direct naar inhoud van Artikel 4 Agrarisch met waarden - 1
Plan: Vorstweg-Ebberstraat-Stapperstraat-Weverstraat te Velden
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0983.BPL2010003EBBERIV-VA01

Artikel 4 Agrarisch met waarden - 1

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een duurzame agrarische bedrijfsvoering;
  • b. instandhouding, herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige waarden ten aanzien van natuur, landschap, cultuurhistorie waterhuishoudkundige voorzieningen, water en watergangen;

met daaraan ondergeschikt:

  • 1. extensief recreatief medegebruik;
  • 2. wegen, verharde en onverharde paden.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel l 14.1.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen

Op de voor 'Agrarisch met waarden - 1' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd;

4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Op de voor 'Agrarisch met waarden - 1' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. bouwwerken, geen gebouw zijnde die noodzakelijk zijn vanuit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering of uit een oogpunt van beheer en onderhoud overeenkomstig de in artikel 4.1 omschreven doeleinden, met uitzondering van sleufsilo's, mestsilo's, waterbassins en foliemestbassins;
  • b. eenvoudige recreatief ondersteunende voorzieningen;
4.2.3 Overige regels
  • a. bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 2,50 meter bedragen.
4.3 Nadere eisen
4.3.1 Onderwerpen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:

  • a. de situering, oppervlakte, en hoogte van bebouwing;
  • b. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen;
  • c. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met nieuwe bebouwing.
4.3.2 Toepassingscriteria

De in artikel 4.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van:

  • a. een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing;
  • b. het voorkomen van een onevenredige aantasting van omliggende waarden.
4.4 Afwijken van de bouwregels
4.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van agrarische hulpgebouwen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels ten behoeve van agrarische hulpgebouwen, met dien verstande dat:

  • a. de agrarische hulpgebouwen vanuit een oogpunt van doelmatig agrarische bedrijfsvoering noodzakelijk zijn;
  • b. de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of waterhuishoudkundige waarden niet onevenredig worden aangetast;
  • c. de oppervlakte maximaal 50 m² mag bedragen;
  • d. de goothoogte maximaal 2,50 meter mag bedragen;
  • e. de bouwhoogte maximaal 3,50 meter mag bedragen.
4.5 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het gebruik van gronden als start- en landingsbaan voor spuitvliegtuigjes;
  • b. het gebruik van gronden voor het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen.
4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.6.1 Vergunningplicht

Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch met waarden - 1' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren :

  • a. onderbemalen, dammen, stuwen;
  • b. het dempen van sloten en poelen;
  • c. het planten van bomen;
  • d. het omzetten van grasland naar boomteelt.
4.6.2 Uitzonderingen

Het in artikel 4.6.1 bepaalde geldt niet voor werken en werkzaamheden:

  • a. die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen;
  • b. die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn.
4.6.3 Toetsingscriteria

De in artikel 4.6.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien de werken of werkzaamheden (en de direct of indirect daarvan te verwachten gevolgen):

  • a. verband houden met de doeleinden die aan de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1' zijn toegekend;
  • b. de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, bosbouwkundige en/of landbouwkundige waarden en kwaliteiten van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind;
  • c. de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en -kwantiteit niet onevenredig wordt aangetast.