direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Recreatiepark Watertuin, 1e herziening
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1525.BP2021TEY01061-VA02

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Dit bestemmingsplan wordt opgesteld om de planologische regeling van het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' te herzien. Dit naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 25 november 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2814). Deze uitspraak is in Bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen.

Met de uitspraak zijn de volgende plandelen vernietigd: de locaties Watertuin 2, het perceel achter en naast Watertuin 27 en sub e van artikel 4.2.3 van de planregels voor zover deze betrekking heeft op de gronden van de betreffende appelanten die worden genoemd in de uitspraak. Het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' is voor het overige onherroepelijk geworden na de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2020.

De gemeente is gelast om een nieuw besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan voor deze vernietigde planonderdelen te nemen. Dit nieuwe besluit hoeft niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb te worden voorbereid. De raad is opgedragen voor de vernietigde plandelen binnen 52 weken een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.

Met deze partiële herziening wordt voldaan aan de uitspraak van de Afdeling en wordt een nieuw besluit genomen voor de locaties Watertuin 2, het perceel achter en naast Watertuin 27 en artikel lid 4.2.3 van de regels.

1.2 Locatie waarop deze herziening van toepassing is

Dit plan vervangt het bestemmingsplan Buitengebied Warmond, zoals vastgesteld op 9 maart 2000 voor de locaties Watertuin 2, het perceel achter en naast Watertuin 27. Daarnaast vervalt met dit plan artikel 4.2.3 sub e van het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin'.

1.3 Vormgeving bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de wettelijke digitale standaarden (SVBP2012). Hiertoe is de gemeente verplicht op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Werkwijze

Voor de regels geldt dat de regels zijn weergegeven zoals die na vaststelling van deze partiële herziening gelden. De niet gemarkeerde regels hebben betrekking op de regels zoals deze gelden vanuit het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin'. De wijzigingen dan wel aanvullingen/verwijderingen als gevolg van onderhavige partiële herziening zijn in de planregels - met een doorhaling in groen (' regel ') of een toevoeging in geel ('regel') - opgenomen. Alleen de geel (toevoegingen) of groen (vervallen tekst) gemarkeerde aanpassingen maken dus juridisch-planologisch onderdeel uit van deze partiële herziening.

De niet gemarkeerde regels zijn ter informatie opgenomen zodat een goed beeld ontstaat van de nieuwe regels en hoe deze ingepast zijn in de (bestaande) regels van het vigerende plan. Hierop geldt één uitzondering. Tabel 4.1 behorend bij artikel 4.4 van bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' is niet in deze 1e herziening opgenomen, maar deze tabel blijft wel onverkort van toepassing. Er is uit oogpunt van de AVG geen aanleiding om deze tabel op te nemen omdat de doelstelling van de planologische regeling van de 1e herziening geen betrekking heeft op tabel 4.1.

Van belang is dat de niet gemarkeerde regels niet opnieuw ter discussie gesteld kunnen worden omdat deze enkel een informatieve rol in deze herziening vervullen. Ze blijven onverminderd van toepassing en maken formeel geen onderdeel uit van de herziening.

Verbeelding

De plangrens omvat het gehele gebied waar het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' nog van toepassing is. Op de verbeelding worden enkel de percelen waar naar aanleiding van deze herziening een aanpassing plaatsvindt opgenomen.

1.4 Leeswijzer

Deze toelichting bevat de volgende onderdelen:

  • hoofdstuk 2: beschrijving van de inhoud van de herziening;
  • hoofdstuk 3: beschrijving van de uitvoerbaarheid van deze herziening.

Hoofdstuk 2 Beschrijving van de herziening

2.1 Inleiding

In de volgende paragrafen wordt per locatie toegelicht wat de inhoud van de herziening behelst en om welke reden de planologische regeling voor de betreffende locatie wordt herzien. Ook wordt toegelicht wat de inhoud van de herziening van artikel 4.2.3 sub e behelst en om welke reden de planologische regeling wordt herzien.

2.2 Locatie Watertuin 2

Beschrijving situatie Watertuin 2:

Volgens het vorige bestemmingsplan 'Buitengbied' Warmond' is Watertuin 2 een dienstwoning. De gemeente had beoogd Watertuin 2 in het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' overeenkomstig te bestemmen, door middel van het toekennen van de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie - recreatiewoningen 7' en een functieaanduiding voor de dienstwoning aan de gronden aan de locatie Watertuin 2 toe te kennen. Het planologisch toestaan van één dienstwoning binnen het recreatiepark werd als wenselijk gezien voor de toekomstbestendigheid van Watertuin als recreatiepark. In de 'Nota beantwoording zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan Recreatiepark Watertuin' van 9 januari 2018 (hierna: de zienswijzennota) heeft de raad dit toegelicht. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat de vereniging Watertuin het recreatiepark onderhoudt en dat de bewoner van de dienstwoning uitsluitend beheerstaken zal vervullen.

De eigenaren / gebruikers van Watertuin 2, die de bestaande planologische dienstwoning bewonen, hebben aangegeven zich te conformeren aan de beheerdersrol. In de zienswijzennota staat dat vanuit het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' gezien, de rol van de eigenaren / gebruikers van de dienstwoning minimaal uit het volgende bestaat:

  • De eigenaar schouwt als beheerder de gezamenlijke buitenruimte van het recreatiepark en maakt van geconstateerde onvolkomenheden melding bij het bestuur van de vereniging Watertuin;
  • De eigenaar spreekt als beheerder onbevoegden aan op hun aanwezigheid en verzoekt onbevoegden het recreatiepark te verlaten;
  • Eigenaren binnen het recreatiepark kunnen (op vrijwillige basis) een sleutel van hun recreatiewoning aan de beheerder in bewaring geven, waardoor op verzoek (in het kader van beheer) de recreatiewoning kan worden betreden of in geval van een calamiteit (gesprongen waterleiding) een groter nadeel kan worden voorkomen.

De gemeente Teylingen heeft deze rol als beheerdersrol van de dienstwoning erkend. Het gevolg van de rol die de eigenaar vervult is dat de dienstwoning permanent bewoond kan worden.

De Afdeling heeft in de uitspraak van 25 november 2020 dit beoogde plandeel vernietigd om de volgende reden: "Hoewel het gelet op de door de raad in de zienswijzennota opgenomen argumenten in het algemeen wenselijk en ruimtelijk relevant kan zijn dat een recreatiepark als Watertuin een beheerder met bijbehorende dienstwoning heeft, heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling niet voldoende aangetoond dat de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - dienstwoning" uitvoerbaar zal zijn." De Afdeling is van oordeel dat het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' in strijd is met artikel 3:46 van de Awb en niet berust op een deugdelijke motivering, voor zover de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - dienstwoning" is toegekend aan de gronden van de locatie Watertuin 2 te Warmond.

De uitspraak van de Afdeling heeft tot gevolg dat dat ter plaatse van de gronden van de locatie Watertuin 2 te Warmond met de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - dienstwoning" het vorige plan 'Buitengebied Warmond' herleeft, totdat een nieuw door de raad vast te stellen plan in werking treedt.

Aan de gronden van de locatie Watertuin 2 te Warmond was volgens de plankaart bij het vorige bestemmingsplan 'Buitengebied Warmond' de bestemming 'Verblijfsrecreatieve doeleinden', de subbestemming vRz 'zomerhuizen Watertuin' en de nadere aanwijzing (d) 'dienstwoning' toegekend. De gronden van de locatie Watertuin 2 hebben door die nadere aanwijzing dienstwoning een andere rechtspositie ten opzichte van de 68 recreatiewoningen van het park de Watertuin. Volgens de plankaart bij het vorige bestemmingsplan 'Buitengebied Warmond' was aan deze 68 recreatiewoningen de bestemming Verblijfsrecreatieve doeleinden - zomerhuizen Watertuin en de subbestemming vRz 'zomerhuizen Watertuin' toegekend. Voor de dienstwoning gelden specifieke bouwvoorschriften welke zijn opgenomen in artikel 11 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Warmond'. Zo blijkt uit artikel 11 lid 3 onderdeel d dat voor de dienstwoning een specifieke maximale inhoud, maximale goothoogte en maximale bouwhoogte wordt gehanteerd.

In het onderstaande figuur 1.2 is een uitsnede van de plankaart bij het vorige bestemmingsplan 'Buitengebied Warmond'weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1525.BP2021TEY01061-VA02_0001.png"

Inhoud en onderbouwing herziening:

De eerder beoogde functieaanduiding voor de dienstwoning kan volgens de gemeente niet voldoende worden gemotiveerd gelet op de al aangevoerde argumenten in de zienswijzennota, welke volgens de Afdeling niet voldoende kunnen aantonen dat de functieaanduiding voor de dienstwoning uitvoerbaar is. Om deze reden is er een nieuwe planologische functie nodig voor de gronden aan de locatie Watertuin 2.

Toelichting aanwezigheid van een objectgebonden woonvergunning

In de brief van 3 maart 2003, welke is opgenomen in Bijlage 3, wordt naar aanleiding van een mondeling verzoek, de aanwezigheid van een objectgebonden woonvergunning voor de woning Watertuin 2 te Warmond bevestigd. Hierin wordt vermeld dat deze vergunning op 28 augustus 1972 is verleend op basis van de Woningwet. Deze brief is ondertekend door het sectorhoofd Grondzaken namens Burgemeesters en wethouders van Warmond.

Deze brief wordt volgens de gemeente, vanuit het oogpunt van het vertrouwensbeginsel, beoordeeld als een toezegging waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en zo ja hoe, het bestuursorgaan in het concrete geval zijn bevoegdheid zou uitoefenen.

Om tot deze beoordeling te komen zijn naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1694) over de toepassing van het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht, drie stappen doorlopen.

  • 1. Is er een toezegging gedaan?
    Dit is het geval indien er sprake is van uitlatingen en/of gedraging van ambtenaren die bij de betrokkene redelijkerwijs de indruk wekken van een welbewuste standpuntbepaling van het bestuur over de manier waarop in zijn geval een bevoegdheid al dan niet zal worden uitgeoefend. De bewuste standpuntbepaling is in dit geval vastgelegd in de betreffende brief. Voor de toezegging is van belang dat de uitlating in de brief is toegesneden op de concrete situatie, namelijk een objectgebonden woonvergunning voor de woning Watertuin 2 te Warmond. Ook is van belang dat de betreffende brief is ondertekend door het sectorhoofd Grondzaken namens Burgemeester en wethouders van Warmond. Verder is van belang dat de uitlating niet in strijd is met de toepasselijke rechtsregels, waaronder de Woningwet waarin de grondslag voor de objectgebonden woonvergunning is opgenomen.

  • 2. Kan de toezegging worden toegerekend aan het bevoegde bestuursorgaan?
    In dit geval heeft het sectorhoofd Grondzaken namens Burgemeester en wethouders van Warmond de betreffende brief ondertekend. In dit geval kan worden vastgesteld dat de betrokkene op goede gronden mocht veronderstellen dat deze persoon de opvatting van het bevoegde bestuursorgaan vertolkt. Het bevoegde bestuursorgaan dat de vergunning kon verlenen is het college van burgemeester en wethouders.

  • 3. Dienen de gerechtvaardigde verwachtingen te worden gehonoreerd?
    In dit geval staan aan het honoreren van de objectgebonden woonvergunning geen zwaarder wegende belangen in de weg. De nadere aanwijzing dienstwoning in het vorige bestemmingsplan 'Buitengebied Warmond' brengt met zich mee dat de dienstwoning een andere rechtspositie heeft ten opzichte van de 68 recreatiewoningen van het park de Watertuin. De objectgebonden woonvergunning is overdraagbaar waardoor het wonen kan worden voortgezet. Daarnaast kunnen bedrijfswoningen of dienstwoningen volgens het gemeentelijk beleid worden omgezet naar een burgerwoning met de bestemming 'Wonen'. Dit gemeentelijk beleid is vertaald in de wijzigingsbevoegdheden voor bedrijfswoningen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Teylingen'. Daarbij blijven de bedrijfsactiviteiten actief en wordt de bedrijfswoning afgesplitst en in gebruik genomen als burgerwoning. Hierbij is van belang dat de omzetting van de dienstwoning naar een woonbestemming beperkte ruimtelijke impact heeft op de omgeving, milieu-planologisch inpasbaar is en niet in strijd is met de Omgevingsverordening Zuid-Holland (zie toets hierna).

Burgerwoning

De op de plankaart bij het bestemmingsplan 'Buitengebied Warmond' aangewezen dienstwoning Watertuin 2, verkrijgt in deze herziening de bestemming 'Wonen', de dienstwoning wordt daarmee een burgerwoning. Nu er een toezegging bestaat voor een objectgebonden woonvergunning waar de betrokkene op mocht vertrouwen, heeft de gemeente er voor gekozen om de dienstwoning in lijn met het gemeentelijk beleid een woonbestemming te geven. De omzetting van de dienstwoning naar een burgerwoning is milieu-planologisch inpasbaar, heeft geen (onevenredige) ruimtelijke impact op het landschap/de omgeving en is niet in strijd met de Omgevingsverordening Zuid-Holland (zie toetsen hierna).


Bestemming Wonen

Het perceel Watertuin 2 wordt bestemd voor 'Wonen'. De regels voor de bestemming 'Wonen' in dit plan zijn specifiek gericht op het perceel Watertuin 2 en zijn mede gebaseerd op de woonbestemmingen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Teylingen'. Voor het gedeelte van het perceel waarop de woning is toegestaan is een bouwvlak opgenomen. De woning is alleen in het bouwvlak toegestaan.


Bouwregels

De bouwregels voor de woning Watertuin 2 zijn 1 op1 overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Warmond'. De bouwregels voor Watertuin 2 waren in het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' ook 1 op 1 overgenomen uit het bestemmingsplan Buitengebied Warmond. Dat wordt nu weer gedaan, omdat de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2020 immers geen betrekking had op de bouwregels van de dienstwoning uit het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin', maar op het gebruik.


Toets herziening aan de Omgevingsverordening Zuid-Holland

Uit artikel 6.9 lid 1 onderdeel a van de Omgevingsverordening Zuid-Holland blijkt dat de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling betreffende de omzetting naar burgerwoning, direct is toegestaan indien deze ontwikkeling kan worden geclassificeerd als inpassen. Inpassen houdt in dat: "de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart."


Uit de artikelsgewijze toelichting volgt dat inpassen een ontwikkeling betreft die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. "De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel." "Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met topkwaliteit."

De ruimtelijke ontwikkeling voor het perceel Watertuin 2 vindt plaats op kavelniveau, het gaat hier om een relatief klein, aaneengesloten stuk grond dat één bepaalde vorm van gebruik kent. De ruimtelijke ontwikkeling op de betreffende kavel strookt met de bestaande situatie en bestaande kwaliteit. In dit geval zijn de consequenties van de ontwikkeling van dienstwoning naar burgerwoning niet van invloed op de ruimtelijke kwaliteit van de betreffende kavel en omgeving.


Op de kwaliteitskaart ligt de locatie Watertuin 2 binnen een beschermingszone uit categorie 1 (Kroonjuweel cultureel erfgoed) en binnen een beschermingszone uit categorie 2 (Groene buffer).


Volgens de artikelsgewijze toelichting bij de Omgevingsverordening zijn ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met beschermingscategorie 1 in beginsel alleen mogelijk voor zover ze bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de specifieke waarden. De gebieden met de kwaliteit cultuurhistorische kroonjuwelen hebben volgens de toelichting, landschappelijk en cultuurhistorisch een dusdanig uniek karakter dat de bescherming en versterking van deze kwaliteiten centraal staat. Deze specifieke waarden worden niet aangetast met de ruimtelijke ontwikkeling van het omzetten van de bestaande dienstwoning naar een burgerwoning, deze ruimtelijke ontwikkeling strookt met de bestaande situatie en bestaande kwaliteit.


Op grond van de artikelsgewijze toelichting bij de Omgevingsverordening zijn ruimtelijke ontwikkelingen in de gebieden met de kwaliteit groene buffers, welke liggen in de beschermingszone categorie 2, mogelijk, maar extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling is van belang om de schaal en het karakter van deze gebieden in stand te houden. De omzetting van de dienstwoning naar een burgerwoning betreft geen stedelijke ontwikkeling.


De ruimtelijke ontwikkeling betreffende de omzetting van de bestaande dienstwoning naar burgerwoning kan gelet op het bovenstaande worden geclassificeerd als inpassen, de Omgevingsverordening staat daarom deze ontwikkeling toe.

Toets herziening aan omgevingsaspecten

Door de Omgevingsdienst West-Holland is een beoordeling uitgevoerd van de milieuaspecten voor het omzetten van de dienstwoning naar burgerwoning op het perceel Watertuin 2 in Warmond. Deze beoordeling is opgenomen in Bijlage 2.

De conclusie is dat de burgerwoning milieu-planologisch inpasbaar is

2.3 Perceel achter en naast Watertuin 27

Aanleiding herziening

Volgens het vorige bestemmingsplan 'Buitengebied Warmond' heeft de grond gelegen achter en naast het perceel Watertuin 27 de bestemming 'Verblijfsrecreatieve doeleinden'. De raad heeft met het bestemmingsplan Recreatiepark Watertuin beoogt deze gronden te bestemmen als 'Groen' in de vorm van bomen en struiken ten behoeve van een robuuste inpassing van het recreatiepark, alsmede de instandhouding daarvan.

De Afdeling heeft in de uitspraak van 25 november 2020 bepaald dat, de raad onvoldoende gemotiveerd heeft waarom een planologische regeling is vastgesteld waarbij het bestaande recreatieve gebruik op de strook grond grenzend aan de gronden van Watertuin 27 onder het overgangsrecht is komen te vallen. "Hierbij betrekt de Afdeling dat het hierbij gaat om ondergeschikt recreatief gebruik van deze strook grond. Niet aannemelijk is geworden dat dit gebruik zodanig afbreuk doet aan de gewenste aanwezigheid van de groenstrook, dat dit gebruik niet langer aanvaardbaar is.” De bedoelde gronden waar de uitspraak van de Afdeling betrekking op heeft, zijn in rood aangegeven op het kaartfragment.

afbeelding "i_NL.IMRO.1525.BP2021TEY01061-VA02_0002.png"

Inhoud en onderbouwing herziening

Deze herziening voorziet ter plaatse van de gronden achter en naast Watertuin 27 nog steeds in de bestemming Groen, bestemd voor: groen in de vorm van bomen en struiken ten behoeve van een robuuste inpassing van het recreatiepark, alsmede de instandhouding daarvan. Deze bestemming, vastgelegd in artikel 3.1 van het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin', wordt in deze herziening overgenomen én aangevuld met sub g. Sub g voorziet in ondergeschikt recreatief gebruik van de gronden achter en naast Watertuin 27, met als doel dat het bestaande ondergeschikte recreatieve gebruik van deze strook grond mag worden voortgezet. Het gaat hierbij om recreatief gebruik dat ondergeschikt is aan de aanwezige bomen en struiken die bedoeld zijn voor de robuuste inpassing van het recreatiepark. Dit recreatieve gebruik is gelet op de oppervlakte van de gronden en de aanwezige bomen en struiken, naar aard en omvang ondergeschikt, omdat ten behoeve van het recreatieve gebruik deze herziening voorziet in maximaal: 1 schommel, 1 rekstok, 1 glijbaan en 1 picknicktafel. Deze maximaal toegestane recreatieve voorzieningen zijn in overeenstemming met de bestaande voorzieningen, zoals is aangegeven in de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2020, voor het ondergeschikt recreatieve gebruik. Ondanks dit toegevoegde ondergeschikte recreatieve gebruik, behoudt de grond de primaire bestemming Groen (ten behoeve van een robuuste inpassing van het recreatiepark). Deze primaire bestemming Groen is gezien vanuit ruimtelijke kwaliteit noodzakelijk voor de belevingswaarde van het recreatiepark in het gebied waarbinnen zich het bevindt. Hiermee wordt namelijk voorkomen dat het recreatiepark zich in het gebied manifesteert als een versteende massa.

2.4 Artikel 4.2.3 sub e

Aanleiding herziening

Met artikel 4.2.3 sub e van het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' heeft de raad beoogd de belangen van de aangrenzende eigenaren te beschermen en het mogelijk te maken om de achterzijden van vrijstaande bijgebouwen te onderhouden. Op grond van dit artikel 4.2.3 sub e dient de afstand tussen de achterzijde van een vrijstaand bijgebouw en de achterperceelsgrens ten minste 0,50 m en ten hoogste 1 m bedragen.

De Afdeling heeft in de uitspraak van 25 november 2020 over deze planregel bepaald, dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom een afstand van ten minste 0,50 m en ten hoogste 1 m tussen een vrijstaand bijgebouw en de achterperceelsgrens moet worden aangehouden. In de planregels is namelijk niet zo'n regeling ten aanzien van de zijdelingse perceelgrens opgenomen. De raad heeft niet voldoende onderbouwd waarom de belangen van de aangrenzende eigenaren wat betreft de achterperceelsgrens wel moeten worden beschermd. Ook is niet voldoende onderbouwd waarom een vrij te houden strook wel nodig is om de achterzijden van vrijstaande bijgebouwen te onderhouden bij de achterperceelsgrens en bij de zijdelingse perceelgrens niet. Voor de betreffende appellanten klemt dit te meer omdat het voor hen van groot belang is dat zij een vrijstaand bijgebouw op de achterperceelsgrens kunnen bouwen. De Afdeling heeft daarom bepaald dat het plan in strijd met artikel 3:46 van de Awb is vastgesteld, voor zover niet in artikel 4.2.3, aanhef en onder e, van de planregels is geregeld dat deze geen betrekking heeft op de gronden van de betreffende appellanten. De uitspraak van de Afdeling heeft tot gevolg dat artikel 4.2.3 sub e niet voor de betreffende appellanten geldt.

Inhoud en onderbouwing herziening

Artikel 4.2.3. sub e van het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' wordt geschrapt en hier wordt niets voor in de plaats gesteld. Het schrappen van sub e heeft tot gevolg dat sub e, niet alleen niet meer van toepassing is voor de percelen van de appellanten maar ook niet meer van toepassing is voor alle overige percelen binnen het recreatiepark.


Het schrappen van sub e -zodat sub e ook niet meer geldt voor de overige percelen- heeft tot gevolg dat de bouwregels voor vrijstaande bijgebouwen uniform blijven binnen het recreatiepark. Het creëren van uniforme bouwregels is het uitgangspunt geweest bij het opstellen van de bouwregels van het oorspronkelijke bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin'.


Het gevolg van het vernietigde sub e (voor de appellanten) en het geschrapte sub e (voor de overige percelen) is dat de flexibiliteit van de plaats van het vrijstaande bijgebouw iets is vergroot. Ondanks dit moet het bijgebouw nog altijd vrijstaand zijn en achter de achtergevel zijn gelegen. De ondergeschiktheid van de vrijstaande bijgebouwen ten opzichte van de recreatiewoningen is ook met het vervallen van sub e geborgd.

Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheid

3.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Ten behoeve van het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' is een voorbereidingsprocedure doorlopen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 12 oktober 2017 tot en met 22 november 2017 overeenkomstig de openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is het voor een ieder mogelijk geweest zienswijzen in te dienen over het ontwerpbestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin'. Tijdens deze periode zijn 38 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Nota zienswijzen, die in bijlage 5 bij het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' is opgenomen. Hieruit valt op te maken dat de zienswijzen op onderdelen hebben geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan 'Recreatiepark Watertuin' bij de vaststelling.

Volgens de Afdeling in de uitspraak van 25 november 2020 hoeft dit plan niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb te worden voorbereid.

3.2 Economische uitvoerbaarheid

In het kader van de Grondexploitatiewet is de gemeente verplicht kosten die ten behoeve van het bestemmingsplan worden gemaakt, te verhalen. De kosten bestaan in dit geval uit de organisatorische kosten om het plan op te stellen. Het plan kent geen uitvoerende component voor de gemeente, eventuele ontwikkelingen die op basis van dit plan worden uitgevoerd zijn voor kosten en risico van de betreffende initiatiefnemers.

Gezien het bovenstaande, is er geen noodzaak noch verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan bij deze herziening.