direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Trade Port Noord herziening klaver 3
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Dit bestemmingsplan voorziet in de optimalisatie van de dassencorridor die door het bedrijventerrein Trade Port Noord loopt. Om de corridor te optimaliseren is het noodzakelijk een klein gedeelte van het bestemmingsplan Trade Port Noord, het bestemmingsplan dat geldt voor het bedrijventerrein Trade Port Noord, te herzien. Het betreft delen van Klaver 3. De herziening van het plan leidt tot een vergroting van de groene verbindingszone aan de oostzijde van Klaver 3. Uit het recent opgestelde dasseninrichtingsplan is namelijk gebleken dat verbreding van de zone nodig is om een adequate ecologische verbindingszone tot stand te brengen. Omdat deze verbreding er tevens toe leidt dat klaverblad 3a (uit te geven bedrijventerrein) minder courant wordt, voorziet deze herziening van het bestemmingsplan, tevens in een aangepaste begrenzing van dit klaverblad.

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied betreft delen van de locatie van Klaver 3 (klaverbladen a en b) in het noorden van het bedrijventerrein Trade Port Noord (TPN).

afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0001.png"

Figuur 1.1 De klaverbladen van Trade Port Noord. Klaverbladen 3a en 3b zijn binnen de rode cirkel gelegen (bron: ROGEO).

1.3 Vigerend regime

Op het plangebied is het bestemmingsplan Trade Port Noord van toepassing. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Venlo vastgesteld op 31 oktober 2012. Aan de oostzijde van klaver 3 is recent het nieuwe bestemmingsplan Trade Port Noord - klaver 1 west vastgesteld. In figuur 1.2 is een uitsnede opgenomen van de vigerende plannen rondom de planlocaties van deze herziening.

afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0002.png"

Figuur 1.2. Vigerende plannen op en rondom het plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl). De rode cirkels geven de locaties van deze herziening van Klaver 3 weer.

1.4 Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd:

  • hoofdstuk 2 beschrijft de inhoud van het plan: wat zijn de wijzigingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan Trade Port Noord en met welk doel worden deze wijzigingen doorgevoerd;
  • hoofdstuk 3 toetst of beleidswijzigingen tot nieuwe inzichten moeten leiden;
  • hoofdstuk 4 toetst de wijzigingen op milieuvlak;
  • hoofdstuk 5 bevat een korte toelichting op het juridisch geldende deel van dit plan (regels en verbeelding);
  • hoofdstuk 6 bevat een beschrijving van de uitvoerbaarheid (financieel en maatschappelijk) van het plan;
  • hoofdstuk 7 tot slot beschrijft de uitkomsten van het overleg met provincie, waterschap en andere relevante overlegpartners.

Hoofdstuk 2 Doel en beschrijving van het plan

2.1 Bestaande situatie

Het bedrijventerrein Trade Port Noord is volop in ontwikkeling. Momenteel wordt klaver 1 bouwrijp gemaakt en wordt er gebouwd op klaver 1 oost en klaver 1 west. Het gebied van Klaver 2 is grotendeels al uitgegeven en bebouwd en op klaverblad 6b zijn de werkzaamheden ook bijna afgerond. Tegelijkertijd met de werkzaamheden op de uitgegeven gronden, wordt ook gewerkt aan de groenstructuur en de manchetten. Het beloop van de Gekkengraaf op klaverblad 3a is inmiddels gewijzigd. De Greenportlane, de weg die alle Klavers ontsluit, is in 2013 gerealiseerd. In figuur 1.1. zijn de verschillende klavers met bijbehorende nummers weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0003.png"

Figuur 2.1. Stand van zaken ontwikkelingen juli 2015 (indicatief).

De bewerkte luchtfoto in figuur 2.1 laat in grote lijnen de huidige stand van zaken zien. Het beloop van de Gekkengraaf is op klaverblad 3a inmiddels verlegd. Klaverblad 3b wordt nu nog door de Gekkengraaf gekruist, maar zal ook hier in de toekomst worden verlegd. krijgen. Voor een verdere toelichting op de beoogde ontwikkelingen van Trade Port Noord, wordt verwezen naar de toelichting van het in 2012 vastgestelde bestemmingsplan Trade Port Noord. Deze is te raadplegen via de volgende link: klik hier.

2.2 Toekomstige situatie

Klaver 3 maakt - als onderdeel van TPN - deel uit van het werklandschap Klavertje 4. Dit werklandschap bestaat uit Agribusiness, Fresh Food & Flowers, (vers) logistiek, bijpassende industriedienstverlening en onderzoeks- en onderwijsinstellingen. Maar uit de naam 'werklandschap' vloeit ook voort dat het niet alleen om 'rode' functies gaat. Tegelijkertijd met de ontwikkeling van bedrijventerrein, glastuinbouw, etc, wordt ook gewerkt aan een robuuste groenstructuur bestaande uit groene buffers rondom het Klavertje 4 gebied, landschappelijke inpassing en ecologische verbindingszones.

Zoals in de inleiding kenbaar is gemaakt, is deze herziening gericht op de optimalisatie van de dassencorridor. Deze optimalisatie bestaat uit verbreding van de groene verbindingszone die tussen Klaver 1 en Klaver 3 is gelegen. Verbreding is nodig om een adequate ecologische verbindingszone te kunnen realiseren ten behoeve van (met name) de das. Dit volgt uit het dasseninrichtingsplan dat ter uitwerking van de maatregelen en voorschriften op basis van de Ffw-ontheffing (ontheffing op basis van de Flora- en faunawet) is opgesteld. Dit plan is in bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen.

Ten behoeve van de verbreding van de verbindingszone worden de uit te geven bedrijfsgronden van klaverbladen 3a en 3b en de verkeersbestemmingen meer westwaarts gesitueerd. In samenhang daarmee wordt het klaverhart van klaver 3 anders ingevuld. In figuur 2.2 is de verdeling van de gebruiksruimte in de nieuwe situatie weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0004.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0005.png"  

Figuur 2.2. Ruimtegebruikskaart (bron: TPN Venlo)

In het voorliggend bestemmingsplan zijn enkel de gronden die van bestemming veranderen opgenomen. Deze veranderingen leiden ertoe dat het oppervlak groen fors (circa 11.500 m²) toeneemt.

Gelijk met de westwaartse verplaatsing van de bestemming Bedrijventerrein, schuift ook de beoogde hoogteregeling aan de binnenzijde van het klaverblad op. De bouwhoogte in Klaver 3 langs de openbaar toegankelijke wegen blijft daarbij maximaal 15 meter bedragen en de bouwhoogte in het overige deel van het gebied maximaal 25 m. Deze afmetingen komen overeen met de bouwhoogten die op grond van het bestemmingsplan Trade Port Noord waren toegestaan.

Ten behoeve van de dassenroute is overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan een specifieke aanduiding opgenomen ter bescherming van de te realiseren ecologische verbindingszone ter plaatse.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Inleiding en toetsing

Voor de toetsing van dit bestemmingsplan is van belang dat het bestemmingsplan Trade Port Noord recentelijk is vastgesteld (29 oktober 2012). In dat kader is in 2012 de realisatie van het bedrijventerrein reeds aan de relevante beleidskaders getoetst. Gelet hierop wordt nu bezien of de beperkte aanpassing van Klaver 3 binnen deze kaders past en of zich sinds de vaststelling van Trade Port Noord beleidswijzigingen hebben voorgedaan die tot een nadere afweging moeten leiden. In verband met de leesbaarheid zijn de andere relevante beleidsdocumenten in dit hoofdstuk geciteerd.

3.2 Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028):

  • 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;
  • 2. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;
  • 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is Venlo en omgeving aangewezen als stedelijke regio met een concentratie van topsectoren: Logistiek, Tuinbouw en uitgangsmaterialen en Agro&food. Er moet worden gestreefd naar ruimtelijke clustering van activiteiten en de (internationale) bereikbaarheid is van groot belang.

Vanwege de behoefte aan zeer omvangrijke kavels, kunnen grootschalige logistieke bedrijven zich niet op een andere locatie vestigen. Door middel van de aanpassing van Klaver 3 kunnen de bedrijfsgronden doelmatig worden ingericht waarbij de ecologische waarden en de maatregelen geborgd blijven. Op die wijze wordt aan de doelstelling van de structuurvisie voldaan.

Bro, actuele regionale behoefte

Aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is op 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Dit artikel bepaalt dat in een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, toetsing aan de ladder plaats dient te vinden (regionale behoefte, mogelijkheid realisatie in bestaand stedelijk gebied, multimodale ontsluitingsmogelijkheden). Dit bestemmingsplan leidt tot een geringe verschuiving én een afname van het aantal vierkante meters bedrijventerrein en verkeer ten faveure van de migratieroute voor de das. Gelet op voorgaande is toetsing aan de ladder duurzame verstedelijking niet aan de orde.

3.3 Provinciaal beleid

POL-aanvulling gebiedsontwikkeling Klavertje 4 (2009)

In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) maakt Klaver 3 deel uit van het aangewezen werklandschap. In dit landschap wordt ingezet op modules (klavers) voor glastuinbouw, intensieve veehouderij, logistieke bedrijven en energievoorziening die ingebed worden in een robuust groen

raamwerk met groen-, water- en recreatieve structuren. De combinatie van werklandschap en ecologische verbinding blijft in het bestemmingsplan gehandhaafd. De bedrijfsbestemming wordt namelijk niet alleen omzoomd door manchetten, maar daarnaast wordt ook gezorgd voor de aanleg van de ecologische verbindingszone ten behoeve van de das.

Gebiedsvisie Klavertje 4 (2006)

In januari 2006 hebben de gemeenten Horst aan de Maas en Venlo, de voormalige gemeenten Maasbree en Sevenum en de provincie Limburg met een intentieverklaring ingestemd met de uitwerking van de Gebiedsvisie Klavertje 4. Trade Port Noord - en daarmee ook het plangebied - vormt een belangrijk onderdeel van deze gebiedsvisie Klavertje 4. Met de realisatie en de kwalitatieve invulling van het bedrijventerrein wordt aangesloten bij de uitgangspunten zoals genoemd in de gebiedsvisie.

afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0006.png"

Figuur 3.1. Masterplan Klavertje 4/Greenport Venlo - Indicatief toekomstbeeld 2015-2020

Masterplan & Strategisch Businessplan Klavertje 4/Greenport Venlo (2009)

In navolging van de gebiedsvisie hebben de gemeenten en de provincie gezamenlijk een masterplan en strategisch businessplan opgesteld. Het masterplan beschrijft en verbeeldt de ontwikkelingsrichting van het Klavertje 4-gebied. Het schetst het perspectief voor de ruimtelijk-economische structuurversterking en vertaalt dit in (kwalitatieve en ruimtelijke) ontwerpeisen voor het gebied. In het masterplan en Strategisch Businessplan hebben de toenmalige gemeenten Horst aan de Maas, Maasbree, Sevenum en Venlo en de provincie Limburg afgesproken tot oprichting van een gemeenschappelijke NV om de regie op de ontwikkeling vorm te geven.

POL2014 / omgevingsverordening 2014

Op 12 december 2014 zijn door Provinciale Staten van Limburg het POL2014 en de omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld.

Greenport Venlo/Klavertje 4-Gebied is door de provincie als één van de belangrijke uitdagingen en opgaven aangewezen, waarvoor de basis is gelegd in de POL-aanvulling Gebiedsontwikkeling Klavertje 4 (2009). In de POL 2014 en de omgevingsverordening 2014 is de doelstelling voor het Klavertje 4-gebied ongewijzigd: een onderscheidend Werklandschap en Kennislandschap. Aan de in de verordening opgenomen zoneringen voor o.a. bedrijventerrein zijn geen directe rechtsgevolgen gekoppeld. Van belang is dat de ontwikkeling de ladder voor duurzame verstedelijking doorloopt. Zoals eerder gesteld, is dit gelet op de beperkte aanpassingen waarbij geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, niet noodzakelijk.

Centrale ambitie

De centrale ambitie komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. In het POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering.

Kwaliteit

Kwaliteit staat centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen.

Dynamisch voorraadbeheer

Limburg beschikt over voldoende bedrijventerreinen. Groei is nog mogelijk voor de logistieke sector en wellicht ook in de biobased economy, chemie en automotive. De kwalitatieve opgave is des te belangrijker. De centrale opgave is dan ook: een groei in kwaliteit zonder dat de kwantiteit toeneemt, daarbij meer schaarste creërend, met ruimte voor maatwerk. Kortom: het nieuwe groeien.

De sleutel ligt in dynamisch voorraadbeheer. Er zullen per regio visies worden gemaakt waarin gezamenlijke ambities, principes en werkwijzen zijn uitgewerkt. Voor sommige thema's gaat het ook om gezamenlijke programmering. Die vormen de basis voor bestuursovereenkomsten tussen regiogemeenten en provincie. De provincie borgt de uitvoering van die afspraken met voorzorgbepalingen in de Omgevingsverordening. De visies richten zich op het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande voorraad, de mogelijke aanpak van overmatige leegstand en het schrappen van plannen die niet goed passen bij de beoogde kwaliteit. Er is onder voorwaarden ruimte voor het toevoegen van goede nieuwe voorraad, maar dan wel in combinatie met het schrappen van bestaande voorraad. Dit moet in de visies vorm en inhoud krijgen. De precieze aanpak kan per onderwerp en regio uiteenlopen.

Uitnodigen

Naast dynamisch voorraadbeheer staat 'uitnodigen' centraal. Dat gaat meer over de manier waarop we samen met onze partners dat voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat willen realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen.

Ambities en uitdagingen noord-Limburg: Klavertje 4 als centrum van de Greenport

De sterk aanwezige agribusiness sector in deze regio bestaat uit de brede keten van primaire productie (vollegronds, glastuinbouw en intensieve veehouderij) met veredeling en bewerking van landbouwproducten in combinatie met de veiling van Grubbenvorst (en de nabijgelegen veiling van Herungen). Dit heeft geleid tot aanwijzing van het gebied als Greenport. Alhoewel de diverse landbouwfuncties in een brede strook binnen het gebied voorkomen is er een concentratie van deze functies binnen het klavertje 4 gebied. Naast de landbouwfuncties kent het gebied ook een brede bedrijvigheid op het gebied van logistiek en biedt het eveneens mogelijkheden voor de maakindustrie.

Uiteindelijk zal het Klavertje 4 gebied zich onderscheiden in een Werklandschap en een Kennislandschap.

Voorliggend bestemmingsplan is een beperkte aanpassing van de bestemmingsgrenzen. Het plan blijft passen binnen de ambities van de provincie om het gebied uit te bouwen tot centrum van de Greenport.

Limburgs kwaliteitsmenu (2012)

Trade Port Noord, en daarmee Klaver 3, ligt binnen de grens Stedelijke dynamiek van het POL 2006, actualisatie 2012. Daardoor is het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) niet van toepassing (zie par. 5.2 van het LKM). Niettemin wordt grote waarde gehecht aan een goede landschappelijke inpassing en de realisatie van een kwalitatief hoogwaardig bedrijventerrein met voldoende groen. In voorliggend bestemmingsplan blijft de verbindingsroute voor de das planologisch geborgd.

3.4 Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Klavertje 4-gebied (2012)

De samenwerkende gemeenten en de provincie hebben gezamenlijk de structuurvisie Klavertje-4-gebied vastgesteld. De gemeente Venlo heeft dit op 27 juni 2012 gedaan. De aanpassing in het voorliggend bestemmingsplan is beperkt van aard en past in de visie.

afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0007.png"

Figuur 3.2. Uitsnede Structuurvisie Klavertje-4-gebied - deel Venlo

Hoofdstuk 4 Onderzoek

4.1 Inleiding

Vigerend bestemmingsplan met besluitMER TPN

Zoals eerder beschreven vigeert voor geheel TPN het bestemmingsplan Trade Port Noord, dat in oktober 2012 is vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn op basis van het destijds opgestelde besluitMER-rapport de conclusies uit het milieuonderzoek weergegeven, waarbij eveneens aandacht is besteed aan het relevante toetsingskader.

Over dit hoofdstuk

De milieuparagrafen in dit hoofdstuk bevatten de conclusies uit de aanvulling op het besluitMER en zijn waar nodig aangevuld en/of geactualiseerd met specifieke informatie ten aanzien van het initiatief in het plangebied. Daarnaast wordt het volgende vermeld:

  • in dit bestemmingsplan 'Trade Port Noord herziening klaver 3' worden dezelfde omgevingsaspecten behandeld (en in dezelfde volgorde) als in het vigerende bestemmingsplan Trade Port Noord;
  • om herhaling van informatie te voorkomen is in de onderstaande milieuparagrafen alleen specifiek aandacht besteed aan het toetsingskader indien dit is gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan Trade Port Noord, of indien dit noodzakelijk is voor de leesbaarheid van de paragraaf.

4.2 Bodem

In 2011 is in het kader van het besluitMER voor het bestemmingsplan voor Trade Port Noord een vooronderzoek gedaan naar de bodemkwaliteit in het gehele plangebied van Trade Port Noord.1 Daaruit is naar voren gekomen dat in het gebied een aantal lokale verontreinigingen voorkomt. Deze zijn bijvoorbeeld gerelateerd aan het gebruik van (asbesthoudend) verhardingsmateriaal, slib in watergangen en puntverontreinigingen, bijvoorbeeld bij (voormalige) boerderijen. Voor enkele locaties concludeert het vooronderzoek dat nader bodemonderzoek noodzakelijk is.

Uit het rapport blijkt dat binnen het plangebied van deze herziening geen locaties zijn gelegen waarvoor nader bodemonderzoek wordt geadviseerd. In de afgelopen periode hebben geen activiteiten of ontwikkelingen plaatsgevonden die tot een andere uitkomst behoren te leiden. De conclusie is dan ook dat er geen sprake is van bodemverontreinigingen die de planontwikkeling in de weg staan.

4.3 Water

Met de beoogde ontwikkeling wordt voldaan aan de eisen die gesteld worden aan de waterkwaliteit en waterberging. De doelstelling voor het bedrijventerrein TPN om al het water in de bodem te infiltreren en de waterkringlopen te sluiten, is ook voor dit voornemen van toepassing. Afstromend hemelwater wordt opgevangen en via de infiltratievijvers geïnfiltreerd.

De principes van het waterstructuurplan blijven van toepassing. Dit is conform het geldende bestemmingsplan. Aan de te vestigen bedrijven zal de verplichting worden opgelegd 6 mm hemelwater van het verhard terrein te bufferen op eigen terrein. Dakwater kan vervolgens rechtstreeks verzameld worden met water van het verhard oppervlakte. Ten aanzien van de laad- en loskuilen moet worden aangegeven hoe wordt omgegaan met oliefilters en dergelijken. Hemelwater wordt na aanbod geïnfiltreerd in het openbaar gebied, en in geval van een extreme regenbui, ook afgevoerd worden in de richting van de (verlegde) Gekkengraaf. Het voornemen wordt met de waterbeheerder besproken en afgestemd. Er zijn verder geen ingrepen in het oppervlaktewatersysteem voorzien. Deze herziening leidt vooral tot een afname van potentiële verharding, nu de bestemming Groen ten koste van de bestemmingen Verkeer en Bedrijventerrein fors toeneemt (circa 11.500 m²). Het aspect waterhuishouding staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.4 Ecologie

Natura 2000

Effecten op Natura 2000 zijn in 2012 onderzocht voor het bedrijventerrein, gerelateerde verkeerseffecten en de aanleg. Ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan vindt er geen uitbreiding van het bedrijventerrein plaats. Ook zal de bestaande regeling overgenomen worden uit het bestemmingsplan Trade Port Noord waarin staat dat zich geen bedrijven mogen vestigen die stikstof uitstoten. Hierdoor kan worden uitgesloten dat dit bestemmingsplan leidt tot significante effecten op de omliggende Natura 2000-gebieden door een toename van stikstofdepositie als gevolg van emissies door bedrijven.

Effecten aanlegfase

Tijdens de aanlegfase is sprake van extra uitstoot van stikstof door materieel voor het bouwen en/of slopen (bouwkranen, graafmachines, zandtransport e.d.) en door verkeersbewegingen voor aan- en afvoer van materiaal. Het effect hiervan is echter tijdelijk en vooral geconcentreerd rond het plangebied. Gestreefd wordt naar de inzet van lokale aannemers en gebruik van grondstoffen en bouwmaterialen die lokaal aanwezig zijn. Er wordt daarom geen negatief effect verwacht op Natura 2000-gebieden.

Conclusie

Op basis van voorgaande kan worden geconcludeerd dat de natuurbeschermingswetgeving de uitvoering van de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat.

Nationaal natuurnetwerk

Het Nationaal Natuurnetwerk werd vroeger Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Provinciale ontwikkelingszone groen (POG) genoemd. Realisatie van de voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op het Nationaal Natuurnetwerk. Het plangebied is geen onderdeel van het Nationaal Natuurnetwerk, de afstand tot aan de nabijgelegen onderdelen ervan is dermate dat er geen sprake is van externe werking. Ook tijdens de aanlegfase is geen sprake van negatief effect op het Nationaal Natuurnetwerk, niet in ruimtebeslag en niet in externe werking (geluidhinder).

Flora en fauna

Het doel van deze planherziening is om de dassenroute die tussen Klaver 1 en 3 wordt aangelegd (zie figuur 4.1) te optimaliseren. Hiertoe wordt de ecologische verbindingszone tussen Klaver 1 en 3 verbreed.

 afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0008.png"Figuur 4.1. Informatie dassenroute (bron: dasseninrichtingsplan Econsultancy)

Ten behoeve van de uitvoering van (o.a.) het vigerende bestemmingsplan Trade Port Noord zijn verschillende ontheffingen aangevraagd en verleend in het kader van de Flora- en Faunawet. Deze ontheffingen zien mede op het leef-, migreer- en foerageergebied van de das. In de ontheffing zijn de volgende voorwaarden opgenomen voor de instandhouding van de das:

  • verbindingen garanderen van de das tussen Zaarderheiken (Wite Berg) en Reulsberg, alsmede verbindingen realiseren vanuit Zaarderheiken naar het noorden richting Houthuizerheide/Grubbevorst;
  • garanderen van het functioneel leefgebied door realisatie van 30 ha leefgebied binnen TPN;
  • netwerkstructuur realiseren als alternatieve migratieroute doordat de te realiseren railterminal een knelpunt zal vormen voor de das;
  • na ingrepen op de juiste plaats voldoende inrichtings- en onderhoudsmaatregelen treffen voor de das om de functionaliteit zo snel mogelijk en zo veel mogelijk te herstellen.

Ter uitwerking van het pakket aan maatregelen en voorschriften dat aan de ontheffing voor de das ten grondslag ligt, is een dasseninrichtingsplan opgesteld. Dit dasseninrichtingsplan is te vinden in bijlage 1 bij deze toelichting.

Om aan de ontheffing te voldoen, vinden onder andere meerjarige onderzoeken plaats naar de das. Uit deze onderzoeken blijkt dat Trade Port Noord de functie van migratiegebied vormt tussen de dassenburchten die aan de oost- en westzijde en noord- en zuidzijde van het gebied zijn gelegen. De migratieroute bevinden zich voornamelijk langs de watergangen Noordersloot, gekkengraaf en de bovenloop van de Mierbeek. Trade Port Noord wordt echter niet als vaste gebruiksfunctie door de das gebruikt, maar wel incidenteel om de foerageren en te migreren. De conclusie van het dasseninrichtingsplan is dat het uitvoeren van mitigerende maatregelen in de vorm van een inrichtingsplan negatieve effecten op de gebruikswaarde van Trade Port Noord voor de das kunnen ondervangen.

Voor het gehele bedrijventerrein Trade Port Noord is naar aanleiding van dit plan een voorlopig inrichtingsplan opgesteld, zie figuur 4.2.

afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0009.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0010.png"  

Figuur 4.2 Voorlopig dasseninrichtingsplan met fasering (bron: TPN Venlo)

Uit het dasseninrichtingsplan wordt duidelijk dat een optimalisatie van de voorgestelde maatregelen nodig is om een adequate migratieroute tussen Klaver 1 en 3 tot stand te brengen. Deze optimalisatie houdt onder meer een verbreding van de route in tussen Klaver 1 en 3. Het gaat verder om maatregelen als beperking van verlichting binnen de zone, het gebruik van bepaalde typen beplantingselementen (voedselrijk grasland, doornstruiken, hoogstamfruitbomen, etc) en het beheer van de zone (bijvoorbeeld begrazing door schapen).

Alhoewel in de vigerende bestemmingsplannen al rekening is gehouden met een corridor voor de das, is deze corridor nog niet van voldoende omvang. De vergroting van het oppervlak van de migratieroute tussen Klaver 1 en 3 wordt via deze planherziening planologisch geborgd. Hiertoe wordt een deel van de bestemming Verkeer en Bedrijventerrein binnen Klaver 3 gewijzigd in Groen met de nadere aanduiding 'specifieke vorm van natuur – 1'. Per saldo neemt de hoeveelheid 'groen' toe met circa 11.000 m2.

 

De projectorganisatie TPN stelt ieder jaar een monitorings- en evaluatierapport op en geeft hierbij aan hoe hier is gehandeld in het kader van de Flora- en faunawet. Wijzigingen van de plannen worden steeds doorgegeven aan de verantwoordelijke rijksdienst (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Het dasseninrichtingsplan is besproken met en inmiddels ter goedkeuring aan de Rijksdienst toegestuurd.

4.5 Cultuurhistorie en archeologie

De wijziging ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan is beperkt. De cultuurhistorische waarden van Trade Port Noord (langs de Sevenumse- en Grubbenvorsterweg) blijven dus ook na realisatie van dit bestemmingsplan als zodanig intact. De waardevolle lintstructuur met lintbebouwing, laanbeplanting worden niet aangetast. Het aspect cultuurhistorie staat de uitvoering van het initiatief dan ook niet in de weg.

Op de geactualiseerde archeologische beleidskaart van de gemeente is het gebied geheel wit, dat wil zeggen dat er geen archeologische verwachtingswaarde meer geldt. Een groot deel van TPN is in het kader van de ontwikkeling tot bedrijventerrein namelijk archeologisch onderzocht en op basis van die onderzoeken grotendeels vrijgegeven. In het vigerende bestemmingsplan Trade Port Noord is op basis van diverse onderzoeken beschreven dat de ontwikkeling van TPN niet zal leiden tot een relevante aantasting van archeologische waarden. Het aspect archeologie staat de uitvoering van de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.6 Externe veiligheid

Ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan Trade Port Noord vindt er een beperkte wijziging plaats van de bestemmingsgrenzen. Er vindt geen uitbreiding plaats van het bedrijventerrein waardoor er geen wijziging optreedt met betrekking tot het aantal personen. In het vigerende (en recente) bestemmingsplan Trade Port Noord heeft een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico plaatsgevonden. Het nieuwe plan zorgt niet voor een relevant andere veiligheidssituatie die een andere dimensie aan de reeds opgestelde verantwoording groepsrisico toevoegt. Voor een volledige toetsing kan het vigerend bestemmingsplan geraadpleegd worden. Voor de volledigheid wordt in gegaan op de Rotterdam – Rijn Pijpleiding die relevant is voor het plangebied zelf.

Aan de zuidzijde van het plangebied is de Rotterdam – Rijn Pijpleiding (olieleiding) gelegen. Binnen de PR 10-6/jaar-contouren van deze leidingen (36 en 44 m) worden geen kwetsbare objecten gerealiseerd. De leidingen hebben (ook in de toekomstige situatie) geen groepsrisico. De veiligheidszone van deze olieleiding is opgenomen in het bestemmingsplan (zuidzijde groenzone), waarbij de afmeting van de zone is afgestemd op de meest actuele cijfers, zoals deze naar voren zijn gekomen bij de herziening van Klaver 1. Geconcludeerd wordt dat de effecten op het gebied van externe veiligheid zeer beperkt zijn. Het aspect externe veiligheid staat de uitvoering van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.

4.7 Milieuzonering

Toetsingskader

Normstelling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies:

  • ter plaatse van woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;
  • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Beleid

Om bij de voorbereiding de belangenafweging tussen bedrijvigheid en gevoelige functies met betrekking tot milieu in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit bestemmingsplan gebruikgemaakt van een milieuzonering. Deze milieuzonering vindt plaats aan de hand van een Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB). Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. De SvB is overgenomen uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009), zie bijlage 1 bij de regels.

De gehanteerde SvB gaat uit van het aanhouden van richtafstanden tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' (of 'rustig buitengebied'). Voor andere omgevingstypen dan een rustige woonwijk kunnen kleinere richtafstanden worden gehanteerd (zoals ook in de VNG-publicatie is aangegeven en in vaste jurisprudentie is bevestigd). Voor een nadere toelichting op de aanpak van de milieuzonering met behulp van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'standaard' wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze toelichting.

Onderzoek en conclusie

In het vigerende bestemmingsplan Trade Port Noord waren in klaver 3d bedrijven uit maximaal categorie 3.2 mogelijk gemaakt. Dit betreft middelzware bedrijvigheid met een richtafstand van 100 m ten opzichte van omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied en 50 m ten opzichte van omgevingstype gemengd gebied (conform de Staat van Bedrijfsactiviteiten in dit bestemmingsplan die gebaseerd is op de VNG-uitgave bedrijven en milieuzonering 2009).

De betreffende bedrijvigheid komt ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan Trade Port Noord niet dichter bij omliggende woningen te liggen. Er vindt geen toename van bedrijvigheid plaats, enkel de begrenzing wordt veranderd. Het aspect milieuzonering staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.8 Geluid bedrijfsactiviteiten (industriegeluid)

Toetsingskader

Het bedrijventerrein TPN is geen gezoneerd industrieterrein in het kader van de Wet geluidhinder. Wettelijk gezien gelden er dan ook geen normen voor de cumulatieve geluidbelasting (geluid van alle bedrijven op TPN tezamen). In het kader van een goede ruimtelijke ordening is in het besluitMER voor het bestemmingsplan Trade Port Noord wel aandacht besteed aan de cumulatieve geluidbelasting van de toekomstige bedrijven tezamen op TPN, evenals in het vigerende bestemmingsplan. De gemeente Venlo wil zorgvuldig met het geluidsaspect omgaan en heeft daarom een Nota industriegeluid opgesteld. Hierin is het beleid vastgelegd dat in het kader van de goede ruimtelijke ordening een gecumuleerde belasting van 50 dB(A) door industriegeluid bij gevoelige functies (zoals wonen) rondom het bedrijventerrein TPN moet worden nagestreefd.

Onderzoek en conclusie

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen woningen gelegen. Ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan wijzigt er niets in de milieucategorie van de bedrijven en industrielawaai. Gelet op de beperkte aanpassing en de eerdere toetsing in het vigerend bestemmingsplan Trade Port Noord is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect geluid bedrijfsactiviteiten staat de uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg.

4.9 Verkeer, vervoer en infrastructuur

Er vindt geen uitbreiding van het bedrijventerrein plaats. De aanpassing van de bestemmingsgrenzen leidt niet tot een andere verkeerscirculatie of generatie ter plaatse. Het aspect verkeer staat de uitvoering van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.

4.10 Wegverkeersgeluid

Het bestemmingsplan ziet niet op de realisatie van geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder. Het aspect wegverkeersgeluid staat de uitvoering van het bestemmingsplan dan ook niet in de weg.

4.11 Luchtkwaliteit

Er vindt geen uitbreiding plaats van het bedrijventerrein. Er is geen sprake van een toename van verkeer. Er zal dus ook geen toename van de NO2- en PM10-concentraties langs de wegen in de directe omgeving, langs de Greenportlane en de rijkswegen. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.12 Duurzaamheid

De inhoudelijke keuzes die hebben geleid tot het stedenbouwkundige plan voor Trade Port Noord zijn, zover dat juridisch-planologisch mogelijk en gewenst was, verankerd in het gelijknamige bestemmingsplan. De gemeente Venlo heeft de ambitie om Trade Port Noord op duurzame wijze te ontwikkelen en te beheren. Dit betreft zowel de openbare ruimte als de uitgeefbare gronden van het bedrijfsterreinen. Voorliggend bestemmingsplan is een beperkte aanpassing van bestemmingsgrenzen. Het aspect duurzaamheid blijft geborgd.

4.13 Laagvliegroute

Het plangebied ligt buiten het laagvlieggebied De Peel (GLVVIII). Er gelden vanuit dit aspect dan ook geen belemmeringen voor de uitvoering van het bestemminsplan.

4.14 Leidingen die niet risicorelevant zijn

Er zijn geen leidingen die de uitvoering van dit bestemmingsplan in de weg staan.

4.15 Spuitcirkels boomgaarden

In het plangebied wordt geen woningbouw of functies waar gevoelige groepen aanwezig kunnen zijn mogelijk gemaakt. Dit aspect staat de uitvoering van het bestemmingsplan dan ook niet in de weg.

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

5.1 Inleiding en inhoud

Deze herziening wijzigt het bestemmingsplan Trade Port Noord. Deze wijzigingen zien enkel op wijziging van de verbeelding. De regels blijven ongewijzigd. In figuur 5.2 is de verbeelding van deze herziening weergegeven. Hieruit blijkt duidelijk dat de herziening ziet op de ecologische zone aan de oostzijde van Klaver 3 en in enige mate op verschuiving van de bedrijfs- en verkeersbestemming aan de westzijde van het klaverblad 3a.

afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0011.png"

Figuur 5.1 Verbeelding Herziening klaver 3

In figuur 5.2 zijn met rode lijnen de nieuwe contouren van de klaverbladen 3a en 3b weergegeven. Zichtbaar is dat klaverblad 3b (noord) alleen aan de oostzijde van vorm verandert (westwaarts verschoven). Klaverblad 3a (zuid) wordt aan de zuidoostzijde westwaarts verschoven en aan de westzijde verbreed in westelijke richting. Verbreding aan de oostzijde van het klaverblad 3a is nodig om een courante kavel te behouden. Dit leidt ertoe dat het klaverhart ook in enige mate verplaatst. Verbreding aan de oostzijde is voor klaverblad 3b niet nodig, ook in de nieuwe vorm is hier sprake van een courante kavel. Ten gevolge van deze verschuiving van de bladen, ontstaat voldoende ruimte voor de verbindingszone tussen Klaver 1 en 3.

afbeelding "i_NL.IMRO.0983.BP201521KLAVER3-VA01_0012.png"

Figuur 5.1. Verbeelding Trade Port Noord, uitsnede van klaver 3 (incl. nieuwe situatie in rood omlijnd)

Nu de regeling voor de herziene plandelen van Klaver 3 gelijkluidend zijn aan de regeling van het bestemmingsplan Trade Port Noord, wordt voor een uitleg van de regeling verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan Trade Port Noord (voor de toelichting klik hier). In hoofdstuk 5 van de toelichting bij dit plan is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de planregeling, directe bouw- en gebruiksmogelijkheden, afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden.

Overigens kan nog wel worden benoemd dat in dit plan geen voorwaardelijke verplichting voor de grondwallen is opgenomen. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat dit plan geen gronden met de bestemming Bedrijventerrein bevat die op een kortere afstand dan 185 m tot de noordelijke grens van het plan Trade Port Noord zijn gelegen. Om die reden is de voorwaardelijke verplichting met betrekking tot de aanleg van manchetten niet van toepassing op de gronden in deze herziening. Dit betekent niet dat op deze gronden geen manchetten kunnen worden aangelegd. Die mogelijkheid blijft gewoon bestaan.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

De verantwoording van de economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling van het bedrijventerrein Trade Port Noord is vastgelegd in de toelichting van het vigerende bestemmingsplan Trade Port Noord.

Door de gemeente Venlo, de gemeente Horst aan de Maas en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BV Trade Port Noord (deze laatste handelend als beherend vennoot van de commanditaire vennootschap CV Trade Port Noord) is in 2012 een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Hierin is onder meer vastgelegd dat de uitvoering van de grondexploitatie van het intergemeentelijke bedrijventerrein geschiedt door en voor rekening en risico van CV TPN. In 2014 is deze samenwerkingsovereenkomst door de genoemde partijen aangepast, waarbij nadere aanvullende afspraken zijn gemaakt voor de situatie dat, ten behoeve van de ontwikkeling van het intergemeentelijke bedrijventerrein, het bestemmingsplan Trade Port Noord zou worden herzien. Ingevolge deze gemaakte aanvullende afspraken komen de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het bestemmingsplan Herziening Klaver 3, voor rekening van CV TPN.

Gelijktijdig met het bestemmingsplan Trade Port Noord is het exploitatieplan Trade Port Noord vastgesteld. Het bestemmingsplan Herziening Klaver 3 heeft tot gevolg dat het vigerende exploitatieplan dient te worden herzien. Dit is vastgelegd in het besluit tot 5e herziening van het exploitatieplan Trade Port Noord, dat gelijktijdig met het onderhavige bestemmingsplan in procedure is gebracht.

Uit de 5e herziening van het exploitatieplan blijkt dat de planherziening van Klaver 3 in samenhang met het vigerende plan Trade Port Noord tot een uitvoerbaar planvorming leidt.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het concept ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan diverse instanties toegezonden. Vervolgens wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld een zienswijze in te dienen. Mogelijke zienswijzen worden ter zijner tijd samengevat en van een gemeentelijk standpunt voorzien. Daarna beslist de gemeenteraad over de vaststelling van het plan.

Hoofdstuk 7 Overleg

Conform de voorwaarden zoals gesteld in de verkregen ontheffing van artikel 75 van de Flora- en faunawet (FF/75C/2012/0269, d.d. 26 juni 2013 & herziene versie FF/75C/2012/0269A, d.d. 9 september 2014) is een dasseninrichtingsplan opgesteld. Dit dasseninrichtingsplan is als bijlage 1 bijgevoegd bij deze herziening. Dit dassen inrichtingsplan is op 30 juli 2015 op de daartoe aangewezen digitale wijze ingediend bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) met het verzoek om goedkeuring van dit dasseninrichtingsplan.

Op vrijdag 22 januari 2016 heeft de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland in de persoon van de heer C.P. Batelaan per email de gemeente Venlo geïnformeerd dat het dasseninrichtingsplan is toegevoegd aan het dossier. Daarnaast is door de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland aangegeven dat alleen indien het niet meer mogelijk mocht zijn de werkzaamheden uit te voeren met inachtneming van de voorschriften zoals die zijn opgenomen in de verleende ontheffing, er een aanvraag voor wijziging van de die ontheffing noodzakelijk is. Om dat te bepalen dient de ontheffinghouder gebruik te maken van een deskundige (ecologisch expert) op het gebied van de betreffende beschermende diersoorten. Deze persoon moet in staat worden geacht te bepalen of er sprake is van een overtreding van de Flora- en Faunawet – rekening houdend met hetgeen bepaald is in de voorschriften van de reeds afgegeven ontheffing. Mocht dit het geval zijn, moet er een wijzigingsverzoek worden ingediend. Indien dit niet het geval is blijft de verkregen ontheffing van kracht.

Het dasseninrichtingsplan met als titel “INRICHTING GEBIED VOOR DE DAS (Meles meles)”, opgesteld door Econsultancy (VEN.TPN.ECO3 14093766 d.d. 30 juni 2015)”, is opgesteld door een dergelijk ecologisch expert. Naar aanleiding van de reactie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft betreffende ecologisch expert verklaard dat het de rapportage “INRICHTING GEBIED VOOR DE DAS (Meles meles)”, opgesteld door Econsultancy (VEN.TPN.ECO3 14093766 d.d. 30 juni 2015), is opgesteld conform de voorwaarden van de verleende ontheffing voor de das binnen Trade Port Noord (FF/75C/2012/0269 d.d. 26 juni 2013 & herziene versie FF/75C/2012/0269A d.d. 9 september 2014). Dit plan had twee maanden voor aanvang van de werkzaamheden aangeleverd moeten zijn maar die termijn is niet gehaald, het plan is 30 juli 2015 aangeleverd. De verklaring van Econsultancy als ecologisch expert is bijgevoegd in bijlage 1.