| Plan: | Meerpolder 2012, Meerweg 30c en Westersingel 29 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | uitwerkingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1621.BP0102U10-VAST |
Op dit uitwerkings- en wijzigingsplan zijn de regels van het bestemmingsplan "Meerpolder 2012", vastgesteld op 31 januari 2013 door de gemeenteraad van Lansingerland, van toepassing, voor zover in de regels van dit uitwerkings- en wijzigingsplan niet anders is bepaald en met dien verstande dat in geval van discrepantie tussen de regels van het bestemmingsplan "Meerpolder 2012" en het uitwerkings- en wijzigingsplan, de regels van het uitwerkings- en wijzigingsplan van toepassing zijn.
Ter aanvulling op de begripsbepalingen van het bestemmingsplan "Meerpolder 2012" wordt in deze regels verstaan onder:
het uitwerkings- en wijzigingsplan"Meerpolder 2012, Meerweg 30c en Westersingel 29" met identificatienummer NL.IMRO.1621.BP0102U10-VAST van de gemeente Lansingerland.
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen.
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Ter plaatse van de aanduiding:
Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
Ter plaatse van de gronden met de bouwaanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' zijn bouwwerken uitgesloten, en zijn de gronden niet aan te merken als achtererfgebied, zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.
Ter plaatse van de gronden met de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - uitbouw' is een 1-laagse uitbouw met een maximale hoogte van 4 m en een maximaal oppervlak van 20m2 van het hoofdgebouw toegestaan.
Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij geldt dat de hoogte niet meer mag bedragen dan:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor:
De bouw van overige andere bouwwerken voor de voorgevel tot 3 m.
De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits:
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik:
Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin' en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van een haag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin – haag'.
Voor zover het gebruik van ondergeschikte bouwonderdelen zoals bedoeld in artikel 34, lid 34.1 van het moederplan niet past binnen de desbetreffende bestemming, worden deze gebruiksregels buiten beschouwing gelaten.
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Ter plaatse van de aanduiding 'oever' zijn de gronden tevens bestemd voor behoud en bescherming van de aanwezige oevers en de bescherming van de waterstaatkundige functie van deze gronden.
Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van maximaal 1 meter.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor:
De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend, indien:
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van water als ligplaats voor en/of voor opslag van boten en overige zaken.
Voor het uitvoeren van werkzaamheden aan of in deze bestemming, niet behorende tot het normale onderhoud, is het mogelijk dat een melding bij of een vergunning van het Hoogheemraadschap van Delfland nodig is. Hiervoor moet advies bij het Hoogheemraadschap worden ingewonnen.
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - haag' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor de aanleg en instandhouding van een haag, met een maximale hoogte van 1 m voor de voorgevel(s) en een maximale hoogte van 2 meter achter de voorgevel(s), tenzij de erfafscheiding door een gebouw wordt gevormd.
Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
Een dakkapel mag worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij buiten het bouwvlak de hoogte niet meer mag bedragen dan:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5, lid 5.2.3 sub b2, voor een grotere breedte van een dakkapel.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van:
De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits:
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van:
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt gerekend het gebruik van gedeelten van de woning, aanbouwen en/of bijgebouwen voor een beroep aan huis, voor zover niet aan de volgende randvoorwaarden wordt voldaan:
Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en/of bouwwerken met de bestemmingen 'Tuin' en 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van een haag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – haag', tenzij de erfafscheiding door een gebouw wordt gevormd.
Voor zover het gebruik van ondergeschikte bouwonderdelen zoals bedoeld in artikel 34, lid 34.1 van het moederplan niet past binnen de desbetreffende bestemming, worden deze gebruiksregels buiten beschouwing gelaten.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels voor het gebruik van gedeelten van de woning, aanbouwen en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een bedrijf aan huis, mits:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels voor het medegebruik van een beroepsmatige werkruimte bij woningen voor detailhandelsactiviteiten, op voorwaarde, dat:
De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits:
De voor 'Leiding - Drainage' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een drainageleiding.
Op voor 'Leiding - Drainage' bestemde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemming(en).
De genoemde afwijkingen met een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits:
Het is verboden op of boven de in 6.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod als bedoeld in 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
De in lid 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstige het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, de gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Drainage' te wijzigen door de bestemmingsvlakken aan te passen, toe te voegen en/of te verwijderen.
De wijzigingsbevoegdheid kan alleen worden toegepast:
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een waterleiding.
Op voor 'Leiding - Water' bestemde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemming(en).
De genoemde afwijkingen met een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits:
Het is verboden op of boven de in 7.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod als bedoeld in 7.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
De in lid 7.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstige het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, de gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Water' te wijzigen door de bestemmingsvlakken aan te passen, toe te voegen en/of te verwijderen.
De wijzigingsbevoegdheid kan alleen worden toegepast:
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het uitwerkingsplan "Meerpolder 2012, Meerweg 30c en Westersingel 29".