Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: TAM-omgevingsplan Kom Ulft, locatie t Isselt
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1509.OP000033-VA01

Regels

Premabule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de gebiedsontwikkeling ‘t Isselt in Ulft, Gemeente Oude IJsselstreek en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) van het omgevingsplan van de Gemeente Oude IJsselstreek. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
 
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de Gemeente Oude IJsselstreek. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a'. gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22a’ gelezen worden.

1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Omgevingsplan Oude IJsselstreek

Het omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek, te raadplegen via de link omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek, wordt aangevuld en, indien van toepassing, gewijzigd door de regels van dit plan.

1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan

De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in 1.4.

1.3 Tijdelijk omgevingsplan - bruidschat

De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan.

1.4 Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Kom Ulft, locatie t Isselt, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000033-VA01.

Artikel 2 Begrippen

2.1 Van toepassing verklaring

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan van het omgevingsplan.

2.2 Aanvullende begrippen

In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.27 gehanteerd.

2.3 Plan

Het TAM-omgevingsplan Kom Ulft, locatie t Isselt met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000033-VA01 van de gemeente Oude IJsselstreek.

2.4 TAM-omgevingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

2.5 Locatievlak

een geometrisch bepaald vlak dat in de regels is aangewezen voor een gebruiksdoel.

2.6 Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

2.7 Aan huis verbonden bedrijfsactiviteit

Een bedrijf dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten in of bij een woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

2.8 Aan huis verbonden beroepsactiviteit

Een bedrijf dat enkel is gericht op het leveren van diensten in of bij een woning waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

2.9 Bed & breakfast

Een kleinschalige verblijfsaccommodatie voor kortdurend recreatief verblijf waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

2.10 Begane grond

De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder.

2.11 Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.12 Bijbehorend gebouw

Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

2.13 Bijzondere woonvorm

een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één of meer huishoudens door hulpbehoevenden op het fysieke, psychische en/of sociale vlak eventueel met extra zorg en/of begeleiding, met bijbehorende voorzieningen, zoals een gemeenschappelijke ruimte en kantoor.

2.14 Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

2.15 Bouwgrens

De grens van een bouwvlak.

2.16 Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

2.17 Bouwperceelgrens

Een grens van een bouwperceel.

2.18 Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

2.19 Bouwwerk, geen gebouw zijnde

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

2.20 Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

2.21 Hoofdgebouw

Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht.

2.22 Huishouden

Van een huishouden is sprake wanneer een persoon dan wel personen in een zekere continue samenstelling met elkaar wonen en tussen de verschillende personen de intentie bestaat om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te gaan.

2.23 Omgevingsvergunning

Een vergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet.

2.24 Prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon of meerdere personen tegen vergoeding.

2.25 Seksinrichting

De voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

2.26 Wonen

Gebruiken van een woning of wooneenheid voor het huisvesten van niet meer dan één huishouden.

2.27 Woning

Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten.

Artikel 3 Meten en rekenen

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten.

3.1 Meetbepalingen

In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van het omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek, gelden de volgende meetbepalingen:

3.2 De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

De kortste afstand tussen de (zijdelingse) perceelsgrens en enig punt van een bouwwerk.

3.3 De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

3.4 De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.5 De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.6 De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.7 Het bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel/bestemmingsvlak gelegen bouwwerken tezamen.

3.8 Oppervlakte van een ondergronds bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren , verticaal geprojecteerd op het onderliggende horizontale vlak.

3.9 De verticale diepte van een bouwwerk

De diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf peil.
 

3.10 Peil

  1. Voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de gemiddelde hoogte van de weg ter plaatse;
  2. Voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte bouwterrein;
  3. Vanaf het waterpeil tot het hoogste punt van het bouwwerk.

3.11 Toepassing van maten

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m. bedraagt.

2 Specifieke regels over functies

Artikel 4 Groen

4.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000033-VA01 is aangewezen als 'Groen'.

4.2 Functieomschrijving Groen

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. groenvoorzieningen en plantsoenen; 
  2. wegen, voet- en fietspaden;
  3. gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de bestemming;
  4. speelvoorzieningen, kunstwerken en ontmoetingsplekken;
  5. water en voorzieningen voor de waterhuishouding;
  6. straatmeubilair en nutsvoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt:
  1. parkeervoorzieningen.

4.3 Gebruiksactiviteiten

4.3.1 Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 4.2 genoemde functies van de gronden.

4.4 Bouwactiviteiten

4.4.1 Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
  1. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in artikel 4.2;
  2. er zijn gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen toegestaan;
  3. er zijn bouwwerken, geen gebouw zijnde in de vorm van masten en kunstwerken, speeltoestellen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.
4.4.2 Gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:
  1. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen per functievlak is maximaal 15 m²;
  2. de bouwhoogte is maximaal 3 meter.
4.4.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken, geen gebouw zijnde per bestemmingsvlak is maximaal 15 m²;
  2. de bouwhoogte van masten en kunstwerken is maximaal 10 meter;
  3. de bouwhoogte van speeltoestellen is maximaal 4 meter;
  4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde is maximaal 3 meter.

Artikel 5 Groen - Landschappelijke waarde

5.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000033-VA01 is aangewezen als 'Groen - Landschappelijke waarde'.

5.2 Functieomschrijving Groen - Landschappelijke waarde

De voor 'Groen - Landschappelijke waarde' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. groenvoorzieningen;
  2. wegen, voet- en fietspaden;
  3. instandhouding van de landschappelijke waarden, bestaande uit een karakteristiek beplantingsbeeld en een karakteristiek reliëf;
  4. openbare nutsvoorzieningen.

5.3 Gebruiksactiviteiten

5.3.1 Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 5.2 genoemde functies van de gronden.

5.4 Bouwactiviteiten

5.4.1 Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
  1. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in artikel 5.1;
  2. er zijn gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen toegestaan;
  3. er zijn bouwwerken, geen gebouw zijnde in de vorm van erfafscheidingen en masten en kunstwerken toegestaan.
5.4.2 Gebouwen voor nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:
  1. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m²;
  2. de bouwhoogte van deze gebouwen bedraagt maximaal 3,00 meter.
5.4.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheiding is maximaal de bouwhoogte zoals is opgenomen in het in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen beeldkwaliteitsplan;
  2. de bouwhoogte van masten en kunstwerken is maximaal 10 meter;.

5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.5.1 Vergunningsplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren:
  1. het verwijderen, kappen en/of rooien van bomen of andere opgaande beplanting;
  2. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
  3. het aanleggen of verharden van wegen, paden breder dan 2,00 meter, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen
  4. het aanleggen van dijken of taluds of het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds.
5.5.2 Uitzonderingen
Het bepaalde in artikel 5.5.1 is niet van toepassing op:
  1. normale onderhoudswerkzaamheden;
  2. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik;
  3. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd.
5.5.3 Toepassingscriteria
De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de landschappelijke waarden, bestaande uit een karakteristiek beplantingsbeeld en een karakteristiek reliëf niet onevenredig worden of kunnen worden aangepast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

Artikel 6 Tuin

6.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000033-VA01 is aangewezen als 'Tuin'.

6.2 Functieomschrijving Tuin

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. tuinen;
  2. wegen en paden;
  3. erf- en terreinafscheidingen.

6.3 Gebruiksactiviteiten

6.3.1 Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 6.2 genoemde functies van de gronden.

6.4 Specifieke gebruiksregels

6.4.1 Algemeen
Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen de volgende gebouwen en bouwwerken worden gebouwd:
  1. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in artikel 6.2;
  2. bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  3. erf- en terreinafscheidingen, met dien verstande dat erf- en terreinafscheidingen overeenkomen met de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in het in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen beeldkwaliteitsplan.
6.4.2 Erf- en terreinafscheidingen
Voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheiding is maximaal de bouwhoogte zoals is opgenomen in het in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen beeldkwaliteitsplan.

Artikel 7 Verkeer - Verblijfsgebied

7.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000033-VA01 is aangewezen als 'Verkeer - Verblijfsgebied'.

7.2 Functieomschrijving Verkeer - Verblijfsgebied

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. verblijfsgebieden;
  2. wegen en pleinen;
  3. voet- en fietspaden;
  4. ondergrondse containers;
  5. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming;
  6. parkeer-, speel-, groenvoorzieningen en kunstwerken;
  7. water en voorzieningen voor de waterhuishouding;
  8. ontmoetingsplekken en straatmeubilair;
  9. openbaar vervoersvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

7.3 Gebruiksactiviteiten

7.3.1 Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 7.2 genoemde functies van de gronden.

7.4 Bouwactiviteiten

7.4.1 Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
  1. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in artikel 7.2;
  2. er zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan.
7.4.2 Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  1. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen per functievlak is maximaal 50 m².
  2. de bouwhoogte is maximaal 3 meter.
7.4.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken, geen gebouw zijnde per functievlak is maximaal 15 m²;
  2. de bouwhoogte van masten en kunstwerken is maximaal 10 meter;
  3. de bouwhoogte van speeltoestellen is maximaal 4 meter;
  4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde is maximaal 3 meter.

Artikel 8 Wonen

8.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000033-VA01 is aangewezen als 'Wonen'.

8.2 Functieomschrijving Wonen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. wonen;
  2. aan huis verbonden beroepsactiviteiten;
  3. tuinen en erven;
  4. parkeer-, speel- en groenvoorzieningen;
  5. water en voorzieningen voor de waterhuishouding;
  6. straatmeubilair en nutsvoorzieningen.

8.3 Gebruiksactiviteiten

8.3.1 Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 8.2 genoemde functies van de gronden.
8.3.2 Gebruik vrijstaande bijbehorende bouwwerken
  1. Verbod
Het is verboden om vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning of als afhankelijke woonruimte te gebruiken.
  1. Mantelzorg
Het verbod bedoeld in a geldt niet voor het gebruik ten behoeve van mantelzorg, tenzij sprake is van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geen geurgevoelig gebouw toegestaan'.
8.3.3 Aan huis verbonden beroep
Voor het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve vanm een aan huis verbonden beroep gelden de volgende voorwaarden:
  1. de oppervlakte die gebruikt wordt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep beslaat maximaal 30% van het woonoppervlak met een maximum van 50 m²;
  2. het aan huis verbonden beroep wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning;
  3. er mag geen zelfstandige vorm van detailhandel ontstaan, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met het uitgeoefende beroep.

8.4 Omgevingsplanactiviteit gebruik

8.4.1 Aan huis verbonden bedrijf
  1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf.
  2. De omgevingsvergunning bedoeld in a wordt alleen verleend indien:
    1. degene die de activiteiten uitvoert, tevens de bewoner van de woning is;
    2. de oppervlakte van de voor het bedrijf uit te oefenen ruimte maximaal 30% is van het woonoppervlak, met een maximum van 50 m²;
    3. er geen zelfstandige vorm van detailhandel ontstaat, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met het uitgeoefende beroep of bedrijf;
    4. er geen milieutechnische belemmering zijn;
  3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in lid b.
  4. Met het oog op de beoordeling aan lid b kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden.
8.4.2 Bed & breakfast
  1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een Bed & Breakfast.
  2. De omgevingsvergunning bedoeld in a wordt alleen verleend indien:
    1. de ruimte voor bed & breakfast is toegestaan voor maximaal 6 personen;
    2. de oppervlakte van de gehele accommodatie beslaat maximaal 30% van de woning;
    3. de accommodatie maakt deel uit van het hoofdgebouw;
    4. degene die de bed & breakfast uitoefent, is tevens bewoner van de woning;
    5. op het eigen terrein dient in de parkeerbehoefte te worden voorzien.
  3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in lid b.
  4. Met het oog op de beoordeling aan lid b kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden.
8.4.3 Bijzondere woonvorm
  1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een bijzondere woonvorm.
  2. De omgevingsvergunning bedoeld in a wordt alleen verleend indien:
    1. het hoofdgebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt;
    2. de woonvorm een ruimtelijke werking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
    3. er geen milieutechnische belemmeringen zijn en is aangetoond dat het gebruik niet leidt tot belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) functies.
  3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in lid b.
  4. Met het oog op de beoordeling aan lid b kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden.
8.4.4 Mantelzorg
  1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning vrijstaande bijbehorende bouwwerken te gebruiken ten behoeve van mantelzorg binnen de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - geen geurgevoelig gebouw toegestaan’;
  2. De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend, indien het gebruik ten behoeve van mantelzorg niet leidt tot belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven.
  3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in lid b.
  4. Met het oog op de beoordeling aan lid b kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden.

8.5 Bouwactiviteiten

8.5.1 Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
  1. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in artikel 8.2;
  2. er zijn hoofdgebouwen in de vorm van woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan, met dien verstande dat hoofdgebouwen in de vorm van woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde overeenkomen met de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in het in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen beeldkwaliteitsplan.;
  3. voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouw zijnde geldt dat het bouwperceel voor maximaal 60% bebouwd mag worden.
8.5.2 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
  1. woningen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat de voorgevel van de woning wordt gebouwd ter plaatse van de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'gevellijn';
  2. per bouwvlak maximaal één woning is toegestaan;
  3. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens is aan beide zijden minimaal 3 meter.
  4. de goot- en bouwhoogte mag niet meer zijn dan respectievelijk 3,5 meter en 7 meter.
8.5.3 Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
  1. bijbehorende bouwwerken moeten binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd;
  2. de gezamenlijke oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan:
    1. de oppervlakte van de woning met een maximum van 80 m² voor bouwpercelen met een oppervlakte tot en met 500 m² waarbij voldaan met worden aan het bepaalde in artikel 8.5.1 sub c, danwel de bestaande oppervlakte indien deze groter is;
    2. 80 m² vermeerderd met 20% van de oppervlakte van het bouwperceel boven de 500 m² voor bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 500 m² met een maximum van 120 m² waarbij voldaan met worden aan het bepaalde in artikel 8.5.1 sub c, danwel de bestaande oppervlakte indien deze groter is;
  3. de bouwhoogte is maximaal 3,5 m, dan wel de bestaande goothoogte indien deze groter is.
8.5.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheiding is maximaal de bouwhoogte zoals is opgenomen in het in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen beeldkwaliteitsplan;
  2. de bouwhoogte van masten is maximaal 10 meter;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde is maximaal 3 meter.
8.5.5 Ondergronds bouwen
Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels:
  1. ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken;
  2. de verticale diepte is maximaal 3,50 meter.

8.6 Afwijken van de gebruiksregels

8.6.1 Overschrijding bouwgrenzen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van artikel 8.5.2 en artikel 8.5.3 onder de voorwaarden dat:
  1. de overschrijding maximaal 2,5 meter bedraagt; en
  2. de noodzakelijkheid is aangetoond in verband met de uitmeting van het terrein of uit oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing.
  3. bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in lid b.
  4. met het oog op de beoordeling aan lid b kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden.

3 Algemene regels

Artikel 9 Toepassingsbereik

De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000033-VA01.

Artikel 10 Aanvraagvereisten

  1. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat:
    1. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit in dit plan; en
    2. het bepaalde in 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan.
  2. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels.

Artikel 11 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 12 Bestaande maatvoering

12.1 Overschrijding bouw- en bestemmingsvlakken

Het in stand houden van bouwwerken waarvan de maatvoering afwijkt van het bepaalde in dit plan is toegestaan indien de bestaande maatvoering bestond op het moment dat dit artikel in werking is getreden en het bouwwerk is gerealkiseerd overeenkomstig een daartoe verleende omgevingsvergunning.

Artikel 13 Algemene gebruiksregels

13.1 Voldoende parkeergelegenheid

  1. Om de woningen in gebruik te nemen dient binnen de locatie worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen.

13.2 Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteit

  1. Het gebruik van gronden en gebouwen als bedoeld in hoofdstuk 2 is uitsluitend toegestaan indien voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt voldaan aan de beeldkwaliteitseisen voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde zoals opgenomen in het als bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen beeldkwaliteitsplan.
  2. Burgemeester en wethouders kunnen bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde onder a, waarbij op ondergeschikte punten wordt afgeweken van het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels.

4 Overgangs- en slotregels

Artikel 14 Overgangsrecht

 

14.1 Overgangsrecht bouwwerken

14.1.1 Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
14.1.2 Afwijking bij omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 14.1.1 een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 14.1.1 met maximaal 10 %.
14.1.3 Uitzondering
Het bepaalde in artikel 14.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling.

14.2 Overgangsrecht gebruik

14.2.1 Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
14.2.2 Strijdig gebruik
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 14.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
14.2.3 Onderbroken gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 14.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
14.2.4 Uitzondering
Het bepaalde in artikel 14.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.

Artikel 15 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'TAM-omgevingsplan Kom Ulft, locatie t Isselt'.