| Plan: | Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Rapenburgsestraat 34/34a Lichtenvoorde |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1586.BPLIC102-VG01 |
Hoofdstuk 1 Algemene gegevens bestemmingsplan
Hoofdstuk 5 Onderzoeksresultaten
Hoofdstuk 6 Juridisch planbeschrijving
Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid
| Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Rapenburgsestraat 34/34a Lichtenvoorde |
| Inlichtingen: |
| Afdeling Omgeving |
Op het perceel Rapenburgsestraat 34/34a in Lichtenvoorde is naast een winkel op de begane grond een bovenwoning aanwezig die zich op de eerste verdieping, in de kap van het pand bevindt. Bij behandeling van een verzoek om tegemoetkoming in planschade voor dit adres is geconstateerd dat de bestaande bovenwoning onbedoeld niet positief is bestemd in het vigerende bestemmingsplan "Dorpskern Lichtenvoorde". De bestaande woning valt dan ook onder de bepalingen van het overgangsrecht van het vigerende bestemmingsplan. Wonen in de kap is namelijk niet bij recht toegestaan.
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 19 april 2016 besloten dat een planologische maatregel in voorbereiding wordt genomen voor het planologisch rechtstreeks toestaan van de bestaande bovenwoning, op de eerste verdieping en deels in de kap, aan de Rapenburgsestraat 34a. Door de herziening van het bestemmingsplan dient de planschade als anderszins verzekerd te worden aangemerkt.
Het plangebied omvat het kadastrale perceel bekend gemeente Lichtenvoorde, sectie I, nummer 2560. Het perceel is gelegen aan de rand van het centrum van de kern Lichtenvoorde.
Omgeving plangebied
Plangebied
Op het perceel is het geldende bestemmingsplan 'Dorpskern Lichtenvoorde' van toepassing, vastgesteld op 25 mei 2010 door de gemeenteraad. Het plangebied heeft de bestemming 'Centrum' en is onder meer bestemd voor detailhandel (met uitzondering van detailhandel in volumineuze goederen en supermarkten), dienstverlening, bestaande woningen op de begane grond, woningen en kamerbewoning op de verideipingen van de gebouwen, niet zijnde een kap, met de daarbij behorende gebouwen, bouweerken, geen gebouwen zijnde, erven en tuinen. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische Verwachtingswaarde 1'.
Uitsnede bestemmingsplan
De locatie ligt aan de rand van het centrum van de kern Lichtenvoorde. In het pand Rapenburgsestraat 34/34a in Lichtenvoorde is op de begane grond een opticien gevestigd. De verdieping is in gebruik als woning. In de omgeving zijn woningen en detailhandel aanwezig. Aan de overkant van de Rapenburgsestraat is een verzorgingshuis gevestigd.
De woning op de verdieping valt onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan 'Dorpskern Lichtenvoorde'. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een herziening van het geldende bestemmingsplan ter plaatse van Rapenburgsestraat 34/34a. Met deze herziening wordt de bovenwoning op de eerste verdieping en grotendeels in de kap weer rechtstreeks toegestaan. Een wooneenheid op de eerste verdieping (en overwegend in de kap) is ruimtelijk acceptabel. In de nabijheid is parkeergelegenheid aanwezig, een woning vormt geen belemmering voor omliggende functies en tast de ruimtelijke kwaliteit niet aan.
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat.
In het Besluit ruimtelijke ordening is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik en overprogrammering dient te worden voorkomen. Middels de 'ladder voor duurzame verstedelijking' vindt een toetsing plaats.
In de onderhavige situatie betreft het geen stedelijke ontwikkeling. Het gaat om legalisatie van de bestaande woning. Deze bestemmingsplanherziening sluit aan bij het gebruik en bestemming die in een eerder geldend plan van toepassing was voor dit perceel. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet relevant voor dit plan.
De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen.
In de omgevingsvisie is de Gelderse Ladder opgenomen. De Gelderse Ladder gelt als afwegingskader voor de vestigingsplek van stedelijke ontwikkelingen. Als juridische basis voor de Gelderse Ladder gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking, genoemd in de vorige paragraaf. De juridische borging van de ladder is geregeld in de Bro en is niet nogmaals opgenomen in de provinciale verordening. Consequenties met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling zijn dan ook hetzelfde.
Er zijn vanuit de omgevingsvisie en -verordening geen tegenstrijdige belangen waarmee in de voorliggende bestemmingsherziening rekening moet worden gehouden. De provinciale Omgevingsvisie en -verordening bevatten geen specifieke eisen waaraan het voorliggende bestemmingsplan moet voldoen.
Het plan is daarmee in overeenstemming met de omgevingsvisie en -verordening Gelderland.
De toelichting van het vigerende bestemmingsplan vermeldt voor de bestemming 'Centrum” het volgende.
De bestaande woningen in de bestemming "Centrum" worden zondermeer toegelaten. Op de begane grond worden geen nieuwe woningen toegelaten. Op de verdiepingen zijn woningen en kamerbewoning toegestaan. Ook kunnen nieuwe woningen worden gerealiseerd, echter alleen als het aantal niet toeneemt. Een groter aantal nieuwe woningen dan bestaand kan alleen worden gerealiseerd middels een ontheffingsprocedure.
Het benutten van ruimten onder de kap als woonruimte kan leiden tot een overmaat aan minder fraaie uitbouwen (in de vorm van dakkapellen) die de na te streven ruimtelijke kwaliteit van de panden aantasten. Daarbij dient bedacht te worden dat een aantal van de panden in het centrum een monumentale waarde heeft.
Woningen onder de kap mogen alleen worden toegelaten middels een ontheffingsprocedure. De vereiste ontheffing kan worden verleend als aangetoond wordt dat de nieuwe woning niet leidt tot een grotere parkeerdruk of een extra belemmering betekend voor de bestaande ruimtelijke functies in de omgeving. Daarbij ook de eis bij dat de nieuwe woning niet leidt tot toevoegingen aan het gebouw die een aantasting betekenen van de na te streven ruimtelijke kwaliteit van het gebouw en de omgeving.
Zoals uit het bovenstaande blijkt is het de intentie geweest om bestaande woningen rechtstreeks mogelijk te maken. Het alsnog aldus bestemmen van de woning Rapenburgsestraat 34a is hiermee dus in overeenstemming. Ten overvloede kan vermeld worden dat de bestaande bovenwoning eveneens voldoet aan de toetsingskaders voor woningen in de kap.
Cultuurhistorie
Op 16 december 2008 heeft de gemeenteraad de Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving vastgesteld. Naast een beschrijvende nota maakt hier ook een waarderende nota onderdeel van uit. Deze nota heeft de titel 'Tussen kunst en kitsch'. Naast de beschrijving dient deze waarderende nota als inspiratiebrond om gebieden te beschermen dan wel te ontwikkelen. Voor het huidige plangebied worden geen bijzonderheden vermeld.
Archeologie
De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Om de archeologische waarden ook voor de toekomst veilig te stellen is voor het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische Verwachtingswaarde 1’ opgenomen. Dit betekent dat bij een aanvraag om een omgevingsvergunning onderdeel bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 30 m2 een rapport op basis van inventariserend archeologisch onderzoek moet worden overgelegd, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Op basis daarvan kunnen voorwaarden aan de omgevingsvergunning worden verbonden.
Omdat er geen wijziging zal plaatsvinden ten opzichte van de huidige bebouwing, is er geen aanleiding tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek.
Conclusie
De aspecten cultuurhistorie en archeologie leveren geen belemmering op voor de bestemming van het bestaande pand aan de Rapenburgsestraat 34/34a. Er wordt een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische Verwachtingswaarde 1’ opgenomen.
Bestaande bebouwing en functie van het plangebied blijven gehandhaafd en worden in overeenstemming met de huidige situatie geregeld in het bestemmingsplan. Er is geen noodzaak tot nieuw bodemonderzoek specifiek voor dit bestemmingsplan.
Conclusie
Het aspect bodem levert geen belemmering op.
Het waterbeleid van rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.
| Thema | Toetsvraag | Relevant |
| HOOFDTHEMA'S | ||
| Veiligheid |
1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? |
Nee Nee |
| Riolering en Afvalwaterketen | 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap? |
Nee Nee Nee |
| Wateroverlast (oppervlaktewater) |
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500 m2? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? |
Nee Nee Nee Nee |
| Oppervlakte- waterkwaliteit |
1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd? | Nee |
| Grondwater- overlast |
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? |
Nee Nee Nee |
| Grondwater- kwaliteit |
1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? | Nee |
| Inrichting en beheer |
1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? |
Nee Nee |
| Volksgezondheid | 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? |
Nee Nee |
| Natte natuur | 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? |
Nee Nee Nee Nee |
| Verdroging | 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? | Nee |
| Recreatie | 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? | Nee |
| Cultuurhistorie | 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig? | Nee |
In bovenstaande tabel zijn geen relevante thema's met ja beantwoord. Een nadere toelichting op genoemde thema's is dan ook niet nodig. In het onderhavige geval is sprake van een bestaand gebouw en een bestaande functie. Dit heeft geen gevolgen voor het thema water.
Conclusie
Het aspect water levert geen belemmering op.
De Wet geluidhinder (Wgh) vormt een belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging in het kader van het aspect geluid. Geluidgevoelige functies worden beschermd tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai door middel van zonering.
Het aspect geluid heeft geen invloed op dit plan, aangezien het plan niet voorziet in de oprichting van een nieuwe geluidgevoelige functie.
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het positief bestemmen van de woning op de verdieping.
Het aspect geur heeft geen invloed op dit plan, aangezien het plan niet voorziet in de oprichting van geurgevoelige objecten op kleine afstand van omliggende veehouderijen.
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Rg/m³, NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.
Het bestemmingsplan is conserverend van aard, waarbij uitsluitend een bestemmingswijziging plaats vindt die het huidige gebruik planologisch - en opnieuw - vastlegt. Er wordt geen grotere verkeersaantrekkende werking verwacht, en daarom ook geen verslechtering van de luchtkwaliteit.
Conclusie
Het plan kan worden beschouwd als een nibm-project en nader onderzoek ten behoeve van luchtkwaliteit is dan ook niet nodig.
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Bij werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren. Opzettelijke verstoring van dieren en leefgebieden is niet toegestaan. Tevens dient rekening te worden gehouden met de beschermde gebieden, zoals de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Natura 2000-gebieden.
De bebouwing en de functie daarvan wijzigt niet, waardoor onderhavig plan geen gevolgen voor de flora en fauna heeft.
Conclusie
Het betreft een bestemmingswijziging waarbij het huidige gebruik onveranderd blijft. Er vindt geen sloop van gebouwen plaats en er is geen sprake van nieuwbouw. Er hoeft geen nader onderzoek naar effecten op natuurwaarden te worden uitgevoerd.
Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico's die voortvloeien uit de opslag, productie, het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen.
Om te bepalen of in en nabij het plangebied risicovolle objecten aanwezig zijn, is de professionele risicokaart geraadpleegd. Uit de kaart blijkt dat in de nabijheid van het plangebied geen risicovolle objecten aanwezig zijn.
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzondering. In het onderhavige geval is er slechts sprake van het weer positief bestemmen van een bestaande woning, waardoor geen verandering met betrekking tot milieuzonering plaatsvindt.
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
Aangezien de huidige situatie niet veranderd leidt dit niet tot extra parkeerdruk. In de nabijheid is parkeergelegenheid aanwezig.
Conclusie
Het aspect verkeer en parkeren levert geen belemmering op.
De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (en het Besluit ruimtelijke ordening) in werking getreden. Daarnaast heeft het ministerie VROM het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 (SVBP-2008) gepresenteerd. Deze standaard geeft aanbevelingen en richtlijnen voor de opzet van bestemmingsplannen. Op aan groot aantal punten wijkt deze standaard af van de tot nu toe gebruikelijke vormgeving van bestemmingsplannen. De SVBP 2008 is per 1 juli 2013 vervangen door de SVBP 2012.
Bij het opstellen van deze standaard is overigens ook rekening gehouden met het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012 (IMRO-2012) en de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen 2012 (PRBP-2012). De bestemmingen in het voorliggende wijzigingsplan passen binnen die standaard. De planologisch-juridische regeling in dit wijzigingsplan sluit -met inachtneming van het vorenstaande- zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.
Het digitale bestemmingsplan 'Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Rapenburgsestraat 34/34a Lichtenvoorde' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand met bijbehorende regels. De papieren plankaart (nu bekend als de analoge verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan) is getekend op een schaal 1:1.000 en omvat 1 kaartblad. Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.
De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn:
Hoofdstuk 1: Inleidende regels
In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2).
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels
In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Het plan kent de hoofdbestemming 'Centrum - 1'
Hoofdstuk 3: Algemene regels
In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, en algemene afwijkingsregels.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
De herziening van het bestemmingsplan heeft uitsluitend betrekking op de activiteit (legalisering van) gebruik en derhalve niet op de activiteit bouwen. Dit brengt met zich mee dat geen exploitatieplan nodig is.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingekomen.
Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Ter voldoening hieraan moet het voorontwerpbestemmingsplan worden toegestuurd aan Provincie Gelderland en Waterschap Rijn en IJssel.
Provincie Gelderland
Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland hebben in hun schrijven genaamd 'Werkwijze onder de nieuwe Wet ruimtelijke ordening' aangegeven dat zij de Wro-agenda leidend laten zijn voor de wijze waarop en de mate waarin zij betrokken zouden willen worden bij het vooroverleg ex art. 3.1.1. Bro.
In hun brief van 22 oktober 2009, nummer 2009-018420 hebben zij dit nogmaals weergegeven. Dit betekent dat zij onderscheid maken in beleidsthema's waar zij wel Wro-instrumenten gaan inzetten en beleidsthema's waar zij dat in principe niet zullen doen. Daar waar zij instrumenten gaan inzetten spreekt de Wro-agenda van 'provinciaal belang en provinciale verantwoordelijkheid'; daar waar zij die instrumenten in principe niet zullen inzetten spreekt de Wro-agenda 'enkel' van 'provinciaal belang'.
Daarnaast geven zij aan dat bij 'puur lokale plannen' de provincie hierin geen rol heeft. In onderhavige herziening van het bestemmingsplan is sprake van een een perceel in Lichtenvoorde. Met deze herziening wordt de bovenwoning op de eerste verdieping en deels in de kap weer rechtstreeks toegestaan. Hierbij is sprake van lokaal belang zodat er geen vooroverleg met de provincie behoeft plaats te vinden.
Waterschap Rijn en IJssel
Het bestemmingsplan is toegezonden aan het waterschap voor een reactie in het kader van wettelijk vooroverleg. Het waterschap heeft aangegeven akkoord te zijn met het plan.