direct naar inhoud van Artikel 4 Groen
Plan: Trade Port Noord
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0983.BPL20100001TPN-VA01

Artikel 4 Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen en plantsoenen;
  • b. fiets- en wandelpaden en paden ten behoeve van recreatief medegebruik, onderhoudspaden en calamiteitenontsluitingen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'gemaal': een rioolgemaal;
  • d. agrarische functies, gericht op plantaardige productie, boomkwekerijen, tuinderijen, boomgaarden, wijngaarden waarbij een minimale afstand van 50 m dient te worden aangehouden tot de gronden ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 1' en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 2' binnen de bestemming Bedrijventerrein;
  • e. realisering en instandhouding van voorzieningen met ecologische functies, waaronder vleermuiskasten en nestkasten;
  • f. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. voorzieningen van algemeen nut;
  • h. behoud, herstel en ontwikkeling van natuurlijke en ecologische waarden;
  • i. ontwikkeling en instandhouding van de grondwallen, mede overeenkomstig het bepaalde in artikel 23.1;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - 1': tevens voor de ontwikkeling en instandhouding van de dassenroute;

met daaraan ondergeschikt:

  • k. kunstwerken, mede ten behoeve van de Greenportlane;
  • l. straatmeubilair;
  • m. noodzakelijke wegverbindingen in verband met het voorkomen en bestrijden van calamiteiten en de daarbij behorende voorzieningen.

4.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

4.2.1 Gebouwen en overkappingen
  • a. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van:
    • 1. voorzieningen van algemeen nut;
    • 2. waterzuiveringsinstallaties ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4';
    • 3. het rioolgemaal ter plaatse van de aanduiding 'gemaal';
    • 4. ecologische voorzieningen, zoals bedoeld in lid 4.1 onder e;
    • 5. kunstwerken ten behoeve van de Greenportlane;
  • b. ten aanzien van de maatvoering van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
  max. bouwhoogte   max. oppervlak  
voorzieningen van algemeen nut   3 m   15 m² per voorziening  
voorzieningen ten behoeve van waterzuivering   8 m   500 m² per voorziening  
gemaal   6 m    
ecologische voorzieningen   5 m   100 m² per voorziening  
kunstwerken ten behoeve van de Greenportlane   10 m    

4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
  • a. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 9 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.

4.3 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kunnen in afwijking van lid 4.1 transportverbindingen worden toegestaan ten behoeve van de bestemming Bedrijventerrein. In afwijking van de bouwregels als bedoeld in lid 4.2 kunnen hiertoe luchtbruggen worden opgericht. Bij toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende voorwaarden:

  • a. transportverbindingen worden niet aangewend ten behoeve van verkeersfuncties;
  • b. de vrije onderdoorgang van een transportverbinding bedraagt ten minste 5 m;
  • c. de transportverbinding is vanuit het oogpunt van duurzame bedrijfsvoering noodzakelijk;
  • d. de transportverbinding doet geen onevenredige afbreuk aan de functies als bedoeld in lid 4.1.

4.4 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - 1' zijn de onder 4.1 benoemde gebruiken uitsluitend toegestaan voor zover deze de ontwikkeling, instandhouding en het goed functioneren van de dassenroute niet belemmeren;
  • b. de breedte van fiets- en onderhoudspaden bedraagt ten hoogste 4 m.

4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden om binnen een afstand van 1 m vanaf de insteek van de watergangen,

vijvers en andere wateren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het dempen van watergangen, vijvers en andere wateren;
  • b. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties.

4.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod

Het verbod van lid 4.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

4.5.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien

daardoor de belangen van de waterbeheerder niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.