| Plan: | Partiële wijziging bestemmingsplan Velden - Hasselderheide, locatie Veerweg - Rozenhof |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | wijzigingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0983.BP201520VEERWROZE-VA01 |
In deze regels wordt verstaan onder:
plan:
het wijzigingsplan 'Partiële wijziging bestemmingsplan Velden - Hasselderheide, locatie Veerweg - Rozenhof' van de gemeente Venlo.
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid,
waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik
en/of het bebouwen van deze gronden.
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
aaneengebouwd:
bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden in de perceelsgrens
zijn gebouwd, met dien verstande dat de eindwoning slechts aan één zijde in
de zijdelingse perceelsgrens hoeft te worden gebouwd.
aan-huis-verbonden-beroep:
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend,
waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt of een
ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeen-
stemming is.
aanbouw:
een aan een hoofdgebouw toegevoegde, afzonderlijke ruimte die qua afme-
tingen en/of in visueel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouwen in
functioneel opzicht onderdeel uitmaakt van het hoofdgebouw.
achtererf:
het gedeelte van het bouwperceel dat is gelegen achter de achtergevelrooi-
lijn.
achtergevelrooilijn:
de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het
hoofdgebouw - zonder aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen - alsmede
het verlengde daarvan.
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte:
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een
terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden-
beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling,
inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.
bestaande situatie:
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak.
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
bijgebouw:
een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan wor-
den van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouwen dat in func-
tioneel en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen
en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk op-
richten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg
gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip
van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
bouwmassa:
een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw, dan
wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uit-
bouwen.
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstan-
dige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel.
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar in-
gevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen
zijnde zijn toegelaten.
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materi-
aal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct
hetzij indirect steun vindt in of op de grond.
carport:
een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie
zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt
aangemerkt als een gebouw.
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop of te lease of te huur aanbieden, waaronder begre-
pen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan
personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending an-
ders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
functie:
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of
aangewezen delen daarvan is toegestaan.
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of ge-
deeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
geschakeld:
bebouwing van halfvrijstaande hoofdgebouwen die door middel van een bij-
gebouw zijn geschakeld aan een ander halfvrijstaand hoofdgebouw, met
dien verstande dat de eindwoning vrijstaand mag worden gebouwd.
gestapeld:
bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en naast elkaar
bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten;
grondgebonden:
bebouwing niet zijnde gestapelde bebouwing, waaronder begrepen vrijstaande, halfvrijstaande, geschakelde een aaneengesloten bebouwing.
halfvrijstaande bebouwing
bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan één zijde in de zijdelingse per-
ceelsgrens zijn gebouwd en aan de andere zijde niet, waarbij onderscheid
gemaakt kan worden in geschakeld en twee-aaneen.
hoofdgebouw:
een gebouw, dat gelet op zijn afmetingen en functie in relatie tot de be-
stemming als het belangrijkste gebouw op het bouwperceel kan worden
aangemerkt.
onderbouw/kelder:
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan
de bovenkant minder dan 1,20 m boven peil is gelegen.
ondergeschikte functie:
functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van het hoofdge-
bouw als zodanig mag worden gebruikt.
ruimtelijke kwaliteit:
de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, de bele-
vingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte.
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in
een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden ver-
richt of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop,
seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf
en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
stedenbouwkundig beeld:
het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde
beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere
door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n).
twee-aaneen:
bebouwing van halfvrijstaande hoofdgebouwen, met dien verstande dat de
eindwoning vrijstaand mag worden gebouwd.
voorgevellijn:
de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk is gelegen alsmede het ver-
lengde daarvan.
vrijstaand:
bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet zijn gebouwd in
de perceelsgrens.
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, wa-
terafvoer, waterberging en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan
duikers, stuwen, gemalen, inlaten etc.
woning:
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van een
of meer huishoudens.
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:
de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot
enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk.
bebouwd oppervlak van een bouwperceel:
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken teza-
men.
bebouwingspercentage:
het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van
de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de
bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte
van die bestemming.
breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeen-
schappelijke scheidingsmuren.
dakhelling:
langs het dakvlak gemeten ten opzichte van het horizontale vlak.
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van dé goot, c.q. de druiplijn, het boei-
boord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil verticaal tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een
bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte
bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee
gelijk te stellen bouwonderdelen.
inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de ge-
vels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en
dakkapellen.
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmu-
ren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte
bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
peil:
grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeer-
derd met 0,20 m;
of het afgewerkte bouwterrein vermeerderd met 0,20 m.
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van aan- en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van:
Aan de onder a en b genoemde afwijkingsbevoegdheden kan slechts toepassing worden gegeven indien de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en de stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast. Er is sprake van onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld als:
Onder gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gebouwen en opstallen:
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden, zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden.
Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in lid 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De voor 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' aangewezen gronden, zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de afvoer en doorstroming van rivierwater.
Op de voor 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd.
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.1, en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen voor zover het betreft de volgende activiteiten:
een en ander uitsluitend indien dit krachtens de planregels behorende bij de andere daar voorkomende bestemmingen is toegestaan;
een en ander uitsluitend indien dit krachtens de planregels behorende bij de andere daar voorkomende bestemmingen is toegestaan;
een en ander uitsluitend indien dit krachtens de planregels behorende bij de andere daar voorkomende bestemmingen is toegestaan.
Een in 6.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
ten aanzien van de activiteiten als genoemd in artikel 6.3.1 onderdeel c geldt dat de toelaatbaarheid slechts wordt getoetst aan de voorwaarden als genoemd in artikel 6.3.2 onderdelen a tot en met c.
Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning hoort het bevoegd gezag de rivierbeheerder.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in artikel 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De werken of werkzaamheden als bedoeld onder 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan, hetzij direct, hetzij indirect, te verwachte gevolgen:
Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning hoort het bevoegd gezag de rivierbeheerder.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van:
Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen:
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het wijzigingsplan "Partiële wijziging bestemmingsplan Velden - Hasselderheide, locatie Veerweg - Rozenhof".
Behoort bij het besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo van ........................