Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: TAM-omgevingsplan Buitengebied Oude IJsselstreek, locatie Keppelbroeksdijk 7 en 7a Westendorp
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1509.OP000024-VA01
1 Inleidende bepalingen
 
Artikel 1 Toepassingsbereik
 
1.1 Omgevingsplan Oude IJsselstreek
Het omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek, te raadplegen via de link omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek, wordt aangevuld en, indien van toepassing, gewijzigd door de regels van dit plan.
 
1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in 1.4.
 
1.3 Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan.
 
1.4 Verwijzing naar verbeelding
De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek, locatie Keppelbroeksdijk 7 en 7a Westendorp”, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000024-VA01
Artikel 2 Begrippen
 
2.1 Van toepassing verklaring
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan van het omgevingsplan.
 
2.2 Aanvullende begrippen
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.36 gehanteerd.
 
2.3 Plan
Het TAM-omgevingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek, locatie Keppelbroeksdijk 7 en 7a Westendorp” met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000024-VA01van de gemeente Oude IJsselstreek.
 
2.4 TAM-omgevingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
 
2.5 Locatievlak
Een geometrisch bepaald vlak dat in de regels is aangewezen voor een gebruiksdoel.
 
2.6 Bijzondere woonvorm
Een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één of meer huishoudens door hulpbehoevenden op het fysieke, psychische en/of sociale vlak eventueel met extra zorg en/of begeleiding, met bijbehorende voorzieningen, zoals een gemeenschappelijke ruimte en kantoor.
 
2.7 Aan huis verbonden bedrijfsactiviteit
Een bedrijf dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten in of bij een woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
 
2.8 Aan huis verbonden beroepsactiviteit
Een bedrijf dat enkel is gericht op het leveren van diensten in of bij een woning waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
 
2.9 Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
 
2.10 Archeologische waarde
Waarde van een terrein in verband met de zich (mogelijk) daarin bevindende oudheidkundige zaken.
 
2.11 Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
 
2.12 Bed & breakfast
Een kleinschalige verblijfsaccommodatie voor kortdurend recreatief verblijf waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
 
2.13 Bedrijf
Een onderneming gericht op het bedrijfsmatig produceren, bewerken, installeren, herstellen, opslaan en/of distribueren van goederen.
 
2.14 Bedrijfsvloeroppervlakte
De totale oppervlakte bedrijfsruimte die voor de bedrijfsuitoefening nodig is, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke.
 
2.15 Begane grond
De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder.
 
2.16 Bestaande situatie (bebouwing en gebruik)
  1. bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het vastgesteldplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning;
  2. het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen.
 
2.17 Bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
 
2.18 Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
 
2.19 Bouwgrens
De grens van een bouwvlak.
 
2.20 Bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, kelder, dakopbouw en/of zolder.
 
2.21 Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
 
2.22 Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
 
2.23 Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
 
2.24 Cultuurhistorische waarde
De aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, in verband met ouderdom en/of historische gaafheid.
 
2.25 Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
 
2.26 Hoofdgebouw
Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht.
 
2.27 Huishouden
Van een huishouden is sprake wanneer een persoon dan wel personen in een zekere continue samenstelling met elkaar wonen en tussen de verschillende personen de intentie bestaat om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te gaan.
 
2.28 Kantoor
Het bedrijfsmatig verlenen van administratieve diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.
 
2.29 Mantelzorg
Het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.
 
2.30 Nevenactiviteit
Een activiteit die in ruimtelijke en/of functionele zin ondergeschikt is aan en voortvloeit uit de hoofdfunctie.
 
2.31 Prostitutie
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
 
2.32 Seksinrichting
Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
 
2.33 Verkoopvloeroppervlakte
De totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank.
 
2.34 Vloeroppervlakte
De totale oppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken op de begane grond.
 
2.35 Wonen
Gebruiken van een woning of wooneenheid voor het huisvesten van niet meer dan één huishouden.
 
2.36 Woning
Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden,
waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten.
Artikel 3 Meten en rekenen
 
3.1 Meetbepalingen
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van het omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek, gelden de volgende meetbepalingen:
 
3.2 De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens
De kortste afstand tussen de (zijdelingse) perceelsgrens en enig punt van een bouwwerk.
 
3.3 Goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij het bepalen van de goothoogte worden ondergeschikte gootonderdelen, zoals bij een verhoogde entree/toegang, buiten beschouwing gelaten.
 
3.4 Bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
 
3.5 Inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
 
3.6 Oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
 
3.7 Het bebouwd oppervlak van een bouwperceel
De oppervlakte van alle op een bouwperceel/bestemmingsvlak gelegen bouwwerken tezamen.
 
3.8 Oppervlakte van een ondergronds bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, verticaal geprojecteerd op het onderliggende horizontale vlak.
 
3.9 Verticale diepte van een bouwwerk
De diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf peil.
 
3.10 Peil
  1. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de gemiddelde hoogte van de weg ter plaatse;
  2. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte bouwterrein;
  3. vanaf het waterpeil tot het hoogste punt van het bouwwerk.
 
3.11 Toepassing van maten
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m. bedraagt.
2 Specifieke regels over functies
 
Artikel 4 Agrarisch
 
4.1 Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000024-VA01 is aangewezen als ‘Agrarisch’.
 
4.2 Functieomschrijving Agrarisch
Een locatie die is aangewezen als ‘Agrarisch’ heeft de volgende functies:
  1. agrarische doeleinden;
  2. paardenbakken;
  3. de bestaande met vergunning verleende schuilgelegenheden, paardenbakken, sleufsilo's, kuilvoerplaten, foliebassins met bijbehorende omheiningen, bezinkbassins en/of mestzakken en/of daarmee gelijk te stellen voorzieningen buiten het agrarisch bouwvlak;
  4. water en voorzieningen voor de waterhuishouding;
  5. extensief (dag)recreatief medegebruik, voor zover daarmee de agrarische functie van de gronden niet onevenredig wordt aangetast;
met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen, groenvoorzieningen, toegangswegen en nutsvoorzieningen.
 
4.3 Gebruiksactiviteiten
 
4.3.1 Algemeen
 
4.3.2 Stikstof
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval aangemerkt het gebruiken of het laten gebruiken:
  1. van gronden en bouwwerken niet behorende tot een inrichting, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken;
  2. van gronden en bouwwerken behorende tot een inrichting, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende inrichting.
 
4.3.3 Geluidwal
De hoogte van een geluidwal mag maximaal 5 m bedragen.
 
4.4 Bouwactiviteiten
 
4.4.1 Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
  1. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 4.2;
  2. er zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot een hoogte van maximaal 1 m toegestaan, met dien verstande dat:
    1. voor paddocks de maximale bouwhoogte 1,7 m mag bedragen;
    2. voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen de bouwhoogte maximaal 2,5 m mag bedragen, met uitzondering van hagelnetten waarvan de bouwhoogte maximaal 6 m mag bedragen en voorzieningen voor fruitteelt waarvan de bouwhoogte maximaal 5 m mag bedragen en dat de (constructie)palen ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen permanent zijn toegestaan.
 
4.4.2 Paardenbakken
Voor het bouwen van paardenbakken gelden de volgende regels:
  1. de oppervlakte mag maximaal 1.200 m2 bedragen;
  2. de bouwhoogte van omheiningen mag maximaal 1,7 m bedragen;
  3. de afstand van de paardenbak tot het bijbehorend functievlak ‘Wonen’ mag maximaal 50 m bedragen;
  4. de afstand tussen de rand van de paardenbak en woningen of tuinen van derden moet minimaal 30 m bedragen;
  5. de bouwhoogte van lichtmasten mag maximaal 8 m bedragen;
  6. het aantal lichtmasten mag maximaal 4 bedragen.
 
4.4.3 Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bouwwerken:
  1. ter waarborging van de landschaps- en/of natuurwaarden in de omgeving;
  2. ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving;
  3. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  4. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  5. ter voorkoming van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken.
Artikel 5 Wonen
 
5.1 Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000024-VA01 is aangewezen als ‘Wonen’.
 
5.2 Functieomschrijving Wonen
Een locatie die is aangewezen als ‘Wonen’ heeft de volgende functies:
  1. wonen;
  2. aan huis verbonden beroepen;
  3. tuinen en erven;
  4. parkeer-, speel- en groenvoorzieningen;
  5. water en voorzieningen voor de waterhuishouding;
  6. straatmeubilair en nutsvoorzieningen.
 
5.3 Gebruiksactiviteiten
 
5.3.1 Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 5.2 genoemde functies van de gronden.
 
5.3.2 Gebruik vrijstaande bijbehorende bouwwerken
 
a Verbod
Het is verboden om vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning of als afhankelijke woonruimte te gebruiken.
 
b Mantelzorg
Het verbod bedoeld in a geldt niet voor het gebruik ten behoeve van mantelzorg.
 
5.3.3 Aan huis verbonden beroep
Voor het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een aan huis geboden beroep gelden de volgende voorwaarden:
  1. De oppervlakte die gebruikt wordt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep beslaat maximaal 30% van het woonoppervlak met een maximum van 50 m2.
  2. Het aan huis verbonden beroep wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning.
  3. Er mag geen zelfstandige vorm van detailhandel ontstaan, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met het uitgeoefende beroep.
 
5.4 Omgevingsplanactiviteit gebruik
 
5.4.1 Aan huis verbonden bedrijf
  1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf.
  2. De omgevingsvergunning bedoeld in 1 wordt alleen verleend indien:
    1. degene die de activiteiten uitvoert, tevens de bewoner van de woning is;
    2. de oppervlakte van de voor het bedrijf uit te oefenen ruimte maximaal 30% is van het woonoppervlak, met een maximum van 50 m2.
    3. er geen zelfstandige vorm van detailhandel ontstaat, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met het uitgeoefende beroep of bedrijf;
    4. er geen milieutechnische belemmeringen zijn.
 
5.4.2 Bed & Breakfast
  1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een Bed & Breakfast.
  2. De omgevingsvergunning bedoeld in 1 wordt alleen verleend indien:
    1. de ruimte voor bed & breakfast is toegestaan voor maximaal 6 personen;
    2. de oppervlakte van de gehele accommodatie beslaat maximaal 30% van de woning;
    3. de accommodatie maakt deel uit van het hoofdgebouw;
    4. degene die de bed & breakfast uitoefent, is tevens bewoner van de woning;
    5. op het eigen terrein dient in de parkeerbehoefte te worden voorzien.
 
5.4.3 Bijzondere woonvorm
  1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een bijzondere woonvorm.
  2. De omgevingsvergunning bedoeld in 1 wordt alleen verleend indien:
    1. het hoofdgebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt;
    2. de woonvorm een ruimtelijke werking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
 
5.5 Bouwactiviteiten
 
5.5.1 Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
  1. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 5.2;
  2. er zijn hoofdgebouwen in de vorm van woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan;
  3. voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat het bouwperceel voor maximaal 60% bebouwd mag worden.
 
5.5.2 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
  1. Hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd
  2. De maximale inhoud van de woning bedraagt 750 m3, tenzij de bestaande inhoud groter is.
  3. Het maximum aantal wooneenheden mag niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven.
  4. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' (vrij) moeten woningen vrijstaand worden gebouwd.
  5. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens is bij woningen ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' (vrij)’ aan beide zijden minimaal 3 meter.
  6. De goot- en bouwhoogte mag niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven.
 
5.5.3 Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
  1. Bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd.
  2. De oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken per woning bedraagt:
    1. ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouw 1’ maximaal een oppervlakte van 223 m2.
    2. ter plaatse van de aanduiding bijgebouw 2’ maximaal een oppervlakte van 281m2.
  3. De goothoogte is maximaal 3 m.
  4. De bouwhoogte is maximaal 6 m.
  5. In afwijking van het bepaalde onder a en d mogen achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, onder de voorwaarden dat:
    1. het bijbehorend bouwwerk per woning maximaal 2 gesloten wanden heeft;
    2. de wand die parallel ligt aan (het verlengde van) de voorgevel van de woning, minimaal 3 meter achter de voorgevel ligt;
    3. de bouwhoogte maximaal 3 meter is.
 
5.5.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels:
  1. Voor (het verlengde van) de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd:
    1. Erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 1 meter.
  2. Achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd:
  3. Erf en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 meter;
    1. De bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde is maximaal 3 meter.
    2. De bouwhoogte van masten is maximaal 10 meter.
 
5.5.5 Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken onder de grond gelden de volgende regels:
  1. Ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken; en
  2. De verticale diepte is maximaal 3,50 meter.
 
5.6 Afwijken beoordelingsregels bouwactiviteit
 
5.6.1 Overschrijding bouwgrenzen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een omgevingsvergunning voor de
bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 5.5.2 onder de voorwaarden dat:
  1. de overschrijding maximaal 2,5 meter bedraagt; en
  2. de noodzakelijkheid is aangetoond in verband met de uitmeting van het terrein of uitoogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing.
3 Algemene regels over functies
   
Artikel 6 Toepassingsbereik
 
De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000024-VA01.
Artikel 7 Aanvraagvereisten
 
  1. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat:
    1. het bepaalde in 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit in dit plan; en
    2. het bepaalde in 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan.
  2. in aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels.
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 9 Bestaande maatvoering
 
Het in stand houden van bouwwerken waarvan de maatvoering afwijkt van het bepaalde in dit plan is toegestaan indien de bestaande maatvoering bestond op het moment dat dit artikel in werking is getreden en het bouwwerk is gerealiseerd overeenkomstig een daartoe verleende omgevingsvergunning.
Artikel 10 Algemene gebruiksregels
 
10.1 Parkeerregeling
  1. Om de woningen in gebruik te nemen dienen binnen het plangebied 5 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden en in stand te worden gehouden.
  2. Na realisatie van de woningen als bedoeld onder 1 geldt bij nieuwbouw, uitbreiding en/of functieverandering van een gebouw, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, dient voor de bouw of functieverandering te worden aangetoond dat op het bouwperceel in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in dat deze in stand wordt gehouden. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan de Nota parkeernormen 2024. Daarbij worden de parkeerrnormen van ‘Buitengebied’ gehanteerd. Als gedurende de planperiode een nieuwe parkeernormering wordt vastgesteld, wordt rekening gehouden met de dan vastgestelde parkeernormering.
  3. Burgemeester en wethouders kunnen bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde in 1 en/of 2 en toestaan dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving van het bouwperceel, hetgeen met een parkeeronderzoek wordt aangetoond.
 
10.2 Slopen
Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en gebouwen met de functie “Wonen” conform het bepaalde in artikel 5 is slechts toegestaan:
  1. nadat de bebouwing, aangeduid in bijlage 1, is gesloopt; en
  2. de te slopen bebouwing, aangeduid in bijlage 1, na de sloop niet opnieuw wordt gebouwd.
 
10.3 Landschappelijke inpassing
  1. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en gebouwen met de functie “Wonen” conform het bepaalde in artikel 5 is slechts toegestaan:
    1. indien binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit artikel, de landschappelijke inpassing en erfinrichting wordt gerealiseerd overeenkomstig het erfinrichtingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van de planregels; en
    2. zolang de landschappelijke inpassing en erfinrichting als bedoeld onder a, duurzaam in stand wordt gehouden.
  2. Burgemeester en wethouders kunnen bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde onder 1., waarbij op ondergeschikte punten wordt afgeweken van het erfinrichtingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van de planregels.
4 Overgangsregels
Artikel 11 Overgangsrecht
 
11.1 Overgangsrecht bouwwerken
 
11.1.1 Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
 
11.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 11.1.1 een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 11.1.1 met maximaal 10 %.
 
11.1.3 Uitzondering
Het bepaalde in 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling.
 
11.2 Overgangsrecht gebruik
 
11.2.1 Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
 
11.2.2 Strijdig gebruik
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
 
11.2.3 Onderbroken gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in 11.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
 
11.2.4 Uitzondering
Het bepaalde in 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.