direct naar inhoud van 5.2 Bodem
Plan: Appartementencomplex "Nieuwe Maat" Lichtenvoorde
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPLIC003-VG01

5.2 Bodem

Verkennend bodem- en astbestonderzoek.

Op 11 april 2006 is door Verhoeve Milieu Oost bv een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Zie bijlage 1. Het doel van dit onderzoek is het verkrijgen van een indicatie van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem op deze locatie. Uit het onderzoek kan de conclusie worden getrokken dat de locatie niet geheel vrij is van verontreinigingen. In de grond van het oostelijk terreindeel is een licht verhoogde concentratie arseen gemeten. Aanvullend onderzoek naar die licht verhoogde concentraties wordt niet noodzakelijk geacht.

Ter plaatse van de voormalige slootbodem is een matig verhoogd gehalte zink aangetroffen. Op basis hiervan is het noodzakelijk nader onderzoek te verrichten naar de ernst omvang van deze verontreiniging.

Eveneens dien rekening te worden gehouden met het gegeven dat bij de toekomstige grondwerkzaamheden de grond niet zonder aanvullend onderzoek en niet zonder restricties buiten de locatie kan worden toegepast. Het Bouwstoffenbesluit wordt dan van kracht..

Zowel op het maaiveld als in de boringen/gaten is geen asbestverdacht materiaal waargenomen.

Nader bodemonderzoek

Door Verhoeve Milieu Oost bv is in mei 2006 een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Zie bijlage 2. De aanleiding tot het nader bodemonderzoek vormt de tijd een eerder uitgevoerd bodemonderzoek waargenomen voormalige slootbodem, waarin een bodemverontreiniging met zink is aangetroffen waarvan de omvang niet bekend is.

Het volledige rapport is als bijlage aan dit plan gevoegd. Zie bijlage 2

De samenvatting van de resultaten is als volgt:

Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de voormalige sloot van noord naar zuid over het perceel heeft gelopen. De dikte van de sliblaag varieert van 0,4 tot 1 meter. De sloot was maximaal circa drie meter breed. Het slit in de sloot is heterogeen verontreinigd met maimxaal verhoogde gehalten PAK (10) totaal en zink, Tevens zijn licht verhoogde gehalten koper, kwik, lood, arseen en minerale olie gemeten. De matige verontreiniging is zowel verticaal als horizontaal voldoende afgeperkt.

Het dempingsmateriaal bevat licht verhoogde gehalten metalen (PAK) 10 totaal en minerale olie. Zintuigelijk is indicatief geen asbestverdacht materiaal waargenomen.

In het grondwater is een sterk verhoogde concentratie arseen gemeten. Door de gemeente Oost-Gelre is aangegeven dat arseen in de omgeving vaker van nature verhoogd wordt gemeten en dat nader onderzoek niet noodzakelijk is.

Wanneer werkzaamheden in de grond ter plaatse van de verontreiniging gaan plaatsvinden dient een plan van aanpak voor de verwijdering te worden opgesteld. In het geval van grondwerkzaamheden ter plaatse van de verontreiniging is de gemeente Oost-Gelre bevoegd gezag. De onderzoekgegevens en het plan van aanpak zullen dan ter beoordeling aan de gemeente te worden voorgelegd. Opgemerkt dient te worden dat het ter plaatse niet mogelijk is om, zonder gebruik te maken van het door de gemeente aangelegde interceptiesysteem, bronbemaling toe te passen. Dit in verband met een tweetal bodemverontreinigingen met minerale olie en vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen aan de Markt 3 en 9 te Lichtenvoorde welke zich door het gebruik van bronbemaling kunnen verspreiden.

Conclusie:

Conclusie is dat de resultaten van het bodemonderzoek zich niet verzetten tegen een woningbouwbestemming ten behoeve van gestapelde woningbouw. Ten behoeve van de verwerking van de vrijkomende grond wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Bouwstoffenbesluit.

Het is gewenst de matig verontreinigde grond met zink en PAK's op een milieuhygienisch verantwoorde wijze af te voeren.