direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijventerrein
Plan: Bosgebied Heierkerkweg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0983.BPL2010009BOSHEIER-VA01

Artikel 3 Bedrijventerrein

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijfsactiviteiten met schone technologieën, zoals Onderzoek en ontwikkeling (R&D), Informatie en Communicatie Technologie (ICT), alsmede educatieve instellingen, commerciële diensten en bedrijven die voor hun bedrijfseconomisch functioneren afhankelijk zijn van de binding met in de omgeving gesitueerde agri-bedrijfsterreinen (bijvoorbeeld ZON Freshpark, Siberië en Californië) dan wel die gelieerd zijn aan de agrarische c.q. tuinbouwsector, voor zover deze behoren tot de categorieën 1, 2 en 3.1/3.2 van de van deze voorschriften deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van inrichtingen als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, alsmede met uitzondering van bedrijfsactiviteiten van inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
  • b. congresactiviteiten, alsmede horeca-activiteiten voor zover behorende tot categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten;
  • c. water;
  • d. groen;
  • e. verkeers- en verblijfsactiviteiten.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Ten behoeve van de in 3.1 genoemde doeleinden mogen, met inachtneming van de hierna genoemde bepalingen, de daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken en andere werken worden gerealiseerd.

3.2.2 Regels voor het bouwen van gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen op de in 3.1 omschreven gronden gelden de volgende bepalingen:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi' is het oprichten van gebouwen niet toegestaan indien daardoor de volgende maximale aantallen personen worden overschreden;

- Floriade: - dag: gebouw: 0 personen

terrein: 200 personen

totaal: 200 personen

- nacht: 0 personen

- Greenpark: - dag: totaal: 342 personen

- nacht: 0 personen.

  • b. de bruto vloeroppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (BVO)' en de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte'.
  • c. in verband met de brandveiligheid dient de afstand tot zijdelingse en achterste perceelsgrenzen, niet zijnde hoekpercelen gelegen aan de openbare weg, minimaal 5 m te bedragen, behoudens bij percelen met beperkte afmetingen in combinatie met gebouwen en bouwwerken tot een hoogte van maximaal 10 m. Onder voorwaarde dat de voorzijde van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde volledig bereikbaar is, gelden hiervoor de volgende afstanden:
    • 1. Bij percelen met een breedte en een diepte tot 50 m mag de afstand tot de achterste perceelsgrens worden verkleind tot 0 m of mag de afstand tot beide zijdelingse perceelsgrenzen worden verkleind tot minimaal 2.50 m;
    • 2. Bij percelen met een breedte tot 50 m en een diepte tussen 50 en 100 m mag de afstand tot de achterste perceelsgrens worden verkleind tot 0 m en mag de afstand tot één zijdelingse perceelsgrens worden verkleind tot 2.50 m;
    • 3. Bij percelen met een breedte tot 50 m en een diepte van meer dan 100 m mag de afstand tot de achterste perceelsgrens worden verkleind tot minimaal 2.50 m;
    • 4. Bij percelen met een breedte tussen 50 en 100 m en een diepte tot 50 m mag de afstand tot één zijdelingse en de achterste perceelsgrens worden verkleind tot 2.50 m. Als alternatief mag de afstand tot de achterste perceelsgrens tot 0 m worden verkleind onder voorwaarde dat de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen tenminste 5 m bedraagt;
    • 5. Bij percelen met een breedte en een diepte tussen 50 en 100 m mag de afstand tot één zijdelingse perceelsgrens worden verkleind tot 2.50 m of mag de afstand tot de achterste perceelsgrens worden verkleind tot 2.50 m;
  • d. dienstwoningen zijn niet toegestaan.
3.2.3 Regels voor het bouwen van andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken op de in 3.1 omschreven gronden gelden de volgende bepalingen:

  • a. er mogen alleen andere bouwwerken worden opgericht met een maximale hoogte van 2 meter, hierbij gelden de volgende uitzonderingen:
    • 1. kunstobjecten 8 meter;
    • 2. erfafscheidingen 3 meter;
    • 3. lichtmasten 6 meter;
    • 4. vlaggenmasten 8 meter;
    • 5. reclame-uitingen 10 meter.
3.2.4 Overige
  • a. bedrijfspercelen dienen door middel van bomenrijen of -groepen van elkaar te worden gescheiden. Voor deze compartimentering dient een oppervlakte van minimaal 5% van de perceelsoppervlakte te worden gereserveerd;
  • b. minimaal 7% van de perceelsoppervlakte dient te worden ingericht ten behoeve van de waterberging;
  • c. bedrijfspercelen dienen vanuit oogpunt van calamiteitenbestrijding vanuit twee onafhankelijke richtingen bereikbaar te zijn. Er dienen bovendien voldoende bluswatervoorzieningen te worden opgenomen conform de notitie 'bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid' van brandweer Venlo.

3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan:

  • a. de afmeting en situering van gebouwen en gebouwdelen;
  • b. de situering en het aantal parkeerplaatsen;
  • c. de situering en omvang van onderdelen van het waterhuishoudingssyteem;
  • d. ten behoeve van de stedenbouwkundige, verkeerskundige, waterhuishoudkundige en landschappelijke inpassing van de gebouwen en gebouwdelen, alsmede de inrichtingselementen, en met name met betrekking tot:
    • 1. het realiseren van een (semi-)openbare ruimte waarin de verkeersafwikkeling op een goede wijze kan plaatsvinden;
    • 2. het realiseren van een waterhuishoudingssysteem dat voldoet aan de voor het gebied opgestelde randvoorwaarden voor de technische uitvoering van dat systeem;
  • e. (technische) voorzieningen in het kader van de externe veiligheid;
  • f. de situering en/of oriëntatie van gebouwen en (nood)uitgangen in het kader van de externe veiligheid;
  • g. de uitvoering van gebouwen in het kader van de externe veiligheid.

3.4 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in:

  • a. 3.1. a. voor de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die niet voorkomen in de tot het plan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, voor zover die bedrijfsactiviteiten naar aard en omvang maximaal gelijk te stellen zijn aan de toegelaten bedrijfsactiviteiten en deze overigens voldoen aan het bepaalde in lid 2 en 3;
  • b. 3.2.2 a voor overschrijding van het maximale aantal personen mits daarbij door het bevoegd gezag een verantwoording van de toename van het groepsrisico plaatsvindt.
  • c. 3.2.2 c met betrekking tot het verhogen van de maximale bouwhoogte met ten hoogste 5 meter en voor niet meer dan 10% van het aangegeven bruto bedrijfsvloeroppervlak;
  • d. 3.2.3 b met betrekking tot het verhogen van de maximale bouwhoogte van lichtmasten tot ten hoogste 9 meter, indien dit noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering en hierdoor geen onevenredige hinder voor de omgeving ontstaat;
  • e. 3.2.4 c mits aangetoond is dat middels een gelijkwaardige voorziening de beheersbaarheid en bestrijdbaarheid van een eventuele calamiteit gewaarborgd is;

3.5 Specifieke gebruiksregels

Het is verboden gebouwen en gronden te gebruiken op een wijze dat de in 3.2.2 sub a genoemde aantallen personen worden overschreden.