Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Vennendreef
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0984.BP09010-va01

Artikel 11 Wonen - Bedrijf

11.1 Bestemmingsomschrijving

 
De voor “Wonen-Bedrijf” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. bedrijfswoningen;
  2. bijgebouwen;
  3. kleinschalige bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 zoals weergegeven
    in de als bijlage bij deze regels opgenomen “Staat van Bedrijfsactiviteiten”;
  4. aan huis gebonden beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten;
  5. parkeervoorzieningen alsmede laad- en losvoorzieningen op eigen terrein;
  6. ondergrondse en/of bovengrondse waterhuishoudkundige- en infiltratievoorzieningen;
  7. groenvoorzieningen;
  8. doeleinden van openbaar nut.
Een en ander met bijbehorende tuinen en erven en met dien verstande dat binnen de bestemming ”Wonen-Bedrijf” te allen tijden ten aanzien van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

11.2 Bouwregels

 
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken die ten dienste staan aan deze bestemming en waarbij tevens wordt voldaan aan de volgende regels:
 
11.2.1 Algemene bouwregels
 
bebouwingspercentage
minimaal 25 en maximaal 40 per bouwperceel
oppervlakte bouwperceel
minimaal 1000 m² en maximaal 3000 m²
breedte bouwperceel
minimaal 35 m.
 
11.2.2 Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:
 
Hoofdgebouw bedrijfswoning
 
toelaatbaarheid
1 bedrijfswoning per bouwperceel
situering
  1. voorgevelrooilijn minimaal 10,00 m. uit de bestemming “Verkeer”;
  2. minimaal 5,00 m. uit de grens met de bestemming “Groen”; c. minimaal 5,00 m. uit de zijdelingse perceelsgrens.
inhoud maximaal
1000 m³
goothoogte
maximaal 4,50 m
bouwhoogte
maximaal 10,00 m en afgedekt met een kap
kaphelling
minimaal 30 en maximaal 60 graden
 
Bijgebouw bij de bedrijfswoning
 
situering
 
  1. minimaal 3,00 m. achter de voorgevelrooilijn
  2. in of minimaal 3,00m. uit de grens met de bestemming “Groen”
  3. in of minimaal 3,00m. uit de zijdelingse perceelgrens
oppervlak gezamenlijk
maximaal 70 m²
goothoogte
maximaal 3,00 m
bouwhoogte
maximaal 4,50 m.
 
Bedrijfsgebouwen
 
situering
 
  1. minimaal 5,00 m. uit de grens met de bestemming “Groen”;
  2. minimaal 5,00 m uit de zijdelingse perceelsgrens.
  3. minimaal 5,00 m achter de achtergevel van de bedrijfswoning
bouwhoogte
maximaal 8,00 m.
bebouwingspercentage
minimaal 25 en maximaal 40 per bouwperceel
 
Gebouwen ten behoeve van doeleinden van openbaar nut
 
inhoud
maximaal 50 m³ per bouwwerk
hoogte
maximaal 3,00m.
 
11.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen:
 
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
 
hoogte erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn
maximaal: 1,00 m.
hoogte overige erfafscheidingen
maximaal: 2,00 m.
hoogte voorzieningen voor de openbare verlichting
maximaal: 8,00 m.
hoogte overige bouwwerken geen gebouwenzijnde
maximaal: 3,00 m.

11.3 Nadere eisen

 
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:
  1. een samenhangend straat en bebouwingsbeeld;
  2. de verkeersveiligheid;
  3. de milieusituatie;
  4. de sociale veiligheid;
  5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

11.4 Afwijken van de bouwregels

 
11.4.1 Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in de aanhef van dit artikel genoemde waarden en doeleinden kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken vanhet bepaalde in:
  1. in lid 11.2.1 voor het verhogen van het bebouwingspercentage met maximaal 10%;
  2. in lid 11.2.2 voor het toestaan van een andere afdekking van het hoofdgebouw van de bedrijfswoning;
  3. in lid 11.2.2 voor het bouwen met één zijgevel van bedrijfsgebouwen geen bedrijfswoningen zijnde in de zijdelingse perceelgrens mits een onbebouwde strook met een breedte van ten minste 5 m. behouden blijft langs één zijdelingse perceelsgrens.
 
11.4.2 Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.4.1 dient het onderstaande in acht te worden genomen:
  1. de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  2. er dienen voldoende parkeerplaatsen op het eigen terrein aanwezig te zijn;
  3. aan het stedenbouwkundig beeld en aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan.

11.5 Specifieke gebruiksregels

 
Onder gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend het gebruik:
  1. als seks- en/of pornobedrijf;
  2. voor geluidhinder veroorzakende activiteiten die zijn aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50);
  3. voor detailhandel;
  4. voor de uitoefening van een bedrijfsactiviteit anders dan vermeld in de milieucategorieën 1 en 2 weergegeven in de als bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten, die deel uitmaakt van deze regels en daarmee gelijk te stellen bedrijven;
  5. van bijgebouwen bij bestaande bedrijfswoningen als zelfstandige woning in het kader van mantelzorg;
  6. voor leisurefuncties.

11.6 Afwijken van de gebruiksregels

 
11.6.1 Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in de aanhef van dit artikel genoemde waarden en doeleinden kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken vanhet bepaalde in lid 11.5 voor:
  1. activiteiten die niet vermeld zijn vermeld in de milieucategorieën 1 en 2 zoals weergegeven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten en daarmee gelijk te stellen bedrijven;
  2. voor het gebruik van bijgebouwen bij bedrijfswoningen in het in het kader van mantelzorg, met dien verstande dat:
    1. er sprake moet zijn van een mantelzorgindicatie;
    2. het ten behoeve van mantelzorg ingerichte vloeroppervlakte maximaal 70 m² bedraagt, met dien verstande dat maximaal 40% van het achtererf mag worden bebouwd;
    3. de voorziening stedenbouwkundig aanvaardbaar moet zijn;
    4. er moet sprake zijn van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;
    5. de ter plaatse aanwezige ecologische en cultuurhistorische waarden mogen niet worden geschaad;
    6. het gebruik voor zelfstandige bewoning stopt wanneer geen sprake meer is van de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande behoefte aan mantelzorg.
  3. leisurefuncties uitsluitend in de milieucategorieën 1 en 2 ter plaatse van de aanduiding “
    wro-zone afwijkingsgebied leisurefuncties toegestaan” en
    mits:
    1. er elders geen geschikte plek in het stedelijk gebied voorhanden is;
    2. de bedrijfsvoering van bedrijven in de omgeving niet onevenredig wordt belemmerd;
    3. de ontwikkeling stedenbouwkundig aanvaardbaar is;
    4. er sprake is van voldoende parkeerruimte op eigen terrein;
    5. horeca slechts ondergeschikt is toegestaan (max. 20% van het bvo).
 
11.6.2 Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.6.1 dient het onderstaande in acht te worden genomen:
  1. de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  2. er dienen voldoende parkeerplaatsen op het eigen terrein aanwezig te zijn;
  3. er geen zelfstandige vorm van detailhandel ontstaat, met dien verstande dat beperkte verkoop inherent aan de betreffende activiteit is toegestaan.