direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Wijziging Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.WPLBZ1901-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Gemeente Oost Gelre is in samenwerking met Gebiedsonderneming Laarberg B.V. voornemens het huidige regionaal bedrijvenpark Laarberg uit te breiden. Hiervoor zijn al een Masterplan 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' (vastgesteld 18 december 2012) en een Structuurvisie (vastgesteld, 17 december 2013) opgesteld. Deze vormen het kader voor concrete ontwikkelingen.


De beoogde uitbreiding Laarberg is gelegen ten noorden van Groenlo, grenzend aan de bestaande bedrijventerreinen Laarberg (1e fase) en Den Sliem. Den Sliem is met name bedoeld voor lokaal gebonden bedrijvigheid. Laarberg, ruimtelijk als een verlengstuk hiervan, is bedoeld als een regionaal bedrijvenpark. Het ligt gunstig langs de N18, zowel vanuit het oogpunt van bereikbaarheid als vanuit zichtbaarheid. Met bedrijvenpark Laarberg wordt voorkomen dat verspreid in de regio nieuwe bedrijventerreinen (soms als uitleggebieden) ontwikkeld moeten worden.


Voor deelgebied Laarberg Zuid is het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' opgesteld. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 16 juni 2015. Ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan kon niet uitgesloten worden dat er een verblijfplaats van een steenuil aanwezig was in de boerderij gelegen aan de Oude Borculoseweg 8 (gelegen in het zuiden van het plangebied). Hierdoor kon tevens niet uitgesloten worden dat het plangebied onderdeel uitmaakte van het foerageergebied van de steenuil. Hierdoor konden niet alle gronden rechtstreeks bestemd worden als 'Bedrijventerrein'. Gronden direct rondom de vermeende verblijfplaats van de steenuil hebben derhalve een bestemming 'Agrarisch' gekregen. Om verwezenlijking van het bedrijventerrein in de toekomst mogelijk te maken is in het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' binnen de bestemming 'Agrarisch' een wijzigingsbevoegheid opgenomen. Met deze wijzigingsbevoegdheid mag het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Oost Gelre de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein'. Wijziging van het bestemmingsplan kan enkel plaatsvinden nadat is aangetoond dat de gunstige staat van instandhouding van de steenuil is gewaarborgd.

Inmiddels is door onderzoek aangetoond dat de steenuil geen verblijfplaats heeft of heeft gehad in de boerderij gelegen aan de Oude Borculoseweg 8. Hiermee is het ook aannemelijk dat het plangebied niet als fourageergebied wordt gebruikt. Op basis van dit onderzoek is op 11 maart 2016 een ontheffing Flora en Fauna verkregen.

Het voorliggend wijzigingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk anders dan de ontwikkelingen die al onderzocht zijn in het bestemmingsplan 'Regionaal bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'. Laarberg Zuid heeft het karakter van een regulier bedrijventerrein en maakt onder andere opslaggerelateerde bedrijven en transportbedrijven mogelijk. Met dit wijzigingsplan wordt de verwezenlijking daarvan volledig mogelijk gemaakt.

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied Laarberg Zuid beslaat een oppervlakte van 9,5 hectare en is onderdeel van het regionaal bedrijvenpark Laarberg te Groenlo. Het bedrijvenpark Laarberg wordt aan de noordzijde begrensd door de Leerinkbeek, aan de westzijde door de Oude Borculoseweg, aan de zuidzijde door Den Sliem en aan de oostzijde door de huidige N18/Twenteroute.

Het plangebied Laarberg Zuid wordt globaal begrensd door de Oude Borculoseweg aan de westzijde, het verlengde van de Zuidgang aan de noordzijde en het bestaande bedrijvenpark Laarberg/Den Sliem aan de zuid- en oostzijde.

Dit wijzigingsplan omvat het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch' in de bestemming 'Bedrijventerrein'. In afbeelding 1.1 is het plangebied weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.WPLBZ1901-VG01_0001.png"

afbeelding 1.1 Ligging plangebied

1.3 Wijzigingsbevoegdheid

Voor het plangebied, zoals op afbeelding 1.1 is aangegeven, geldt het volgende bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid', vastgesteld 16 juni 2015.

Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein' (artikel 3.6.1). De gronden mogen gewijzigd worden in de bestemming 'Bedrijventerrein' indien is aangetoond dat de gunstige staat van instandhouding van de steenuil is gewaarborgd. Dit alles overeenkomstig de bepalingen in het Natuurmitigatieplan (Royal HaskoningDHV, oktober 2014) behorende bij het bestemmingsplan. Na wijziging van de bestemming zijn uitsluitend bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 4.2 van de, in de bij het bestemmingsplan horende Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen, bedrijfsactiviteiten toegestaan.

De aanpassing van dit plan betreft de toepassing van bovengenoemde wijzigingsbevoegdheid.

1.4 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteen gezet. In hoofdstuk 3 wordt de planbeschrijving van dit wijzigingsplan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische planopzet. Tot slot volgt in hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van overleg en terinzagelegging.

Hoofdstuk 2 Beleidskader

Voorliggend wijzigingsplan voorziet in een wijziging van de bestemming 'Agrarisch' naar 'Bedrijventerrein'. Voor deze ontwikkeling is in het vigerende bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. In het kader van dat bestemmingsplan is reeds een beleidsmatige afweging gemaakt. Aangezien in de tussentijd geen nieuw beleid is geformuleerd, kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen het vigerende beleidskader. In dit hoofdstuk is het relevante beleid weergegeven.

2.1 Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Begin 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteits- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid heeft onder meer de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de Structuurvisie Randstad 2040 vervangen. De structuurvisie heeft betrekking op:

  • rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water-)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden;
  • rijksbelangen m.b.t. (inter-)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie;
  • rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur.

Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt.

Daarnaast wordt (boven-)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's met concentraties van topsectoren (waaronder Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking.

Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los.

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'ladder' voor duurzame verstedelijking op (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Hierdoor neemt de bestuurlijke druk af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk.

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te worden beoordeeld of er sprake is van een regionale behoefte, of deze behoefte is op te vangen in bestaand stedelijk gebied en of de beoogde locatie middels verschillende vervoerswijzen ontsloten is of kan worden.

In de Achterhoek is regionaal behoefte aan bedrijventerreinen voor zware milieuhinderlijke bedrijvigheid. Deze bedrijvigheid past gezien de omvang en de hinder niet binnen bestaand stedelijk gebied. Derhalve zijn er afspraken gemaakt om het bedrijvenpark te vestigen buiten de bebouwde kom van Groenlo. Deze locatie is via de N18 goed ontsloten voor autoverkeer en busvervoer. Er worden geen andere ontwikkelingen mogelijk gemaakt in dit wijzigingsplan dan al voorzien was in het bestemmingsplan 'Regionaal bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 heeft gevolgen voor de doorwerking van het nationale ruimtelijke beleid. Totdat de Wro in werking was getreden was het geldende rijksbeleid vastgelegd in Planologische Kernbeslissingen (PKB's). Sinds 1 juli 2008 zijn deze documenten alleen nog bindend voor het rijk en niet meer voor andere overheden. Het rijk kiest ervoor om het deel van het ruimtelijk beleid dat bedoeld is bindend te zijn voor andere overheden, ook onder de Wro te borgen. Dit kan via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB).


Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt over ruimtelijke ordening.

Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau, in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee, defensie, erfgoederen en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR).


Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. In deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, reserveringsgebieden voor nieuwe hoofdwegen en spoorlijnen en reserveringsgebieden voor uitbreiding van enkele bestaande hoofdwegen.

In bijlage E van het Barro zijn radarzones weergegeven. Het bedrijventerrein ligt in een radarzone (gebied rondom zend- en ontvangsinstallaties buiten militair luchtvaartterrein antennepark Eibergen). Hier geldt een maximale bouwhoogte van 22 meter.

Verdrag van Malta - Wet archeologische monumentenzorg

Het Europese Verdrag van Malta (1992) beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt te behouden. Het verdrag dwingt alle ondertekenaars (waaronder Nederland) om archeologische belangen in een vroegtijdig stadium mee te wegen in de besluitvorming rond ruimtelijke planvorming. Het Verdrag van Malta is inmiddels geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving in de Wet archeologische monumentenzorg (herziening Monumentenwet).

Conclusie

Het plangebied ligt in een in het Barro aangewezen radarzone. De ontwikkeling van Laarberg Zuid heeft verder geen betrekking op thema's uit het Barro. Vanuit het Barro zijn alleen bindende regels ten aanzien van radarzones opgenomen die gevolgen hebben voor het plangebied. Omdat het wijzigingsplan geen mogelijkheden biedt voor bouwwerken hoger dan 22 meter, is de radarzone niet verwerkt in de planregels. Voor het behoud van de archeologische (verwachtings)waarden zijn in de planregels en op de verbeelding dubbelbestemmingen voor archeologie opgenomen (Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1 en Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2).

2.2 Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Gelderland

De Gelderse Omgevingsvisie (geconsolideerde versie, december 2015) is een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. De Omgevingsvisie is de vervanger van het streekplan en enkele andere structuurvisies.

In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee hoofddoelen benoemd om bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn:

  • een duurzame economische structuur
  • Het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving

Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Ter versterking van de kansen voor bedrijvigheid zet de provincie gericht stappen om ruimte te bieden aan initiatiefnemers en om hen te faciliteren. Voor het regionaal bedrijventerrein Laarberg zijn de volgende stappen van belang:

  • De provincie besteedt meer aandacht aan de versterking van opgaven in steden en stedelijke netwerken dan voorheen. De maatschappelijke opgaven in die gebieden maken dat dit noodzakelijk is. Stedelijke netwerken zijn van groot belang voor Gelderland als geheel: als motor voor de economie en vanwege de voorzieningen voor de gehele regio. Dit vertaalt zich naar meer investeringen en intensievere betrokkenheid van plan- en procesbegeleiding in die gebieden.
  • De provincie schept meer ruimte voor economie, voor kansen pakken. Dit doet de provincie door actief te zijn in de ondersteuning en facilitering van bestaande en nieuwe bedrijven in de(top)sectoren, logistiek, vrijetijdseconomie en door ook tuinbouw-aanverwante bedrijvigheid in de vijf clusters toe te laten, door duurzame groei van agrarische bedrijven toe te staan en door mee te denken over groei op bestaande locaties voor bedrijventerreinen. De provincie ondersteunt, faciliteert en handelt vanuit mogelijkheden en niet alleen vanuit kaders.

Ten aanzien van regionale bedrijventerreinen, regionale programmeringsafspraken en energieopwekking hanteert de provincie Gelderland de volgende uitgangspunten.

Regionale bedrijventerreinen

Regionale terreinen vervullen een belangrijke opvangfunctie voor de grotere, zwaardere bedrijven (wat betreft milieuhindercategorie) die op hoogwaardige bereikbaarheid (A-wegen) zijn aangewezen. Het gaat om bedrijven met een kavel groter dan 0,5 hectare waarvan vestiging op een lokaal bedrijventerrein niet gewenst is. De provincie vindt het van belang dat dit type bedrijvigheid zich in elke Gelderse regio duurzaam kan vestigen op zulke hoogwaardig terreinen, waarbij met name ruimte voor bedrijven uit categorie 4 en 5 wordt gewaarborgd en waarbij bedrijven uit categorie 1 en 2 niet zijn toegestaan.

Regionale programmeringsafspraken

De provincie gaat uit van de regionale programmeringsafspraken die zijn gemaakt over voorraden en soorten bedrijventerreinen. Het regionaal bedrijventerrein Laarberg is op de kaart 'Regionale afspraken bedrijventerreinen' weergegeven. Deze afspraken zorgen voor voldoende kwaliteit en kwantiteit van bedrijventerreinen. Daaronder vallen onder meer afspraken over regionale bedrijventerreinen, intergemeentelijke terreinen en kadegebonden terreinen. Het uitgangspunt is zorgvuldig ruimtegebruik: terughoudend zijn met het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen.

Energieopwekking en energieneutraliteit in de Achterhoek

In een regionaal 'routekaart'-proces maakt de provincie afspraken met regio's, gemeenten, terreinbeherende organisaties en netwerkbedrijven over hoe de ambities voor energietransitie per regio waar te maken. Uitgangspunt van de routekaarten is de ambitie die binnen de regio leeft rond windenergie, zonne-energie, gebruik van warmte en energie uit biomassa.


Het routekaartproces resulteert in 2014 in een overzicht van de locaties en ambities die de provincie en partijen in de Achterhoek hebben voor hernieuwbare energie: windenergie, zonne-energie, gebruik van warmte en energie uit biomassa.


Met de regio's gaat de provincie een monitor maken waaruit blijkt of de doelstellingen gehaald worden.

In de regio Achterhoek is er een sterke ambitie om te komen tot een energieneutrale regio. Organisatiestructuren als AGEM en BION zijn samenwerkingsvormen om die energieneutraliteit te verwezenlijken. De regio loopt voorop in ontwikkelingen bij mest(co-)vergisting met bedrijven als Friesland Campina en Groot-Zevert. Ook herbergt de regio bij Azewijn de eerste grootschalige veldopstelling voor zonnepanelen.

Omgevingsverordening Gelderland

Bij de Omgevingsvisie Gelderland worden regels gesteld. Deze regels zijn gesteld in de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerde versie december 2015).

De omgevingsverordening stelt regels aan regionale bedrijventerreinen. Bedrijfsfuncties uit milieucategorieën 1 en 2 en bedrijfsfuncties die gemengd kunnen worden zijn niet toegestaan op regionale bedrijventerreinen. Hiervan kan afgeweken worden indien deze bedrijven en bedrijfsfuncties een ondersteunende functie vervullen voor de bedrijven op het bedrijventerrein of wanneer de vestiging van deze bedrijven vanwege de milieuzonering of op grond van overwegingen van ruimtelijke kwaliteit gewenst zijn.

Structuurvisie Bedrijventerreinen en werklocaties

De Structuurvisie Bedrijventerreinen en Werklocaties is een aanpassing van het beleid voor bedrijventerreinen van het in 2005 vastgestelde streekplan Gelderland. Op 30 juni 2010 hebben Provinciale Staten de structuurvisie vastgesteld. De structuurvisie Bedrijventerreinen en Werklocaties is een aanpassing van het structuurvisiebeleid als gevolg van de volgende ontwikkelingen:

  • Toekomstprognoses wijzen erop dat na 2020 de vraag naar bedrijventerreinen sterk zal afnemen, op termijn (vanaf 2025) treedt zelfs krimp op.
  • Maatschappelijk is er weerstand tegen de verrommeling van het landschap ontstaan. Dit vertaalt zich in de vraag naar meer regie van de provincie op het (her)ontwikkelen van de juiste kwaliteit bedrijventerrein op de juiste plek.

Uitgangspunt van het nieuwe beleid is dat er eerst optimaal gebruik wordt gemaakt van bestaande bedrijventerreinen voordat er nieuwe worden ontwikkeld. Voldoende ruimte voor bedrijvigheid blijft beleidsuitgangspunt, maar overschot aan bedrijventerrein moet worden voorkomen. Verder vraagt de provincie Gelderland aan de gemeenten om extra aandacht te besteden aan kwalitatieve aspecten, zoals een goede ruimtelijke inpassing, een zorgvuldige vormgeving en een zo laag mogelijke milieubelasting. Het nieuwe beleid wordt in overleg met samenwerkende gemeenten op regionaal niveau uitgewerkt en tot uitvoering gebracht. In een Regionaal Programma Bedrijventerreinen (RPB) moet de weerslag van het provinciale beleid zichtbaar worden.

Regionale bedrijventerreinen

Regionale terreinen vervullen een belangrijke (opvang)functie voor de grotere, zwaardere (wat betreft milieuhindercategorie) en op hoogwaardige bereikbaarheid (A-wegen) aangewezen bedrijven. De provincie vindt van belang dat dit type bedrijvigheid zich duurzaam kan vestigen op dit soort hoogwaardige terreinen. In de structuurvisie Bedrijventerreinen en werklocaties is de locatie Laarberg aangewezen als een regionaal bedrijventerrein.

Conclusie

Laarberg betreft een regionaal bedrijvenpark dat voorziet in de opvang van grotere en zwaardere bedrijven. Het bestemmingsplan Laarberg Zuid voorziet vooral in opslaggerelateerde bedrijvigheid. Met de ontwikkeling van Laarberg Zuid wordt voorzien in de ambitie van de provincie ten aanzien van de opvangfunctie van grotere en zwaardere bedrijven op regionale terreinen. De wijziging van de bestemming 'Agrarisch' in 'Bedrijventerrein' draagt bij aan deze ambitie.

2.3 Regionaal beleid

Regionale structuurvisie Achterhoek

De visie 'Speerpunten Regionaal Ruimtelijk beleid Achterhoek 2011-2020' geeft de beleidsambities van acht Achterhoekse gemeenten voor de regionale economie, volkshuisvesting, landschappelijke kwaliteit, leefbaarheid en mobiliteit. De visie is een aanvulling en actualisatie op de Regionale Structuurvisie Achterhoek uit 2004 en legt de nadruk op andere speerpunten ten gevolge van de demografische ontwikkelingen.

In de visie uit 2004 was uitgangspunt voor de positionering van de Achterhoek ten opzichte van andere regio's: de doorontwikkeling als een economisch en sociaal-cultureel zelfstandige regio die zich naar buiten toe met name profileert met haar kleinschaligheid en gebiedskwaliteiten. Een grotere dynamiek in de regio wordt nagestreefd met behoud van de eigen ruimtelijke kwaliteit.

Ten aanzien van bedrijventerreinen is het algemene uitgangspunt: het juiste bedrijf op de juiste locatie. Er wordt ruimte geboden voor groei van locale bedrijvigheid in bestaande sectoren als detailhandel, bouwnijverheid en industrie en in relatief nieuwe sectoren als recreatie, toerisme, dienstverlening en op het gebied van gezondheid en zorg. Aan nieuwe keuzes en ontwikkelingen gaat regionale afstemming vooraf.

Speerpunten zijn:

  • demografische ontwikkeling;
  • oriëntatie op externe relaties (met het KAN-gebied, Twente, Duitsland, Stedendriehoek);
  • de verandering van het platteland;
  • duurzame energie.

Regionaal Programma Bedrijventerreinen (RPB) Regio Achterhoek

In regionaal verband hebben de gemeenten en de provincie in de regio Achterhoek afspraken rondom bedrijventerreinen vastgelegd (Regionaal programma bedrijventerreinen RPB). In het voorjaar van 2009 heeft de Regio Achterhoek haar Economisch Programmerings- en Ontwikkelingsdocument (EPO) opgesteld. Met het RPB wordt invulling gegeven aan de Structuurvisie bedrijventerreinen en werklocaties. Het RPB biedt het kader voor concrete werk- en projectafspraken tussen de regiogemeenten. De provincie Gelderland is partner op diverse onderwerpen. Zij is nauw betrokken bij afspraken over vraag en aanbod, aanpak van de herstructurering en implementatie van de SER-ladder.

Op subregionaal niveau zijn de volgende aanvullende afspraken gemaakt:

  • het regionaal afsprakenkader over planning en programmering van bedrijventerreinen tussen Regio Achterhoek en provincie;
  • de vertaling en uitwerking van de gemeentelijke, regionale en provinciale doelstellingen op het gebied van bedrijventerreinen;
  • het toetsingskader voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio.

In het RPB is Laarberg opgenomen als ontwikkeling waar zware milieuhinderlijke bedrijvigheid kan worden opgevangen.

Conclusie

Met het bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid (moederplan), is invulling gegeven aan de Regionale structuurvisie Achterhoek en het RPB Achterhoek. Dit wijzigingsplan maakt geen andere ontwikkelingen mogelijk dan al waren voorzien en onderzocht in het moederplan.

2.4 Gemeentelijk beleid

Bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid

Het plangebied van onderhavig wijzigingsplan valt binnen het vigerende bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' van de gemeente Oost Gelre dat op 16 juni 2015 is vastgesteld.

Artikel 3.6.1 van het vigerende bestemmingsplan bevat een wijzigingsbevoegdheid. Burgemeester en Wethouders zijn daarmee bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein'. Daarbij moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • a. aangetoond is dat de gunstige staat van instandhouding van de steenuil is gewaarborgd, overeenkomstig de bepalingen in het, bij het bestemmingsplan horende, Natuurmitigatieplan;
  • b. uitsluitend bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 4.2 van de, bij het bestemmingsplan horende, Staat van bedrijfsactiviteiten, zijn toegestaan.

Toelichting voorwaarden

ad a.

In het Natuurmitigatieplan is opgenomen dat als gevolg van de ontwikkeling van de tweede fase van Laarberg Zuid een oppervlakte aan voedselgebied voor de steenuil verdwijnt (voorop gesteld, dat de nestlocatie nog functioneel is).

In hoeverre er in fase 2 van Laarberg Zuid sprake is van effect op het voedselgebied van de steenuil is nog onzeker. Indien de steenuil als reactie op de 'afwaartse strategie' zijn huidige nestlocatie verlaat voor een buiten het gebied op te hangen nestkast, schuift zijn voedselgebied als het ware het plangebied van fase 2 uit en zal er in fase 2 geen sprake meer zijn van een effect.

Mitigerende maatregelen in fase 2 zijn, afgezien van aangepaste verlichting op het bedrijventerrein, alleen mogelijk nodig voor de steenuil. De omvang en locatie van deze mitigatie, benodigd in de tweede fase, hangt – behalve van de nog onbekende omvang van het voornemen in die fase - af van de daadwerkelijke aanwezigheid en voorts van het succes waarmee de steenuil gebruik maakt van vervangende nestgelegenheid.

Er moet worden vastgesteld of de steenuil daadwerkelijk een nestplaats in de boerderij aan de Oude Borculoseweg 8 heeft. Indien de steenuil inderdaad onomstotelijk is vastgesteld, dan zal daarna jaarlijks gemonitord moeten worden of de steenuil gebruik maakt van de inmiddels aangeboden vervangende nestgelegenheid of dat deze toch in de boerderij aan de Borculoseweg 8 zitten blijft.

In paragraaf 4.1 wordt toegelicht dat de gunstige staat van instandhouding van de steenuil is gewaarborgd.

ad b.

De regels van de bestemming 'Bedrijventerrein' conform artikel 4 van het bestemmingsplan worden overgenomen. In de regels is opgenomen dat uitsluitend bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 4.2 van de, in de bij het bestemmingsplan horende Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen, bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Op de verbeelding is middels een functieaanduidingen onderscheid gemaakt waar welke bedrijven zijn toegestaan. In het grootste gedeelte van het plangebied zijn bedrijven in de categorie 3.1 tot en met 4.1 toegestaan en in het noordoostelijke deel zijn wel bedrijven in de categorie 3.1 en 4.2 toegestaan. Deze gehanteerde milieuzonering sluit aan bij de structuurvisie ´Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg´. Met dit wijzigingsplan worden bedrijven uit een lagere categorie mogelijk gemaakt dan in de wijzigingsbevoegdheid is opgenomen. Dit levert echter geen nadelige of grotere milieueffecten op voor de omgeving.

Conclusie

Op basis van het bovenstaande wordt voldaan aan de wijzigingsregels.

Toekomstvisie Oost Gelre

In de 'Toekomstvisie Oost Gelre' zijn de wensbeelden van de gemeente voor 2020 weergegeven. Ook komt aan de orde hoe de gemeentelijke organisatie met dat toekomstbeeld omgaat. In 2020 komt dat onder andere tot uiting in het feit dat Oost Gelre voor Oost-Achterhoek de belangrijkste speler is op het gebied van industriële bedrijvigheid. De (gerevitaliseerde) industrieterreinen concentreren zich daarbij rond de verbindingsweg tussen Groenlo en Lichtenvoorde. Er zijn goede mogelijkheden voor betaalbaar openbaar vervoer, wat overigens gestimuleerd wordt door de aanwezige bedrijven.

Het regionale duurzame bedrijvenpark 'De Laarberg' in Groenlo is gevuld met diverse verhuisde bedrijven, afkomstig uit de gehele Oost Achterhoek, maar ook met een groot aantal nieuwe bedrijven. Aan duurzame energie en duurzaamheid in zijn algemeenheid wordt veel waarde gehecht.

In 2020 zijn alle milieubelastende bedrijven uit de kernen verdwenen. Verder zijn de bedrijven zo ingericht dat mogelijke milieuproblemen al bij de bron worden aangepakt. Dit maakt het wonen en recreëren in Oost Gelre prettig en veilig. Er zijn dan ook geen klachten meer als gevolg van industriële bedrijvigheid en aan het industrieel erfgoed worden nieuwe bestemmingen gegeven. Bedrijven kunnen ook buurten en buurtschappen 'adopteren' om zo de sociale duurzaamheid in Oost Gelre te stimuleren.

Masterplan 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg'

Voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark is een Masterplan 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' (vastgesteld 18 december 2012) opgesteld.

Structuurvisie 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg'

Het Masterplan is vertaald in de structuurvisie 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' (vastgesteld 17 december 2013). De structuurvisie vormt het kader voor de toekomstige ontwikkelingen voor het regionaal bedrijvenpark. Aan de hand van de structuurvisie kunnen voor concrete ontwikkelingen bestemmingsplannen op maat worden opgesteld.

In de structuurvisie is de ruimtelijke visie beschreven op de gehele ontwikkeling en zijn randvoorwaarden voor de nadere invulling opgenomen. Deze randvoorwaarden zijn mede voortgekomen uit de uitgevoerde planMER en gelden voor de bestemmingsplannen die opgesteld worden voor Laarberg fase 2, waaronder ook het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' waar dit wijzigingsplan onderdeel van is. Voor de wijze van implementatie van de randvoorwaarden in de planregels en op de verbeelding wordt verwezen naar het bestemmingsplan.

Het plangebied Laarberg Zuid heeft een grootte van 9,5 hectare. Het bestemmingsplan bood al ruimte aan 6,5 hectare (3,9 hectare rechtstreeks en 2,6 hectare middels wijzigingsbevoegdheid) van de in totaal 35 hectare uitgeefbaar terrein binnen de ruimtelijke eenheid Bedrijventerrein op het gehele Laarberg fase 2. Middels onderhavig wijzigingsplan wordt aan de 2,6 hectare bedrijventerrein welke al via een wijzigingsbevoegheid mogelijk was (en ook is al onderzocht), ook rechtstreeks ruimte geboden.

Conclusie

Met dit wijzigingsplan wordt gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'. Dit wijzigingsplan voldoet aan alle wijzigingsvoorwaarden zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Voor de indeling van de toegestane bedrijfcategorie wordt aangesloten bij de structuurvisie.

De Structuurvisie Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg sluit aan op de Toekomstvisie Oost Gelre. Met onderliggend wijzigingsplan wordt invulling gegeven aan de Structuurvisie Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg.

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

Voorliggend wijzigingsplan voorziet in een wijziging van de bestemming 'Agrarisch' naar 'Bedrijventerrein'.

Wijziging 'Agrarisch' naar 'Bedrijventerrein'

Voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark Laarberg heeft de gemeenteraad van Oost Gelre een Masterplan (18 december 2012) vastgesteld. Dit Masterplan schetst de kaders in hoofdlijnen voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark Laarberg. Op basis van het Masterplan is vervolgens een Structuurvisie (17 december 2013) vastgesteld. De structuurvisie vormt het kader voor de concrete toekomstige ontwikkelingen. Zie ook paragraaf 2.4.

Binnen het plangebied Laarberg Zuid wordt ruimte geboden aan zwaardere en vooral opslaggerelateerde bedrijvigheid. Er is ruimte voor in totaal 6,5 hectare bedrijventerrein. In verband met een mogelijk aanwezige nestlocatie van een steenuil in de boerderij aan de Oude Borculoseweg 8 en het bijhorende potentiële foerageergebied, kon Laarberg Zuid als bedrijventerrein niet onmiddellijk in zijn geheel ontwikkeld worden. Derhalve is de ontwikkeling van Laarberg Zuid opgesplitst in twee fasen. Fase 1 (inclusief fase 0) betrof de ontwikkeling van bedrijvigheid ten noorden van de Zuidgang en de ontwikkeling van maximaal 2,1 hectare bedrijvigheid ten zuiden van de Zuidgang op meer dan 150 meter van de boerderij Oude Borculoseweg 8.

Fase 2 betreft de ontwikkeling van het overige deel van Laarberg Zuid, zie ook het licht paarse gedeelte op afbeelding 3.1. Fase 2 heeft in de huidige situatie nog een bestemming 'Agrarisch'. In het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' (het moederplan) is voor deze fase een wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar 'Bedrijventerrein'. Het voorliggende wijzigingsplan voorziet in deze wijziging van de bestemming 'Agrarisch' naar de bestemming 'Bedrijventerrein'. Op deze manier kan ook dit gedeelte van het plangebied benut worden ten behoeve van het bedrijventerrein.

Van de wijzigingsbevoegdheid uit het moederplan kan alleen gebruik worden gemaakt wanneer is aangetoond dat de gunstige staat van instandhouding van de steenuil is gewaarborgd, overeenkomstig de bepalingen in het bij het moederplan horende Natuurmitigatieplan. Na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid zijn in het grootste gedeelte van het plangebied bedrijven toegestaan die behoren tot de categorie 3.1 tot en met 4.1 en in het noordoostelijke deel zijn bedrijven toegestaan in de categorie 3.1 tot en met 4.2, zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten behorende bij het moederplan. Deze milieuzonering is in lijn met de structuurvisie 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg'.

Voor de eisen ten aanzien van beeldkwaliteit en beeldregie en voor de eisen ten aanzien van de landschappelijke inpassing wordt aangesloten bij de uitgangspunten van het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.WPLBZ1901-VG01_0002.png"

afbeelding 3.1 fasering ontwikkeling Laarberg Zuid

Mitigerende maatregelen in fase 2 zijn – afgezien van aangepaste verlichting op het bedrijventerrein – binnen dit plangebied Laarber Zuid alleen nodig voor de steenuil. In paragraaf 4.1 wordt hier nader op ingegaan.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

De effecten van de uitvoering van het wijzigingsplan worden hieronder beschreven. Dit wijzigingsplan voorziet in een wijziging van het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' (het moederplan). In het kader van dit bestemmingsplan heeft reeds een toets plaatsgevonden aan de verschillende milieuaspecten. Deze toets is omschreven in hoofdstuk 5 'Omgevingsaspecten' van dit bestemmingsplan. Voor een volledige toets aan de omgevingsaspecten wordt verwezen naar het moederplan.

4.1 Ecologie

Wettelijk kader

De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De soortenbescherming is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en de gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet 1998.

Gebiedsbescherming

Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, gebieden die deel uitmaken van het Gelders Natuurnetwerk, beschermde natuurmonumenten en staatsnatuurmonumenten. Een belangrijk onderdeel van de Natuurbeschermingswet is dat er geen vergunning gegeven mag worden voor handelingen of projecten die schadelijk kunnen zijn voor de kwaliteit van de habitats van soorten, waarvoor een gebied is aangewezen. Wanneer niet op voorhand uitgesloten kan worden dat er schadelijke effecten kunnen optreden, dan dient de initiatiefnemer een 'passende beoordeling' te maken. Dat betekent een onderzoek naar alle aspecten van het project en welke gevolgen die kunnen hebben voor datgene wat bescherming geniet.

Soortenbescherming 

Het doel van de Flora- en faunawet is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Flora- en faunawet kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Er bestaan drie beschermingsregimes voor drie verschillende groepen van beschermde soorten. Voor de algemeen beschermde soorten (tabel 1) geldt een algemene ontheffing voor ruimtelijke ingrepen. Ook voor de overige beschermde soorten (tabel 2) is ontheffing mogelijk, mits wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor strikt beschermde soorten (tabel 3) kan enkel afgeweken worden na een uitgebreide toetsing.

Plansituatie

Gebiedsbescherming

Natura 2000

Het plangebied ligt op enige afstand van een aantal Natura 2000-gebieden:

  • Zwillbrockervenn & Ellewickerveld en vogelrichtlijngebied (5 km);
  • Korenburgerveen (7 km);
  • Stelkampsveld (10 km);
  • Buurserzand en Haaksbergerveen (10 km).

Passende beoordeling

Bij het PlanMER Structuurvisie Laarberg fase II is een passende beoordeling uitgevoerd (Royal HaskoningDHV, augustus 2013). Hierin is tevens de stikstofdepositie ten gevolge van de industriële activiteit en de verkeersaantrekkende werking van het regionaal bedrijvenpark Laarberg als geheel bepaald. Wanneer het bedrijventerrein volledig wordt ingevuld volgens de met de structuurvisie beoogde milieuzonering zal de dan optredende stikstofemissie van industrie en wegverkeer leiden tot een kleine toename van stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie in Natura 2000-gebieden Zwillbrockervenn, Korenburgerveen, Stelkampsveld en Buurserzand & Haaksbergerveen.

In het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' is reeds aangetoond dat de bijdrage van het gehele plangebied Laarberg Zuid aan de depositie op de verschillende Natura 2000-gebieden minimaal is.

Soortenbescherming

Flora en faunawet

Tijdens een veldinventarisatie zijn er diverse beschermde soorten in en in de omgeving van het plangebied aangetroffen. Het gaat onder andere om de steenuil, huismus en diverse vleermuizen. Hiervoor moeten mitigerende maatregelen worden getroffen.

Boerderij Panneman aan de Oude Borculose weg vormt een nestgelegenheid voor de steenuil (met daaromheen foerageergebied) en 5 paren huismus. Tevens vormt de boerderij een paar- en winterverblijf van de gewone dwergvleermuis. Het behoud van de gebouwen en schuren heeft sterk de voorkeur. Als sloop van de gebouwen onvermijdelijk is, dan moeten de vaste rust- en verblijfplaats gecompenseerd worden. Tevens zal door de ontwikkeling van het bedrijventerrein een deel van het foerageergebied verloren gaan. Ook dit dient gecompenseerd te worden. Hiervoor moet het deel dat gereserveerd is als landbouw optimaal worden ingericht als leefgebied voor de steenuil op het moment dat het foerageergebied wordt aangetast.

Er vindt jaarlijks een monitoring van de natuurwaarden op Laarberg plaats om na te gaan of de conclusies uit eerdere flora- en faunaonderzoeken na verloop van tijd stand houden.

Mitigatieplan

In verband met de aanwezige nestlocatie van de steenuil in boerderij Panneman kan Laarberg Zuid niet onmiddelijk in zijn geheel ontwikkeld worden. Derhalve wordt de ontwikkeling van Laarberg Zuid opgesplitst in twee fasen. Fase 1 (inclusief fase 0) betreft de ontwikkeling van bedrijvigheid ten noorden van de Zuidgang en de ontwikkeling van maximaal 2,1 ha bedrijvigheid ten zuiden van de Zuidgang op meer dan 150 meter van boerderij Panneman. Fase 2 betreft de ontwikkeling van het overige deel van Laarberg Zuid, zie afbeelding 4.1. In afbeelding 4.1 is het plangebied voor dit wijzigingsplan blauw omkaderd. Voor de ontwikkeling is een natuurmitigatieplan opgesteld (Bijlage 1 Natuur Mitigatieplan Laarberg, Royal HaskoningDHV, oktober 2014).

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.WPLBZ1901-VG01_0003.png"

Afbeelding 4.1 Laarberg Zuid met fasering en plangebied wijzigingsplan

Als gevolg van de realisering van Laarberg Zuid is er in fase 1 voedselgebied verdwenen voor de steenuil, huismus, baardvleermuis, grootoorvleermuis en gewone dwergvleermuis. Ook is een nestplaats van de buizerd verdwenen door kap van bomen. Nestplaatsen van de roek blijven behouden. In fase 2 verdwijnt een (nog onbekende) grotere oppervlakte voedselgebied voor steenuil (vooropgesteld, dat de huidige nestlocatie op dat moment nog steeds functioneel is). Er is in fase 2 geen sprake van verlies van voedselgebied van vleermuizen.

De omvang van het verlies aan voedselgebied varieert per soort. Omdat boerderij Panneman met directe omgeving behouden blijft, gaat het voor de huismus om een zeer beperkt verlies aan voedselgebied van exemplaren die bovendien aan de zuidwestzijde buiten het plangebied broeden.

Omdat ervan moet worden uitgegaan, dat zich in boerderij Panneman daadwerkelijk een nest van steenuil bevindt, is er sprake van verlies aan oppervlakte voedselgebied voor steenuil als gevolg van de in fase 1 maximaal te ontwikkelen bedrijvigheid van 2,1 ha.

Voor zover voor de realisering van Laarberg Zuid bomen gekapt moeten worden, is daarvan niet vastgesteld dat deze een functie hebben als verblijfplaats voor vleermuizen of als (deel van) de vliegroute. De bomen waar wel verblijfplaatsen van baardvleermuis zijn vastgesteld blijven behouden.

In de tabel hieronder is samenvattend weergegeven wat de effecten zijn per fase. De effecten van fase 1 zijn inmiddels al gemitigeerd ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Regionaal bedrijventerrein Laarberg Zuid. Fase 2 heeft betrekking op onderhavig plangebied.

Tabel 4.1 Effecten ingrepen Laarberg Zuid per fase

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.WPLBZ1901-VG01_0004.png"

Mitigatie maatregelen tweede fase

Mitigerende maatregelen in fase 2 zijn – afgezien van aangepaste verlichting op het bedrijventerrein – alleen mogelijk nodig voor de steenuil. De omvang en locatie van deze mitigatie hangt af van de daadwerkelijke aanwezigheid en voorts van het succes waarmee de steenuil gebruik maakt van vervangende nestgelegenheid. Indien de steenuil onomstotelijk in Panneman is vastgesteld, dan zal jaarlijks gemonitord moeten worden of de steenuil gebruik maakt van de aangeboden vervangende nestgelegenheid of dat deze toch in Panneman blijft zitten. Zie tabel 4.2 voor een samenvatting van de mitigerende maatregelen, waarbij fase 2 relevant is voor dit wijzigingsplan.

Tabel 4.2 samenvatting mitigerende maatregelen per fase

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.WPLBZ1901-VG01_0005.png"

Aanvullend onderzoek

Zoals eerder geconstateerd bevindt zich rondom de boerderij Oude Borculoseweg 8 al jaren een territorium van een steenuil. Er werd verondersteld (maar niet aangetoond) dat de steenuil op het erf van deze boerderij zou broeden. Op 25 november 2015 heeft een uitgebreid aanvullend onderzoek in de gebouwen én op het gehele erf van dit perceel plaatsgevonden, om de eventuele broedplaats of rustplaats(en) van de steenuil vast te stellen, zie ook Bijlage 2 en Bijlage 3 Het bleek op 25 november 2015 dat in 2015 in ieder geval niet op het erf of in de gebouwen van de boerderij Oude Borculoseweg 8 gebroed is. Op het erf aan de overzijde van de weg; Oude Borculoseweg 9 en 9A, is de steenuil het afgelopen jaar regelmatig gezien. Hier zijn ook beide nestkasten voor de steenuil opgehangen. In overleg met de eigenaar van deze boerderij wordt voor minimaal 1 jaar een beheersovereenkomst afgesloten om zodoende de verbinding van optimaal jachtgebied voor steenuilen met de extensief beheerde, voor steenuilen geschikte, zones binnen het plangebied van Laarberg Zuid te versterken. De gebouwen van de boerderij Oude Borculoseweg 8 worden voorlopig niet gesloopt en het erf blijft behouden. Dit gedeelte valt ook buiten het plangebied voor dit wijzigingsplan

Conclusie

Door onderzoek is aangetoond dat de steenuil geen verblijfplaats heeft of heeft gehad in de boerderij gelegen aan de Oude Borculoseweg 8. Hiermee is het ook aannemelijk dat het plangebied niet als fourageergebied wordt gebruikt. Op basis van het hiervoor genoemde onderzoek is een ontheffing Flora en Fauna aangevraagd.

Ontheffing Flora en Fauna

De aangevraagde ontheffing Flora en Fauna heeft betrekking op de realisatie van het project 'Ontwikkeling Bedrijventerrein Laarberg, Groenlo'. Het project betreft fase 1 van de uitbreiding van bedrijventerrein Laarberg II, waar ook Laarberg Zuid onderdeel van uit maakt. Er is ontheffing aangevraagd voor de verbodsbepaling genoemd in de artikelen 10 en 11 van de Flora en faunawet voor wat beteft exemplaren van de baardvleermuis, gewonen dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, buizerd, huismus, roek en steenuil. Voor wat betreft het plangebied voor dit wijzigingsplan is alleen de ontheffing voor de steenuil relevant. Ontheffingen worden slechts verleend wanneer geen afbreuk wordt gedaan een gunstige staat van instandhouding van de soort en geen andere bevredigende oplossing bestaat en met het oog op andere, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, belangen. (art 75, lid 5 en art. 75, lid 6 sub c Flora- en faunawet).

Steenuil

Het plangebied heeft naast een functie als voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaats, tevens een functie als foerageergebied voor de steenuil. Door de werkzaamheden kunnen voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de steenuil worden beschadigd, vernield of verstoord. Voor de aantasting van foerageergebieden zijn onvoldoende alternatieven voor handen. Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de steenuil tot een minimum te beperken zijn in het 'Projectplan Ruimtelijke ingrepen' (Bijlage 4) maatregelen beschreven. Het betreft de volgende maatregelen:

  • Het plaatsen van nestkasten voor de steenuil aan de Oude Borculoseweg 9 en 9A. Het is aannemelijk dat deze kasten al zijn ontdekt, gezien de waarnemingen van de steenuil rondom de bebouwing.
  • Het optimaliseren van de directe omgeving van de alternatieve nestkasten voor de steenuil.

Deze maatregelen zijn als voldoende beschouwd.

Met inachtneming van de voorgestelde maatregelen wordt er vooraf voor voldoende alternatief gezorgd dat in kwantiteit en kwaliteit overeenkomt met de huidige functionaliteit van de voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaats voor de aanwezige populatie van de steenuil. De functionaliteit van de voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaats van de steenuil blijft daarmee behouden.

De steenuil blijft in de omgeving aanwezig, waardoor er geen wezenlijke invloed uitgaat van deze verstoring. Met het treffen van bovenstaande maatregelen en wanneer gewerkt wordt conform de in de ontheffing opgelegde voorschriften komt de gunstige staat van instandhouding van de steenuil niet in gevaar.

Conclusie

In het kader van het "Projectplan Ruimtelijke ingrepen" zijn maatregelen getroffen om negatieve effecten op de steenuil te voorkomen. Het is aannemelijk dat de steenuil reeds uit het plangebied Laarberg zuid geschoven is. Inmiddels is een Flora- en faunaontheffing verkregen. Hiermee is de gunstige staat van instandhouding van de steenuil gewaarborgd. Daarmee voldoet dit wijzigingsplan aan de wijzigingsvoorwaarde uit het moederplan

4.2 Overige aspecten

4.2.1 Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.)

Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk een m.e.r.-procedure te doorlopen als de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage C van het Besluit m.e.r. (de 'C-lijst'), de activiteit daarbij in omvang minimaal gelijk is aan de daarbij vermelde drempelwaarde of belangrijke milieueffecten heeft én de activiteit mogelijk wordt gemaakt in één van de in het Besluit m.e.r. aangewezen wettelijke plannen of besluiten, zoals een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning. Daarnaast kan een activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn op basis van het Besluit m.e.r. Dit is het geval wanneer de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage D van het Besluit m.e.r. (de 'D-lijst'), de activiteit minimaal gelijk is aan de vermelde drempelwaarde of belangrijke milieueffecten heeft, en de activiteit mogelijk wordt gemaakt in de aangewezen plannen of besluiten

Het plangebied Laarberg Zuid maakt onderdeel uit van het grotere Laarberg fase 2. Ten behoeve van de uitbreiding van regionaal bedrijvenpark Laarberg is een structuurvisie opgesteld. Deze structuurvisie is planm.e.r.-plichtig gezien de aard en omvang van de voorziene ontwikkelingen (namelijk zware bedrijvigheid) en de op voorhand niet uit te sluiten significante effecten op Natura 2000-gebieden (een passende beoordeling in het kader van Natuurbeschermingswet 1998 is verplicht).

Onderliggend wijzigingsplan is reeds voorzien in de planm.e.r. Het plan zorgt niet voor een verslechtering van de algemene milieueffecten ten opzichte van het onderzochte in de planm.e.r.

Het wijzigingsplan blijft daarnaast ook ruim onder de drempelwaarden zoals opgenomen in bijlage C of D uit het Besluit m.e.r..

4.2.2 Bedrijven en milieuzonering

In de planregels en op de verbeelding is een begrenzing opgenomen voor verschillende toegestane milieucategorieën binnen de bestemming 'Bedrijventerrein'. Het wijzigingsplan sluit aan bij de gehanteerde milieuzonering in het moederplan en de indeling uit structuurvisie. In het grootste gedeelte van het plangebied zijn bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 4.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. In het noordoostelijke gedeelte van het plangebied zijn bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 4.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Hiermee voldoet dit wijzigingsplan aan de wijzigingsvoorwaarde uit het moederplan.

Met het opnemen van een milieuzonering is rekening gehouden met de afstand tot omliggende (gevoelige) functies.

Naar aanleiding van de ontwikkeling van Laarberg Zuid kan geconcludeerd worden dat de huidige omliggende (beperkt) gevoelige functies niet gehinderd worden door de komst van de nieuwe functies.

4.2.3 Verkeer

De verkeersaantrekkende werking van de gehele ontwikkeling is in het kader van de structuurvisie en het moederplan onderzocht. De voorgenomen ontwikkelingen van dit wijzigingsplan hebben geen veranderende invloed op de onderzochte verkeersafwikkeling.

4.2.4 Luchtkwaliteit

Bij het opstellen van het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid, is al aangetoond dat de wijzigingsbevoegdheden planologisch haalbaar zijn ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Hierdoor hoeft geen nader luchtkwaliteitsonderzoek plaats te vinden.

Voor zowel stikstofdioxide als fijnstof geldt dat de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m3 op het gehele bedrijvenpark Laarberg fase 2, waar Laarberg Zuid onderdeel vanuit maakt, niet overschreden wordt als gevolg van de voorziene ontwikkelingen. De concentraties zullen volgens de worst case berekening lokaal wel toe kunnen nemen, maar de grenswaarden worden niet overschreden. De verwachte toenames vinden daarnaast vrijwel niet plaats bij gevoelige bestemmingen.

Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op voor het uitvoeren van het wijzigingsplan.

4.2.5 Geluidhinder

Industrielawaai

Met de ontwikkeling van bedrijvigheid op Laarberg Zuid komt de geluidbelasting op woningen in de omgeving niet hoger uit dan 60 dB(A). Deze belasting is acceptabel in het kader van het hogere waardenbeleid van de gemeente Oost Gelre.

Voor de gewenste categorie bedrijfsactiviteiten in het wijzigingsplan, bestaat een zoneringsplicht omdat op het terrein zoneringsplichtige inrichtingen op basis van de Wet geluidhinder gewenst zijn.

Voor het gehele bedrijvenpark Laarberg fase 2 is het noodzakelijk een geluidzone vast te stellen. Deze geluidzone is ondermeer noodzakelijk voor de activiteiten op Laarberg Zuid. Momenteel wordt door de gemeenten Oost Gelre en Berkelland gewerkt aan een bestemmingsplan ten aanzien van de geluidszonering rondom het bedrijventerrein Laarberg/Den Sliem. In dit bestemmingsplan wordt de geluidcontour met de daarbij behorende geluidzone, als gevolg van de bedrijventerreinen Den Sliem en Laarberg fase 1 en fase 2 vastgelegd. Totdat het bestemmingsplan voor de geluidszonering is vastgesteld, geldt de bestaande geluidszonering rondom Laarberg fase 1 en Den Sliem en zijn geluidszoneringsplichtige inrichtingen niet toegestaan. Hiertoe is een regeling opgenomen in de planregels.

Wegverkeerslawaai

Voor de ontsluiting van het plangebied wordt gebruik gemaakt van de ontsluiting voor Laarberg Zuid. In het moederplan is reeds rekening gehouden met de ontwikkeling van dit plangebied tot bedrijventerrein. Ten aanzien van het aspect wegverkeerslawaai zal dan ook geen verslechtering van de situatie optreden.

4.2.6 Geurhinder

In dit wijzigingsplan is aangesloten bij de milieuzonering uit het moederplan. Hierdoor is sprake van voldoende afstand tussen hinderproducerende en hindergevoelige functies. Het aspect geur levert geen belemmering op voor het uitvoeren van het wijzigingsplan.

4.2.7 Externe veiligheid

Bij het opstellen van het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid, is al aangetoond dat de wijzigingsbevoegdheden planologisch haalbaar zijn. Er heeft reeds een risicoberekening plaatsgevonden voor de aardgastransportleidingen in de omgeving van het plangebied.

Plaatsgebonden risico

Het berekende plaatsgebonden risico is binnen het bekeken gebied nergens groter dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico legt dus geen beperkingen op voor de realisatie van het plan.

Groepsrisico

Het vastgestelde bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' (inclusief wijzigingsbevoegdheden) zorgt voor een toename van het aantal aanwezige personen binnen het invloedsgebied van de leidingen. Het groepsrisico neemt hierdoor toe. In het moederplan is reeds voorzien in een verantwoording van het groepsrisico.

Vanuit het aspect externe veiligheid is in het moederplan reeds aangetoond dat de wijzigingsbevoegdheden uitvoerbaar zijn.

4.2.8 Bodemkwaliteit

Bij het opstellen van het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid, is al aangetoond dat de wijzigingsbevoegdheden planologisch haalbaar zijn. Hierdoor hoeft geen nader bodemonderzoek plaats te vinden.

Bij bouwactiviteiten is overigens ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem benodigd. Bouw kan pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom dient bij iedere nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. De bodemonderzoeken voor eventuele nieuwe (vervangende) bouwactiviteiten mogen niet te oud zijn en moeten een vastgestelde informatiekwaliteit bieden. Indien aan die voorwaarden niet kan worden voldaan, dient aanvullend onderzoek plaats te vinden. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem wel geschikt te maken, of dient de omgevingsvergunning te worden geweigerd.

Met het oog op de bodemkwaliteit is het wijzigingsplan uitvoerbaar.

4.2.9 Water

Voor de uitbreiding van het bedrijvenpark Laarberg is in het kader van het Masterplan 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' de watertoets (Civicon BV, 2011) doorlopen. Dit proces is doorlopen met gemeente Oost Gelre en Waterschap Rijn en IJssel. De toets geeft aan wat de gevolgen zijn voor het ruimtelijke plan voor de waterhuishouding in en rond het plangebied.

Dit wijzigingsplan heeft dan geen gevolgen voor de waterhuishouding anders dan al met het waterschap Rijn en IJssel is afgestemd in het kader van het bestemmingsplan 'Reginaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'. De concrete uitwerking van dit wijzigingsplan wordt wel voorgelegd aan het waterschap.

4.2.10 Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie

Gemeente Oost Gelre heeft het nationale archeologiebeleid vertaald in het rapport Archeologische monumentenzorg in de gemeente Oost Gelre (RAAP, 2008). Daar hoort een archeologische beleidsadvieskaart bij. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en wat de archeologische verwachtingswaarde is van andere gebieden. Het beleid dient direct door te werken in bestemmingsplannen. Behoud van archeologische (verwachtings)waarden is het uitgangspunt.

Op basis van de beleidsadvieskaart gelden twee verschillende archeologische regimes in het plangebied. Deze zijn als dubbelbestemming overgenomen in dit wijzigingsplan (Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1 en Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2).

Cultuurhistorie

Laarberg Zuid ligt ten zuiden van de Grolse Linie uit 1627 (ook wel de Circumvallatielinie genoemd). Deze linie is een belangrijke cultuurhistorisch waardevolle structuur op het bedrijvenpark Laarberg. De Grolse Linie is een aanvalslinie uit de Tachtigjarige Oorlog. Wat de Grolse Linie om Groenlo uniek maakt, is dat deze voor het grootste deel nog intact in de bodem aanwezig is. Deze ligt in het agrarisch gebied. De linies rondom andere steden zijn vrijwel volledig vergraven ten behoeve van met name snelwegen en nieuwbouwwijken.

Doel is om de Grolse Linie te behouden en waar mogelijk de structuur zichtbaar en beleefbaar te maken. De ontwikkeling van Laarberg Zuid ruim ten zuiden van de Grolse Linie staat dit niet in de weg.

4.2.11 Kabels en leidingen

In Laarberg Zuid zijn een hoogspanningsleiding en een gastransportleiding aanwezig.

De wijziging van de bestemming 'Agrarisch' naar de bestemming 'Bedrijventerrein' heeft geen invloed op deze leidingen aangezien de leidingen niet binnen het plangebied voor dit wijzigingsplan liggen.

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet

Op dit 'Wijziging Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' zijn de regels van het bestemmingplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid', die op 16 juni 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre, van toepassing voor zover deze van toepassing zijn op het betreffende plangebied.

De bestemming 'Bedrijventerrein' in dit wijzigingsplan komt in zoverre overeen met de bestemming 'Bedrijventerrein' uit het moederplan, dat verwijzingen naar aanduidingen die niet voorkomen binnen het plangebied van het wijzigingsplan zijn verwijderd uit de bestemming.

Voor een nadere toelichting op de regels wordt verwezen naar de juridische planopzet van het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

Conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient de toelichting van een wijzigingsplan inzicht te geven over de uitvoerbaarheid van het plan.

Volgens de Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal op een andere wijze is gegarandeerd. Van een dergelijk bouwplan is in dit geval sprake (artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening).

Voor de uitvoering van de plannen voor de uitbreiding van bedrijvenpark Laarberg is de Gebiedsonderneming Laarberg opgericht. Deze heeft de uitvoering van de ontwikkeling en realisatie van dit regionale project ten doel. Gebiedsonderneming Laarberg kent twee publieke aandeelhouders; de gemeente Oost Gelre en de gemeente Berkelland. Beide aandeelhouders hebben ieder een borgstelling afgegeven. Ter beoordeling van de financiële haalbaarheid stelt de gebiedsonderneming jaarlijks een grondexploitatie op. Uit de grondexploitatie 2013, waarin de uitgangspunten van de Structuurvisie Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg zijn meegenomen, blijkt dat de voorgenomen plannen voor het bedrijvenpark Laarberg sluiten met een positief resultaat.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het ontwerpwijzigingsplan 'Wijziging Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' doorloopt de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening.

Overleg 

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

Wijziging van de bestemming 'Agrarisch' in de bestemming 'Bedrijventerrein' is reeds mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'. In het kader van dit moederplan heeft reeds overleg plaatsgevonden met het Waterschap Rijn en IJssel, de gemeente Berkelland en de provincie Gelderland. De concrete uitwerking van dit wijzigingsplan wordt wel voorgelegd aan de provincie en het waterschap.

Zienswijzen 

Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen ingekomen.