direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Buitengebied herziening Zieuwentseweg 50, 50a Zieuwent
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPBUI2009-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 2 Inleiding

Hoofdstuk 3 Bestaande en gewenste situatie

Hoofdstuk 4 Beleidskader

Hoofdstuk 5 Onderzoeksresultaten

Hoofdstuk 6 Juridisch planbeschrijving

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 1 Algemene gegevens bestemmingsplan

Buitengebied herziening Zieuwentseweg 50, 50a Zieuwent  
 
Februari 2019  
Inlichtingen:  
Afdeling Omgeving  
Dhr. N. Rondeel  
0544 - 393 482  

Hoofdstuk 2 Inleiding

2.1 Aanleiding

Er is een verzoek ingediend voor het splitsen van het bestaande woonhuis op het perceel Zieuwentseweg 50, 50a te Zieuwent. In 2001 is de aanwezige agrarische bedrijfswoning al gesplitst in twee wooneenheden. Planologisch is dit nog niet geregeld. Er wordt verzocht om de woningsplitsing formeel planologisch te regelen. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 1 mei 2018 besloten hieraan te willen meewerken.

2.2 Ligging en begrenzing

Het perceel Zieuwentseweg 50, 50a te Zieuwent is gelegen in het buitengebied van de gemeente Oost gelre, gelegen ten zuiden van de bebouwde kom Zieuwent en liggend aan de doorgaande weg Lichtenvoorde - Zieuwent. De woning is gelegen op een in werking zijnd agrarisch bouwperceel.

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.BPBUI2009-VG01_0001.png"

Omgeving plangebied

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.BPBUI2009-VG01_0002.png"

Agrarisch bouwperceel Zieuwentseweg 50, 50a Zieuwent

Hoofdstuk 3 Bestaande en gewenste situatie

3.1 Bestaande situatie

Op het perceel Zieuwentseweg 50, 50a te Zieuwent is een agrarisch bedrijf gevestigd welke in werking is. In 2001 is de op het perceel aanwezig woonhuis gesplitst in twee wooneenheden waarbij een wooneenheid volledig is aangepast voor een hulpbehoevende persoon. Het perceel is kadastraal opgesplitst en bevat twee eigenaren.

Planologisch is sprake van één bedrijfswoning.

3.2 Gewenste situatie

Er wordt gevraagd de al gesplitste bedrijfswoning formeel te regelen door aanpassing van het bestemmingsplan. Er ontstaat hierdoor echter een tweede bedrijfswoning op een agrarisch perceel. Voor het toekennen van een tweede bedrijfswoning dient te worden aangetoond dat er voldoende financiële middelen uit het bedrijf gehaald kan worden om twee huishoudens te kunnen onderhouden. De omvang van het agrarisch bedrijf is dermate klein dat hier geen twee huishoudens (gezinnen) van kunnen worden onderhouden.

Er is door de gemeente op 21 juni 2001 een bouwvergunning verleend voor het verbouwen van de agrarische bedrijfswoning ten behoeve van bewoning door twee gezinnen. Er is destijds door de gemeente een bewuste keuze gemaakt om, vanwege de medische omstandigheden van een van de gezinsleden, toe te staan een aangepaste wooneenheid te creëren in het achterhuis van de bedrijfswoning. Ondanks dat een tweede bedrijfswoning niet haalbaar is is er toch, door speciale omstandigheid, sprake van twee wooneenheden. De twee aanwezige wooneenheden worden nu planologisch geregeld. Een van de woningen krijgt hierbij de aanduiding 'voormalige bedrijfswoning'.

Landschappelijke inpassing

Bij een planologische ontwikkeling dient er landschappelijke inpassing plaats te vinden. In overleg met de medewerker groen van de gemeente Oost Gelre is besloten dat, nu er weinig winst te behalen valt op en rond het perceel, door de aanplant van een Linde achter de meest zuidelijke schuur te planten er aan de eis van landschappelijke inpassing wordt voldaan.

afbeelding "i_NL.IMRO.1586.BPBUI2009-VG01_0003.png"

Hoofdstuk 4 Beleidskader

4.1 Algemeen

Voor het gebied geldt een groot aantal juridische en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat.

4.2 Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie en -verordening Gelderland

Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 9 juli 2014 de Omgevingsvisie vastgesteld. Nadien zijn in geconsolideerde versies wijzigingen verwerkt. De meest recente geconsolideerde versie is van januari 2018. De Omgevingsvisie Gelderland is doorvertaald in de Omgevingsverordening Gelderland. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsvergunning op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

In hoofdzaak geeft de Omgevingsverordening regels bij nieuwe ontwikkelingen. Denk hierbij aan nieuwe woningbouw, het oprichten van bedrijventerreinen, et cetera.

Het plangebied is gelegen in een maatschappelijke opgave zoals genoemd in de Omgevingsverordening nu er planologisch een tweede woning wordt toegevoegd. Deze woning is echter al opgenomen in de lijst die als basis diende voor het toekennen van woningcontingenten aan de individuele gemeenten door de provincie. De te realiseren planologische woning is dan ook niet te beschouwen als een woning die afgaat van de lijst van woningcontingenten.

De Omgevingsverordening vormt hierdoor geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op het perceel.

4.3 Gemeentelijk beleid

Bestemmingsplan

Het perceel is gelegen in het 'Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre' met bijbehorende reparatieplannen 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre' en 'Buitengebied, Reparatieplan 2016'.

In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' met bijbehorende Reparatieplannen, is woningsplitsing alleen mogelijk in de bestemming 'Wonen'. Het perceel Zieuwentseweg 50 heeft de bestemming 'Agrarisch'. In deze bestemming zou bij woningsplitsing een tweede bedrijfswoning ontstaan wat alleen onder voorwaarden, o.a. genereren van inkomen uit het bedrijf voor twee huishoudens, is toegestaan. Dit agrarisch bedrijf kan hier niet aan voldoen.

In 2001 is door de gemeente een bouwvergunning verleend voor het creëren van twee wooneenheden in de boerderij onder voorwaarde dat het één bedrijfswoning op het perceel blijft. In paragraaf 3.2 is de aanleiding voor het splitsen van deze bedrijfswoning omschreven. Door middel van een herziening van het bestemmingsplan zal maatwerk plaatsvinden voor dit agrarisch perceel en zal door middel van de aanduiding 'voomalige bedrijfswoning' aan de formele splitsing van de bedrijfswoning worden meegewerkt. De toekomstige ontwikkelingen van de agrarische bedrijfsvoering zal hierdoor niet worden belemmerd.

Hoofdstuk 5 Onderzoeksresultaten

5.1 Watertoets

Op grond van artikel 3.6.1 Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Getoetst is of de ontwikkeling die dit plan mogelijk maakt in overeenstemming is met het waterbeleid. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. In het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Rijn en IJssel staat het beleid beschreven op een vijftal hoofdthema's:

  • Veilig water: bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid;
  • Voldoende water: zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen;
  • Schoon water: zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier;
  • Afvalwater: verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit;
  • Vaarwegbeheer: zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel.

Thema   Toetsvraag   Relevant  
HOOFDTHEMA'S  
Veiligheid
 
1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale waterkering?
2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?  
Nee

Nee  
Riolering en Afvalwaterketen   1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?
2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ?
3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap?  
Nee
Nee
Nee  
Wateroverlast (oppervlaktewater)
 
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak?
2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?
3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?  
Nee
Nee

Nee
 
Grondwater-
overlast  
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond?
2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of IJssel?
3. Is in het plangebied sprake van kwel?
4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?  
Nee

Nee

Nee
Nee  
Oppervlakte-
waterkwaliteit
 
1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd?
2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?
3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied?  
Nee

Nee
Nee
 
Grondwaterkwaliteit   1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?   Nee  
Volksgezondheid
 
1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde gescheiden stelsel?
2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?  
Nee

Nee

 
Verdroging   1. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?   Nee  
Natte natuur   1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ?
2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?  
Nee
Nee  
Inrichting en beheer   1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap?
2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?  
Nee

Nee  
AANDACHTSTHEMA'S  
Recreatie   1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?   Nee
 
Cultuurhistorie   1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?   Nee  

Het plan heeft geen gevolgen voor de waterhuishouding. Op het perceel vinden geen wijzigingen plaats. Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid.

5.2 Bodem

Beoordelingskader

Bij een bestemmingsplanprocedure wordt op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgesteld of de bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan. Aan de hand van beschikbare bodeminformatie wordt onderbouwd wat de verwachte bodemkwaliteit is, of bodemonderzoek nodig is en of er maatregelen nodig zijn om de bodemkwaliteit geschikt te maken voor het beoogde gebruik.

Wanneer de ontwikkeling betrekking heeft op een woon- of verblijfsruimte moet op grond van de Bouwverordening/Woningwet een bodemonderzoek worden verricht om uit te sluiten dat sprake is van gezondheidsrisico's voor de gebruikers van het bouwwerk. Nu reeds al jaren sprake is van een in gebruik zijnde wooneenheid is onderzoek naar de bodemgesteldheid overbodig. Een onderzoek hierna is dan ook niet uitgevoerd.

5.3 Flora en Fauna

De natuurbescherming in Nederland is geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. De Natuurbeschermingswet 1998 regelt gebiedsbescherming van onder andere de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. De Flora- en faunawet regelt de soortenbescherming. Deze wet is op 1 januari opgegaan in de Wet natuurbescherming.

Aangezien het gaat om bestaande bebouwing en hieraan geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden of bomen worden gekapt, is geen onderzoek nodig op het gebied van natuurbescherming. geen bomen gekapt. Daarnaast wijzigt het gebruik niet qua intensiteit.

5.4 Cultuurhistorie en archeologie

Het plangebied is gelegen in de in het bestemmingsplan voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' aangewezen gronden. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem.

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen waarbij sprake is van het verrichten van bodemingrepen dieper dan 30 cm en een oppervlakte groter dan 2.500 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen op basis van nader onderzoek, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld.

Op het perceel vinden geen bodemingrepen plaats zodat een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is.

5.5 Geluid

Beoordelingskader

Voor de beoordeling van het onderwerp geluid gelden bij ruimtelijke besluit de volgende uitgangspunten:

  • voldoen aan de normen uit de Wet geluidhinder (geluidzones rondom wegen, spoorwegen en industrieterreinen);
  • het niet belemmeren van bedrijven in de omgeving;
  • het garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
  • voldoen aan de eisen uit gemeentelijk geluidbeleid. Dit is van toepassing voor Oost Gelre.

Inhoudelijke beoordeling

1: Normen Wet geluidhinder

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen voor geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) is de Wet geluidhinder van toepassing. De ontwikkeling betreft het vestigen van een nieuwe woning. De Wet geluidhinder is van toepassing met name het wegverkeerslawaai. Deze wordt hieronder beschreven.

2: Belemmering bedrijfsvoering

Door een ruimtelijke ontwikkeling kunnen geluidgevoelige objecten dichter naar bedrijven toe komen. Bedrijven moeten ten aanzien van deze objecten voldoen aan geluidsnormen. Het realiseren van geluidsgevoelige objecten dichter naar de bedrijven betekent een beperking voor de bedrijven betekenen. De ontwikkeling betreft het vestigen van een nieuwe woning. De aanleiding hiervoor is beschreven in paragraaf 3.2. De 'tweede bedrijfswoning' maakt onderdeel uit van het agrarisch bedrijf. Door de aanduiding 'voormalige bedrijfswoning' is particuliere bewoning van deze woning mogelijk maar zal geen belemmering vormen voor de toekomstige ontwikkelingen van het agrarisch bedrijf. Bedrijven in de omgeving worden hierdoor ook niet belemmerd.

3: Aanvaardbaar woon- en leefklimaat

Afgewogen moet worden of er in en om de geluidgevoelige objecten een goed woon- en leefklimaat blijft gegarandeerd. Dit aspect speelt wanneer geluidgevoelige objecten en geluid producerende objecten als bedrijven en wegen in elkaars nabijheid worden gerealiseerd. Om hierover een goed oordeel te kunnen vormen dient te worden bepaald wanneer sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Wanneer een gemeente geluidbeleid heeft vastgesteld kunnen daarin geluidnormen zijn opgenomen. Voor rail- en wegverkeerslawaai kan aansluiting worden gezocht bij de normen in de Wet geluidhinder. Ook als er sprake is van een industrieterrein in of rond een plangebied kent de Wet geluidhinder normen. Voor het overige lawaai van bedrijven kennen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Activiteitenbesluit en de Handleiding Industrielawaai en vergunningverlening regels en normen.

De nieuwe woning komt te liggen in de zone van de Zieuwentseweg waardoor het wegverkeer van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat in de woning. De Zieuwentseweg is een doorgaande weg tussen de plaatsen Zieuwent en Lichtenvoorde. De nieuwe woning komt te liggen op 20 m van deze weg. De gevelbelasting van het wegverkeer zal hierdoor de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A) overschrijden wat van invloed zal zijn op de binnenwaarde in de woning. Aan de woning zijn geluidwerende maatregelen getroffen waardoor de binnenwaarde en het woon- en leefklimaat in de woning acceptabel zijn. Aanvullende maatregelen aan de woning zijn hierdoor niet nodig.

4: Geluidbeleid

De gemeente Oost Gelre heeft gebiedsgericht geluidbeleid. De gemeente heeft voor elk gebiedstype een akoestische streefwaarde en een grenswaarde vastgesteld.

De streefwaarde is de waarde die een geluidproducent in principe krijgt opgelegd. In uitzonderingsgevallen kan de gemeente hiervan afwijken en tot de grenswaarde vergunnen.

De nieuwe woning blijft onderdeel van het agrarisch bedrijf. Het agrarisch bedrijf valt onder het regime van het Activiteitenbesluit. Hierin zijn geluidvoorschriften opgenomen waaraan het bedrijf zal moeten voldoen. Wordt hieraan voldaan dan zal de nieuwe woning van de werkzaamheden op het agrarisch bedrijf geen geluidhinder ondervinden.

Conclusie / advies

Aan de nieuwe woning zijn maatregelen getroffen waardoor een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Het geluid afkomstig van de agrarische bedrijfsvoering heeft hierop geen invloed.

Een akoestisch onderzoek of nadere akoestische gegevens zijn niet nodig.

5.6 Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit.


Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet luchtkwaliteit geen belemmering voor ontwikkelingen als:

  • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
  • een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;
  • een project “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtverontreiniging.


Vanuit de veehouderij is het aspect fijnstof relevant. Er is een berekening gemaakt met het verspreidingsmodel ISL3a. Geconcludeerd word dat ter hoogte van de nieuwe woning de jaargemiddelde concentratie maximaal 17,99 µg/m3 bedraagt. Toelaatbaar is een concentratie van maximaal 40 µg/m3. Daarnaast wordt op maximaal 6,3 dagen de 24-uursgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 overschreden. Omdat dit minder is dan 35 keer per jaar, kan ook hieromtrent geconcludeerd worden dat de geldende normen worden gerespecteerd.

De berekening van de luchtkwaliteit is als bijlage bijgevoegd.

5.7 Geur- en stofoverlast

In de directe omgeving van de nieuwe woning is een agrarisch bedrijf gelegen. Om te bepalen of de activiteiten op dat perceel geen overlast qua geur en stof, ten opzichte van de nieuwe woning, veroorzaakt is hier getoetst aan de normen zoals gesteld in de handreiking "Bedrijven en milieuzonering". In de handreiking is voor geur een richtafstand van 50 meter opgenomen en voor stof 30 meter. De nieuwe woning is gelegen op 30 m van de bedrijfswoning van dit agrarisch bedrijf en op 50 m van het bouwvlak waar eventuele bouwwerken kunnen worden opgericht. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde afstanden uit de handreiking zodat overlast van geur en stof niet is te verwachten.

5.8 Externe veiligheid

Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico's die voortvloeien uit de opslag, productie, het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen.

Om te bepalen of in en nabij het plangebied risicovolle objecten aanwezig zijn, is de professionele risicokaart geraadpleegd. Uit de kaart blijkt dat in de nabijheid van het plangebied geen risicovolle objecten aanwezig zijn.

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

Hoofdstuk 6 Juridisch planbeschrijving

6.1 Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit -met inachtneming van het vorenstaande- zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.

6.2 Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan 'Buitengebied herziening Zieuwentseweg 50, 50a Zieuwent' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand NL.IMRO.1586.BPBUI2009-VG01 met bijbehorende regels. De papieren plankaart (nu bekend als de analoge verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan) is getekend op een schaal 1:1.000 en omvat 1 kaartblad. Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.

6.3 Plansystematiek

Hoofdstuk 1: Inleidende regels

In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2).

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels

In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en eventueel bouwregels opgesteld. In het bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Maatschappelijk' van toepassing. Daarnaast geldt de dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2" in verband met de archeologische verwachtingswaarde.

Hoofdstuk 3: Algemene regels

In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels

In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid

7.1 Economische uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan voorziet in een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waardoor voor de betrokken gronden een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro dient te worden vastgesteld. Burgemeester en wethouders mogen op grond van artikel 6.12 Wro afzien van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten voor rekening van verzoeker zijn. Met initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst afgesloten waardoor een exploitatieplan niet hoeft te worden vastgesteld.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1 Inspraak

Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn geen zienswijzen zijn ingekomen.

7.2.2 Artikel 3.1.1.-overleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

Ter voldoening hieraan moet het voorontwerpbestemmingsplan worden toegestuurd aan Provincie Gelderland en Waterschap Rijn en IJssel.

Provincie Gelderland

Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland hebben in hun schrijven genaamd 'Werkwijze onder de nieuwe Wet ruimtelijke ordening' aangegeven dat zij de Wro-agenda leidend laten zijn voor de wijze waarop en de mate waarin zij betrokken zouden willen worden bij het vooroverleg ex art. 3.1.1. Bro.

In hun brief van 22 oktober 2009, nummer 2009-018420 hebben zij dit nogmaals weergegeven. Dit betekent dat zij onderscheid maken in beleidsthema's waar zij wel Wro-instrumenten gaan inzetten en beleidsthema's waar zij dat in principe niet zullen doen. Daar waar zij instrumenten gaan inzetten spreekt de Wro-agenda van 'provinciaal belang en provinciale verantwoordelijkheid'; daar waar zij die instrumenten in principe niet zullen inzetten spreekt de Wro-agenda 'enkel' van 'provinciaal belang'.

Daarnaast geven zij aan dat bij 'puur lokale plannen' de provincie hierin geen rol heeft. In onderhavige herziening van het bestemmingsplan is sprake van realisartie van een nieuwe woning die al is opgenomen in ons woningcontingent. Hierdoor is geen sprake meer van provinciaal belang zodat er geen vooroverleg met de provincie behoeft plaats te vinden. Wel wordt een ontwerp bestemmingsplan aan de provincie toegezonden.

Waterschap Rijn en IJssel

Nu er geen wateraspecten aanwezig zijn in dit bestemmingsplan is vooroverleg niet noodzakelijk en wordt een ontwerp bestemmingsplan toegezonden aan het waterschap.