedragen;
      • de (lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van de) voorgevelrooilijn van de woning minimaal 1 m zal bedragen;
      • de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 m zal bedragen, tenzij de uitbreiding wordt gerealiseerd op de perceelsgrens;
      • de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 m zal bedragen, indien deze grenst aan het openbaar gebied;
      • de (verlengde) zijgevel ten minste 1 m zal bedragen, tenzij ten minste 6 m achter de achtergevelbouwgrens wordt gebouwd;
  • d. aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen als bedoeld onder a, b, en c slechts mogen worden opgericht indien:
    • 1. de maximale grondoppervlakte van de aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen niet meer bedraagt dan 75 m2;
    • 2. het perceelsgedeelte buiten het bouwvlak, voor zover gelegen tussen het verlengde van de zijgevel(s), voor niet meer dan 50% van de oppervlakte wordt bebouwd en minimaal 35 m2 onbebouwd en onoverdekt blijft;
  • e. indien het bepaalde onder a, b, c en d ertoe leidt dat totaal geen bijgebouwen mogelijk zouden zijn, desondanks te allen tijde een huishoudelijke berging van ten hoogste 6 m2 mag worden gebouwd, onder de voorwaarde dat het aantal minimaal te realiseren parkeerplaatsen per woning hierdoor niet wordt verminderd.
8.2.5 Andere bouwwerken

Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij buiten het bouwvlak de hoogte niet meer mag bedragen dan:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tuinmuur' dient een tuinmuur te worden gebouwd waarvan de bouwhoogte maximaal 2 m mag bedragen en doorloopt tot het (verlengde) van de achtergevel van de aangrenzende woning;
  • b. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de (verlengde) voorgevel(s);
  • c. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen achter de (verlengde) voorgevel(s);
  • d. 3 m voor overige andere bouwwerken achter de (verlengde) voorgevel(s).
8.2.6 Niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten dienste van het openbaar nut

Op of in de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten dienste van het openbaar nut en de waterhuishouding worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
8.3 Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Hoofdgebouwen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8, lid 8.2.2 voor de bouw van een plat afgedekte derde laag waarbij de terugligging van de derde laag ten opzichte van de gevels van de tweede laag minder groot is dan 1 m, op voorwaarde dat een advies van de stedenbouwkundige supervisor van de wijk is afgegeven.

8.3.2 Dakkapel

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8, lid 8.2.3 sub b2, voor een grotere breedte van een dakkapel.

8.3.3 Aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. het bepaalde in artikel 8, lid 8.2.4 sub c1, voor de bouw van een kap op een vrijstaand bijgebouw of overkapping, op voorwaarden dat:
    • 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5 m;
    • 2. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m;
  • b. het bepaalde in artikel 8, lid 8.2.4 sub c2, voor de bouw van een vrijstaand bijgebouw en/of overkapping op een kortere afstand tot de achtergevel van de woning indien de diepte van het perceel gemeten uit de achtergevel van de woning minder dan 9 m bedraagt.
8.3.4 Andere bouwwerken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. de bouw van andere bouwwerken zoals borstweringen met een bouwhoogte van maximaal 1 m, gemeten vanaf het betreedbaar oppervlak, op een aangebouwd bijbehorend bouwwerk;
  • b. de bouw van erf- en terreinafscheidingen met een grotere bouwhoogte, dan genoemd in artikel 8, lid 8.2.5 sub b en c.
8.3.5 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits:

  • a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde;
  • b. dit ruimtelijk inpasbaar is gelet op:
    • 1. de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de sociale veiligheid;
    • 4. het aantal parkeervoorzieningen;
    • 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen;
    • 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken;
    • 7. het milieu.
  • c. voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte.
8.4 Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van:

  • a. een vrijstaand bijgebouw en/of garagebox voor bewoning;
  • b. gronden en/of bouwwerken voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf;
  • c. gronden en/of bouwwerken voor prostitutie;
  • d. gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
  • e. gronden voor de opslag van caravans, boten en overige zaken;
  • f. gronden en/of bouwwerken voor/als bedrijfsmatige werkruimte;
  • g. gronden en/of bouwwerken voor de opslag van vuurwerk;
  • h. gronden en/of bouwwerken voor het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen;
  • i. gronden en/of bouwwerken voor het opslaan van goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan.
8.4.2 Beroep aan huis

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt gerekend het gebruik van gedeelten van de woning, aanbouwen en/of bijgebouwen voor een beroep aan huis, voor zover niet aan de volgende randvoorwaarden wordt voldaan:

  • a. de woonfunctie dient in overwegende mate gehandhaafd te blijven (met name ingeval de beroepsmatige werkruimte in het hoofdgebouw wordt gerealiseerd)
  • b. de beroepsmatige activiteiten dienen te geschieden door degene die op het perceel woonachtig is;
  • c. de totale bedrijfsvloeroppervlakte mag per perceel niet meer dan 25% bedragen met een maximum van 50 m²;
  • d. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving;
  • e. in de omgeving mag geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreden;
  • f. er mogen geen vergunningplichtige activiteiten ingevolge de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht plaatsvinden;
  • g. er mogen geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden;
  • h. op eigen terrein dient te worden voorzien in de eigen parkeerbehoefte naast het oorspronkelijk aantal parkeerplaatsen op eigen terrein voor de woonfunctie;
  • i. binnen de bestemming worden uitsluitend functies toegestaan met een maximale milieucategorie 1 zoals bedoeld in als bijlage opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten', voor zover de bedrijven in de bedoelde lijst niet zijn doorgehaald.
8.4.3 Voorwaardelijke verplichting parkeren
  • a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden zoals toegestaan op grond van de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren' en 'Wonen' wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeren Lansingerland' en de 'Nota parkeernormen gemeente Lansingerland', die op 27 februari 2014 zijn vastgesteld en op 29 april 2014 in werking is getreden, of de rechtsopvolger daarvan, tenzij de aard en omvang van de omgevingsvergunning voor het bouwwerk en/of de uitbreiding en/of de wijziging van het gebruik van bouwwerken en/of gronden niet leidt tot extra parkeerbehoefte;
  • b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing indien op basis van het advies van verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze is/wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, of het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
8.4.4 Voorwaardelijke verplichting erfafscheidingen

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren' en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van een erfafscheiding overeenkomstig is aangegeven op pagina 4 en 5 van het document “Ruimte... Meerpolder projecten 71, 75, 76, 77 Berkel en Rodenrijs, Meerpolder, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat, ter hoogte Naardermeerstraat, randvoorwaarden voor ontwikkeling – februari 2022”, dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen, tenzij de erfafscheiding door een gebouw wordt gevormd.

8.4.5 Voorwaardelijke verplichting tuinmuur

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer' en 'Wonen' zonder de bouw en instandhouding van een tuinmuur ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – tuinmuur' overeenkomstig is aangegeven op pagina 5 van het document “Ruimte... Meerpolder projecten 71, 75, 76, 77 Berkel en Rodenrijs, Meerpolder, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat, ter hoogte Naardermeerstraat, randvoorwaarden voor ontwikkeling – februari 2022”, dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen.

8.4.6 Voorwaardelijke verplichting hondenuitrenveld

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen ‘Groen’, 'Tuin', 'Tuin - Parkeren' en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van een hondenuitrenveld ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – hondenuitrenveld’.

8.4.7 Voorwaardelijke verplichting extra parkeren

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren', ‘Verkeer’ en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van twee parkeerplaatsen per aanduiding ‘parkeerterrein’ en zeven parkeerplaatsen binnen de bestemming ‘Verkeer’ (zonder aanduiding) gelegen tussen de hoofdgebouwen met de aanduiding ‘twee-aaneen’, tenzij de verkeerskundige bepaalt dat er minder parkeerplaatsen aangelegd en in stand gehouden hoeven te worden.

8.4.8 Voorwaardelijke verplichting water

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin', 'Tuin - Parkeren', ‘Water’ en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van oppervlaktewater binnen de bestemming ‘Water’.

8.4.9 Ondergeschikte bouwonderdelen

Voor zover het gebruik van ondergeschikte bouwonderdelen zoals bedoeld in artikel 34, lid 34.1 van het moederplan niet past binnen de desbetreffende bestemming, worden deze gebruiksregels buiten beschouwing gelaten.

8.5 Afwijken van de gebruiksregels
8.5.1 Bedrijf aan huis

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels voor het gebruik van gedeelten van de woning, aanbouwen en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een bedrijf aan huis, mits:

  • a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd;
  • b. de effecten van het bedrijf / de bedrijfsactiviteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving, zoals:
    • 1. ambachtelijke en/of verzorgende bedrijven genoemd in milieucategorie 1 van de in bijlage bij deze planregels opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten', voor zover de bedrijven in de bedoelde lijst niet zijn doorgehaald, of daarmee naar de aard (qua milieuplanologische hinder) gelijk te stellen bedrijven/bedrijfsactiviteiten;
    • 2. bedrijven/bedrijfsactiviteiten die, op basis van de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, niet vergunningplichtig zijn;
  • c. de totale bedrijfsvloeroppervlakte per perceel niet meer dan 25% bedraagt met een maximum van 50 m²;
  • d. de bedrijfsactiviteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is;
  • e. het bedrijf / de bedrijfsactiviteiten geen verkeersaantrekkende werking hebben;
  • f. op eigen terrein wordt voorzien in de eigen parkeerbehoefte naast het oorspronkelijk aantal parkeerplaatsen op eigen terrein voor de woonfunctie;
  • g. er detailhandelsactiviteiten mogen plaatsvinden op voorwaarde dat:
    • 1. er sprake is van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd;
    • 2. het detailhandel betreft als ondergeschikt en niet zelfstandig onderdeel van de bedrijfsvoering;
    • 3. de detailhandel geen onevenredige afbreuk doet aan het voorzieningenniveau binnen de gemeente.
8.5.2 Detailhandel bij een beroep aan huis

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels voor het medegebruik van een beroepsmatige werkruimte bij woningen voor detailhandelsactiviteiten, op voorwaarde, dat:

  • 1. er sprake is van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd;
  • 2. het detailhandel betreft als ondergeschikt en niet zelfstandig onderdeel van de bedrijfsvoering;
  • 3. de detailhandel geen onevenredige afbreuk doet aan het voorzieningenniveau binnen de gemeente.
8.5.3 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de gebruiksregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits:

  • a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde;
  • b. dit ruimtelijk inpasbaar is gelet op:
    • 1. de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de sociale veiligheid;
    • 4. het gewenste voorzieningenniveau;
    • 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen;
    • 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken;
    • 7. het milieu;
  • c. de verkeersaantrekkende werking in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving;
  • d. voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte.

Artikel 9 Leiding - Gas

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een hoge druk aardgastrasportleiding met een belemmeringsstrook ter breedte van 4 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding.

9.2 Bouwregels

Op de voor 'Leiding - Gas' bestemde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m.

9.3 Afwijken van de bouwregels
9.3.1 Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemming(en).

9.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits:

  • a. door de bouwwerken geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;
  • b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder(s);
  • c. voldaan wordt aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en).
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
9.4.1 Verbod

Het is verboden op of boven de in 9.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen en/of verharden van gronden, zoals wegen, fiets- en voetpaden en oppervlakteverhardingen van meer dan 20 m2;
  • b. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen, bodemverlagen, ophogen of egaliseren van de bodem en aanleggen van (drainage)leidingen;
  • c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  • d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen;
  • e. het aanleggen van boven- of ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • g. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand.
9.4.2 Uitzondering

Het verbod als bedoeld in 9.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de leiding of de onderliggende bestemming;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van dit plan;
  • c. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning;
  • d. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals bedoeld in lid 9.2 of 9.3.
9.4.3 Toelaatbaarheid

De in lid 9.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:

  • a. door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;
  • b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.
9.5 Wijzigingsbevoegdheid
9.5.1 Wijziging

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstige het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, de gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' te wijzigen door de bestemmingsvlakken aan te passen, toe te voegen en/of te verwijderen.

9.5.2 Algemene randvoorwaarden wijzigingsbevoegdheid

De wijzigingsbevoegdheid kan alleen worden toegepast:

  • a. voor het aanpassen als de leiding niet is verwijderd, maar verlegd, mits:
    • 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;
    • 2. er voldaan blijft worden aan de minimale toetsingsafstanden;
    • 3. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder(s);
  • b. voor het toevoegen van nieuwe leidingen, mits:
    • 1. er voldaan wordt aan de minimale toetsingsafstanden;
    • 2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder(s);
  • c. voor het verwijderen als de leiding definitief is verwijderd en er vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder(s).

Artikel 10 Waarde - Archeologie 3

10.1 Bestemmingsomschrijving
10.1.1 Algemeen

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden.

10.2 Bouwregels

Op de in lid 10.1 bedoelde gronden is uitsluitend bebouwing toegestaan voor zover geen bouwwerkzaamheden, niet zijnde heiwerkzaamheden, dienen te worden verricht die dieper reiken dan 0,3 m beneden het maaiveld en die een grondoppervlakte bestrijken die groter is dan 100 m2 en tevens wordt voldaan aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en).

10.3 Afwijken van de bouwregels
10.3.1 Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemming(en).

10.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits:

  • a. door de bouwwerken geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan de archeologische (verwachtings)waarden van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking in alle redelijkheid niet kan worden geweigerd;
  • b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende archeologisch deskundige;
  • c. voldaan wordt aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en).

In afwijking van het bepaalde onder a en b kan de afwijking bij een omgevingsvergunning worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 10.4 is verleend en voor het overige wordt voldaan aan het bepaalde onder c.

10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
10.4.1 Verbod

Het is verboden op of boven de in 10.1.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen en/of verharden van gronden, zoals wegen, fiets- en voetpaden en oppervlakteverhardingen;
  • b. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen, bodemverlagen, ophogen of egaliseren van de bodem en aanleggen van (drainage)leidingen;
  • c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  • d. het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen, met uitzondering van heipalen;
  • e. het aanleggen van boven- of ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • g. het aanleggen van geluidswallen;
  • h. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand.
10.4.2 Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in lid 10.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de onderliggende bestemming;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
  • c. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning;
  • d. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals bedoeld in 10.2 of 10.3;
  • e. betrekking hebben op een grondoppervlakte van minder dan 100 m2 en tevens wordt voldaan aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en).
10.4.3 Toelaatbaarheid

De in lid 10.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien op basis van een schriftelijk advies van een archeologische deskundige, gebleken is dat de genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot onevenredige aantasting van de archeologisch waarden.

10.4.4 Nadere voorwaarden

Voor zover de in lid 10.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van het archeologisch materiaal kan in afwijking van het bepaalde in 10.4.3 de omgevingsvergunning worden verleend indien aan de omgevingsvergunning de volgende nadere voorwaarden worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. de verplichting tot het doen van opgravingen;
  • c. de verplichting de werken en werkzaamheden die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologische deskundige.

Artikel 11 Waterstaat - Waterkering

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • a. waterkering;
  • b. de waterhuishouding.
11.2 Bouwregels

Op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een maximale hoogte van 1 m.

11.3 Afwijken van de bouwregels
11.3.1 Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en), met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels.

11.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend, indien de waterstaatsbelangen dit gedogen. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder, tenzij de bouwwerken niet direct op of in deze bestemming plaatsvinden.

11.4 Specifieke gebruiksregels
11.4.1 Vergunning

Voor het uitvoeren van werkzaamheden aan of in deze bestemming is het mogelijk dat een melding bij of een vergunning van het Hoogheemraadschap van Delfland nodig is. Hiervoor moet advies bij het Hoogheemraadschap worden ingewonnen.

Hoofdstuk 3 OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Artikel 12 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het uitwerkingsplan "Meerpolder 2012, tussen Noordeindseweg en Markermeerstraat".