direct naar inhoud van Artikel 3 Maatschappelijk
Plan: Burgemeester Conraetzstraat 74a-76
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0983.BP201208BCON74A76-VA01

Artikel 3 Maatschappelijk

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. (gezondheids)zorg en welzijn;
  • b. verenigingsleven;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'wonen': wonen op de verdiepingen, met dien verstande dat maximaal één woning is toegestaan, waaronder begrepen kamerbewoning tot maximaal 4 personen;

met daarbij behorende:

  • 1. wegen en paden;
  • 2. groenvoorzieningen;
  • 3. parkeervoorzieningen;
  • 4. waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. een gebouw mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak';
  • b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage(%)' aangegeven bebouwingspercentage;
  • c. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage(%)' is aangegeven;
  • d. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage(%)' is aangegeven;
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1,00 meter mag bedragen;
  • b. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3,00 meter bedragen, met dien verstande dat slechts één overkapping per bouwperceel mag worden gerealiseerd, de oppervlakte niet meer dan 30 m² mag bedragen en deze achter de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan wordt opgericht;
  • c. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 5,00 meter bedragen;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 meter bedragen.
3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing:

  • a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  • c. ter waarborging van een goede milieusituatie;
  • d. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  • e. ter waarborging van de sociale veiligheid;
  • f. ter waarborging van de zelfredzaamheid van personen die in de nabijheid van risicobronnen verblijven;
  • g. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;
  • h. met betrekking tot de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervlakteverharding.
3.4 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

  • a. een ambachtelijk, industrieel, handels en/of horecabedrijf;
  • b. prostitutie en/of seksinrichtingen;
  • c. coffeeshops;
  • d. kamerbewoning van/in de woning door meer dan 4 personen.
3.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ‘Maatschappelijk’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ ten behoeve van maximaal 6 woningen, met dien verstande dat:

  • a. een goed woonmilieu moet zijn gegarandeerd en omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsmatig functioneren mogen worden beperkt;
  • b. de regels worden gehanteerd als opgenomen in bijlage 1 bij deze regels;
  • c. de in 3.2.1 opgenomen maximale goot- en bouwhoogte niet mag worden overschreden;
  • d. de woningen in dan wel evenwijdig aan de voorgevelrooilijn dienen te worden geplaatst;
  • e. het gebruik ten behoeve van wonen vanuit een oogpunt van een goed woonmilieu aanvaardbaar dient te zijn, hetgeen onder andere wil zeggen dat:
  • 1. uit een ingesteld bodemonderzoek moet blijken dat de bodem ter plaatse geschikt is voor het beoogde gebruik;
  • 2. vanuit een oogpunt van externe veiligheid geen overwegende bezwaren bestaan tegen de wijziging;
  • 3. dient te worden aangetoond dat er geen overwegende bezwaren bestaan vanwege de flora- en fauna;
  • 4. dat het waterhuishoudkundig belang voldoende in acht wordt genomen;
  • 5. bij de wijziging de Uitgangspunten Dynamische Woningbouwprogrammering in acht worden genomen;
  • 6. de parkeerbalans en verkeerssituatie in de directe omgeving niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed;
  • 7. er geen afbreuk wordt gedaan aan het stedenbouwkundig beeld en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.