direct naar inhoud van Artikel 6 Wonen
Plan: Vorstweg-Ebberstraat-Stapperstraat-Weverstraat te Velden
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0983.BPL2010003EBBERIV-VA01

Artikel 6 Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woondoeleinden;
  • b. aan huis verbonden beroepen;

met daarbij behorende:

  • 1. erven, tuinen;
  • 2. verhardingen;
  • 3. voorzieningen zoals een zwembad en/of tennisbaan.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 14.1.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Algemeen

Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. woningen;
  • b. de daarbij behorende bijgebouwen;
  • c. de daarbij behorende bouwwerken.
6.2.2 Woningen
  • a. woningen mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak';
  • b. per bouwvlak zijn maximaal twee woningen toegestaan;
  • c. de goothoogte van een woning mag maximaal 4,00 meter bedragen;
  • d. de bouwhoogte van een woning mag maximaal 8,50 meter bedragen;
  • e. woningen dienen te worden afgedekt met een kap met een dakhelling van minimaal 35° en maximaal 50°;
  • f. indien slechts één woning wordt opgericht binnen het bouwvlak dient de inhoud daarvan minimaal 1.200 m³ te bedragen en mag de inhoud maximaal 2.400 m³ te bedragen;
  • g. indien binnen het bouwvlak twee woningen worden opgericht dient de inhoud van elke woning minimaal 900 m³ te bedragen en mag de inhoud per woning niet meer bedragen dan 1.200 m³;
  • h. de bebouwingsdiepte van een woning mag maximaal 20,00 meter bedragen;
  • i. de twee woningen mogen zowel aaneengesloten als vrijstaand worden gesitueerd;
  • j. de voorgevel van elke woning dient te worden gesitueerd in de naar de weg gekeerde bouwgrens;
6.2.3 Bijgebouwen
  • a. bijgebouwen mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak';
  • b. de goothoogte van bijgebouwen mag maximaal 3,25 meter bedragen;
  • c. bijgebouwen dienen, in beginsel, te worden afgedekt met een kap met een dakhelling van minimaal 35° en maximaal 50°;
  • d. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en open overkappingen mag maximaal 100 m2 per bouwperceel bedragen.
6.2.4 Situering gebouwen
  • a. indien de bijgebouwen in het hoofdgebouw c.q. de hoofdgebouwen worden geïntegreerd mogen gebouwen tot in de gezamenlijke perceelgrens worden gebouwd;
  • b. niet in het hoofdgebouw geïntegreerde bijgebouwen en vrijstaande bijgebouwen mogen slechts tot in de gezamenlijke perceelsgrens worden gebouwd indien de hoofdgebouwen op minimaal 3,00 meter afstand van de gezamenlijke perceelsgrens zijn opgericht;
  • c. de voorgevel van niet in het hoofdgebouw geïntegreerde bijgebouwen en vrijstaande bijgebouwen dient minimaal 1,00 meter achter de voorgevel van de woning te worden geplaatst.
6.2.5 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
  • a. buiten de aanduidingen 'bouwvlak' mogen geen gebouwen worden gebouwd;
  • b. op gronden achter de naar de weg gekeerde bouwgrens mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde maximaal 2,00 meter bedragen;
  • c. op gronden voor de naar de weg gekeerde bouwgrens mogen slechts erfafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 1,00 meter worden opgericht;
6.3 Afwijken van de bouwregels
6.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van bouwen buiten het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.2 onder a of het bepaalde in artikel 6.2.3 onder a, voor het gedeeltelijk buiten het bouwvlak bouwen van gebouwen, met dien verstande dat:

  • a. het bouwvlak uitsluitend aan de achterzijde mag worden overschreden;
  • b. de bouwgrens maximaal 5,00 meter mag worden overschreden;
  • c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    • 1. het straat- en bebouwingbeeld;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de milieusituatie;
    • 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
6.4 Nadere eisen
6.4.1 Onderwerpen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:

  • a. de situering, oppervlakte, en hoogte van bebouwing;
  • b. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen;
  • c. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met nieuwe bebouwing.
6.4.2 Toepassingscriteria

De in artikel 6.4.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van:

  • a. een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing;
  • b. het voorkomen van een onevenredige aantasting van omliggende waarden.
6.5 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het gebruik ten behoeve van een seksinrichting;
  • b. het gebruik van gronden als start- en landingsbaan voor spuitvliegtuigjes;
  • c. het gebruik van gronden voor het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen;
  • d. de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf.
6.6 Afwijken van de gebruiksregels
6.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.5 onder d ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat:

  • a. een aan huis verbonden bedrijf mag worden uitgeoefend in de woning of in de bijbehorende bijgebouwen;
  • b. het bedrijf ondergeschikt blijft aan de woonfunctie;
  • c. het vloeroppervlak van de woning of het bijgebouw dat wordt gebruikt voor de uitoefening van het bedrijf maximaal 50 m² mag bedragen;
  • d. geen onevenredige verkeers- en/of parkeeroverlast voor de omgeving mag ontstaan;
  • e. geen vergunning wordt verleend voor bedrijven die vergunnings- of meldingsplichtig zijn in gevolge de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving ;
  • f. detailhandel niet is toegestaan, met uitzondering van aan de activiteit inherente en ondergeschikte detailhandel;
  • g. geen reclameuitingen aan de buitenkant van de woning zichtbaar mogen zijn.