direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Lenteleven, Gendringen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1509.OP000007-VA01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Omgevingsplan Oude IJsselstreek

Dit plan wijzigt het omgevingsplan Oude IJsselstreek in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Oude IJsselstreek hoofdstuk 22 a TAM-omgevingsplan Lenteleven, Gendringen wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.

De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van 22 a van het Omgevingsplan Oude IJsselstreek. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22 a TAM-omgevingsplan Lenteleven, Gendringen' gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22 a TAM-omgevingsplan Lenteleven, Gendringen' gelezen worden.

1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 1.4. voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet

1.3 Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat

De regels in afdeling 22.2 en afdeling 22.3 van Omgevingsplan Oude IJsselstreek zijn, voor zover die regels in strijd zijn met regels in onderhavig plan, niet van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 1.4.

1.4 Verwijzing naar geometrie

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22 a “TAM-omgevingsplan Lenteleven, Gendringen”, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000007-VA01.

Artikel 2 Begrippen

2.1 Bouwkavel

Een kavel zoals aangegeven op de verkavelingskaart, inclusief eventuele overige gronden.

2.2 Van toepassing verklaring

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 1.4.

2.3 Aanvullende begrippen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.2 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in artikel 2.4 tot en met artikel 2.57 gehanteerd.

2.4 Plan

Het TAM-omgevingsplan Lenteleven, Gendringen met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000007-VA01 van de gemeente Oude IJsselstreek.

2.5 Locatievlak

Een geometrisch bepaald vlak dat in de regels is aangewezen voor een gebruiksdoel.

2.6 TAM-omgevingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

2.7 Aan huis verbonden bedrijfsactiviteit

Een beroepsmatig uitgevoerde activiteit die is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten die in (een gedeelte van) een woning of bijgebouw worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

2.8 Aan huis verbonden beroepsactiviteit

Een beroepsmatig uitgevoerde activiteit die enkel is gericht op het leveren van diensten (op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied) dat in een woning of bijgebouw wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

2.9 Aanbestedingsdocument

Document bestaande uit een aanbestedingsprotocol en een voorgenomen besluit tot gunning van werken, werkzaamheden en maatregelen ten behoeve van de inrichting van de openbare ruimte aan de hand waarvan het bevoegd gezag kan bepalen hoe is voldaan aan de aanbestedingsregels.

2.10 Aanbestedingsprotocol

Document waarin is aangegeven hoe de aanbesteding van werken, werkzaamheden en maatregelen wordt vormgegeven op een dusdanige wijze dat de aanbesteding voldoet aan de Europese aanbestedingsrichtlijn voor overheidsopdrachten 2014/23/EU45 of het gestelde bij of krachtens de Aanbestedingswet 2012.

2.11 Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik of het bebouwen van deze gronden.

2.12 Aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

2.13 Aaneengebouwde woning

Een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer woningen.

2.14 Archeologische waarde

Waarde van een terrein in verband met de zich (mogelijk) daarin bevindende oudheidkundige zaken.

2.15 Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.16 Bed & breakfast

Een kleinschalige verblijfsaccommodatie, zonder kookgelegenheid, voor kortdurend recreatief verblijf waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en waarbij de ruimtelijke uitwerking of uitstraling van de B&B ondergeschikt is aan de woonfunctie waarbij de bewoner degene is die de B&B uitoefent.

2.17 Bedrijf

Een onderneming gericht op het bedrijfsmatig produceren, bewerken, installeren, herstellen, opslaan en/of distribueren van goederen of op het bedrijfsmatig verlenen van diensten.

2.18 Begane grond

De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder.

2.19 Bestaande situatie (bebouwing en gebruik)
  • a. Bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerpplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning;
  • b. Het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen.

2.20 Betaalbare koopwoning

Dit betreft koopwoningen met een prijsgrens tot maximaal € 382.000 (prijspeil 2026), die jaarlijks wordt geïndexeerd conform de CPI-prijsindex van alle huishoudens.

2.21 Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

2.22 Bouwlaag

Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, kelder, dakopbouw en/of zolder.

2.23 Bouwmassa

Een verzameling bij elkaar horende gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw dan wel twee of meer aaneen gebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen.

2.24 Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

2.25 Bouwperceelgrens

Een grens van een bouwperceel.

2.26 Bouwrijp maken van gronden

Het geschikt maken van de grond voor bebouwing en voor de inrichting van de openbare ruimte'. De gronden moeten namelijk ook bouwrijp worden gemaakt voor o.a. aanleg wegen, fietspaden.

2.27 Bouwveld

Een clustering van bouwkavels, een en ander zoals aangegeven op de Verkavelingskaart met woningcategorieën.

2.28 Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

2.29 Bijzondere woonvorm

Een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één of meer huishoudens met een hulpbehoevende bewoner op het fysieke, psychische en/of sociale vlak eventueel met extra zorg en/of begeleiding, met bijbehorende voorzieningen, zoals een gemeenschappelijke ruimte en kantoor.

2.30 College

Het college van burgemeester en wethouders.

2.31 DAEB-inkomensnorm

Het inkomen dat past bij sociale huurwoningen zoals die vallen onder Diensten van Algemeen en Economisch Belang, zoals bedoeld in de vrijstellingsregelingen van de Europese Unie over staatssteun.

2.32 Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

2.33 Eindafrekening

Afrekening ten opzichte van een op grond van een kostenverhaalbeschikking betaalde kostenverhaalsbijdrage, als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Omgevingswet.

2.34 Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

2.35 Gestapelde woning

Een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen.

2.36 Goedkope koopwoning

Dit betreft koopwoningen met een prijsgrens tot maximaal € 269.000 (prijspeil 2026), die jaarlijks wordt geïndexeerd conform de CPI-prijsindex van alle huishoudens.

2.37 Inbrengwaarde

de waarde zoals bedoeld in artikel 8.17 van het Omgevingsbesluit onderscheiden in:

  • a. de waarde van de gronden waar de bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, van de Omgevingswet, zullen worden verricht, inclusief de waarde van de daar aanwezige, te slopen opstallen, zoals bedoeld in onderdeel B1 van de kostensoortenlijst en de waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, zoals bedoeld in onderdeel A2 van de kostensoortenlijst;
  • b. de kosten om de gronden, bedoeld onder a, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten, zoals bedoeld in de onderdelen A3 en B2 van de kostensoortenlijst;
  • c. de kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden bedoeld onder a, zoals bedoeld in de onderdelen A5 en B3 van de kostensoortenlijst;
  • d. de kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden bedoeld onder B1 van de kostensoortenlijst, zoals bedoeld in de onderdeel B4 van de kostensoortenlijst.

2.38 Inrichting van de openbare ruimte

Aanleg of aanpassing van openbaar toegankelijke straten, wegen, fietspaden, trottoirs, verlichtingen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, waterbergende en -afvoerende voorzieningen, waterpartijen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, het plaatsen van brandkranen, verkeers- en straatnaamborden, artistieke, sierende en overige inrichtingselementen.

2.39 Instandhoudingstermijn

De instandhoudingstermijn voor sociale huurwoningen is minstens 25 jaar en voor middenhuurwoningen minstens 10 jaar.

2.40 Kostensoortenlijst

De kostensoorten, bedoeld in bijlage IV van het Omgevingsbesluit.

2.41 Kostenverhaalsbeschikking

Beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.

2.42 Kostenverhaalsbijdrage

Geldsom die verschuldigd is op grond van een beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.

2.43 Kostenverhaalsgebied

Gebied als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet.

2.44 Kostenverhaalsplichtige activiteiten

Activiteiten als bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit.

2.45 Macro-aftopping

Het principe dat kosten slechts verhaald kunnen worden tot ten hoogste het bedrag van de opbrengsten, zoals vastgelegd in artikel 13.14, tweede lid, van de Omgevingswet.

2.46 Maximumaantal woningen

Het in artikel 9.5.1 opgenomen maximaal woningen dat is toegestaan.

2.47 Middenhuurwoning

Huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c lid 1 onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving (geliberaliseerde woning voor middenhuur).

2.48 Openbare ruimte

De ruimte die bedoeld is voor gebruik of beleving door een ieder, zoals wegen en bermen, riolen, voet- en fietspaden, parkeerplekken, groenelementen dan wel plantsoenen of parken, speelplekken, straatverlichting, brandkranen, kunstwerken zoals bruggen en tunnels, duikers, elementen voor de buffering en/of afvoer van water (zowel boven- als ondergronds), waterpartijen.

2.49 Particulier opdrachtgeverschap

Percelen waar de bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, van de Omgevingswet, worden verricht door een burger of een groep van burgers - in dat laatste geval georganiseerd als rechtspersoon zonder winstoogmerk of krachtens een overeenkomst - die tenminste een zakelijk recht op het gebruik van de grond verkrijgt waarbij de burger of rechtspersoon volledige zeggenschap heeft over en verantwoordelijkheid draagt voor het gebruik van de grond, het ontwerp en de bouw van de woning.

2.50 Prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

2.51 Seksinrichting

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

2.52 Sociale huurwoning

Huurwoning met een huurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en artikel 5.161c lid 1 onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.53 Tussentijdse afrekening

Een afrekening op verzoek van de houder van een kostenverhaalsbeschikking als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet.

2.54 Vloeroppervlakte

De totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond.

2.55 Woning

Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten.

2.56 Woonrijp maken van gronden

Het naar de definitieve vorm inrichten van de openbare ruimte, voor zover nodig ook nadat de bebouwing is voltooid.

2.57 Zelf verrichte werkzaamheden

door de initiatiefnemer van een kostenverhaalsplichtige activiteit uitgevoerde werken, werkzaamheden en maatregelen waarvan de kosten worden verrekend met toepassing van artikel 13.18, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet aan de hand van Bijlage 7 SSK-raming.

Artikel 3 Meten en rekenen

In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van het omgevingsplan Oude IJsselstreek, gelden de volgende meetbepalingen:

3.1 De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

De kortste afstand tussen de (zijdelingse) perceelsgrens en enig punt van een bouwwerk.

3.2 Goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij het bepalen van de goothoogte worden ondergeschikte gootonderdelen, zoals bij een verhoogde entree/toegang, buiten beschouwing gelaten.

3.3 Bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.4 Inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.5 Oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.6 Het bebouwd oppervlak van een bouwperceel

De oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen gebouwen tezamen.

3.7 Oppervlakte van een ondergronds bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, verticaal geprojecteerd op het horizontale vlak.

3.8 Verticale diepte van een bouwwerk

De diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf peil.

3.9 Peil
  • a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de gemiddelde hoogte van de weg ter plaatse;
  • b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte bouwterrein;
  • c. vanaf het waterpeil tot het hoogste punt van het bouwwerk.
3.10 Toepassing van maten

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwperceelgrens niet meer dan 1 m. bedraagt.

Hoofdstuk 2 Specifieke Regels over functies

Artikel 4 Groen

4.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000007-VA01 is aangewezen als Groen.

4.2 Functieomschrijving Groen

Een locatie die is aangewezen als Groen heeft de volgende functies:

  • 1. groenvoorzieningen en plantsoenen;
  • 2. geluidwerende voorzieningen;
  • 3. voet- en fietspaden;
  • 4. behoud en versterken van natuurwaarden;
  • 5. culturele kunstwerken;
  • 6. speelvoorzieningen, civieltechnische kunstwerken en ontmoetingsplekken;
  • 7. ondergrondse containers;
  • 8. water en voorzieningen voor de waterhuishouding;
  • 9. straatmeubilair en nutsvoorzieningen;
  • 10. Parkeren.

4.3 Gebruiksactiviteiten
4.3.1 Algemeen
  • 1. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 4.2 genoemde functies van de gronden.
  • 2. Er dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 12.2.

4.3.2 Parkeren

Voor het gebruiken van gronden ten behoeve van Parkeren gelden de volgende voorwaarden:

  • a. parkeren mag uitsluitend plaatsvinden ter plaatse van de aanduiding Parkeren;
  • b. het aantal parkeerplekken mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal parkeerplaatsen ' is aangegeven.

4.4 Bouwactiviteiten
4.4.1 Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:

  • a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in artikel 4.2;
  • b. er zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.
  • c. er dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 12.2.

4.4.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. het gebouw is een civieltechnische kunstwerk of een nutsvoorziening;
  • b. de totale oppervlakte van gebouwen is maximaal 50 m2 per locatievlak;
  • c. de bouwhoogte van gebouwen is maximaal 3 meter.

4.4.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van (licht)masten is maximaal 4 meter;
  • b. de bouwhoogte van speeltoestellen is maximaal 4 meter;
  • c. de bouwhoogte van culturele kunstwerken is maximaal 5 meter;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde is maximaal 3 meter.

Artikel 5 Tuin - 1

5.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000007-VA01 is aangewezen als Tuin - 1.

5.2 Functieomschrijving Tuin

Een locatie die is aangewezen als Tuin - 1 heeft de volgende functies:

  • a. tuinen;
  • b. wegen en paden;
  • c. erfafscheidingen.

5.3 Gebruiksactiviteiten
5.3.1 Algemeen

Het is verboden om gronden te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 5.2 genoemde functies van de gronden.

5.4 Bouwactiviteiten
5.4.1 Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:

  • a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in artikel 5.2;
  • b. er zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van erfafscheidingen toegestaan.

5.4.2 Erfafscheidingen

Voor het bouwen van erfafscheidingen gelden de volgende regels:

  • a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is maximaal:
    • 1. voor (het verlengde van) de voorgevel van de woning 1 m;
    • 2. achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m.

Artikel 6 Tuin - 2

6.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000007-VA01 is aangewezen als Tuin - 2.

6.2 Functieomschrijving Tuin

Een locatie die is aangewezen als Tuin - 2 heeft de volgende functies:

  • a. tuinen;
  • b. wegen en paden;

6.3 Gebruiksactiviteiten
6.3.1 Algemeen

Het is verboden om gronden te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 6.2 genoemde functies van de gronden.

6.4 Bouwactiviteiten
6.4.1 Algemeen

Er zijn geen bouwwerken toegestaan.

Artikel 7 Verkeer en verblijfsgebied

7.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000007-VA01 is aangewezen als Verkeer en verblijfsgebied.

7.2 Functieomschrijving Verkeer

Een locatie die is aangewezen als Verkeer en verblijfsgebied heeft de volgende functies:

  • a. verblijfsgebieden;
  • b. wegen en pleinen;
  • c. voet- en fietspaden;
  • d. parkeer-, speel-, groenvoorzieningen en civieltechnische kunstwerken;
  • e. culturele kunstwerken;
  • f. water en voorzieningen voor de waterhuishouding;
  • g. ontmoetingsplekken en straatmeubilair;
  • h. ondergrondse containers;
  • i. openbaar vervoersvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

7.3 Gebruiksactiviteiten
7.3.1 Algemeen
  • 1. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 7.2 genoemde functies van de gronden.
  • 2. Er dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 12.2.

7.3.2 Parkeren

Ter plaatse van de aanduiding 'parkeren uitgesloten' is parkeren niet toegestaan.

7.4 Bouwactiviteiten
7.4.1 Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:

  • a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in artikel 7.2;
  • b. er zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.

7.4.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de oppervlakte van gebouwen is maximaal 50 m2;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen is maximaal 3 meter.

7.4.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. overkappingen zijn maximaal 50 m2 groot, en zijn maximaal 3 meter hoog;
  • b. de bouwhoogte van kunstwerken en straatlantaarns, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer is maximaal 12 meter;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is maximaal 3 meter.

Artikel 8 Wonen

8.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000007-VA01 is aangewezen als Wonen

8.2 Functieomschrijving Wonen

Een locatie die is aangewezen als Wonen heeft de volgende functies:

8.3 Gebruiksactiviteiten
8.3.1 Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 8.2 genoemde functies van de gronden.

8.3.2 Gebruik vrijstaande bijbehorende bouwwerken

Het is verboden om vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning of als afhankelijke woonruimte te gebruiken.

8.3.3 Aan huis verbonden beroepsactiviteit

Voor het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een Aan huis verbonden beroepsactiviteit gelden de volgende voorwaarden:

  • a. de oppervlakte die gebruikt wordt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep beslaat maximaal 30% van het vloeroppervlakte van de woning met een maximum van 50 m²;
  • b. het aan huis verbonden beroep wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning;
  • c. er is geen detailhandel toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met de Aan huis verbonden beroepsactiviteit.

8.3.4 Bed & breakfast

Voor het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van Bed & breakfast gelden de volgende voorwaarden:

  • a. de ruimte voor de Bed & breakfastactiviteit maximaal 3 slaapkamers inneemt;
  • b. de oppervlakte van de Bed & breakfastactiviteit maximaal 30% van de woning beslaat;
  • c. de Bed & breakfastactiviteit plaatsvindt in het hoofdgebouw;
  • d. degene die de Bed & breakfast uitoefent, tevens bewoner van de woning is;
  • e. op eigen terrein in de parkeerbehoefte wordt voorzien.

8.3.5 Kantoor

Voor het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van Kantoor gelden de volgende voorwaarden:

8.4 Omgevingsplanactiviteit gebruik
8.4.1 Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten
  • 1. het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten
  • 2. de omgevingsvergunning bedoeld in 1 wordt alleen verleend indien:
    • a. degene die de activiteiten uitvoert, tevens de bewoner van de woning is;
    • b. de oppervlakte van de voor het bedrijf uit te oefenen ruimte maximaal 30% is van het vloeroppervlakte, met een maximum van 50 m²;
    • c. er is geen detailhandel toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met de Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten;
    • d. er geen milieutechnische belemmeringen zijn.

8.4.2 Bed & Breakfast in bijbehorende bouwwerken
  • 1. het is verboden om zonder omgevingsvergunning bijbehorende bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een Bed & breakfast.
  • 2. de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 wordt alleen verleend indien:
    • a. de ruimte voor de Bed & breakfastactiviteit in totaal op het perceel maximaal 3 slaapkamers inneemt;
    • b. de oppervlakte van de Bed & breakfastactiviteit maximaal 30% van het woonoppervlak beslaat;
    • c. de Bed & breakfastactiviteit plaatsvindt in een bijbehorende bouwwerk dat maximaal 25 m ligt van de woning;
    • d. degene die de Bed & breakfast uitoefent, tevens bewoner van de woning is;
    • e. op eigen terrein in de parkeerbehoefte wordt voorzien;.

8.5 Bouwactiviteiten
8.5.1 Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:

  • a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in artikel 8.2;
  • b. er zijn hoofdgebouwen in de vorm van woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan;
  • c. voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat het bouwperceel voor maximaal 60% bebouwd mag worden.

8.5.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. het maximum aantal wooneenheden mag niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven;
  • b. uitsluitend per ter plaatse van de aanduiding: 
    • 1. 'vrijstaand' (vrij) mogen woningen vrijstaand worden gebouwd;
  • c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens is bij woningen ter plaatse van de aanduiding;
    • 1. 'vrijstaand' (vrij) aan beide zijden minimaal 1,5 meter;
  • d. de goot- en bouwhoogte mag niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven.

8.5.3 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
  • b. bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 0,3 meter vanaf de achtererfgrens worden gebouwd;
  • c. de gezamenlijke oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken per woning dient te voldoen aan het bepaalde in artikel 8.5.1 onder c waarbij aanvullend:
    • 1. 80 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot en met 600 m2;
    • 2. 120 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 600 m2;
  • d. de goothoogte is maximaal 3 m;
  • e. de bouwhoogte is maximaal 6 m.

8.5.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen waaronder erf- en terreinafscheidingen zijn niet toegestaan voor (het verlengde van) de voorgevel van de woning;
  • b. achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd:
    • 1. erf en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 meter;
    • 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde is maximaal 3 meter.
  • c. de bouwhoogte van masten is maximaal 10 meter.

8.5.5 Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken onder de grond gelden de volgende regels:

  • a. ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder hoofdgebouwen; en
  • b. de verticale diepte is maximaal 3,50 meter.

Artikel 9 Woongebied

9.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000007-VA01 is aangewezen als Woongebied 

9.2 Functieomschrijving Woongebied

Een locatie die is aangewezen als Woongebied heeft de volgende functies:

  • a. wonen;
  • b. Aan huis verbonden beroepsactiviteit;
  • c. tuinen en erven;
  • d. parkeer-, speel- en groenvoorzieningen;
  • e. water en voorzieningen voor de waterhuishouding;
  • f. straatmeubilair en nutsvoorzieningen.

9.3 Gebruiksactiviteiten
9.3.1 Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 9.2 genoemde functies van de gronden.

9.3.2 Gebruik vrijstaande bijbehorende bouwwerken

Het is verboden om vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning of als afhankelijke woonruimte te gebruiken.

9.3.3 Aan huis verbonden beroepsactiviteit

Voor het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een Aan huis verbonden beroepsactiviteit gelden de volgende voorwaarden:

  • a. de oppervlakte die gebruikt wordt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep beslaat maximaal 30% van het vloeroppervlakte met een maximum van 50 m²;
  • b. het aan huis verbonden beroep wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning;
  • c. er is geen detailhandel toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met de Aan huis verbonden beroepsactiviteit.

9.4 Omgevingsplanactiviteit gebruik
9.4.1 Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten
  • 1. het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een Aan huis verbonden bedrijfsactiviteit.
  • 2. de omgevingsvergunning bedoeld in 1 wordt alleen verleend indien:
    • a. degene die de activiteiten uitvoert, tevens de bewoner van de woning is;
    • b. de oppervlakte van de voor het bedrijf uit te oefenen ruimte maximaal 30% is van het vloeroppervlakte, met een maximum van 50 m²;
    • c. er is geen detailhandel toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met de Aan huis verbonden bedrijfsactiviteit;
    • d. er geen milieutechnische belemmeringen zijn.

9.4.2 Bed & Breakfast
  • 1. het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een Bed & breakfast.
  • 2. de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 wordt alleen verleend indien:
    • a. de ruimte voor de Bed & breakfastactiviteit maximaal 3 slaapkamers inneemt;
    • b. de oppervlakte van de Bed & breakfastactiviteit maximaal 30% van de woning beslaat;
    • c. de Bed & breakfastactiviteit plaatsvindt in het hoofdgebouw;
    • d. degene die de Bed & breakfast uitoefent, tevens bewoner van de woning is;
    • e. op eigen terrein in de parkeerbehoefte wordt voorzien.

9.4.3 Bijzondere woonvorm
  • 1. het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een Bijzondere woonvorm.
  • 2. de omgevingsvergunning bedoeld in 1 wordt alleen verleend indien:
    • a. het hoofdgebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt;
    • b. de woonvorm een ruimtelijke werking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

9.5 Bouwactiviteiten
9.5.1 Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:

  • a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in artikel 9.2;
  • b. er zijn hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan;
  • c. er mogen in totaal maximaal 247 woningen worden gebouwd waarbij:
    • 1. het aantal sociale huurwoningen niet minder mag bedragen dan 20 woningen;
    • 2. het aantal middenhuurwoningen niet minder mag bedragen dan 13 woningen;
    • 3. het aantal goedkope koopwoningen niet minder mag bedragen dan 45 woningen;
    • 4. het aantal betaalbare koopwoningen niet minder mag bedragen dan 55 woningen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'particulier opdrachtgeverschap' dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 21;
  • e. voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat het bouwperceel voor maximaal 60% bebouwd mag worden;
  • f. voor het bouwen van woningen twee-aaneen, vrijstaande woningen of bijbehorende bouwwerken bij deze woningen geldt dat op eigen terrein per m² verhard oppervlak 20 millimeter waterbergend vermogen wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Hier wordt voor het verhard oppervlak uitgegaan van een rekenfactor van 50% van het bouwperceel, ongeacht het werkelijke (huidige) verhardingspercentage;
  • g. er dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 12.2.

9.5.2 Hoofdgebouwen
  • 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning hoofdgebouwen te bouwen.
  • 2. De omgevingsvergunning bedoeld in 1 wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende regels:
    • a. het maximum aantal wooneenheden mag niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven;
    • b. er mogen in totaal maximaal 128 woningen worden gebouwd in de velden Z1, Z2a, Z2b en Z3 zoals opgenomen in Bijlage 9 Verkavelingskaart met woningcategorieën;
    • c. het minimum aantal wooneenheden mag niet minder zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum aantal wooneenheden' is aangegeven;
    • d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding:
      1. 'aaneengebouwd' (aeg) mogen woningen aaneen worden gebouwd;
      2. 'gestapeld' (gs) mogen woningen gestapeld worden gebouwd;
      3. 'twee-aaneen' (tae) mogen woningen twee-aaneen worden gebouwd;
      4. 'vrijstaand' (vrij) mogen woningen vrijstaand worden gebouwd;
    • e. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens is bij woningen ter plaatse van de aanduiding;
      1. 'aaneengebouwd' (aeg) en 'twee-aaneen' (tae) aan de niet aangebouwde zijde van de eindwoning minimaal 1,5 meter
      2. 'vrijstaand' (vrij) aan beide zijden minimaal 1,5 meter;
    • f. het bepaalde onder e. 1 geldt niet indien de gevel aan een parkeerhof of een ontsluiting naar een parkeerhof grenst;
    • g. de goot- en bouwhoogte mag niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven;
    • h. de bouwhoogte mag niet minder zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)’ is aangegeven;
    • i. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' moet één van de gevels van het hoofdgebouw voor minimaal 80% in de gevellijn gebouwd te worden;
    • j. in afwijking van het bepaalde onder a mag er in veld N2 zoals opgenomen in Bijlage 9 Verkavelingskaart met woningcategorieën maximaal 10 woningen meer gerealiseerd worden dan het aangegeven 'maximum aantal wooneenheden' indien in veld Z3 hetzelfde aantal woningen minder zijn gerealiseerd dan het aangeven 'maximum aantal wooneenheden'.
    • k. indien gebruik wordt gemaakt van het bepaalde onder j en in bouwveld N2 x woningen meer worden gerealiseerd dan aangegeven op de Verkavelingskaart, mogen in bouwveld Z3 x woningen minder dan zoals aangegeven op de Verkavelingskaart worden gerealiseerd en onder sub b is opgenomen. De letter x staat hier voor het aantal woningen waarmee van sub a en b wordt afgeweken.
  • 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in 1 wordt niet eerder verleend dan voorzien is in 80 mm waterberging per m² aangevraagd bebouwd oppervlak.

9.5.3 Bijbehorende bouwwerken
  • 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bijbehorende bouwwerken te bouwen.
  • 2. De omgevingsvergunning bedoeld in 1 wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende regels:
    • a. bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan bij gestapelde woningen en ter plaatse van de aanduiding 'boswonen'
    • b. bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
    • c. bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 0,3 meter vanaf de achtererfgrens worden gebouwd;
    • d. de gezamenlijke oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken per woning dient te voldoen aan het bepaalde in artikel 9.5.1 onder d waarbij aanvullend:
      • 80 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot en met 600 m2;
      • 120 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 600 m2;
    • e. de goothoogte is maximaal 3 m;
    • f. de bouwhoogte is maximaal 6 m.

9.5.4 Geluidsbelasting

In aanvulling op 9.5.2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'Hogere waarde geluid' dat:

  • a. de gezamenlijk waarde op de gevels niet meer mag bedragen dan is aangegeven Bijlage 1 Hogere waarde geluid van deze regels;
  • b. de hoogste waarde op de gevels niet meer mag bedragen dan is aangegeven Bijlage 1 Hogere waarde geluid van deze regels;
  • c. uit akoestisch onderzoek moet blijken dat voldaan wordt aan Afdeling 4.3. Gezondheid van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

9.5.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen waaronder erf- en terreinafscheidingen zijn niet toegestaan:
    • 1. voor (het verlengde van) de voorgevel van de woning;
    • 2. bij gestapelde woningen;
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'boswonen';
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'terreinafscheiding' een terreinafscheiding tot maximaal 1 m hoog toegestaan;
  • c. achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd:
    • 1. erf en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 meter;
    • 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde is maximaal 3 meter.
  • d. De bouwhoogte van masten is maximaal 10 meter.

9.5.6 Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken onder de grond gelden de volgende regels:

  • a. ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder hoofdgebouwen; en
  • b. de verticale diepte is maximaal 3,50 meter.

9.6 Afwijken beoordelingsregels bouwactiviteit
9.6.1 Overschrijding bouwgrenzen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van artikel 9.5.2 onder de voorwaarden dat:

  • a. de overschrijding maximaal 2,5 meter bedraagt; en
  • b. de noodzakelijkheid is aangetoond in verband met de uitmeting van het terrein of uit oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing.

Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies

Artikel 10 Toepassingsbereik

De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000007-VA01.

 

Artikel 11 Aanvraagvereisten

  • 1. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het Omgevingsplan Oude IJsselstreek, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat:
    • a. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit in dit plan; en
    • b. het bepaalde in artikel 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan.
  • 2. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels.

Artikel 12 Algemene gebruiksregels

12.1 Parkeerregeling
  • 1. Om de woningen in gebruik te nemen dienen voldoende parkeerplekken gerealiseerd te zijn en in stand te worden gehouden, waarbij het totaal aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte niet meer mag bedragen dan 372 parkeerplekken. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan de aan de Nota parkeernormen Oude IJsselstreek;
  • 2. Na realisatie van de woningen als bedoeld onder 1 geldt bij nieuwbouw, uitbreiding en/of functieverandering van een gebouw, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, dat voor de bouw of functieverandering aangetoond dient te worden dat op het bouwperceel in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in dat deze in stand wordt gehouden. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan het Nota parkeernormen Oude IJsselstreek. Daarbij worden de maximale parkeernormen in de categorie 'weinig stedelijk' gehanteerd. Als gedurende de planperiode een nieuwe parkeernormering wordt vastgesteld, wordt rekening gehouden met de dan vastgestelde parkeernormering;
  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde in 1 en/of 2 en toestaan dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving van het bouwperceel, hetgeen met een parkeeronderzoek wordt aangetoond.

12.2 Beeldkwaliteit

Artikel 13 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 14 Bestaande maatvoering

Het in stand houden van bouwwerken waarvan de maatvoering afwijkt van het bepaalde in dit TAM-omgevingsplan is toegestaan indien de bestaande maatvoering bestond op het moment dat dit artikel in werking is getreden en het bouwwerk is gerealiseerd overeenkomstig een daartoe verleende omgevingsvergunning.

Hoofdstuk 4 Regels ter bescherming van waarden en objecten

Artikel 15 Leiding - Riool

15.1 Voorrangsregeling

De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3.

15.2 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000007- VA01 aangewezen als Leiding - Riool.

15.3 Functieomschrijving

Een locatie die is aangewezen als Leiding - Riool heeft mede als functie het behoud, bescherming en veiligstelling van de rioolleiding.

15.4 Bouwactiviteit
15.4.1 Vergunningsplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren.

15.4.2 Beoordelingsregels
  • 1. Een omgevingsvergunning als bedoeld in 15.4.1 wordt verleend indien door die bouwactiviteiten, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de rioolleiding.
  • 2. alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld onder 1 wint het advies in bij de leidingbeheerder.

15.5 Aanlegactiviteit
15.5.1 Vergunningplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten:

  • a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;
  • b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeer- voorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
  • c. verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden;
  • d. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
  • e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen;
  • f. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

15.5.2 Uitzondering vergunningplicht

Het verbod van artikel 15.5.1 geldt niet voor aanlegactiviteiten:

  • a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud;
  • b. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het van kracht worden van het plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning.

15.5.3 Beoordelingsregels
  • 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door het uitvoeren van de activiteiten geen direct of indirect te verwachten gevolgen en geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding;
  • 2. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld onder 1., wint het advies in bij de leidingbeheerder.

Hoofdstuk 5 Aanlegactiviteiten

Artikel 16 Algemene regels aanlegactiviteiten

 

16.1 Toepassingsbereik

De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000007- VA01.

16.2 Aanlegactiviteiten algemeen - toegestaan

Aanlegactiviteiten zijn in beginsel zonder meer toegestaan, tenzij specifieke regels gelden op grond van hoofdstuk Regels ter bescherming van waarden en objecten. In dat geval moet worden voldaan aan de specifieke regels die gelden voor de desbetreffende aanlegactiviteit.


16.3 Tussentijdse inspecties en eindinspectie

Artikel 17 Bouwrijp maken van gronden

17.1 Bouwrijp maken van gronden - toegestaan

Het is toegestaan gronden bouwrijp te maken als deze werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente Oude IJsselstreek worden uitgevoerd.

17.2 Bouwrijp maken van gronden - vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden bouwrijp te maken, indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 17.1.

17.3 Specifieke aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 17.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een plan van aanpak voor zover dat geen betrekking heeft op de inrichting van de openbare ruimte;
  • b. een bestek gebaseerd op het plan van aanpak voor zover dat geen betrekking heeft op de inrichting van de openbare ruimte.

17.4 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 17.2 wordt alleen verleend als:

17.5 Voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 17.2 kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 18 Woonrijp maken van gronden

18.1 Woonrijp maken van gronden - toegestaan

Het is toegestaan gronden woonrijp te maken als deze werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente Oude IJsselstreek worden uitgevoerd.

18.2 Woonrijp maken van gronden - vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden woonrijp te maken, indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 18.1.

18.3 Specifieke aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

18.4 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.2 wordt alleen verleend als:

18.5 Voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.2 kunnen voorschriften worden verbonden.

Hoofdstuk 6 Financiële bepalingen, kostenverhaalsregels

Artikel 19 Fasering van het kostenverhaalsgebied

19.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel gaan over fasering in deelgebieden en in tijd en zijn voor wat betreft de deelgebieden van toepassing ter plaatse van de locatie 'Deelgebied Zuid' respectievelijk 'Deelgebied Noord', zoals aangegeven op de Kaart deelgebieden.

19.2 Fasering in deelgebieden en in tijd

Voor de ontwikkeling van de deelgebieden in fasen geldt de fasering in deelgebieden volgens de locaties 'Deelgebied Zuid' en 'Deelgebied Noord' en in tijd volgens onderstaande faseringstabel:

Deelgebied   Bouwrijp maken   Verlening vergunning bouwen   Woonrijp maken  
Zuid   2026 - 2028   2027 - 2029   2028 -2030  
Noord   2029 - 2030   2030 -2031   2031 - 2032  

Voor de watergang die voorzien wordt aan de westzijde van het kostenverhaalsgebied, zoals aangegeven op de Grondgebruikskaart, geldt geen fasering in tijd.

19.3 Koppeling volgens de mate van voortgang
  • 1. Een vergunning voor het bouwen wordt niet eerder verleend dan het beginjaartal dat is aangegeven in de faseringstabel van artikel 19.2 in de kolom 'Verlenen omgevingsvergunning bouwen'.
  • 2. Voor het kostenverhaalsgebied geldt dat als volgorde van ontwikkeling omgevingsvergunningen voor bouwen in Fase Noord (N1, N2, N3, N4 en N5) pas mogen worden verleend als voor Fase Zuid (Z1, Z2 en Z3) voor 60% van het aantal woningen (gerekend naar het in artikel 9.5.2 genoemde maximumaantal) een voltooiingsverklaring is afgegeven.

Artikel 20 Algemene kostenverhaalsregels

20.1 Kostenverhaalsgebied

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op het gebied aangeduid als 'kostenverhaalgebied'.

20.2 Specifieke aanvraagvereisten kostenverhaalsbeschikking

Bij de aanvraag voor een kostenverhaalbeschikking worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een lijst met soort en aantal kostenverhaalsplichtige activiteiten die zullen worden uitgevoerd;
  • b. de locatie waar deze activiteiten worden uitgevoerd;
  • c. een opgave van de kosten van zelf verrichte werkzaamheden, blijkend uit facturen. De opgave wordt ingedeeld volgens Bijlage 7 SSK-raming.

20.3 Aanspraak op vergoeding kosten inrichting openbare ruimte
  • 1. Degene die in het kostenverhaalsgebied werken, werkzaamheden en maatregelen verricht nadat de aanvraag voor een kostenverhaalsbeschikking voor het geheel van zijn eigendommen is ingediend, kan verzoeken om een vergoeding voor de kosten van die inrichting voor zover die kosten niet reeds in mindering zijn gebracht op de kostenverhaalsbijdrage in de kostenverhaalsbeschikking.
  • 2. De vergoeding wordt geweigerd als:
    • a. de gemeente de oplevering van de ingerichte openbare ruimte niet heeft goedgekeurd; en
    • b. tussen gemeente en aanvrager geen overeenkomst tot stand is gekomen over het beheer of de koop en verkoop van de grond van die openbare ruimte.
  • 3. Bij het verzoek om vergoeding wordt een opgave van de kosten van de verrichte werken, werkzaamheden en maatregelen, blijkend uit facturen. De opgave wordt ingedeeld volgens Bijlage 7 SSK-raming.
  • 4. De vergoeding is niet hoger dan de bedragen die voor de betreffende werken, werkzaamheden en maatregelen in de kostenverhaalsregels van het betreffende kostenverhaalsgebied zijn opgenomen.

20.4 Behandeltermijn en tijdstip indiening verzoek om eindafrekening

Burgemeester en wethouders stellen eindafrekeningen op verzoek, als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet, eenmaal per jaar vast uiterlijk op 15 december. Verzoeken om een eindafrekening dienen tenminste 8 weken voor die datum te worden ingediend.

20.5 Eindafrekening en aanvraagvereisten verzoek om eindafrekening
20.5.1 Eindafrekening
  • 1. Binnen 12 weken na uitvoering van de in het kostenverhaalsgebied voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen stellen burgemeester en wethouders bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal in het kostenverhaalsgebied vast.
  • 2. De kostenverhaalsregel blijft van kracht totdat deze is ingetrokken. Wanneer na het moment van eindafrekening nog niet voor alle bouwactiviteiten kostenverhaalsbeschikkingen zijn aangevraagd, maar daarna worden aangevraagd, wordt de verschuldigde geldsom geacht samen te vallen met het bedrag van de in lid 3 bedoelde herberekening op het in lid 1 bedoelde moment. Het besluit tot eindafrekening houdt in die gevallen in dat er geen sprake is van een terugbetaling.
  • 3. Bij de eindafrekening wordt de kostenverhaalsbijdrage, zoals betaald op basis van de kostenverhaalsbeschikking, herberekend op grond van de totale werkelijk gerealiseerde kosten na uitvoering van de voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen. Ingeval van terugbetaling wordt 2,25%, (prijspeil 1 januari 2026) rente gerekend over het terug te betalen bedrag.
  • 4. Bij de eindafrekening wordt uitgegaan van de eenheden en relatieve gewichten die zijn gehanteerd bij de kostenverhaalsbeschikking.
  • 5. Bij de eindafrekening wordt een vergelijking gemaakt tussen enerzijds het programma aan bouwactiviteiten zoals dat in het omgevingsplan was opgenomen ten tijde van de eindafrekening en anderzijds het programma aan bouwactiviteiten zoals dat gehanteerd is bij het verlenen van de kostenverhaalsbeschikking.

20.5.2 Aanvraagvereisten verzoek om eindafrekening

Bij het verzoek worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een kopie van de kostenverhaalsbeschikking;
  • b. een opgave van de kosten van zelf verrichte werkzaamheden blijkend uit facturen; de opgave wordt ingedeeld volgens Bijlage 7 SSK-raming;
  • c. een bewijs dat verzoeker recht heeft op de terugbetaling, als een ander dan degene namens wie betaald is, het verzoek doet;
  • d. naam, adres, telefoonnummer en rekeningnummer van verzoeker.

20.6 Tijdvak voor het kostenverhaal

Voor het kostenverhaalsgebied geldt een tijdvak van een periode van 7 jaar, welk tijdvak ingaat op de prijspeildatum van 1 januari 2026.

20.7 Opbrengsten

De opbrengsten worden geraamd op het bedrag conform de hierna opgenomen tabel.

Tabel 1 Grondopbrengsten per eenheid van een uitgiftecategorie in euro's

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0001.png"

Tabel 1b Grondopbrengsten voor het totaalaantal per uitgiftecategorie

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0002.png"

Per eigenaar zijn de opbrengsten verdeeld conform de hierna opgenomen tabel.

Tabel 2 Grondopbrengsten per eigendom

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0003.png"

Naast grondopbrengsten uit gronduitgifte ten behoeve van woningbouw zijn er een tweetal subsidies. Het betreft een (gerealiseerde) provinciale bijdrage ten behoeve van het versnellen van woningbouw à € 20.000 en een subsidie in verband met (onderzoek naar) niet gesprongen explosieven à € 54.758.

20.8 Inbrengwaarde van gronden en te slopen opstallen

De inbrengwaarden van de gronden met de daarop eventueel te slopen opstallen in het kostenverhaalsgebied zijn geraamd op de bedragen zoals opgenomen in de volgende tabel in de onderdelen:

  • a. Waarde van gronden en te slopen opstallen;
  • b. Kosten vrijmaken van rechten, etc;
  • c. Kosten van sloop en verwijdering/verplaatsing opstallen, obstakels

Tabel 3 Inbrengwaarden gronden

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0004.png"

Onderdeel d als bedoeld in de definitie van inbrengwaarden, is verdisconteerd in de raming zoals opgenomen in artikel 20.9.

20.9 Overige kosten

Voor de kosten van de werken, werkzaamheden en maatregelen zijn de bedragen geraamd als opgenomen in de volgende tabel na de post inbrengwaarde.

Tabel 4 Overige kosten

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0005.png"

20.10 Parameters voor rente, discontering en indexering van kosten en opbrengsten

Voor het toerekenen van rente, discontering en indexering van de kosten en opbrengsten zijn de parameters gehanteerd, uitgaande van een prijspeil van 1 januari 2026 en een einde van het in artikel 20.6 Tijdvak voor het kostenverhaal bedoelde tijdvak op 31 december 2032, alles conform de volgende tabel.

Tabel 5 Parameters

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0006.png"

20.11 Fasering, parameters en contante kosten en opbrengsten
  • 1. Met toepassing van de kosten- en opbrengstenparameters als bedoeld in artikel 20.10 zijn de kosten en opbrengsten in de tijd uitgezet en contant gemaakt volgens de perioden van de faseringstabel van artikel 19.2.
  • 2. De kostenverhaalsbijdrage wordt berekend aan de hand van de contant gemaakte kosten en opbrengsten zoals opgenomen in de volgende tabellen.

Tabel 6 Contante kosten

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0007.png"

Tabel 7a Contante opbrengsten per woningcategorie

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0008.png"

Tabel 7b Contante opbrengsten per eigenaar

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0009.png"

20.12 Verhaalbare kosten na toepassing macro-aftoppingstoets

Het bedrag aan totaal te verhalen kosten na toepassing van de macroaftopping bedraagt €17.095.310,-, berekend door het totale niveau van de contant gemaakte kosten te nemen na aftrek van het subsidie, als overige opbrengstpost, en het totale niveau van de contant gemaakte kosten, alles conform de volgende tabel.

tabel 8 Verhaalbare kosten

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0010.png"

20.13 Verdeling van de verhaalbare kosten over de activiteiten

 

Tabel 9: bruto kostenverhaalsbijdrage per uitgiftecategorie

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0011.png"

Tabel 10: Bruto en netto kostenverhaalsbijdrage per eigenaar

afbeelding "i_NL.IMRO.1509.OP000007-VA01_0012.png"

Artikel 21 Aanwijzing kavels voor particulier opdrachtgeverschap

Op de locatie 'particulier opdrachtgeverschap' moeten de woning in Particulier opdrachtgeverschap gerealiseerd worden.

Artikel 22 Aanwijzing minimale aantallen specifieke woningbouwcategorieën

  • 1. Op de locaties die op de Bijlage 9 Verkavelingskaart met woningcategorieën zijn aangewezen voor particulier opdrachtgeverschap, worden alleen woningen in particulier opdrachtgeverschap gerealiseerd.
  • 2. Woningen in andere woningcategorieën dan sociale huur, goedkope koop, middenhuur en betaalbare koop mogen pas in gebruik genomen worden als in een bouwveld de minimale aantallen voor sociale huurwoningen, middenhuur, goedkope koop en betaalbare koop: gerealiseerd zijn;
  • 3. De aantallen sociale huurwoningen, middenhuurwoningen, goedkope koop en betaalbare koop mogen niet minder bedragen per bouwveld dan hieronder aangegeven:
    • a. sociale huur: in bouwveld Z2a en Z2b samen 6 woningen en in de bouwvelden Z3, N1, N2 en N 3 samen 14 woningen
    • b. goedkope koop: in bouwveld Z2a en Z2b samen 10 woningen en in de bouwvelden Z3, N1, N2 en N3 samen 35 woningen.
    • c. betaalbare koop: in bouwveld Z2a en Z2b samen 16 woningen en in de bouwvelden Z3, N1, N2 en N3 samen 39 woningen;
    • d. middenhuur: in bouwveld Z2a en Z2b samen 13 woningen.
  • 4. Met de bouwvelden in lid 3 onder a, b en c worden de bouwvelden bedoeld zoals ze zijn aangegeven op de Bijlage 9 Verkavelingskaart met woningcategorieën.
  • 5. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen tot afwijking van lid 3 sub d als een exploitant daartoe verzoekt en in dat verzoek kan aantonen dat op één of meer van de betreffende bouwvelden een woning niet exploitabel is als midden huurwoning.

Artikel 23 Doelgroepen en gebruik sociale huurwoningen, midden huurwoningen en goedkope koopwoningen en kavels voor particulier opdrachtgeverschap

23.1 Doelgroepen sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen en midden huurwoningen
23.1.1 Doelgroep sociale huurwoningen

De doelgroep voor sociale huurwoningen bestaat uit huishoudens met een jaarlijks huishoudinkomen niet hoger dan de DAEB-inkomensnorm.

23.1.2 Doelgroep goedkope koopwoningen

De doelgroepen voor goedkope koopwoningen bestaat uit huishoudens met een huishoudinkomen van maximaal 1,35 keer de DAEB-inkomensnorm.

23.1.3 Doelgroep midden huurwoningen

De doelgroep voor midden huurwoningen bestaat uit huishoudens met een jaarlijks huishoudinkomen niet hoger dan 1,5 keer de DAEB-inkomensnorm. Het college van burgemeester en wethouders kan dit norminkomen jaarlijks aanpassen.

23.2 Gebruik sociale huurwoningen en middenhuurwoningen
  • 1. Sociale huurwoningen en middenhuurwoningen blijven, gerekend vanaf het moment dat de woning voor het eerst in gebruik is genomen, gedurende de instandhoudingstermijn, voor de in artikel 23.1.1 bedoelde doelgroep beschikbaar.
  • 2. Gedurende de instandhoudingstermijn als bedoeld in het vorige lid wordt binnen vier weken na de ondertekening van een huurovereenkomst, iedere nieuwe huurovereenkomst van verhuur van sociale huurwoningen of middenhuurwoningen door of namens de eigenaar gemeld bij Burgemeester en wethouders.
  • 3. Het bepaalde in artikel 23.2 onder 2 is niet van toepassing indien de woning verhuurd wordt door een toegelaten instelling.

23.3 Gebruik kavels voor particulier opdrachtgeverschap
  • 1. Het is een koper van een kavel voor particulier opdrachtgeverschap, verboden om de door hem verworven kavel in juridische of economische zin in eigendom over te dragen tot het moment dat de bouw van de woning door of namens koper volledig is voltooid overeenkomstig de verstrekte omgevingsvergunning bouwen.
  • 2. Wanneer in strijd met het bepaalde in lid 1 is gehandeld zullen burgemeester en wethouders geen medewerking verlenen aan een verzoek tot overdracht van een reeds verleende omgevingsvergunning bouwen.


Hoofdstuk 7 Overgangsregels

Artikel 24 Overgangsrecht

24.1 Overgangsrecht bouwwerken
24.1.1 Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

24.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 24.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 24.1.1 met maximaal 10 %.

24.1.3 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 24.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het Omgevingsplan Oude IJsselstreek zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling.

24.2 Overgangsrecht gebruik
24.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

24.2.2 Strijdig gebruik

Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 24.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

24.2.3 Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 24.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

24.2.4 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 24.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan Oude IJsselstreek voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.