direct naar inhoud van Artikel 46 Kwaliteitsregels
Plan: Buitengebied 2011
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0988.BPBuitengebied-VA01

Artikel 46 Kwaliteitsregels

46.1 Algemeen

Het bestemmingsplan maakt nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied mogelijk. Om verzekerd te zijn van de beoogde kwaliteitsverbetering worden instrumenten ingezet die erop gericht zijn om de ontwikkelingen te combineren met die benodigde kwaliteitsverbetering. Deze kwaliteitsverbetering vindt via een drietal benaderingen plaats:

  • a. ruimtelijke kwaliteit intensief veehouderijbedrijf binnen landbouwontwikkelingsgebied;
  • b. ruimtelijke kwaliteit via het instrument landschappelijke inpassing;
  • c. ruimtelijke kwaliteit via het instrument kwaliteitsbijdrage;

De ruimtelijke kwaliteit intensief veehouderijbedrijf binnen landbouwontwikkelingsgebied heeft betrekking op de uitbreiding van intensieve veehouderijbedrijven binnen het op de verbeelding aangeduide landbouwontwikkelingsgebied.

De ruimtelijke kwaliteit via het instrument landschappelijke inpassing geldt voor agrarische bedrijven. Voor zover sprake is van uitbreiding van verharding en bebouwing binnen het bouwkavel kan het instrument worden ingezet via de nadere eisenregeling. Voor zover het betreft de uitbreiding van de bouwkavel en omschakeling naar niet-grondgebonden agrarische bedrijven, wordt het instrument ingezet in het kader van de wijzigingsbevoegdheid.

De ruimtelijke kwaliteit via het instrument kwaliteitsbijdrage geldt voor niet-agrarische ontwikkelingen in het buitengebeid, voor zover het betreft:

  • ontwikkelingen buiten het bouwvlak;
  • een meer ingrijpende uitbreiding van niet-agrarische bedrijven/recreatiebedrijven;
  • het toevoegen van nevenactiviteiten.
46.2 Ruimtelijke kwaliteit bij intensieve veehouderijbedrijven binnen landbouwontwikkelingsgebied.

Bij uitbreiding van agrarische bedrijven binnen de op de verbeelding aangeduide 'reconstructiewet - landbouwontwikkelingsgebieden' dienen de volgende richtinggevende ruimtelijke kwaliteitsprincipes tevens in acht genomen te worden:

  • a. een IV-bedrijf dat uitbreidt mag het grootschalige karakter niet verstoren met opgaande kleine landschapselementen (eventueel zijn wel transparante bomenrijen vanwege doorkijk ter plaatse mogelijk). Daarom dient het bedrijf als inpassing op maat een versterking te leveren van de robuuste groene structuur door bijvoorbeeld aanleg van bloemrijk grasland met poel(en) of houtsingels (buiten zichtlijnen);
  • b. indien een bedrijf uitbreidt aangrenzend aan een groenbuffer dient een 5 meter brede singel van opgaande inheemse beplanting aangelegd te worden tussen het bedrijf en de groenbuffer;
  • c. een IV-bedrijf dat uitbreidt dient op minimaal 3 kavelgrenzen een singel van minimaal 5 meter breed te realiseren, met opgaande, inheemse beplanting.
46.3 Ruimtelijke kwaliteit via het instrument landschappelijke inpassing.
46.3.1 Algemeen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd medewerking te verlenen aan de in dit bestemmingsplan opgenomen afwijkings-, wijzigings- en nadere eisenregels, met dien verstande dat, voor zover het betreft ontwikkelingen ten behoeve van agrarische bedrijven, naast de reeds in de desbetreffende regels opgenomen voorwaarden, tevens wordt voldaan aan de bepalingen op grond van de provinciale uitwerking voor landschappelijke inpassing. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een drietal pakketten, te weten:

  • Verplicht basispakket;
  • Basispakket-plus;
  • Basispakket-extra.

In de tabel hieronder is aangegeven wanneer de diverse pakketten verplicht zijn en wanneer onafhankelijk advies moet worden ingewonnen.

  Basispakket   Basispakket-plus   Basispakket-extra   Onafhankelijk advies  
Uitbreiding bebouwde oppervlakte bedrijfsgebouwen of verharding binnen bouwkavel alsmede het vergroten agrarisch bouwkavel tot referentiemaat (1,5 ha) in agrarisch gebied gelegen in een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht
 
verplicht   verplicht   vrijwillig   ja  
Uitbreiding bebouwde oppervlakte bedrijfsgebouwen of verharding binnen bouwkavel alsmede het vergroten agrarisch bouwkavel tot referentiemaat (1,5 ha) in agrarisch gebied / landbouwontwikkelingsgebied
 
verplicht   vrijwillig   vrijwillig   ja  
jaUitbreiding bebouwde oppervlakte bedrijfsgebouwen of verharding binnen bouwkavel alsmede vergroten agrarisch bouwkavel tot referentiemaat (1,5 ha) in agrarisch gebied met waarden
 
verplicht   verplicht   vervangend voor Basispakket-plus   ja  
Uitbreiding bebouwde oppervlakte bedrijfsgebouwen of verharding binnen bouwkavel alsmede het vergroten agrarisch bouwkavel boven de referentiemaat (1,5 ha), maar onder de 3 ha in landbouwontwikkelingsgebied
 
verplicht   verplicht   vervangend voor Basispakket-plus   ja  
Uitbreiding bebouwde oppervlakte bedrijfsgebouwen of verharding binnen bouwkavel alsmede het vergroten agrarisch bouwkavel van een intensief veehouderijbedrijf boven de 3 ha in landbouwontwikkelingsgebied   verplicht   verplicht   Verplicht, eventueel te vervangen door een extra tegenprestatie uit het Basispakket-plus   ja  
Omschakeling naar niet grondgebonden bedrijf   verplicht   verplicht   Vervangend voor Basispakket-plus   ja  

Uit de tabel blijkt dat het basispakket steeds verplicht is. Het basispakket-plus is bij

zwaardere ingrepen verplicht. Het basispakket-extra is niet verplicht, maar kan als

vervanging worden ingezet voor het basispakket-plus.

In de volgende artikelleden is uiteengezet welke (tegen)prestaties onderdeel vormen

van het desbetreffende pakket. Om te komen tot een goede toepassing van de

(tegen)prestaties, dienen alle fysieke omgevingscomponenten, die samenhangen met

de beoogde agrarische bedrijfsontwikkeling, in ogenschouw te worden genomen, te

weten: water, erosie, landschappelijke inpassing, cultuurhistorie, natuur en

landschap, milieu, ontstening/ontglazing en veiligheid/overstroming.

Om inzicht te krijgen in de aard van de agrarische ontwikkeling(en) en de effecten op

de omgevingskwaliteiten, dient een bedrijfsontwikkelingsplan (BOP) te worden

overgelegd. In dit BOP wordt een duurzame tegenprestatie gericht op de

omgevingskwaliteit geformuleerd, die dient te beantwoorden aan de doelstelling van

de onderliggende gebiedsbestemming, en er dient te worden ingegaan op de borging ervan.

46.3.2 Basispakket

In het kader van het basispakket dienen de volgende randvoorwaarden in acht te

worden genomen:

  • a. er dient sprake te zijn van een inpassing van de nieuwe bebouwing/verharding op basis van een inpassingsplan, waarbij een wezenlijke bijdrage aan een adequate landschappelijke inpassing wordt geleverd en waarbij een en ander is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken (landschapstype en ruimtelijke inpassing);
  • b. herinrichten bouwkavel onder meer met het oog op compact bouwen, de functionaliteit van de bebouwing en het herschikken van de bebouwing;
  • c. voorzieningen ter voorkoming van problematiek op het gebied van hemelwater als gevolg van nieuwe bebouwing/verharding (water- en erosie-aspecten). Hierbij dient uit te worden gegaan van afkoppeling van hemelwater, waarbij afhankelijk van de situatie sprake van infiltratie of retentie kan zijn.
46.3.3 Basispakket-plus

In het kader van het basispakket-plus dient aanvullend op het basispakket voldaan te

worden aan één of meerdere van de onderstaande componenten, afhankelijk van het

agrarische bedrijfstype en de in het geding zijnde omgevingswaarden:

  • a. architectonische vormgeving van de nieuw op te richten bebouwing;
  • b. voorzieningen ter voorkoming van problematiek op het gebied van hemelwater, als gevolg van bestaande bebouwing/verharding;
  • c. opruimen oude gebouwen/verharding/glasbebouwing;
  • d. maatregelen op het gebied van veiligheid/overstroming in beekdalen;
  • e. herinrichten bouwkavel onder meer met het oog op compact bouwen, de functionaliteit van de bebouwing en het herschikken van de bebouwing;
  • f. het aanbrengen van extra milieureducerende maatregelen op het gebied van geluid, geur, ammoniak, stof of trilling;
  • g. voor intensieve veehouderij bij meerdere bedrijfslocaties: beste locatiemethode gericht op afbouw van de tweede en/of volgende locaties, waarbij op een vast te leggen moment sloop van de gebouwen zal plaatsvinden.
46.3.4 Basispakket-extra

Op verzoek van de initiatiefnemer/ondernemer kan worden gekozen voor

maatregelen buiten het bouwblok, met name gericht op bedrijfsgronden, waarbij deze

maatregelen in voorkomende gevallen de onderdelen van het basispakket-plus

kunnen vervangen. Hierbij kan gedacht worden aan:

  • a. aanvullende maatregelen op het gebied van waterbeheer (kwalitatief, kwantitatief, grondwater, oppervlaktewater);
  • b. aanvullende maatregelen op het gebied van erosie (inzaaien grasland op hellingen, aanleggen van lijnvormige landschapswaarden);
  • c. extra maatregelen op vlak van inrichting/beheer van natuur en landschap;
  • d. ontsluiting/openstelling recreatief medegebruik en versterking/beheer cultuurhistorische relicten;
  • e. duurzaamheidsaspecten;
  • f. sloop van bedrijfsgebouwen/glasbebouwing elders;
  • g. andere, nog niet genoemde mogelijkheden die de ondernemer in zijn situatie ziet.

46.4 Ruimtelijke kwaliteit via het instrument kwaliteitsbijdrage.
46.4.1 Algemeen

Het bevoegd gezag is bevoegd medewerking te verlenen aan de in de

regels van dit bestemmingsplan opgenomen afwijkings- en wijzigingsregels, onder

de voorwaarde, dat naast de reeds genoemde voorwaarden, tevens wordt voldaan

aan de bepalingen omtrent het leveren van een kwaliteitsbijdrage, waarbij het gaat

om de volgende doelstellingen en bijdragen.

46.4.2 Bestemming Agrarisch, Agrarisch-Agrarisch Bedrijf, Agrarisch-Multifunctioneel agrarisch bedrijf, Bedrijf, Bedrijf-Nutsvoorziening, Bedrijf-Ontgronding, Maatschappelijk, Maatschappelijk-Militair terrein, Recreatie, Recreatie-Dagrecreatie, Recreatie-Vakantiepark, Recreatie-Volkstuin, Sport, Sport-Golfbaan, Sport-Manege, Wonen

Binnen deze bestemmingen is de kwaliteitsdoelstelling gericht op het versterken

van de aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige structuur/identiteit. Deze doelstelling kan worden door het inzetten van één of meer van de volgende

maatregelen:

  • a. er dient sprake te zijn van een inpassing van de nieuwe bebouwing/verharding op basis van een inpassingsplan, waarbij een en ander is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken (landschappelijke inpassing en ruimtelijke inpassing);
  • b. versterking omliggende openbare ruimte;
  • c. realiseren of versterken van landschappelijke waarden zoals beschreven in bestaande provinciale beleidskaders;
  • d. behoud en herstel cultuurhistorisch waardevolle panden;
  • e. vervangende nieuwbouw met hogere kwaliteit;
  • f. sloop van overtollige bebouwing en/of glasbebouwing, verwijderen van verharding;
  • g. inpassende beplanting;
  • h. agrarisch natuurbeheer;
  • i. realiseren of versterken landschappelijke waarden zoals beschreven in bestaande provinciale beleidskaders.
46.4.3 Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden

Binnen de bestemming Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden is de kwaliteitsdoelstelling gericht op het behoud en versterken van het landschap en zichtlijnen. Deze doelstellingen kunnen worden bereikt door het inzetten van één of meer van de volgende maatregelen, afhankelijk van de gebiedsdifferentiatie:

  • a. accentueren overgang open-dicht d.m.v. beplanting;
  • b. realiseren of versterken van landschappelijke waarden zoals beschreven in bestaande provinciale beleidskaders;
  • c. agrarisch natuurbeheer;
  • d. bijdrage leveren aan hermeandering beken en/of herinrichting van beekoevers;
  • e. behoud en herstel cultuurhistorisch waardevolle panden;
  • f. vervangende nieuwbouw met hogere kwaliteit;
  • g. sloop van overtollige bebouwing en/of glasbebouwing, verwijderen van verharding;
  • h. inpassende beplanting.
46.4.4 Natuur

Binnen de bestemming Natuur is de kwaliteitsdoelstelling gericht op het behouden en

versterken van de ecologische structuur. Deze doelstellingen kunnen worden bereikt door het inzetten van één of meer van de volgende maatregelen:

  • a. realiseren of versterken natuurwaarden zoals beschreven in bestaande provinciale beleidskaders;
  • b. agrarisch natuurbeheer;
  • c. behoud en herstel cultuurhistorisch waardevolle panden;
  • d. vervangende nieuwbouw met hogere kwaliteit;
  • e. sloop van overtollige bebouwing en/of glasbebouwing, verwijderen van verharding;
  • f. inpassende beplanting.