| Plan: | Buitengebied herziening Lievelderweg 92 Lievelde |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1586.BPBUI2003-VG01 |
Hoofdstuk 3 Bestaande en gewenste situatie
Hoofdstuk 5 Onderzoeksresultaten
Hoofdstuk 6 Juridisch planbeschrijving
Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid
| Buitengebied herziening Lievelderweg 92 Lievelde |
| Vastgesteld |
| September 2018 |
| Inlichtingen: |
| Afdeling Omgeving |
| Mw. E. Hoopman |
| 0544 393529 |
Er is een verzoek ingediend door corsogroep Hooiland. De corsogroep heeft de tent op de locatie Lievelderweg staan en wil de tent vervangen door een nieuwe schuur. Het college heeft op 4 april 2017 onder voorwaarden besloten medewerking te willen verlenen.
Het plangebied omvat het kadastrale perceel bekende gemeente Lichtenvoorde, sectie P, nummer 750. Het perceel is gelegen in het buitengebied, nabij het bedrijventerrein van Lichtenvoorde.
Omgeving plangebied
Plangebied
Op 22 september 2009 is een bestemmingsplan voor een corsowagenbouwlocatie aan de Lievelderweg vastgesteld door de gemeenteraad. In het bestemmingsplan is geregeld dat de locatie gebruikt mag worden als bouwlocatie voor bloemencorsowagens. Hierbij is een permanente loods mogelijk gemaakt. De loods is bedoeld voor opslag van materialen (vorstvrij en beveiligd tegen diefstal). Daarnaast is een toiletgebouw vergund met sanitaire voorzieningen ten behoeve van de corsogroepen. Naast het permanente gebouw is er plaats voor enkele corsogroepen, dat wil zeggen: tenten ten behoeve van de bouw van corsowagens. Dit betreffen tijdelijke bouwwerken die alleen tijdens de bouw aanwezig zullen zijn. Tevens zijn containers voor de opslag van materialen toegestaan.
Deze locatie is daarna opgenomen in het 'Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre' met bijbehorende reparatieplannen 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre' en 'Buitengebied, Reparatieplan 2016' en heeft hierin de bestemming 'Maatschappelijk' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. Hierin is geregeld dat de maximale oppervlakte aan bebouwing 440 m2 mag bedragen, met uitzondering van de corsotenten en containers. Daarnaast zijn regels opgenomen voor het bouwen van corsotenten en containers, net als in de partiële herziening uit 2009.
Enige tijd geleden is gesproken met corsogroep Hooiland over hun vraag om nieuw te kunnen bouwen en heeft Hooiland een principeverzoek ingediend. Het college heeft in haar vergadering op 4 april 2017 besloten medewerking te verlenen mits alle corsogroepen ter plaatse een permanent gebouw realiseren. De gebouwen moeten "welstandsproof" zijn. Daarnaast worden er na realisatie van permanente gebouwen geen andere bouwwerken, containers en dergelijke meer toegestaan en mag er geen sprake zijn van buitenopslag. Indien de realisatie van de permanente gebouwen niet tot stand komt zal er worden gehandhaafd op de afspraken zoals die in 2009 zijn gemaakt.
De bouw van gebouwen voor alle corsogroepen past niet binnen de maximale oppervlakte aan bebouwing zoals die in het vigerende bestemmingsplan is vastgelegd. Met een herziening van het bestemmingsplan kan worden meegewerkt aan het realiseren van een gebouw voor corsogroep Hooiland. Ook wordt geregeld dat de andere twee groepen met een tent een gebouw kunnen realiseren. Hiervoor zijn tekeningen aangeleverd waarop de gewenste hoogten en oppervlakten staan. De andere corsogroep heeft al een gebouw opgericht.
Tekening aanzicht gebouwen
Er zijn maximale afmetingen vastgelegd op de verbeelding en in de regels van dit bestemmingsplan. Daarnaast is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om maximaal 10% af te wijken van de bouwhoogte en goothoogte. Daarnaast zijn voor de vier gebouwen bouwvlakken opgenomen die aansluiten op de vlakken zoals aangegeven op de situatietekening in Bijlage 1.
In dit bestemmingsplan is daarnaast een regeling opgenomen dat voor een corsogroep een gebouw heeft opgericht geldt dat geen containers meer zijn toegestaan. Daarnaast is geen buitenopslag anders dan in containers bij een corsotent toegestaan.
Op het vergunde toiletgebouw is een aanduiding opgenomen en geregeld dat de bestaande bebouwing is toegestaan.
Landschappelijke inpassing
Het perceel is in het kader van het vorige bestemmingsplan al landschappelijk ingepast. Alleen een klein deel rondom de parkeerplaatsen is nog niet gerealiseerd. Hiervoor is afgesproken dat hier alsnog 10 à 15 knotwilgen langs de sloot worden geplant (in plaats van krentenstruiken). Dit is op de tekening met de locatie van de knotwilgen in Bijlage 2 opgenomen.
De corso neemt in Lichtenvoorde een bijzondere positie in. Daartoe is een locatie aangewezen voor de bouw van wagens. Nu gebeurt dit met de opbouw van tijdelijke tenten.
De wens is op dit te wijzigen in permanente gebouwen. Stedenbouwkundig is er een sprake van besloten enclave die landschappelijk reeds goed is ingepast,.
Het effect van de beoogde ontwikkeling voor de omgeving is dan ook beperkt. In het voorstel hebben de gebouwen een bijzondere vorm. De vorm volgt de bouw van de corso-wagens.
Hetgeen voor deze plek een goede keuze, want hiermee wordt duidelijk dat het niet gaat om een traditionele agrarische bebouwing. Door de 4 verschillende vormen wordt het beeld van een massief geheel voorkomen.
Belangrijk voor de uitstraling van de gebouwen is er dat er rust, eenvoud en eenheid gecreëerd wordt. Dit wordt bereikt door de volgende criteria:
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat.
Op 9 juli 2014 heeft Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld. Deze structuurvisie is de opvolger van het Streekplan Gelderland dat al de status van een structuurvisie had.
De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn:
1. een duurzame economische structuur;
Een gezonde economie met een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt om krachtige steden en vitale dorpen met voldoende werkgelegenheid. Het verbeteren van de economische structuur is een belangrijke opgave voor de Gelderse samenleving. Er zijn veel kansen om de economische structuur te verbeteren. De provincie wil samen met haar partners de kansen benutten, mèt oog voor de unieke kwaliteiten van Gelderland. Het streven is om de concurrentiekracht van Gelderland te vergroten door een duurzame versterking van de ruimtelijk-economische structuur. Concreet betekent dit dat bestaande en nieuwe bedrijven kansen moeten krijgen.
2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Een aantrekkelijke leefomgeving vergt een goede kwaliteit en beleving van natuur en landschap in Gelderland, een gezonde en veilige leefomgeving en een robuust bodem- en watersysteem. De provincie zet daarom in op het waarborgen en op het verder ontwikkelen van die kwaliteiten van Gelderland.
Dit houdt onder meer in: ontwikkelen met kwaliteit, recht doen aan de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de plek. Daarnaast moet de kwaliteit van het landschap behouden en versterkt worden.
Provinciale Staten hebben in juni 2017 de Omgevingsverordening geactualiseerd. In de Omgevingsverordening staan de regels die horen bij de Omgevingsvisie. De regels uit de Omgevingsverordening stellen de provinciale belangen veilig omdat bestemmingsplannen (projectafwijkingen vallen hier ook onder) voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen hieraan moeten voldoen.
Het oprichten van gebouwen voor corsowagenbouw is geen zaak van provinciaal belang.
Bestemmingsplan
Het perceel is gelegen in het 'Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre' met bijbehorende reparatieplannen 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre' en 'Buitengebied, Reparatieplan 2016'.
Het deel van het perceel waar de bebouwing staat en komt te staan heeft de bestemming 'Maatschappelijk'. In deze bestemming is geregeld dat de bebouwing op deze locatie niet meer mag bedragen dan 440 m2, met uitzondering van de corsotenten en containers. Voor het bouwen van corsotenten en containers ten behoeve van de bloemencorso wagenopbouwlocatie aan de Lievelderweg gelden de volgende regels:
Uitsnede bestemminsplan
Op grond van artikel 3.6.1 Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Getoetst is of de ontwikkeling die dit plan mogelijk maakt in overeenstemming is met het waterbeleid. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. In het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Rijn en IJssel staat het beleid beschreven op een vijftal hoofdthema's:
| Thema | Toetsvraag | Relevant |
| HOOFDTHEMA'S | ||
| Veiligheid |
1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade? |
Nee Nee |
| Riolering en Afvalwaterketen | 1. Is er toename van het afvalwater (DWA)? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap? |
Nee Nee Nee |
| Wateroverlast (oppervlaktewater) |
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak? 2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? |
Nee Nee Nee |
| Grondwater- overlast |
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel? 4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren? |
Nee Nee Nee Nee |
| Oppervlakte- waterkwaliteit |
1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied? |
Nee Nee Nee |
| Grondwaterkwaliteit | 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? | Nee |
| Volksgezondheid |
1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? |
Nee Nee |
| Verdroging | 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur? | Nee |
| Natte natuur | 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur? |
Nee Nee |
| Inrichting en beheer | 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? |
Ja Nee |
| AANDACHTSTHEMA'S | ||
| Recreatie | 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? | Nee |
| Cultuurhistorie | 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig? | Nee |
Het plan heeft geen gevolgen voor de waterhuishouding. Het is reeds een verhard terrein en hieraan verandert niets. Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid.
Aan de zuidzijde/westzijde van het plan ligt een watergang in het beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel. Langs deze watergang ligt tot 5 meter uit de insteek een beschermingszone. Werkzaamheden of activiteiten in deze zone zijn vergunningplichtig.
Beoordelingskader
Bij een bestemmingsplanprocedure wordt op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgesteld of de bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan. Aan de hand van beschikbare bodeminformatie wordt onderbouwd wat de verwachte bodemkwaliteit is, of bodemonderzoek nodig is en of er maatregelen nodig zijn om de bodemkwaliteit geschikt te maken voor het beoogde gebruik.
Wanneer de ontwikkeling betrekking heeft op een woon- of verblijfsruimte moet op grond van de Bouwverordening/Woningwet een bodemonderzoek worden verricht om uit te sluiten dat sprake is van gezondheidsrisico's voor de gebruikers van het bouwwerk. De loodsen worden niet als verblijfsruimte beschouwd.
Inventarisatie en Inhoudelijke beoordeling
Om in beeld te brengen of ter plaatse van Lievelderweg 92 te Lievelde mogelijk sprake is van bodemverontreiniging is een inventarisatie uitgevoerd:
Conclusies en Advies
De Omgevingsdienst Achterhoek geeft aan dat de uitgevoerde inventarisatie geeft geen aanleiding om een noemenswaardige bodemverontreiniging te verwachten. Omdat geen sprake is van een (toekomstige) verblijfsruimte, is het uitvoeren van onderzoek om de actuele bodemkwaliteit vast te leggen niet nodig. De bodemkwaliteit wordt geschikt geacht voor een functie als corsowagenbouw. Het aspect Bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
Aandachtspunten
In algemene zin worden de volgende aanbevelingen gedaan:
De natuurbescherming in Nederland is geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. De Natuurbeschermingswet 1998 regelt gebiedsbescherming van onder andere de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. De Flora- en faunawet regelt de soortenbescherming. Deze wet is op 1 januari opgegaan in de Wet natuurbescherming.
Aangezien het gaat om bestaand, verhard terrein die reeds gebruikt wordt voor het bouwen van wagens voor de bloemencorso, is geen onderzoek nodig op het gebied van natuurbescherming. Er worden geen gebouwen gesloopt en geen bomen gekapt. Daarnaast wijzigt het gebruik niet qua intensiteit.
Het plangebied is gelegen in de in het bestemmingsplan voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' aangewezen gronden. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen waarbij sprake is van het verrichten van bodemingrepen dieper dan 30 cm en een oppervlakte groter dan 2.500 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen op basis van nader onderzoek, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld.
Het bouwwerk wordt gerealiseerd op bestaande verharding. Archeologisch onderzoek is daarom niet nodig. Bovendien is voor de bestemmingsplanherziening in 2009 reeds een archeologisch onderzoek gedaan. Conclusie hiervan was dat geen vervolgonderzoek nodig was.
Beoordelingskader
Voor de beoordeling van het onderwerp geluid gelden bij ruimtelijke besluit de volgende uitgangspunten:
Inhoudelijke beoordeling
1: Normen Wet geluidhinder
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen voor geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) is de Wet geluidhinder van toepassing. De ontwikkeling betreft niet het vestigen van een nieuwe woning of ander geluidgevoelig gebouw. De Wet geluidhinder is niet van toepassing.
2: Belemmering bedrijfsvoering
Door een ruimtelijke ontwikkeling kunnen geluidgevoelige objecten dichter naar bedrijven toe komen. Bedrijven moeten ten aanzien van deze objecten voldoen aan geluidsnormen. Het realiseren van geluidsgevoelige objecten dichter naar de bedrijven betekent een beperking voor de bedrijven betekenen. De ontwikkeling betreft niet het vestigen van een nieuwe woning of ander geluidgevoelig gebouw. Bedrijven in de omgeving worden niet belemmerd.
3: Aanvaardbaar woon- en leefklimaat
Afgewogen moet worden of er in en om de geluidgevoelige objecten een goed woon- en leefklimaat blijft gegarandeerd. Dit aspect speelt wanneer geluidgevoelige objecten en geluid producerende objecten als bedrijven en wegen in elkaars nabijheid worden gerealiseerd. Om hierover een goed oordeel te kunnen vormen dient te worden bepaald wanneer sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Wanneer een gemeente geluidbeleid heeft vastgesteld kunnen daarin geluidnormen zijn opgenomen. Voor rail- en wegverkeerslawaai kan aansluiting worden gezocht bij de normen in de Wet geluidhinder. Ook als er sprake is van een industrieterrein in of rond een plangebied kent de Wet geluidhinder normen. Voor het overige lawaai van bedrijven kennen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Activiteitenbesluit en de Handleiding Industrielawaai en vergunningverlening regels en normen.
Uitgangpunten indicatieve berekening
Het beoordelingsniveau LAmax is in de dagperiode niet van toepassing op laden en lossen. Tussen haakjes de indicatief berekende geluidniveaus in de avondperiode.
Er wordt voldaan aan de beoordelingsniveaus van het Activiteitenbesluit.
4: Geluidbeleid
De gemeente Oost Gelre heeft gebiedsgericht geluidbeleid. De gemeente heeft voor elk gebiedstype een akoestische streefwaarde en een grenswaarde vastgesteld.
De streefwaarde is de waarde die een geluidproducent in principe krijgt opgelegd. In uitzonderingsgevallen kan de gemeente hiervan afwijken en tot de grenswaarde vergunnen.
De streef- en grenswaarden gelden alleen voor nieuwe ruimtelijke en vergunningssituaties. In de praktijk worden er op basis van het geluidbeleid geen maatwerkvoorschriften Activiteitenbesluit opgelegd. Voor bestaande situaties blijft het huidige geluidsregime van kracht totdat een wijziging optreedt. De inrichting en omliggende geluidgevoelige gebouwen liggen in het gebiedstype “Agrarisch gebied”.
Gebiedstyperingen Streef- en grenswaarde geluidbelasting in dB(A)
Tussen haakjes de indicatief berekende geluidniveaus in de avondperiode.
Alleen in bijzondere gevallen kan in agrarisch gebied, woongebied, woon-werkgebied, bedrijventerrein, industrieterrein en centrumgebied uitgegaan worden van een plafondwaarde die 5 dB(A) boven de grenswaarde ligt.
De gemeente Oost Gelre heeft in het geluidbeleid geen grenswaarden op genomen voor piekgeluiden ofwel maximale geluidniveaus LAmax. Hiervoor hanteert de gemeente de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. De inrichting en omliggende geluidgevoelige gebouwen liggen in de woonomgeving “Landelijke omgeving”.
Aanbevolen waarden LAmax in de woonomgeving in dB(A) van de Handreiking.
Tussen haakjes de indicatief berekende geluidniveaus in de avondperiode.
De grenswaarde kan onder voorwaarden op basis van een bestuurlijke afweging in de dag en nacht 5 (A) worden verhoogd.
De aanvrager moet aantonen of de ontwikkeling binnen de geluidnormen van het geluidbeleid en de handreiking past.
Met de indicatieve berekening wordt onderbouwd dat aan de streefwaarden en voorkeurswaarden wordt voldaan. Een akoestisch onderzoek of nadere akoestische gegevens zijn niet nodig.
Conclusie / advies
De Omgevingsdienst Achterhoek geeft aan dat voldaan kan worden aan de streefwaarden van het geluidbeleid en de voorkeurswaarden van de Handreiking. Ook in de nachtperiode zou worden voldaan. Ook de indirecte hinder van verkeer van en naar de inrichting vormt geen belemmering. Er wordt voldaan aan de beoordelingsniveaus van het Activiteitenbesluit. Een akoestisch onderzoek of nadere akoestische gegevens zijn niet nodig.
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit.
Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet luchtkwaliteit geen belemmering voor ontwikkelingen als:
Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (nibm) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10).
De oprichting van gebouwen voor het bouwen van bloemencorsowagens blijft binnen de normen van het Besluit niet in betekenende mate omdat er geen sprake is van een bouwproject en de verkeersaantrekkende werking niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie waarin op deze locatie de wagens in tenten worden gebouwd.
Het aspect geur heeft geen invloed op dit plan, aangezien het plan niet voorziet in de oprichting van geurgevoelige objecten op korte afstand van omliggende veehouderijen.
Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico's die voortvloeien uit de opslag, productie, het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen.
Om te bepalen of in en nabij het plangebied risicovolle objecten aanwezig zijn, is de professionele risicokaart geraadpleegd. Uit de kaart blijkt dat in de nabijheid van het plangebied geen risicovolle objecten aanwezig zijn. De wagenbouwlocatie is andersom ook geen gevaar voor de omgeving.
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
Het terrein wordt ontsloten op de Lievelderweg (60 km/u-zone). Fietsers kunnen het terrein via de fietspaden die aan beide zijden van de Lievelderweg gelegen zijn, bereiken.
Hoewel veel wagenbouwers de locatie per fiets zullen bezoeken, is rekening gehouden met voldoende parkeerplaatsen op het terrein zelf. Initiatiefnemers hebben aangegeven dat de schatting is dat op een gemiddelde bouwavond maximaal 5 auto's per groep komen. In totaal betekent dat 20 auto's. Op het terrein is voldoende ruimte om te parkeren. In de laatste dagen voor de corso kan er worden geparkeerd aan de Oude Groenloseweg.
De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit -met inachtneming van het vorenstaande- zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.
Het digitale bestemmingsplan 'Buitengebied herziening Lievelderweg 92 Lievelde' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand NL.IMRO.1586.BPBUI2003-VG01 met bijbehorende regels. De papieren plankaart (nu bekend als de analoge verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan) is getekend op een schaal 1:1.000 en omvat 1 kaartblad. Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.
Hoofdstuk 1: Inleidende regels
In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2).
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels
In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en eventueel bouwregels opgesteld. In het bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Maatschappelijk' van toepassing. Daarnaast geldt de dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2" in verband met de archeologische verwachtingswaarde.
Hoofdstuk 3: Algemene regels
In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
Het bestemmingsplan voorziet in een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waardoor voor de betrokken gronden een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro dient te worden vastgesteld. Burgemeester en wethouders mogen op grond van artikel 6.12 Wro afzien van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten voor rekening van verzoeker zijn. Met Stichting Bloemencorso Lichtenvoorde wordt een anterieure overeenkomst afgesloten waardoor een exploitatieplan niet hoeft te worden vastgesteld.
Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd.
Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
Ter voldoening hieraan moet het voorontwerpbestemmingsplan worden toegestuurd aan Provincie Gelderland en Waterschap Rijn en IJssel.
Provincie Gelderland
Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland hebben in hun schrijven genaamd 'Werkwijze onder de nieuwe Wet ruimtelijke ordening' aangegeven dat zij de Wro-agenda leidend laten zijn voor de wijze waarop en de mate waarin zij betrokken zouden willen worden bij het vooroverleg ex art. 3.1.1. Bro.
In hun brief van 22 oktober 2009, nummer 2009-018420 hebben zij dit nogmaals weergegeven. Dit betekent dat zij onderscheid maken in beleidsthema's waar zij wel Wro-instrumenten gaan inzetten en beleidsthema's waar zij dat in principe niet zullen doen. Daar waar zij instrumenten gaan inzetten spreekt de Wro-agenda van 'provinciaal belang en provinciale verantwoordelijkheid'; daar waar zij die instrumenten in principe niet zullen inzetten spreekt de Wro-agenda 'enkel' van 'provinciaal belang'.
Daarnaast geven zij aan dat bij 'puur lokale plannen' de provincie hierin geen rol heeft. In onderhavige herziening van het bestemmingsplan is sprake van een een perceel in Lievelde. Met deze herziening kunnen op een bestaande locatie voor corsowagenbouw tenten worden vervangen door gebouwen Hierbij is geen sprake van provinciaal belang zodat er geen vooroverleg met de provincie behoeft plaats te vinden.
Waterschap Rijn en IJssel
Het bestemmingsplan is toegezonden aan het waterschap voor een reactie in het kader van wettelijk vooroverleg. Het waterschap heeft aangegeven akkoord te zijn met het plan.