Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Parapluplan Beeldbepalende objecten Teylingen en wijzigen gebruik Oude Herenweg 17 / 17a Voorhout
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1525.BP2018TEY11002B-VA01

Regels

1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 Plan:

Het bestemmingsplan Parapluplan beeldbepalende objecten Teylingen en wijzigen gebruik Oude Herenweg 17 / 17a Voorhout van de gemeente Teylingen met identificatienummer NL.IMRO.1525.BP2018TEY11002B-VA01 van de gemeente Teylingen;

1.2 Bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 Aanduiding:

Een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge dit bestemmingsplan regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 Beeldbepalend object:

Object waarvan het exterieur vanwege schoonheid danwel vanwege betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorie van waarde is, waarbij onder object zowel een gebouw, een deel van een gebouw, een bouwwerk of andersoortig erfgoed kan worden verstaan en is aangeduid in dit bestemmingsplan;

1.5 Bestaand:

  1. bij bebouwing: een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand is gekomen of tot stand zal komen met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
  2. bij gebruik: het legale gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan ter inzage is gelegd;

1.6 Bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen:

Afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.7 Bestemmingsgrens:

De grens van een bestemmingsvlak;

1.8 Bestemmingsvlak:

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.9 Bevoegd gezag:

Bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.10 Bouwvlak:

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

1.11 Bouwwerk:

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.12 Cultuurhistorische waarden:

Uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden;

1.13 Dagrecreatie:

Activiteiten gericht op ontspanning in de vrije tijd binnen het gebouw en voor de ruimten daarbuiten tevens zoals een tuin gebruikt wordt, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag, zonder overnachting;

1.14 Erfgoedcommissie Teylingen:

Een door Burgemeester en wethouders van de gemeente Teylingen ingestelde commissie met een specifieke deskundigheid op het gebied van bouwkunst en/of monumentenzorg;

1.15 Gebouw:

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.16 Hoofdgebouw:

Gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.17 Object:

Een bouwwerk of een bouwwerk, geen gebouw zijnde of een landschappelijk element, zoals een vijver;

1.18 Openbaar toegankelijk gebied:

Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

1.19 Openbaar water:

Alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar zijn of direct aansluit op openbaar gebied;

1.20 Open constructies:

Erfafscheidingen bestaande uit lichte constructie met een overwegend transparante uitstraling;

1.21 Peil:

  1. de bovenkant van de afgewerkte beganegrondvloer voor gebouwen indien de bovenkant van de afgewerkte beganegrondvloer ligt tussen 0 en 0,15 m boven het bestaande gemiddelde aansluitende afgewerkte terrein;
  2. in alle andere gevallen is dit de bovenkant van het bestaande gemiddelde aansluitende afgewerkte terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven;

1.22 Recreatiewoning:

Een permanent aanwezig recreatiewoonverblijf, bedoeld voor niet permanente bewoning ten  behoeve van verblijfsrecreatief gebruik en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;
 

1.23 Slopen:

Het afbreken of laten afbreken van een object of een gedeelte daarvan niet inhoudende het verplaatsen van een bouwwerk.

1.24 Verbeelding:

Voorheen plankaart; de digitale kaart, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven;

1.25 Verblijfsrecreatie:

Activiteiten gericht op ontspanning in de vrije tijd waarbij de recreant voor een bepaalde tijd, maar ten minste een nacht buitenshuis verblijft, niet zijnde overnachtingen bij familie en kennissen;

1.26 Voorgevel:

De gevel van het hoofdgebouw, inclusief dakvlak, die door zijn aard, functie, constructie of ''uitstraling'' als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;

1.27 Vrijstaand bijgebouw:

Een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt gemeten volgens de wijze van meten als opgenomen in het onderliggende bestemmingsplan zoals benoemd in  artikel 10.

2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Recreatie - Dagrecreatie

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. maximaal twee verblijven ten behoeve van dagrecreatie;
  2. een bestaande kas, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kas';
  3. bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en erven, groen, parkeervoorzieningen, perceelontsluitingen en nutsvoorzieningen;
  4. water en voorzieningen voor de waterhuishouding.

3.2 Bouwregels

  1. verblijven ten behoeve van dagrecreatie mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak; er zijn maximaal 2 verblijven voor dagrecreatie toegestaan;
  2. bij Herenweg 17 is een bestaande berging toegestaan op uitsluitend de bestaande locatie, waarbij de oppervlakte en goot- en bouwhoogte maximaal de bestaande oppervlakte en goot- en bouwhoogte bedraagt;
  3. bij Herenweg 17a is een bestaande kas toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kas', waarbij de oppervlakte en goot- en bouwhoogte maximaal de bestaande oppervlakte en goot- en bouwhoogte bedraagt;
  4. de goot- en bouwhoogte van de verblijven voor dagrecreatie, inclusief aan- en uitbouwen bedraagt maximaal de bestaande goot- en bouwhoogte.

3.3 Specifieke gebruiksregels

 
3.3.1 Voorwaardelijke verplichting
De gronden als bedoeld in artikel 3.1 mogen slechts als zodanig gebruikt worden indien de (liguster)hagen zoals opgenomen in bijlage 1 en aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie- haag' in stand worden gehouden met een minimale hoogte van 1,5 m en een dikte van 0,5 m.
3.3.2 Verblijfsrecreatie
Het is niet toegestaan de gronden als bedoeld in artikel 3 lid 1 te gebruiken voor verblijfsrecreatie.

Artikel 4 Waarde - Beschermd Dorpsgezicht

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Beschermd dorpsgezicht’ zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van de op deze gronden voorkomende cultuurhistorische waarden, zoals opgenomen in de Erfgoedwet.

4.2 Bouwregels

Er mag uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig c.q. aansluitend aan de ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan bestaande:
  1. voorgevelrooilijnen;
  2. goot- en bouwhoogte van de hoofdgebouwen;
  3. de breedte en de indeling van de voorgevel van gebouwen;
  4. de dakvorm, dakhelling en nokrichting van de gebouwen;
  5. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de instandhouding van de cultuurhistorische waarden nadere eisen stellen aan:
  1. de situering van bouwwerken;
  2. de maximale bouwhoogte van bouwwerken;
  3. de maximale omvang van bouwwerken;
  4. de dakvorm, dakhelling en nokrichting van gebouwen;
  5. de oriëntatie van bouwwerken.
De nadere eisen mogen worden gesteld voor zover deze noodzakelijk zijn ter waarborging van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden. Alvorens overgaan tot het stellen van nadere eisen wordt de Erfgoedcommissie gehoord.

4.4 Afwijken van de bouwregels

4.4.1 Afwijken
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 4.2 betreffende:
  1. voorgevelrooilijnen;
  2. goot- en bouwhoogte van de gebouwen;
  3. de breedte en de indeling van de voor- en zijgevel van de gebouwen;
  4. de dakvorm, dakhelling en nokrichting van de gebouwen;
  5. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.4.2 Verlening
De in artikel 4.1.1 genoemde afwijking mag uitsluitend worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende criteria:
  1. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de ruimtelijke en functionele karakteristiek van het beschermde dorpsgezicht;
  2. voordat afwijking wordt verleend wordt de gemeentelijke Erfgoedcommissie om advies gevraagd.

4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.5.1 Verbod
Het is verboden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning), op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:
  1. onroerende zaken, geen gebouwen zijnde, hieronder begrepen straten, wegen, pleinen, bomen, erfafscheidingen, niet zijnde bouwwerken – te wijzigen;
  2. gronden met de bestemming Tuin welke grenzen aan het openbaar gebied, te verharden.
4.5.2 Uitzondering
Het verbod zoals bedoeld in artikel 4.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
  1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
4.5.3 Toelaatbaar
De werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:
  1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waarden van het beschermde dorpsgezicht;
  2. vooraf advies is ingewonnen bij de gemeentelijke Erfgoedcommissie.

Artikel 5 Waarde - Cultuurhistorie 1

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van de op deze gronden voorkomende cultuurhistorische waarden.

5.2 Bouwregels

Er mag uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig c.q. aansluitend aan de ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan bestaande:
  1. voorgevelrooilijnen;
  2. goot- en bouwhoogte van de gebouwen;
  3. de breedte en de gevelindeling door ramen, deuropeningen en erkers van de gevels van gebouwen;
  4. de dakvorm, dakhelling en nokrichting van de gebouwen.
voor zover deze gebouwen beschikken over cultuurhistorische waarden zoals geformuleerd in bijlage 3 bij deze regels (Beeldbepalende panden).

5.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de instandhouding van de cultuurhistorische waarden nadere eisen stellen aan:
  1. de situering van bouwwerken;
  2. de maximale bouwhoogte van bouwwerken;
  3. de maximale omvang van bouwwerken;
  4. de dakvorm, dakhelling en nokrichting van gebouwen;
  5. de oriëntatie van bouwwerken.
De nadere eisen mogen worden gesteld voor zover deze noodzakelijk zijn ter waarborging van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden. Alvorens overgegaan wordt tot het stellen van nadere eisen wordt de Erfgoedcommissie Teylingen om advies gevraagd.

5.4 Afwijken van de bouwregels

5.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 5.2 betreffende:
  1. voorgevelrooilijnen;
  2. goot- en bouwhoogte van de hoofdgebouwen;
  3. de breedte en de indeling van de gevels van de hoofdgebouwen;
  4. de dakvorm, dakhelling en nokrichting van de hoofdgebouwen.
5.4.2 Verlening
De in artikel 5.4.1 genoemde afwijking mag uitsluitend worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende criteria:
  1. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de cultuurhistorische waarden van een beeldbepalend pand of object; 
  2. voordat afwijking wordt verleend wordt de Erfgoedcommissie Teylingen om advies gevraagd.

5.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

5.5.1 Verbod
  1. het is verboden hoofdgebouwen inclusief aangebouwde bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen ter plaatse van de bestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie 1’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders;
  2. een omgevingsvergunning voor het slopen mag alleen worden geweigerd indien door de sloopwerkzaamheden, hetzij direct, hetzij indirect blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden van het hoofdgebouw en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen;
  3. alvorens te besluiten over de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het slopen, winnen burgemeester en wethouders advies in bij de Erfgoedcommissie Teylingen.
 
5.5.2 Uitzondering
Een omgevingsvergunning voor het slopen is niet vereist voor:
  1. sloopwerkzaamheden, behorende bij het normale onderhoud;
  2. sloopwerkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.

Artikel 6 Waarde - Cultuurhistorie 2

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van de op deze gronden voorkomende cultuurhistorische waarden.

6.2 Bouwregels

Er mag uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig c.q. aansluitend aan de ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan bestaande:
  1. voorgevelrooilijnen;
  2. goot- en bouwhoogte van de voorgevel van de gebouwen;
  3. de breedte en de gevelindeling door ramen, deuropeningen en erkers van de voorgevel van de gebouwen;
  4. de dakvorm, dakhelling en nokrichting van het dak aan de voorgevel van de gebouwen.
voor zover deze voorgevels van gebouwen beschikken over cultuurhistorische waarden zoals geformuleerd in bijlage 3 bij deze regels (Beeldbepalende panden).

6.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de instandhouding van de cultuurhistorische waarden nadere eisen stellen aan:
  1. de situering van bouwwerken;
  2. de maximale bouwhoogte van bouwwerken;
  3. de maximale omvang van bouwwerken;
  4. de dakvorm, dakhelling en nokrichting van gebouwen;
  5. de oriëntatie van bouwwerken.
De nadere eisen mogen worden gesteld voor zover deze noodzakelijk zijn ter waarborging van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden. Alvorens overgegaan wordt tot het stellen van nadere eisen wordt de Erfgoedcommissie Teylingen om advies gevraagd.

6.4 Afwijken van de bouwregels

6.4.1 Afwijken
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken verlenen van het bepaalde in artikel 6.2 betreffende:
  1. voorgevelrooilijnen;
  2. goot- en bouwhoogte van de voorgevel van hoofdgebouwen;
  3. de breedte en de indeling van de voorgevel van de hoofdgebouwen;
  4. de dakvorm, dakhelling en nokrichting van het dak aan de voorgevel van hoofdgebouwen.
6.4.2 Verlening
De in artikel 6.4.1 genoemde afwijking mag uitsluitend worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende criteria:
  1. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de cultuurhistorische waarden van een beeldbepalend pand of object; 
  2. voordat afwijking wordt verleend wordt de Erfgoedcommissie Teylingen om advies gevraagd.

6.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

6.5.1 Verbod
  1. het is verboden hoofdgebouwen geheel of gedeeltelijk te slopen ter plaatse van de bestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie 2 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders;
  2. een omgevingsvergunning voor het slopen van een voorgevel mag alleen worden geweigerd indien door de sloopwerkzaamheden, hetzij direct, hetzij indirect blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden van de voorgevel en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen;
  3. een omgevingsvergunning voor het slopen van andere delen van het hoofdgebouw dan de voorgevel wordt slechts verleend indien aangetoond wordt dat de voorgevel in stand blijft en in stand gehouden kan worden al dan niet door het stellen van voorwaarden ten aanzien van de constructie in de omgevingsvergunning; 
  4. alvorens te besluiten over de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het slopen van de voorgevel, winnen burgemeester en wethouders advies in bij de Erfgoedcommissie Teylingen.
6.5.2 Uitzondering
Een omgevingsvergunning voor het slopen van de voorgevel is niet vereist voor:
  1. sloopwerkzaamheden, behorende bij het normale onderhoud;
  2. sloopwerkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.

Artikel 7 Waarde - Cultuurhistorie 3

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van de op deze gronden voorkomende cultuurhistorische waarden.

7.2 Bouwregels

Er mag uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig c.q. aansluitend aan de ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan bestaande maten van bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor zover deze bouwerken, geen gebouw zijnde beschikken over cultuurhistorische waarden zoals geformuleerd in bijlage 3 bij deze regels (Beeldbepalende panden).

7.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de instandhouding van de cultuurhistorische waarden nadere eisen stellen aan:
  1. de situering van bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  2. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  3. de maximale omvang van bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  4. de dakvorm, dakhelling en nokrichting van bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  5. de oriëntatie van bouwwerken, geen gebouw zijnde.
De nadere eisen mogen worden gesteld voor zover deze noodzakelijk zijn ter waarborging van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden. Alvorens overgegaan wordt tot het stellen van nadere eisen wordt de Erfgoedcommissie Teylingen om advies gevraagd.

7.4 Afwijken van de bouwregels

7.4.1 Afwijken
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 7.2 betreffende:
  1. de vorm van het bouwwerk, geen gebouw zijnde;
  2. de goot- en bouwhoogte van het bouwwerk, geen gebouw zijnde;
  3. de dakvorm, dakhelling, en nokrichting van het bouwwerk, geen gebouw zijnde.
 
7.4.2 Verlening
De in artikel 7.4.1 genoemde afwijking mag uitsluitend worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende criteria:
  1. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de cultuurhistorische waarden van een beeldbepalend object; 
  2. voordat afwijking wordt verleend wordt de Erfgoedcommissie Teylingen om advies gevraagd.

7.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

7.5.1 Verbod
  1. het is verboden bouwwerken, geen gebouw zijnde geheel of gedeeltelijk te slopen ter plaatse van de bestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie 3’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders;
  2. een omgevingsvergunning voor het slopen  mag alleen worden geweigerd indien door de uitvoering van de sloopwerkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden van het bouwwerk en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen;
  3. alvorens te besluiten over de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het slopen van het bouwwerk, winnen burgemeester en wethouders advies in bij de Erfgoedcommissie Teylingen.
7.5.2 Uitzondering
Een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, is niet vereist voor:
  1. sloopwerkzaamheden, behorende bij het normale onderhoud;
  2. sloopwerkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.

Artikel 8 Waarde - Cultuurhistorie 4

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van de op deze gronden voorkomende cultuurhistorische waarden.

8.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

8.2.1 Verbod
Het is verboden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:
  1. onroerende zaken, geen gebouwen zijnde, hieronder begrepen straten, wegen, pleinen, bomen, erfafscheidingen – niet zijnde bouwwerken – te wijzigen;
voor zover deze beschikken over cultuurhistorische waarden zoals geformuleerd in bijlage 3 bij deze regels (Beeldbepalende panden).
8.2.2 Uitzondering
het verbod zal bedoeld in artikel 8.2.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
  1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
8.2.3 Toelaatbaar
De werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.2.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:
  1. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de cultuurhistorische waarden;
  2. voordat afwijking wordt verleend wordt de Erfgoedcommissie Teylingen om advies gevraagd.

3 Algemene regels

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10 Overige regels

 

10.1 Bestemmingsplannen van kracht

De regels in dit parapluplan zijn van toepassing in aanvulling op de hieronder opgenomen bestemmingsplannen, die voor het overige onverkort van toepassing blijven, voor zover bestemmingen zijn toegekend aan de percelen zoals aangeduid op de verbeelding van dit parapluplan:
Bestemmingsplan
 
Vastgesteld d.d.
 
Identificatienummer
 
Paraplubestemmingsplan parkeren Teylingen
28-06-2018
NL.IMRO.1525.BP2017TEY11001-VA01
NL.IMRO.1525.BP2017TEY11001-VG01
Sassenheim-Zuid
31-10-2013
NL.IMRO.1525.BP2011SAS04004-0401
Sassenheim-Centrum
31-10-2013
NL.IMRO.1525.BP2011SAS04003-0401
Overteylingen
13 maart 2008
NL.IMRO.15250000SAS00330-
Sassenheim-West
21 juni 2012
NL.IMRO.1525.BP2010SAS03003-0501
Sassenheim-Noord en buurtschap Teijlingen
20 september 2012
NL.IMRO.1525.BP2011SAS06002-0501
Bedrijventerrein Teylingen
20 september 2012
NL.IMRO.1525.BP2010TEY02003-0401
Voorhout-Oost
18 december 2014
NL.IMRO.1525.BP2011VHT09001-0402
Buitengebied Teylingen
15 december 2016
NL.IMRO.1525.TEY01015-0402
Buitengebied Teylingen, 1e herziening
19 december 2019
NL.IMRO.1525.BP2016TEY01038-VA-01
Kom Warmond 209
17 december 2009
NL.IMRO.15250000WAR00090-
Kom Warmond 2009, 2e herziening
31 oktober 2013
NL.IMRO.1525.BP2012WAR10008-0401
2e partiele herziening Buitengebied Teylingen 
NL.IMRO.1525.BP2020TEY01059-ON01
  
Voor het overige blijven de regels van de bovengenoemde bestemmingsplannen onverminderd van kracht.

4 Overgangs- en slotregels

Artikel 11 Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken:

11.1.1 Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan;
11.1.2 Afwijking:
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 11.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 11.1.1 met maximaal 10%;
11.1.3 Uitzondering:
Artikel 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;

11.2 Overgangsrecht gebruik:

11.2.1 Algemeen:
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
11.2.2 Strijdig gebruik:
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
11.2.3 Onderbroken gebruik:
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 11.2.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
11.2.4 Uitzondering:
Artikel 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;

11.3 Persoonsgebonden overgangsrecht

  1. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke vorm van tuin -persoonsgebonden gebruik – moestuin' geldt dat de gronden mogen worden gebruikt als moestuin, uitsluitend door de natuurlijke persoon zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels;
  2. op het moment dat het gebruik als moestuin als bedoeld in sub a door de natuurlijke persoon als bedoeld in bijlage 2 bij de regels op het specifieke adres wordt beëindigd of langer dan 1 jaar wordt onderbroken, is een gebruik als moestuin daarna niet langer toegestaan.

Artikel 12 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Parapluplan beeldbepalende objecten Teylingen en wijzigen gebruik Oude Herenweg 17 / 17a Voorhout’.
 
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 17 december 2020
  
De voorzitter,                  De griffier,