direct naar inhoud van Toelichting
Plan: De Driehoek en Raadhuisstraat 2 te Lichtenvoorde, verwijderen woningbouwmogelijkheden
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPLIC205-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Algemene gegevens bestemmingsplan

De Driehoek en Raadhuisstraat 2 te Lichtenvoorde, verwijderen woningbouwmogelijkheden  
maart 2019  
 
Inlichtingen:   
Afdeling Omgeving  
Hester Smeenk  
0544 - 393 478  

Hoofdstuk 2 Inleiding

2.1 Aanleiding en doel

In november 2017 is er een voorbereidingsbesluit genomen op twee locaties in Lichtenvoorde. Samen met de eigenaar van de Driehoek (hoek Vragenderweg-Aaltenseweg) is afgesproken om de geplande bouw van woningen op de Driehoek te stoppen en deze bestemming te wijzigen naar een groene invulling. Aan de Raadhuisstraat 2 bestaat nog de mogelijkheid om een appartementengebouw te realiseren. De woning is onlangs verbouwd en gerenoveerd tot 1 grote woning. Er worden geen appartementen meer gerealiseerd, daarom wordt deze mogelijkheid nu wegbestemd. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Daarom is dit bestemmingsplan opgesteld.

Op het perceel De Driehoek wordt de mogelijkheid voor het bouwen van woningen geschrapt. Het schrappen van woningbouwmogelijkheden aan de Driehoek is kortgesloten met de eigenaar.

2.2 Plangebied

Het plangebied betreft twee locaties in Lichtenvoorde. Het perceel aan de Raadhuisstraat 2 staat kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie I, nrs. 1132.

Het perceel de Driehoek is onbebouwd groen. Het perceel De Driehoek staat kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde sectie I, nrs. 4552, 5496 en 5497. Op de volgende kaartjes zijn de plangebieden omcirkeld.

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.BPLIC205-VG01_0001.png"

Plangebied van de twee locaties in Lichtenvoorde

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.BPLIC205-VG01_0002.png"

Plangebied Raadhuisstraat 2

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.BPLIC205-VG01_0003.png"

Plangebied De Driehoek

2.3 Geldende bestemmingsplannen

Het bestemmingsplan is een herziening van de in het plangebied geldende bestemmingsplannen. De bestemmingsplannen 'Dorpskern Lichtenvoorde' en 'Woonwijken Lichtenvoorde' gelden op dit moment voor de plangebieden.

Het perceel aan de Raadhuisstraat 2 is gelegen in het plangebied voor het bestemmingsplan 'Dorpskern Lichtenvoorde'. Het perceel De Driehoek aan de Aaltenseweg behoort tot 'Woonwijken Lichtenvoorde'.

Raadhuisstraat 2 heeft op dit moment de bestemmingen 'Tuin' en 'Wonen'. Met de aanduiding 'gestapeld' is bepaald dat hier gestapelde woningbouw (appartementen) mogelijk is.

De locatie de Driehoek te Lichtenvoorde heeft in het bew m stemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde' de bestemming 'Wonen' en de functieaanduiding 'dienstverlening - detailhandel volumineus' en is voorzien van een bouwvlak. Daarnaast geldt nog de bouwaanduiding 'gestapeld' en de maatvoering 'maximale goot- en bouwhoogte'. De maximale goothoogte is 8 meter, de maximale bouwhoogte 11 meter. Daarnaast heeft het perceel een dubbelbestemming, namelijk 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'.


In de regels behorende bij de bestemming 'Wonen' is aangegeven dat naast de aanduiding 'dienstverlening - detailhandel volumineus ' op dit perceel ook sociaal-cultureel en recreatieve activiteiten zijn toegestaan.

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

3.1 Naamgeving plangebied

Plangebied De Driehoek ligt aan de Aaltenseweg en heeft geen huisnummer(s). Daarom wordt nu de naam De Driehoek gehanteerd.

3.2 Ontwikkelingen

Plangebied De Driehoek heeft op dit moment een woonbestemming. De eigenaar van het perceel wilde er woningen bouwen. Het bouwplan is al enkele jaren oud en nooit gerealiseerd. Inmiddels is dit plan in het kader van de woonvisie en planningsafspraken op 'rood' gezet. Het is niet meer wenselijk om dit plan te realiseren.

Met woningbouw wordt er namelijk een nieuw knelpunt gecreëerd voor het direct tegenover de locatie gelegen bedrijf Rompa. Dat bedrijf krijgt dan meer woningen in de geurcirkel te liggen. Voor potentiële bewoners kan niet gesproken worden van een prettig woon- en leefklimaat vanwege te ondervinden geurhinder. Op dit moment is het een stuk onbebouwd groen. In dit bestemmingsplan wordt de groenbestemming toegekend aan dit perceel. De mogelijkheid om een appartementengebouw te kunnen bouwen komt dus te vervallen.

Plangebied Raadhuisstraat 2 is een voormalige dokterspraktijk/apotheek. Dit is enkele jaren geleden legaal verbouwd naar een woning. Het toegestane appartementengebouw wordt niet meer gerealiseerd. De mogelijkheid om een appartementengebouw te kunnen realiseren komt daarom te vervallen. De bestaande situatie (één woning) wordt bestemd.

3.3 Stedenbouwkundige voorwaarden

De Driehoek kan met de groenbestemming voor meerdere doeleinden gebruikt worden. Het wordt bijvoorbeeld mogelijk gemaakt om er bomen te planten. Op die manier kan het eventueel ingericht worden als Tiny Forest of Kabouterbosje, welke beide een verzameling (kleine) bomen zijn die geconcentreerd worden op een klein stuk groen in een bebouwde omgeving. Daarnaast wordt het mogelijk gemaakt om op het perceel te focussen op de (rijke) geschiedenis ervan. Tot slot is het ook mogelijk om speelvoorzieningen te plaatsen.

Dit zijn slechts voorbeelden van mogelijkheden voor de invulling van het perceel. De regels zijn hierin leidend. De voorbeelden zijn opgenomen in Bijlage 1 Scenario's nieuwe invulling De Driehoek.

De verdere uitwerking wordt in in overleg met de omwonenden opgepakt.

Hoofdstuk 4 Beleidskader

4.1 Algemeen

Voor het gebied geldt een groot aantal juridische- en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische- en beleidskaders van toepassing op het plangebied.

4.2 Rijksbeleid

Op 1 juli 2008 is de fundamentele herziening van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in werking getreden, de zogenaamde Wet ruimtelijke ordening (Wro). Deze wetswijziging zorgt voor een duidelijke taakverdeling tussen de overheden waarbij ruimtelijke beleidsplannen van rijk, provincie en gemeenten in hoge mate verticaal op elkaar zijn afgestemd. In de Wro is de sturingsfilosofie dat elke overheid op basis van de eigen verantwoordelijkheid en daarbij behorende instrumenten vooral proactief optreedt ter realisering van haar eigen ruimtelijk beleid. Hiertoe stelt elke overheidslaag een structuurvisie vast. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de Omgevingsvisie Gelderland worden aangemerkt als structuurvisie in het kader van de Wro.

4.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld en in werking getreden. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobilitietsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede Structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta.

Daarmee is de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten geven identiteit aan een gebied. Bovendien zijn culturele voorzieningen en cultureel erfgoed van belang voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat en daarmee voor de concurrentiekracht van Nederland. Het Rijk is verantwoordelijk voor het cultureel en natuurlijk UNESCO-werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en cultuurhistorische waarden in of op de zeebodem.

Dit komt tot uiting in nationaal belang 10 'Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten'. Er zijn ruim 400 stads- en dorpsgezichten uit de periode tot 1940 en 50.000 rijksmonumenten aangewezen en beschermd door de Monumentenwet vanwege de nationale cultuurhistorische betekenis.

Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen.

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de 'oude' ontwerp AMvB Ruimte, die in 2009 al aan inspraak is onderworpen, en deels uit nieuwe onderwerpen.

 

4.2.2 Besluit ruimtelijke ordening

LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld.

De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt.

NIEUWE STEDELIJKE ONTWIKKELING

In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, het gaat hier om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk, omdat er juist woningbouwmogelijkheden geschrapt worden. Daarmee vormt de ladder van duurzame verstedelijking geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

4.3 Provinciaal beleid

4.3.1 Omgevingsvisie provincie Gelderland

In januari 2018 is de Omgevingsvisie vastgesteld. De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn:

1. een duurzame economische structuur;

2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving.


Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland.

4.3.2 Omgevingsverordening Gelderland

In januari 2018 heeft de Provinciale Staten van Gelderland de (geconsolideerde) Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze verordening vormt samen met de tegelijkertijd vastgestelde Omgevingsvisie het ruimtelijk beleid en ziet toe op het veiligstellen van de provinciale belangen.

Een groot deel van de regels uit de verordening heeft betrekking op bebouwing (nieuwe woningen, bedrijventereinen en uitbreidingen van agrarische bedrijven). In dit geval wordt geen nieuwe woningen toegestaan.

Dit bestemmingsplan regelt het 'wegbestemmen' van een tweetal locaties waar op basis van de geldende bestemmingsplannen nog een appartementengebouw mogelijk gemaakt kon worden. In de omgevingsverordening zijn geen regels over het wegbestemmen van woningbouwmogelijkheden opgenomen.

Artikel 2.2.1.1. van de Omgevingsverordening stelt de volgende regels aan bestemmingsplannen voor woonlocaties:

Artikel 2.2.1.1 Nieuwe woonlocaties

In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.

Dit bestemmingsplan regelt het 'wegbestemmen' van de mogelijkheid om twee appartementengebouwen te kunnen bouwen. Op de locatie Raadhuisstraat 2 wordt alleen de bestaande woning positief bestemd. Op de locatie 'de Driehoek' wordt een groenbestemming gelegd, hier is na vaststelling van dit bestemmingsplan geen woningbouw, al dan niet in combinatie met grootschalige detailhandel, meer mogelijk. In de regio Achterhoek zijn afspraken met de provincie gemaakt over de aantallen nieuwe woningen die gerealiseerd mogen worden. Deze afspraken zijn uitgewerkt in een planningslijst. In de planningslijst (ook bekend als het 'stoplichtmodel') zijn deze twee locaties op 'rood' gezet. Dit betekent dat deze woningbouwlocaties niet meer gewenst zijn. Het plan voldoet daarmee aan de voorwaarde uit de provinciale omgevingsverordening, in die zin dat inmiddels ongewenste woningbouwlocaties komen te vervallen.

4.4 Gemeentelijk beleid

4.4.1 Vigerende bestemmingsplannen

De locatie de Driehoek te Lichtenvoorde heeft in het bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde' de bestemming 'Wonen' en de functieaanduiding 'dienstverlening - detailhandel volumineus' en is voorzien van een bouwvlak. Daarnaast geldt nog de bouwaanduiding 'gestapeld' en de maatvoering 'maximale goot- en bouwhoogte'. De maximale goothoogte is 8 meter, de maximale bouwhoogte 11 meter. Daarnaast heeft het perceel een dubbelbestemming, namelijk 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'.

In de regels behorende bij de bestemming 'Wonen' is aangegeven dat naast de aanduiding 'dienstverlening - detailhandel volumineus ' op dit perceel ook sociaal-cultureel en recreatieve activiteiten zijn toegestaan.

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.BPLIC205-VG01_0004.png"

Geldende bestemming De Driehoek

De locatie Raadhuisstraat 2 te Lichtenvoorde heeft in het bestemmingsplan 'Dorpskern Lichtenvoorde' de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' en voorzien van een bouwvlak. Daarnaast geldt nog de bouwaanduiding 'gestapeld' en de maatvoering 'maximale goot- en bouwhoogte'. De maximale bouwhoogte is 12 meter. Ook is het perceel gelegen in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.BPLIC205-VG01_0005.png"

Geldende bestemming Raadhuisstraat 2

Hoofdstuk 5 Onderzoeksresultaten

5.1 Watertoets

Het waterbeleid van rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.

Thema   Toetsvraag   Relevant  
HOOFDTHEMA'S  
Veiligheid
 
1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade)
2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?  
Nee

Nee  
Riolering en Afvalwaterketen   1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur?
2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ?
3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap?  
Nee
Nee
Nee  
Wateroverlast (oppervlaktewater)
 
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500 m2?
2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2?
3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?  
Nee

Nee

Nee
Nee  
Oppervlakte-
waterkwaliteit  
1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?   Nee
 
Grondwater-
overlast  
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond?
2. Is in het plangebied sprake van kwel?
3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren?  
Nee

Nee
Nee  
Grondwater-
kwaliteit  
1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?   Nee  
Inrichting en beheer
 
1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap?
2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?  
Nee

Nee  
Volksgezondheid   1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel?
2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?  
Nee

Nee  
Natte natuur   1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ?
2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?
3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur?
4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?  
Nee
Nee
Nee

Nee  
Verdroging   1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?   Nee  
Recreatie   1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?   Nee  
Cultuurhistorie   1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?   Nee  

Dit bestemmingsplan heeft geen gevolgen voor de waterhuishouding, omdat bebouwingsmogelijkheden worden geschrapt. Er ontstaan meer mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater.

5.2 Flora en Fauna

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Bij werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren. Opzettelijke verstoring van dieren en leefgebieden is niet toegestaan. Tevens dient rekening te worden gehouden met de beschermde gebieden, zoals de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Natura 2000-gebieden.

De bebouwing en de functie daarvan wijzigt niet, waardoor onderhavig plan geen gevolgen voor de flora en fauna heeft. De algemene zorgplicht is altijd van toepassing. Bij een eventuele verbouwing van de woning aan de Raadhuisstraat en/of herinrichting van het gebied 'de Driehoek' moet ten alle tijde rekening gehouden worden met eventueel voorkomende beschermde soorten.

Conclusie

Het betreft een bestemmingswijziging waarbij het huidige gebruik onveranderd blijft. Er vindt geen sloop van gebouwen plaats en er is geen sprake van nieuwbouw. Er hoeft geen nader onderzoek naar effecten op natuurwaarden te worden uitgevoerd. De algemene zorgplicht is altijd van toepassing.

5.3 Cultuurhistorie en archeologie

Zowel het perceel Raadhuisstraat 2 als het perceel De Driehoek, beide te Lichtenvoorde, hebben de dubbelbestemming 'Archeologische verwachtingswaarde 2'. Indien een bouwwerk wordt opgericht groter dan 100 m2 dient een rapport overlegd te worden op basis van een inventariserend archeologisch onderzoek. In dit rapport moet de archeologische waarde van de gronden waarop het bouwplan betrekking heeft in voldoende mate worden vastgesteld.

Met deze wijzigingen wordt er geen bouwwerk opgericht groter dan 100m2 . Archeologisch onderzoek is dus niet nodig.

5.4 Wegverkeerslawaai

Wegverkeerslawaai

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij een plan waarin een geluidgevoelig object wordt mogelijk gemaakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Voorliggend plan maakt geen gevoelig object zoals een woning mogelijk. De woning aan de Raahuisstraat is een bestaande woning. Dit betekent dat geen akoestisch onderzoek uitgevoerd hoeft te worden.

Parkeren

Parkeren dient te geschieden op eigen terrein. Bij de inrichting van het terrein dient hier zoveel mogelijk rekening mee te worden gehouden.

5.5 Luchtkwaliteit

Algemeen
De luchtkwaliteit is afhankelijk van de mate van verontreiniging door diverse luchtveronreinigende stoffen waarbij de voornaamste bronnen van luchtverontreiniging het wegverkeer, industriële bedrijven en de landbouw zijn. Vanuit Europese richtlijnen wordt aangegeven welke luchtkwaliteitsnormen voor deze stoffen gelden. In Nederland zijn deze richtlijnen sinds 15 november 2007 geïmplementeerd in de Wet milieubeheer middels een wetswijziging van hoofdstuk 5 (milieukwaliteitseisen) titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, beter bekend als de Wet luchtkwaliteit.

Niet in betekenende mate bijdrage (luchtkwaliteitseisen)

Het 'Besluit niet in betekenende mate' (NIBM), legt vast wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Dat is het geval wanneer aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO²) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3% van de jaargemiddelde concentratie van die stof. Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 microgram/m³ voor zovel OM10 als NO².

De systematiek voor het bepalen of een project NIBM is voor het grootste gedeelte geregeld in de regeling niet betekende mate (luchtkwaliteitseisen). Deze ministeriële regeling, verder aan de te duiden als regeling NIBM, geeft voor een aantal categorieën van projecten een -getalsmatige- invulling aan de NIBM-grens. Het gaat onder meer om woningbouw- en kantoorprojecten en enkele soorten van inrichtingen (bijv. emplacementen, kassen en andere landbouwinrichtingen). Als een project binnen de -getalsmatige- begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de 3% grens en de grenswaarde nodig en kan het project doorgaan zonder dat extra maatregelen behoeven te worden genomen.

Conclusie

De slotconclusie is dat luchtkwaliteitsonderzoek niet noodzakelijk is, omdat er geen nieuwe woningen gerealiseerd worden.

5.6 Geur

Tegenover het perceel de Driehoek zijn twee bedrijven gelegen die voor de omgeving geuroverlast veroorzaken. Deze bedrijven, Hulshof Protein Technologies en Rompa Tanneries, hebben een geurcirkel waar o.a. de Driehoek in ligt. De Omgevingsdienst Achterhoek heeft geconcludeerd dat de grenswaardes voor geurbelasting overschreden worden op de locatie de Driehoek. Hierdoor is woningbouw onmogelijk op deze locatie.

De onderstaande kaart laat de locatie van de geurcirkel van de genoemde bedrijven zien. Binnen de roze lijn is nieuwbouw onmogelijk.

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.BPLIC205-VG01_0006.png"

Omdat middels deze herziening woningen op de De Driehoek wegbestemd worden en de bestemming verandert naar een groenbestemming (geen verblijfsfunctie), is geur voor de nieuwe bestemming geen knelpunt

5.7 Externe veiligheid

Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Het BEVI heeft als doel zowel individuele als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het BEVI legt veiligheidsafstanden vast tussen bedrijven die risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen verrichten (zoals LPG-tankstations en chemische fabrieken) en zogenoemde kwetsbare objecten (zoals woningen en scholen). Tevens beperkt het BEVI het totale aanwezige personen in de directe omgeving van een risicovol bedrijf. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle bedrijven gevestigd. In de directe omgeving van het plangebied zijn ook geen wegen aanwezig waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt zodat er niet getoetst hoeft te worden aan de normen uit de circulaire 'Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen'.

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving

6.1 Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de 'plankaart', is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit -met inachtneming van het vorenstaande- zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.

6.2 Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan 'De Driehoek en Raadhuisstraat 2 te Lichtenvoorde, verwijderen woningbouwmogelijkheden' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand NL.IMRO.1586.BPLIC205-VG01 met bijbehorende regels. De papieren plankaart (nu bekend als de analoge verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan) is getekend op een schaal 1:500 en omvat 2 kaartbladen. De verbeelding geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaarten opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.

6.3 Plansystematiek

Hoofdstuk 1: Inleidende regels

In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2).

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels

In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en eventueel bouwregels opgesteld. In het bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer - verblijfsgebied', 'Wonen' en 'Tuin' van toepassing. Daarnaast geldt de dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2" voor beide percelen.

Hoofdstuk 3: Algemene regels

In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels

In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

Bij het opstellen van bestemmingsplannen voor het grondgebied van de gemeente Oost Gelre wordt in principe overal dezelfde plansystematiek gehanteerd. De bestemmingen en regels uit het voorliggende bestemmingsplan sluiten daardoor grotendeels aan op de bestemmingen en regels uit andere bestemmingsplannen. Daarmee wordt de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid van de burgers vergroot.

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid

7.1 Haalbaarheid

De kosten voor uitvoering van het plan, bestaande uit de procedure om herziening bestemmingsplan en het herinrichten van het plangebied 'de Driehoek', komen voor kosten van de gemeente.

7.2 Exploitatieplan

De gemeente is op grond van artikel 6.12 Wro verplicht is een exploitatieplan vast te stellen als er sprake is van een bouwplan. De gemeente kan, op grond van artikel 6.12, lid 2 Wro, besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als er geen sprake is van een bouwplan. Dat is hier het geval, dit bestemmingsplan regelt het dat er juist geen woningen meer gerealiseerd kunnen worden. Met de eigenaar van 'de Driehoek' is een overeenkomst gesloten in het kader van de aankoop van de gronden door de gemeente. In ruil voor het vervallen van de woningbouwmogelijkheden ter plaatse van 'de Driehoek' mag de eigenaar elders in één van de kernen drie woningen realiseren. Dit wordt te zijner tijd in een separaat bestemmingsplan geregeld. Deze nieuwe woningen moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn benoemd in de overeenkomst.

7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.3.1 Inspraak

Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegen van 16 november tot en met 27 december 2018. Gedurende deze periode is één zienswijze ingekomen. De samenvatting en beantwoording van de zienswijze is opgenomen in De zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingpslan, maar wel tot een vervolgoverleg met de buurt.

7.3.2 Artikel 3.1.1.-overleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

Het plan heeft een provinciaal belang. Daarom is de provincie Gelderland geïnformeerd over het plan. De provincie heeft aangegeven dat het bestemmingsplan aan de bepalingen uit de omgevingsverordening voldoet.